Foto
Inhoud blog
  • verjaardagen
  • 2 juni
  • 2 juni
  • 2 jui
  • 1 juni
  • mei 31
  • vandaag jaren terug 13 sep tupac shakur
  • vandaag jaren terug 13 sep tupac shakur
  • vandaag jaren terug 13 sep 1942 lee dorman
  • vandaag jaren terug 13 sep 1942 lee dorman
  • vandaag jaren terug 12 sep 1992 anthony perkins
  • vandaag jaren terug 12 sep 1992 anthony perkins
  • vandaag jaren terug 12 sep 2003 johny cash
  • vandaag jaren terug 12 sep 2003 johny cash
  • vandaag jaren terug 12 sep 1926 paul janssen
  • vandaag jaren terug 12 sep 1926 paul janssen
  • vandaag jaren terug 12 sep 1944 barry white
  • vandaag jaren terug 12 sep 1944 barry white
  • WAT WEET JE OVER VOETBAL
  • vandaag jaren terug 11 sep 2001 new york
  • vandaag jaren terug 11 sep 2001 new york
  • vandaag jaren terug 11 sep 1883 asta nielsen
  • vandaag jaren terug 11 sep 1883 asta nielsen
  • vandaag jaren terug 11 sep 1987 lorne greene
  • vandaag jaren terug 11 sep 1987 lorne greene
  • vandaag jaren terug 11 sep 1987 peter tosh
  • vandaag jaren terug 11 sep 1987 peter tosh
  • WAT WEET JE OVER FRIET
  • WAT WEET JE OVER FRIET
  • vandaag jaren terug 10 sep 1989 eliabeth van beieren
  • vandaag jaren terug 10 sep 1989 eliabeth van beieren
  • vandaag jaren terug 10 sep 1935 paul van vliet
  • vandaag jaren terug 10 sep 1935 paul van vliet
  • vandaag jaren terug 10 sep 1938 karl lagerfeld
  • vandaag jaren terug 10 sep 1938 karl lagerfeld
  • vandaag jaren terug 10 sep 1945 jose feliciano
  • vandaag jaren terug 10 sep 1945 jose feliciano
  • WAT WEET JE OVER EIEREN
  • WAT WEET JE OVER EIEREN
  • vandaag jaren terug 09 sep 1901 toulouse loutrec
  • vandaag jaren terug 09 sep 1901 toulouse loutrec
  • vandaag jaren terug 09 sep 1828 leo tolstoj
  • vandaag jaren terug 09 sep 1828 leo tolstoj
  • vandaag jaren terug 09 sep 1924 rik van steenbergen
  • vandaag jaren terug 09 sep 1924 rik van steenbergen
  • vandaag jaren terug 09 ser 1941 otis redding
  • vandaag jaren terug 09 ser 1941 otis redding
  • WAT WEET JE OVER ETEN MET STOKJES
  • WAT WEET JE OVER ETEN MET STOKJES
  • vandaag jaren terug 08 sep 1946 richard strauss
  • vandaag jaren terug 08 sep 1946 richard strauss
  • vandaag jaren terug 08 sep 1830 frederic mistral
  • vandaag jaren terug 08 sep 1830 frederic mistral
  • vandaag jaren terug 08 sep 1925 peters sellers
  • vandaag jaren terug 08 sep 1925 peters sellers
  • WAT WEET JE OVER EEN VLIEGTUIGMAALTIJD
  • WAT WEET JE OVER EEN VLIEGTUIGMAALTIJD
  • vandaag jaren terug 07 sep 1979 rita hovink
  • vandaag jaren terug 07 sep 1979 rita hovink
  • vandaag jaren terug 07 sep 1936 buddy holly
  • vandaag jaren terug 07 sep 1936 buddy holly
  • vandaag jaren terug 07 sep 1930 koning boudewijn
  • vandaag jaren terug 07 sep 1930 koning boudewijn
  • WAT WEET JE OVER PLAKBAND
  • WAT WEET JE OVER PLAKBAND
  • WAT WEET JE OVER PLAKBAND
  • vandaag jaren terug 06 sep 1978 adolf dassier
  • vandaag jaren terug 06 sep 1978 adolf dassier
  • vandaag jaren terug 06 sep 1990 tom fogerty
  • vandaag jaren terug 06 sep 1990 tom fogerty
  • vandaag jaren terug 06 sep 2007 luciano pavarotti
  • vandaag jaren terug 06 sep 2007 luciano pavarotti
  • vandaag jaren terug 06 sep 1963 geert wlders
  • vandaag jaren terug 06 sep 1963 geert wlders
  • WAT WEET JE OVER PLASTIC
  • WAT WEET JE OVER PLASTIC
  • vandaag jaren terug 05 sep 1957 kerouac
  • vandaag jaren terug 05 sep 1957 kerouac
  • vandaag jaren terug 05 sep 1920 fons rademakers
  • vandaag jaren terug 05 sep 1920 fons rademakers
  • vandaag jaren terug 05 sep freddy mercury
  • vandaag jaren terug 05 sep freddy mercury
  • WAT WEET JE OVER DE VUILBAK
  • WAT WEET JE OVER DE VUILBAK
  • vandaag jaren terug 04 sep 1907 grieg
  • vandaag jaren terug 04 sep 1907 grieg
  • vandaag jaren terug 04 sep 1965 a sweitzer
  • vandaag jaren terug 04 sep 1965 a sweitzer
  • vandaag jaren terug 04 sep 1989 georges simenon
  • vandaag jaren terug 04 sep 1989 georges simenon
  • vandaag jaren terug 04 ser 1886 geronimo
  • vandaag jaren terug 04 ser 1886 geronimo
  • vandaag jaren terug 04 sep 1981 beonce
  • vandaag jaren terug 04 sep 1981 beonce
  • vandaag jaren terug 04 sep 1888 kodak
  • vandaag jaren terug 04 sep 1888 kodak
  • WAT WEET JE OVER VERKEERSBORDEN
  • WAT WEET JE OVER VERKEERSBORDEN
  • vandaag jaren terug 03 sep 1967 zweden
  • vandaag jaren terug 03 sep 1967 zweden
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    toen

    10-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 10 sep 1989 eliabeth van beieren

     

    10-09-2018 om 16:36 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 10 sep 1989 eliabeth van beieren

    10 sep 1898 Elisabeth Amalie Eugenie in Beieren (München, 24 december 1837 – Genève, 10 september 1898) was hertogin in Beieren en prinses van Beieren uit het huis Wittelsbach en later – door haar huwelijk met keizer Frans Jozef I – keizerin van Oostenrijk en vanaf 8 juni 1867 tevens koningin van Hongarije. Ze is algemeen bekend onder haar bijnaam Sisi, zoals haar familie haar noemde. Met deze naam ondertekende ze ook haar brieven naar intimi. Sissi, met dubbele s, is wijdverbreid vanwege de titel van de op haar leven gebaseerde filmtrilogie. Elisabeth was de tweede dochter van hertog Maximiliaan Jozef in Beieren en prinses Ludovika, dochter van koning Maximiliaan I Jozef van Beieren. Met haar zeven broers en zussen bracht ze een gelukkige kindertijd door in het Hertog Maxpaleis aan de Ludwigstrasse nr. 8 in München. De hertogelijke familie had ook een zomerverblijf, Schloss Possenhofen, in Possenhofen aan de Starnberger See. Hun ouders hadden geen verplichtingen aan het Beiers hof en zo hadden de kinderen een tamelijk onbekommerde jeugd. Elisabeth was bijzonder zorgeloos en liberaal opgevoed door haar vader. In 1853 begeleidde de 15-jarige Elisabeth haar moeder en oudere zuster Helene op een reis naar het Oostenrijkse Ischl (tegenwoordig Bad Ischl), waar Helene de aandacht van haar 22-jarige neef, keizer Frans Jozef – die in Ischl zijn 23e verjaardag zou vieren – moest trekken. Deze viel echter op Elisabeth (die op haar beurt eigenlijk leek voorbestemd voor Frans Jozefs broer Karel Lodewijk) en op 24 april 1854 trouwde de inmiddels 16-jarige Elisabeth met de 23-jarige keizer in de Augustijnenkerk te Wenen. Elisabeth had van het begin af aan moeite zich aan de strenge Habsburgse hofetiquette te onderwerpen met name omdat ze in haar vrijheid werd beperkt. Zo bleef ze een buitenstaander. Ze baarde in korte tijd drie kinderen: Sophie, Gisela en Rudolf. Haar schoonmoeder aartshertogin Sophie bemoeide zich met de opvoeding van Elisabeths kinderen en liet haar niet toe zich met de opvoeding van haar eigen kinderen te bemoeien. Na Rudolfs geboorte begon het huwelijk slechter te worden, vooral door de overspeligheid van Frans Jozef en door de militaire opvoeding die Franz Jozef bij Rudolf had voorgeschreven, deze manier van opvoeden hield koudwaterkuren, het vergezellen van Frans Jozef bij urenlange troepenparades en urenlang exerceren in. Deze methode hield bij Rudolf van zijn tweede tot zijn zevende jaar aan. Omdat Elisabeth meestal op reis was om het Weense hof te ontduiken, wist ze weinig tot niks van de manier waarop haar enige zoon werd behandeld, maar toen ze hier wél van hoorde schreef ze onmiddellijk naar haar man om hem te dwingen de manier van opvoeden te wijzigen. Uiteindelijk geeft de keizer toe en de militaire opvoeding wordt vervangen door een vriendelijkere opvoeding. Rudolf zou zijn moeder hier altijd dankbaar voor blijven. Elisabeth begon zich naarmate ze ouder werd steeds vreemder te gedragen, bijvoorbeeld door het verbergen van haar gezicht voor de buitenwereld. Zelf heeft ze hierover gezegd: "Ik verberg mijn gezicht achter een waaier, zodat de dood ongestoord zijn werk kan doen." In haar familie, de Wittelsbachers, was waanzin een veelvoorkomende kwaal. Ook haar neef en vriend Lodewijk II van Beierenhad er last van. Elisabeth trok de aandacht door haar anorexia waardoor ze periodes last had van hongeroedeem. Ze probeerde allerlei speciale diëten, zoals het eten van slechts sinaasappels of het drinken van melk. Ze was steeds op reis en verwaarloosde haar man en haar plichten. Tijdens de reizen nam zij op zee en tijdens wilde ritten te paard zoveel risico dat er sprake moet zijn geweest van suïcidaal gedrag.[bron?] Om het hof en haar man te ontlopen bezocht zij onder andere Madeira, Engeland, Nederland en Hongarije. In Amsterdam raakte zij zeer bevriend met de toen al gevierde circusdirecteur Oscar Carré, die haar paardrijlessen gaf. Toen ze zag dat haar zoon zijn strenge militaire opvoeding niet aankon, ontstond er een groot conflict tussen Elisabeth en haar schoonmoeder. Het gevolg was dat Elisabeth Frans Jozef een ultimatum stelde, net na de zevende verjaardag van Rudolf. Ze eiste de zeggenschap over haar kinderen en haar complete vrijheid terug. Ze wilde ook dat graaf Leopold Gondrecourt, die verantwoordelijk was voor de nogal harde opvoeding van Rudolf, opstapte. Frans Jozef stemde toe en vanaf dat moment verloor aartshertogin Sophie veel van haar macht met betrekking tot Frans Jozef. Elisabeth stelde na het vertrek van Gondrecourt een andere leraar/opvoeder aan, de zeer liberale Joseph Latour von
    Thurmburg. Rudolf zou zijn moeder zijn leven lang dankbaar blijven omdat ze dat voor hem gedaan had, ook al was de relatie tussen moeder en zoon niet altijd even goed. Elisabeth zag het als haar taak om Hongarije en Oostenrijk weer tot elkaar te brengen. De band tussen de beide landen was na de Hongaarse Revolutie van 1848 tegen de regering van Wenen zeer slecht. Elisabeth wist de landen te verenigen en in 1867 werd de OostenrijksHongaarse dubbelmonarchie opgericht. Elisabeth, die altijd al met de Hongaren had gesympathiseerd, werd koningin van Hongarije. Samen met haar echtgenoot werd ze in Boeda (Boedapest) op 8 juni 1867 tot koningin van Hongarije gekroond. Ongeveer tien maanden later werd hun vierde kind Marie Valerie (1868-1924) geboren. Met de toenemende populariteit van Elisabeth in Hongarije, daalde haar populariteit navenant in de overige koninkrijken en landen van de Donaumonarchie. Met name in het Habsburggetrouwe Bohemen zag men met argusogen aan hoe de opstandige Hongaren – onder invloed van Elisabeth – allerlei voorrechten kregen die henzelf werden onthouden.
    Elisabeth had niet alleen een grote liefde voor Hongarije. Ook Griekenland en – in navolging van haar lievelingsdichter Heinrich Heine – de Griekse klassieke oudheid, oefenden een grote aantrekkingskracht op haar uit. Ze leerde zelfs Nieuwgrieks en was deze taal op een gegeven moment zo machtig dat ze een vertaling maakte van een novelle van een andere favoriete Duitse schrijver, Paul Heyse. Diens novelle Die Einsamen verscheen in een door de keizerin, onder het pseudoniem Gloriette, geschreven vertaling, te Athene, in 1893.[1] Op Korfoe liet ze een slot met de naam Achilleion bouwen, waar ze maar kort van heeft kunnen genieten. Het huis beviel haar bovendien meteen al niet. Nadat kosten noch moeite waren gespaard voor de bouw en inrichting, liet ze bijna meteen na oplevering een groot gedeelte van de meubels weer verschepen naar Wenen, waar ze werden opgeslagen. Na haar dood erfde haar dochter Gisela het huis, dat zij in 1907 aan keizer Wilhelm II van Duitsland verkocht. Elisabeth werd ook beroemd door haar invloed op de mode en om haar schoonheid, dieet, lichamelijke oefeningen en sport, die haar het uiterlijk gaven van een anorexia nervosa-patiënte. Elisabeth was 1 meter 72 lang, maar woog in het algemeen tussen de 45 en 50 kilo, buiten haar zwangerschappen om uiteraard. Toen er voor het eerst sporttoestellen werden besteld voor in de Hofburg, dacht men dat deze voor Franz Jozef en andere heren bedoeld waren. Men was dan ook zeer verbaasd toen men vernam dat Elisabeth deze sporttoestellen gebruikte. Op middelbare leeftijd was ze, vooral in haar eigen ogen, niet mooi meer en haar huid was sterk verouderd. Daarom verborg zij zich achter zware voiles en opgeheven waaiers, ook omdat ze het haatte aangestaard te worden. Er mochten vanaf 1875 geen foto's meer van haar worden gemaakt, zodat naar haar eigen zeggen haar schoonheid eeuwig zou blijven. De ouder wordende Elisabeth was steeds op reis of, zo men wil, op de vlucht. In 1889 doodde de 30-jarige kroonprins Rudolf in Mayerling zijn 17-jarige geliefde barones Marie von Vetsera en pleegde daarna zelfmoord. Elisabeth kwam deze slag niet te boven en verzonk in een depressie. Vanaf dit moment droeg de keizerin alleen nog maar zwarte kleding en deed afstand van al haar sieraden. Elisabeth voelde zich schuldig aan de dood van haar zoon. Ze was zelf niet bij de bijzetting van haar zoon in de Kaisergruft aanwezig, maar een aantal dagen daarna bezocht ze het graf, een getuige hoorde Elisabeth roepen: "Rudolf, Rudolf!" Elisabeth probeerde zelfs via een medium, haar oude jeugdvriendin Irene Paumgarten, contact te krijgen met Rudolf. Keizer Frans Jozef gaf de zelfmoord na enige tijd openlijk toe, maar alle informatie over de dood van de kroonprins was tot 1918 in Oostenrijk-Hongarije verboden. Aartshertog Frans Ferdinand werd de nieuwe troonopvolger. Voor Elisabeth begon een tijd van nog rustelozer reizen dan ze tot dan toe al had gedaan. Ze was vrijwel nooit meer in Wenen en reisde voor een deel zelfs op de bonnefooi, wat – gelet op het enorme gezelschap dat haar begeleidde – tot veel complicaties leidde. Ook ontwikkelde de keizerin in deze tijd de gewoonte om her en der onaangekondigd op bezoek te gaan. Onder meer koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk en koning Willem III der Nederlanden viel deze "eer" te beurt. Ook verscheen ze onaangekondigd aan het Griekse hof. De
    wacht herkende haar niet en nam haar niet serieus toen ze vertelde dat ze de keizerin van Oostenrijk was. Uiteindelijk bleken de koning en koningin (George I en Olga) niet thuis te zijn. Daarop besloot Elisabeth dan maar langs te gaan bij de kroonprins, Constantijn. Die was evenmin thuis, maar zijn vrouw, de Pruisische prinses Sophie wel. De keizerin nodigde zichzelf uit en stond er op in het Grieks te converseren, hoewel de Griekse kroonprinses deze taal niet machtig was.[2]
    Op 10 september 1898 werd Elisabeth in Genève door de Italiaanse anarchist Luigi Lucheni met een geslepen vijl doodgestoken. Lucheni had aanvankelijk de hertog van Orléans willen vermoorden, maar de hertog was niet in Genève en Luigi had niet genoeg geld om naar Italië te reizen. Een krant had melding gemaakt van de aankomst van 'gravin Hohenembs', het incognito van de keizerin, in het hotel Beau Rivage. Ze was daar op uitnodiging van de familie Rothschild. Dit krantenbericht was Lucheni niet ontgaan. Hij begon het hotel in de gaten te houden. Om 13.40 uur wilde Elisabeth met de lijnboot naar Montreux terugvaren. Elisabeth en haar hofdame gravin Irma Sztárayliepen langs de kade van het Meer van Genève, op weg naar de haven waar de lijnboot klaar lag, toen Lucheni zijn kans greep. Hij liep op de dames af, keek snel onder de parasol om er zeker van te zijn dat het de keizerin was, en stompte, met in zijn hand een vijl verborgen, hard op de borst van Elisabeth. Elisabeth viel, stond op, fatsoeneerde haar kapsel, liep vervolgens nog honderd meter naar de boot en zakte op de boot in elkaar, waar ze nog even bij kennis kwam. 'Wat is er met mij gebeurd?' waren haar laatste woorden, voordat ze weer bewusteloos raakte. Op een geïmproviseerde draagbaar werd ze naar het hotel Beau Rivage teruggebracht en daar werd de 60-jarige Elisabeth, zonder dat ze nog bij kennis was geweest, om 14.40 uur door de artsen doodverklaard. De scherpe vijl had een kleine wond in het hartzakje en het hart zelf veroorzaakt. Op de huid was niet meer dan een kleine druppel bloed te zien, maar de keizerin stierf aan de inwendige bloeding. Elisabeth werd op 17 september 1898 in de Kapuzinergruft te Wenen bijgezet. Lucheni werd tot levenslang veroordeeld, maar hing zich in 1910 met zijn eigen riem op. Bijna niemand nam hier notie van. Voor Frans Jozef betekende de dood van zijn vrouw een nieuwe klap, na de zelfmoord van Rudolf en het overlijden van zijn schoonzus Sophie van Alençon-Orléans, die bij een brand tragisch om het leven was gekomen. Hij stelde als aandenken aan zijn vrouw een Elisabeth-orde in en bouwde in 1901 als monument voor Elisabeth een kerkje op de Schneeberg, de Elisabethkirche. Toen de aanslag plaatsvond, had juist Wilhelmina der Nederlanden vier dagen eerder de troon bestegen. Wilhelmina's moeder, prinses Emma, verlangde tevergeefs dat zij de geplande rijtoer die zij die middag – 10 september 1898 – door Den Haag zou maken, zou afgelasten. Destijds vormden vooral gewelddadige anarchisten een bedreiging voor vorsten en regeringsleiders. De Amerikaanse president James Garfield was in 1881 vermoord, tsaar Alexander II van Rusland in datzelfde jaar. In 1902 werd een mislukte aanslag gepleegd op koning Leopold II van België en in 1908 respectievelijk 1913 werden de koning van Portugal en die van Griekenland vermoord.[3] Sophie Frederika Dorothea (5 maart 1855 - 29 mei 1857) Gisela Louisa Marie (12 juli 1856 - 27 juli 1932), gehuwd met prins Leopold van Beieren Rudolf (21 augustus 1858 - 30 januari 1889), kroonprins, gehuwd met prinses Stefanie van België Marie-Valerie (22 april 1868 - 6 september 1924), gehuwd met Frans Salvator van Oostenrijk, kleinzoon van Leopold II van Toscane Elizabeth was als keizerin beschermvrouwe en hoofd van de Orde van het Sterrenkruis. Zij was ook beschermvrouwe en hoofd van de andere Oostenrijkse damesorden. Het was indertijd nog niet gebruikelijk om dames in ridderorden op te nemen. Zo droeg Elizabeth alleen damesorden uit Oostenrijk, Mexico en Spanje. Paus Pius IX schonk haar in 1868 een Gouden Roos, een bijzonder huldeblijk van de Heilige Stoel. Deze gouden roos in een kristallen vaas kon niet worden gedragen maar wel worden neergezet.
    Elisabeth droeg geen van de Beierse damesorden.  Beschermvrouwe en Hoofd van de Orde van het Sterrenkruis  Beschermvrouwe en Hoofd van de Orde van de Naastenliefde  Beschermvrouwe en Hoofd van de Orde van de Slavinnen van de Deugd  Beschermvrouwe en Hoofd van het Instituut van Elisabeth-Theresia  Dame Grootkruis van de Orde van Sint-Karel, een damesorde van het Keizerrijk Mexico  Dame van de Koninklijke Orde van Maria Louisa (Spaans: "Real Orden de Damas Nobles de la Reina María Luisa"), een damesorde van het Koninkrijk Spanje
      De Gouden Roos Elisabeth liet haar kinderen en kleindochter een groot vermogen (10 miljoen gulden of 4,5 miljoen euro, in 2001 een miljard schilling) na. Zij had haar echtgenoot voor haar kostbare reizen, paarden en bouwproject laten betalen, maar belegde ondertussen haar ruime toelage in Zwitserland. Haar kostbare juwelen waren spoorloos. De 600 gedrukte bladzijden, vaak met haar man en zijn hof spottende, gedichten die de keizerin in de trant van haar geliefde voorbeeld Heinrich Heine schreef, waren vanwege hun republikeinse sympathieën aan de zorg van de Zwitserse regering toevertrouwd. Zij mochten pas in 1950 worden uitgegeven en de opbrengst moest gaan naar weeskinderen en "de voor politieke misdrijven veroordeelden" in Oostenrijk. Pas in 1980 werden de gedichten uitgegeven, onder redactie van Elisabeths biografe Brigitte Hamann. Voor welke politiek vervolgden de opbrengsten precies bedoeld waren, is niet bekend. De gedichten werden overigens nauwelijks gekocht, zodat van winst geen sprake was. Elisabeth heeft tegenwoordig een welhaast mythische status, maar haar rol in en invloed op de politiek moet niet overschat worden. In de Oostenrijkse geschiedschrijving wordt ze maar zijdelings genoemd. In de 20ste eeuw werd ze tot een icoon, vergelijkbaar met prinses Diana; een vrijheidslievende geest in het starre hofceremonieel, een tragisch figuur. Haar leven heeft film- en theatermakers en schrijvers geïnspireerd. Alom bekend is de Sissi-trilogie van Ernst Marischka met Romy Schneider in de titelrol: Sissi (1955) Sissi – De jonge keizerin (1956) Sissi – De woelige jaren (1957). Deze films worden in veel landen nog regelmatig op tv uitgezonden en hebben veel aan de mythe Sissi bijgedragen. Haar levensverhaal werd in 1991 opnieuw verfilmd onder de titel Sissi en in Wenen ging in 1992 de musical Elisabeth in première. In het keizerlijk paleis van Wenen bevindt zich direct naast het appartement van de keizer een Sissi-museum, dat vooral aan haar privéleven is gewijd. In 1997 werd de animatie-serie Princess Sissi geproduceerd. De in 1991 gemaakte film die het werkelijke leven van de depressieve en neurotische keizerin liet zien, werd bij het grote publiek geen succes. Van 1999 tot en met 2001 werd in het Scheveningse Circustheater de musical Elisabethopgevoerd met Pia Douwes in de rol van Elisabeth. In 2009 werd in de Stadsschouwburg in Antwerpen ook de musical Elisabeth gebracht. Dit keer speelde Ann Van den Broeck de rol van Elisabeth. In 2009 verscheen er een tweedelige Oostenrijkse tv-serie, 'Sisi', met Cristiana Capotondi als keizerin Elisabeth. De serie werd geregisseerd door Xaver Schwarzenberger. Over Elisabeth zijn talrijke boeken geschreven. Ook Nederlandse auteurs, zoals Martin Ros en Wim Ewals, schreven biografieën over de keizerin. Lucas Zandberg schreef een roman over het werkelijke leven van Elisabeth.





    10-09-2018 om 16:35 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 10 sep 1935 paul van vliet

     

    10-09-2018 om 16:33 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 10 sep 1935 paul van vliet

    10 sep 1935 Paul van Vliet (Den Haag, 10 september 1935) is een Nederlandse cabaretier. Ook is hij goodwillambassadeur voor UNICEF. Paul van Vliet werd op 10 september 1935 in Den Haag geboren op Denneweg 64, het huis van zijn grootmoeder. Het pand is nu in gebruik bij de Haagse Kunst Kring. Zijn grootvader van vaders kant, Pieter van Vliet jr., was een vooraanstaand lid van de Anti-Revolutionaire Partij en zat daarvoor jarenlang in de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zijn ouders, Paul van Vliet sr. en Louise van Lakerveld waren beiden beeldend kunstenaars. Vader Van Vliet was tekenleraar, poppenspeler en schreef stukken voor het amateurtoneel. Ook zijn drie oudere zusters waren, soms professioneel, werkzaam in de beeldende kunsten. Paul van Vliet speelde zijn eerste kleine creaties in de familie kring, letterlijk tussen de schuifdeuren. Hij bezocht tussen 1940 en 1945 vier lagere scholen. Hij kwam met het laatste kindertransport in de hongerwinter naar Friesland, waar hij in Garijp snel “verfrieste” en binnen drie weken vloeiend Fries sprak. Hij noemde zich toen Pauke Vlietstra. In juni 1945 keerde hij terug naar Den Haag. Op 3 maart 1945 was het huis van de familie Van Vliet bij het bombardement op het Bezuidenhout totaal verwoest. Het gezin raakte alles kwijt en bouwde na de oorlog een nieuw bestaan op in het Haagse Benoordenhout. Na de lagere school bezocht Paul van Vliet het Chr. Gymnasium Zorgvliet, waar hij in 1954 eindexamen alpha deed. In zijn middelbare schooltijd ontwikkelde hij zijn theatertalent verder met zelf geschreven cabaretprogramma’s, die hij samen met schrijver-acteur Dolf de Vries op de planken zette. Niet wetend wat hij moest worden werkte hij een halfjaar als leerling-journalist bij de Nieuwe Haagse Courant en ging daarna vervroegd in militaire dienst. Hij diende bij het Garde Regiment Fuseliers Prinses Irene als welzijnszorgofficier van de Westenbergkazerne in Schalkhaar. Daar verzorgde hij het entertainment voor de troepen met o.a. zelfgeschreven revues. Legendarisch waren in dit verband zijn Romeinse Spelen, waarvoor hij een heel bataljon in witte lakens verkleed liet wegrennen, worstelen en zwaardvechten.
    In 1956 ging Paul van Vliet naar Leiden om geschiedenis te studeren. Na een jaar zwaaide hij om naar Rechten, waarin hij in 1963 zijn meestertitel behaalde. In 1957 richtte hij met Floor Kist het Leidsch Studenten Cabaret op. Dit gezelschap verwierf grote faam in de jaren 1957 – 1969. Honderden voorstellingen werden gespeeld door de groep, waarvan ook zijn latere vrouw Liselore Gerritsen en pianist Kai van Oven deel uitmaakte. Van het programma “Laat je zoon studeren” werden lp’s en tvprogramma’s gemaakt. Met een tournee door Noord- en Zuid-Amerika werd de cabareteske periode van de studenten afgesloten.
    Direct na zijn studie begon Paul van Vliet met de verwezenlijking van een sluimerende droom: een eigen cabaretgezelschap in een eigen theater. Na maanden zoeken vond hij samen met Ferd Hugas een leegstaand pakhuis in de Nieuwe Schoolstraat in het oude centrum van Den Haag, op 500 m van zijn geboortehuis. Voor de verbouwing tot een "intiem" theater leende Paul van Vliet 64.000 gulden. Op 18 december 1964 vond de opening plaats en presenteerde Cabaret PePijn het eerste programma “Oh, Pardon”. Burgemeester Kolfschoten verrichtte de opening met de woorden: “La Grande Reine est morte, vive le Petit Prince” want enkele uren eerder was het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen afgebrand. Het gezelschap bestond behalve Paul van Vliet, uit Liselore Gerritsen, Judith Bosch (het 1e jaar) en pianist-componist Rob van Kreeveld. Het theatertje met zijn 100 stoelen was uitverkocht en zou dat telkens blijven tot in 1971, toen Cabaret PePijn ophield te bestaan en de leden hun eigen weg gingen. Met uitzondering van Rob van Kreeveld, die tot 1979 met zijn jazzy kwartet de muziek voor de eerste one man shows bleef verzorgen. Paul van Vliet schreef voor Cabaret PePijn vier programma’s. Platen en tv-optredens volgden en na een eerste grote landelijk tournee in 1966 was Cabaret PePijn ook
    buiten Den Haag een begrip geworden. Het optreden van Paul van Vliet bij de ondertrouw van Prinses Beatrix en Prins Claus in de Ridderzaal waar hij Prins Claus een overjas aanbood zorgde voor een boost in zijn carrière. In één klap was Paul van Vliet een bekende Nederlander en zijn conference werd uitgebreid beschreven in alle Nederlandse dagbladen. Door later nog dikwijls voor de Koninklijke familie op te treden kreeg hij de bijnaam De Hofnar en Oranje Paultje. Nadat de leden van Cabaret PePijn in 1971 uit elkaar waren gegaan, bleef Theater PePijn onder beheer van Paul van Vliet bestaan. Het theater groeide uit tot een broedplaats en springplank voor jonge cabaretiers. Diverse grote namen zijn er ooit klein begonnen. Theater PePijn zegt met tweehonderd voorstellingen per jaar het drukst bespeelde vestzaktheater van Nederland te zijn. In 2001 kwam er een fusie tot stand tussen Theater PePijn en Diligentia. Beide theaters vallen nu onder één directie met Paul van Vliet als wakend oog. Om het kastekort van theater Pepijn te dekken geeft Paul van Vliet met zijn bekendste collega’s zoals Youp van ’t Hek, jaarlijks een benefiet in het Circustheater te Scheveningen. Nog tijdens de Cabaret PePijn-jaren gaf Paul van Vliet zijn eerste solovoorstelling “Een Avond aan Zee” in de grote zaal van het oude Kurhaus. Het werd zijn definitieve doorbraak naar een groot publiek. Uit het hele land stroomde het publiek toe en na de zomer kon men de kas opmaken met een bezoekerspercentage van 110%.[bron?] De absolute topper en grote trekker was Bram van de Commune, de eerste van zijn vele later bekende komische types, die al snel een nationaal figuur werd. De “Avond aan Zee met Paul van Vliet” werd een traditie, die eerst in de Kurzaal en vanaf 1975 in het Circustheater dertig zomers, tot 2004, werd voorgezet. Na de ontbinding van Cabaret PePijn begon de lange solocarrière van Paul van Vliet. Zijn shows hebben tot de huidige dag altijd behoord tot de best bezochte voorstellingen van Nederland en Vlaanderen en werden allemaal met hoge kijkcijfers (in 1977 bijna zeven miljoen) op de televisie uitgezonden. Ook Vlaanderen werd veroverd, waar hij een van de populairste Nederlandse artiesten is geworden. Hij speelde soms wekenlang in de Antwerpse Arenbergschouwburg. Zijn lied “Vlaanderen” wordt door velen beschouwd als het tweede volkslied van de Vlamingen.[bron?] In 1973 maakte hij samen met Floor Kist zijn eerste Engelstalige show “the Truth behind the Dykes”. Na een aarzelend begin werd het programma in het Amsterdamse Nieuwe De La Mar theater een zomerhit. Dit stimuleerde tot nieuwe Engelse shows in Amsterdam en een aantal buitenlandse tournees naar o.a. New York, Washington, San Francisco, Tokio, Singapore etc. In 1986 speelde hij met groot succes een week in Londen. Dit werd het slot van de buitenlandse avonturen. De Engelse shows werden veel te duur door de reis- en verblijfskosten van tien man, terwijl Paul van Vliet ook de publiciteit en productie zelf moest betalen.
    In 1976 was hij intussen verhuisd naar een oude boerderij in de polder bij Breukelen. Aanvankelijk met Liselore Gerritsen van wie hij enige jaren later scheidde en daarna met Lidewij de Jongh en haar twee kinderen. Paul en Lidewij trouwden in 1983.
    In 1992 werd Paul van Vliet door Audrey Hepburn geïnstalleerd als eerste ambassadeur van UNICEF. Hij maakte sindsdien reportages van het werk van UNICEF op vier continenten. Paul van Vliet promoot UNICEF in en buiten zijn shows en vertegenwoordigt UNICEF bij diverse officiële gelegenheden en leent zijn stem exclusief voor UNICEF-spots en UNICEF-films. UNICEF reikt elk jaar de Paul van Vliet Award uit aan een organisatie die zich inzet voor kinderen in Nederland. De prijs bestaat uit een bedrag van tienduizend euro, beschikbaar gesteld door de Efteling. In 1994 werd Paul van Vliet gevraagd als professor Henry Higgins, de hoofdrol in de Nederlandse productie van de musical My Fair Lady. De beste Higgins ooit, volgens Henk van Gelder in NRC Handelsblad. Na twee succesvolle jaren, waarin My Fair Lady steeds werd bijgeboekt, keerde hij in
    1997 terug naar zijn eigen wereld: de one man show. Hij creëerde t/m 2004 nog drie programma’s en een Tour de Chant met het Residentie Orkest o.l.v. Jurre Haanstra (1999 en 2000). In 2007 maakte hij een uitstapje naar het grote toneel met Anne-Wil Blankers in Liefdesbrieven. Vanwege grote belangstelling werd deze theaterhit twee seizoenen herhaald (2008 en 2009). In 2012 keerde Paul van Vliet terug naar Den Haag, waar hij door burgemeester Jozias van Aartsen persoonlijk werd ingeschreven. Sindsdien woont hij in het verbouwde pakhuis aan het Smidswater, waar vroeger zijn kantoor was gevestigd. Hand in hand hiermee lanceerde hij op de zondagmiddag in de Koninklijke Schouwburg een programma met een keuze uit zijn repertoire onder de titel “Zondag in Den Haag”. Voor deze voorstelling kreeg hij de hoogste waardering van het schouwburgpubliek en noteerde hij tevens zijn hoogste bezettingspercentage van de laatste 25 jaar. Een nieuwe serie, op dezelfde tijd en plek volgde; de Koninklijke Schouwburg, waarvan hij in 2015 van de directie symbolisch de sleutel kreeg ter bevestiging van zijn nieuwe “theatrale thuis”. Hij bracht een nieuwe voorstelling, Alleen op Zondag, die hij in seizoen 2017-2018 voor het laatst ten tonele bracht. [2] De voorstelling bevatte een selectie van zijn beste repertoire, aangevuld met nieuwe teksten. Op 5 februari 2017 trad hij voor de 300ste keer op in Carré. Op 27 mei 2018 stond hij officieel voor de laatste keer op de planken als cabaretier. .





    10-09-2018 om 16:32 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 10 sep 1938 karl lagerfeld

     

    10-09-2018 om 16:30 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 10 sep 1938 karl lagerfeld

    10 sep 1935 Karl Otto Lagerfeld (Hamburg, 10 september 1938]) is een Duitse modeontwerper, kunstenaar en fotograaf, die sinds 1952 voornamelijk in Parijs woont en werkt. Hij is een van de invloedrijkste couturiers aan het einde van de twintigste en in het begin van de eenentwintigste eeuw, en is ook op andere creatieve terreinen actief, met name de fotografie. Op 3 juni 2010 werd hij door de Franse president Nicolas Sarkozy benoemd tot Commandeur in het Legioen van Eer. De bijbehorende versierselen waren ontworpen door het juweliersatelier van Chanel.[2] In najaar 2010 toonde het Maison Européenne de la Photographie te Parijs een overzicht van zijn fotografische werk.[3] In voorjaar 2011 was deze tentoonstelling te zien in het Chiostro del Bramante te Rome. In 1955 begon hij voor Pierre Balmain, om in 1958 over te stappen naar Jean Patou. Een jaar later nam hij daar ontslag om freelance te gaan werken voor onder andere Valentino. In 1964 trok hij zich terug om in Italië kunst te gaan studeren. In 1967 kwam hij terug en begon te werken als design consultant voor Italiaanse modehuis Fendi. In de jaren zeventig werd hij vooral bekend door zijn werk bij modehuis Chloé, waar hij bleef tot Stella McCartney in 1997 het roer van hem overnam. Sinds 1983 is hij hoofdontwerper van het modehuis Chanel. Tussen 1984 en 1997 had hij zijn eigen modelijn Karl Lagerfeld en vanaf 1998 zijn eigen label Lagerfeld Gallery. In 2005 verkocht hij de merknaam Karl Lagerfeld en zijn twee winkels in Parijs en Monaco voor een onbekend gebleven contant bedrag aan Tommy Hilfiger.[4] Voor het Italiaanse merk Hogan (schoenen, tassen, confectie) ontwierp hij de voorjaars-/zomercollectie 2011 en de herfst/wintercollectie 2011/2012. De zomercollectie 2011 toonde hij in de door hemzelf bedachte en geregisseerde film La Lettre, over een jong stel gespeeld door Baptiste Giabiconi en Magdalena Frackowiak
    Chloë, 1975 Lagerfeld for men, 1978 Photo, 1991 Jako, 1998 Kapsule, 2008 Paper Passion, 2011 In het openbaar draagt hij altijd een zwart kostuum, een wit, hooggesloten overhemd en een donkere zonnebril. Hij is een groot liefhebber van boeken; zijn woningen in Parijs, Rome, Monaco en New York bevatten meer dan 300.000 boeken, waaronder een immense verzameling kunst- en fotografieboeken; hij heeft een eigen uitgeverij, 7L, een imprint van de Göttingense uitgeverij Steidl[5] en in Parijs een eigen fotoboekenwinkel, ook onder de naam 7L; in 2012 heeft hij een in een boek verpakt parfum op de markt gebracht, Paper Passion, ontwikkeld door Geza Schön, een Berlijnse parfumeur. Lagerfeld spreekt diverse talen, waaronder Duits, Frans, Engels en Italiaans. Sinds 1987 fotografeert hij zijn eigen reclamecampagnes. In 2000 verloor hij door een zelf ontwikkeld dieet, 3D (Designer, Doctor, Diet), 47 kg aan gewicht. In 2002 laat hij zijn Chanel-shows in Parijs, Tokio and Las Vegas muzikaal begeleiden door de Belgische electropopband Vive la Fête.[6] Op 9 april 2008 bevestigde Rockstar Games dat Lagerfeld een rol heeft in de game Grand Theft Auto IV. Hij speelt de rol van DJ Karl als presentator van een van de radiozenders in het spel genaamd "K109 The Studio". De informatie was vooraf bekendgemaakt en onderdeel van de marketingcampagne van het spel dat op 29 april 2008 uitkwam. De Nederlandse band Moke is sinds 2007 uitgedost in kleding van Karl Lagerfeld.[7] Signé Chanel: werken bij Chanel / un film de Loïc Prigent. - Amsterdam: Homescreen, 2007 - 1 dvdvideo (130 min.) Frans gesproken, Nederlands ondertiteld. Bevat: 1. Wachten op Karl; 2. De twijfels; 3. De rituelen; 4. Slapeloze nachten; 5. De show. Videoversie van de televisieserie: Frankrijk: Arte France
    etc., 2005. INHOUD: Verslag van de totstandkoming van de haute couture collectie van het modehuis Chanel. Lagerfeld confidential / prod. par Grégory Bernard; un film de Rodolphe Marconi. - Amsterdam: Homescreen, 2010. - 1 dvd-video (96 min.). Frans gesproken, Nederlands ondertiteld. - Videoversie van de film: Frankrijk: Realitism Films etc., 2006. INHOUD: Portret van de ontwerper voor het modehuis Chanel. De nieuwe kleren van de keizer: het sprookje van Hans Christian Andersen / geïll. door Karl Lagerfeld; vert. uit het Duits: Edgar Vos. - Amsterdam: Zirkoon, 1993. - 52 p. Vert. van: Des Kaisers neue Kleider. - Münster: Coppenrath, 1992. ISBN 90-6177-601-5 geb. in foedraal. Prentenboek met gekleurde illustraties en goud, gemaakt door twee modeontwerpers. Het 3D dieet / Karl Lagerfeld, Jean-Claude Houdret; Ingrid Sischy interviewt Karl Lagerfeld; vert. uit het Duits door Wiet de Klerk; foto's: Karl Lagerfeld. - Amsterdam: Byblos, 2004. - 222 p. ISBN 90-5847090-3. Vert. van: Die 3-D-Diät. - Göttingen: Steidl, 2002. INHOUD: Beschrijving van de medische en sociale kanten van obesitas en het 3D dieet, met recepten. Work in Progress / Karl Lagerfeld; eds. and bookdesign Eric Pfrunder, Gerhard Steidl; text Jean-Luc Monterosso, Elisabeth Quin, Anne Cartier-Bresson. - Göttingen: Steidl, 2011. - 192 p. ISBN 978-386930-261-4. - Oorspr. uitg. o.d.t.: Parcours de travail, 2010. Catalogus van de fotooverzichtstentoonstelling in het Maison Européenne de la Photographie, Parijs, 15/09/2010 - 31/10/2010.





    10-09-2018 om 16:29 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 10 sep 1945 jose feliciano

     

    10-09-2018 om 16:28 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 10 sep 1945 jose feliciano

    10 sep 1945 José Feliciano (Lares, 10 september 1945) is een Puerto Ricaanse zanger. Door zijn aangeboren glaucoom is hij vanaf zijn geboorte blind. Desondanks heeft hij vele internationale hits gehad, waarvan Feliz Navidad een van de bekendste is. Feliciano was vanaf zijn derde jaar al met muziek bezig. Toen hij vijf was, verhuisde zijn familie naar Harlem (New York). Hij bespeelde verschillende instrumenten, waaronder de accordeon, maar hij wilde graag gitaar leren spelen. Daarom sloot hij zich soms 14 uur per dag op in zijn kamer om naar rockalbums uit de jaren vijftig te luisteren. Op zijn zeventiende stopte Feliciano met school om in nachtclubs te spelen. Dit was om zijn familie te onderhouden. In hetzelfde jaar sleepte hij in Detroit zijn eerste professionele contract binnen. In 1967 schreef Feliciano het nummer No Dogs Allowed naar aanleiding van de weigering zijn blindengeleidehond toe te laten tot Groot-Brittannië, waar hij een optreden zou geven. De strenge quarantaine-maatregelen van die tijd waren ingesteld uit angst voor hondsdolheid. De liveversie van het lied werd in 1970 een hit. In 1971 scoorde hij zijn grootste hit: Che sarà stond één week op de eerste plaats in de Daverende Dertig. Tijdens datzelfde verblijf in de zomer van 1967 in Engeland gaf hij ook een liveoptreden aan boord van het zendschip de "Laissez Faire". Op 17 april 2014 verscheen het bericht in de media dat Feliciano zou zijn omgekomen bij een autoongeluk. Maar het bleek te gaan om salsazanger en -componist Jose Luis 'Cheo' Feliciano. Hij komt ook uit Puerto Rico, maar is tien jaar ouder dan José





    10-09-2018 om 16:27 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WAT WEET JE OVER EIEREN

     

    09-09-2018 om 12:50 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WAT WEET JE OVER EIEREN

    Een ei is een voedingsmiddel, dat vanouds veel door mensen (en door andere dieren) wordt gegeten. Alle vogeleieren zijn eetbaar voor de mens, ook de schaal. De schaal is een goede bron van calcium. Vogels waarvan de eieren gegeten worden zijn voornamelijk de kip, maar ook gans, eend en kwartel. Een ei van een struisvogelkan tot 2 kilogram wegen. Het kleinste ei is dat van de kolibrie en weegt 0,5 gram. Ook kaviaar bestaat uit eieren, deze kunnen van de steur of van slakken komen. Een enkele keer worden ook eieren van reptielen gegeten. Een gemiddeld ei van een kip weegt rond de 66 gram. Het zwaarste Nederlandse kippenei woog 215 gram.[1] In Nederland werden in 2002 gemiddeld 184 kippeneieren per persoon gegeten. In pure vorm, maar ook door de verwerking ervan in koek, gebak, pasta en beschuit. Eidooiers zijn een emulgator en vormen met wat olie en azijn een emulsie: mayonaise. Veel mensen verkiezen het vrije-uitloopei van een kip die wat meer leefruimte heeft boven het ei van een kip die nooit buiten komt. Legbatterijen voor de productie van kippeneieren zijn sinds 2012 in de Europese Unie verboden. Bijna de helft van de totale eierimport naar Europa is afkomstig uit de Oekraïne, waar Avangardco met meer dan achttien miljoen legkippen de op een na grootste eierproducent ter wereld is. In 2016 werd in de eerste vijf maanden 3.389 ton aan eieren en eiproducten geïmporteerd vanuit Oekraïne naar Europa.[2] Een kippenei is 2 à 3 weken houdbaar, gekoeld langer. De inhoud van een ei wordt struif genoemd. Bij de verkoop worden eieren als volgt geclassificeerd: S - ei van minder dan 53 gram M - ei van 53 - 63 gram L  - ei van 63 - 73 gram XL - ei van 73 gram of meer DD - ei met twee dooiers (dubbeldooier) Jonge kippen leggen de kleinste eieren. De kleur van de schaal hangt samen met het ras van de kip. Kippen met witte oorlellen leggen over het algemeen witte eieren, kippen met roze oorlellen bruine. Op grond van Europese regelgeving moet in de handel op elk ei een stempel staan met de eicode, bestaande uit 7 of meer cijfers en letters: Het eerste cijfer staat voor het leefsysteem van de kip (0=biologisch, 1 = vrije uitloop; 2 = scharrel en 3 = kooi); Twee letters voor het herkomstland (bijvoorbeeld NL, BE of DE) Vijf cijfers met het registratienummer van het legpluimveebedrijf Eventuele extra cijfers die het stalnummer aanduiden De schaal vormt de buitenkant van het ei. De schaal van het ei is ongeveer 0,3 mm dik. De schaal is poreus, zodat lucht kan worden uitgewisseld. Aan de binnenzijde van de schaal zitten twee water- en luchtdichte vliezen, waarin zich zowel het eiwit als de dooierbevinden. De dooier is gevat in het dooiervlies. Om te zorgen dat de dooier op zijn plaats blijft zitten zijn er twee hagelsnoeren. Op de dooier zelf ligt de kiemschijf. Het ei heeft ook een klein met lucht gevulde gedeelte: de luchtkamer. Bij een ouder ei is de luchtkamer groter. Dit komt waarschijnlijk doordat het water uit het eiwit langzamerhand verdampt. Een methode om na te gaan of een ei nog eetbaar is, is door het in een pan water te leggen. Een vers ei zakt naar de bodem, een ouder ei blijft drijven. Voor 60% bestaat het ei uit het eiwit met als hoofdbestanddeel ovalbumine, 30% is dooier en 10% eischaal. De dooier bestaat uit één cel. Met een doorsnede van 3 tot 4 cm is het de grootst bekende cel. De kleur van de dooier kan variëren tussen lichtgeel en donkeroranje. De kleur van de dooier wordt
    veroorzaakt door xantofyl en hangt af van de voeding van de kip. In maïs en gras zit bijvoorbeeld veel xantofyl. Als een kip voornamelijk graan eet, blijft de dooier licht. De voedingswaarde van een ei bedraagt 80 kcal (334 kJoule), geleverd door 7,3 g eiwit, 5,8 g vet en 0 g koolhydraten. Verder bevat het ei een aantal mineralen, zoals fosfor, kalium, natrium, calcium en ijzer. Ook bevatten eieren de vitamines A, B1, B2, B6, biotine, B12, D en E. Het eiwit in rauwe eieren heeft een biologische beschikbaarheid van 51%, koken verhoogt dit percentage tot circa 91%, wat betekent dat het eiwit van gekookte eieren tweemaal zo goed wordt opgenomen als dat van rauwe eieren.[3] De eidooier bevat cholesterol. Omdat de aanname was dat het eten van veel cholesterol kon leiden tot hart- en vaatziekten werd vanuit de gezondheidszorg matiging van eierconsumptie geadviseerd. Later werd ontdekt dat een te hoog cholesterolgehalte niet alleen veroorzaakt wordt door de voeding, maar vooral door erfelijke aanleg. Bovendien gaat het meer omhoog door het eten van te veel (verzadigde) vetten dan door het eten van cholesterol, dat maar in betrekkelijk geringe mate door het lichaam wordt opgenomen. In rauwe eieren komen ook avidine (een glycoproteïne) en antitrypsine voor. Avidine bindt zich aan biotine en maakt dit vitamine niet meer beschikbaar voor het lichaam, waardoor bij langdurig gebruik van rauwe eieren een biotinedeficiëntie kan ontstaan. Antitrypsine werkt het verteringsenzym trypsine tegen. Het koken of bakken van eieren maakt deze eiwitten (avidine en antitrypsine) onwerkzaam. Kippeneiwit bestaat uit 90% watermoleculen en voor 10% uit eiwitmoleculen (proteïnen). Bij verwarming rollen de tot dan toe in elkaar gedraaide eiwitten zich uit tot lange draden, deze vormen een netwerk dat stolt. Hierin wordt het water gevangen. Eiwit heeft een stoltraject van 63-69 graden Celsius (°C), eigeel heeft een stoltraject van 65-70° C. Hierdoor is het mogelijk om in een sous-vide een 'omgekeerd' ei te maken, met zacht eiwit en stijf eige De schaal van het ei is poreus en op den duur kunnen bacteriën deze doordringen waardoor het ei bederft. Door het ei te bewaren in waterglas kan het een half jaar lang goed blijven. De eieren moeten schoon en zonder scheurtjes zijn. Overigens kan het schoonmaken van eieren leiden tot een sneller bederf doordat de beschermende laag op de buitenkant weggewassen wordt. Deze beschermende laag is de zogenoemde 'cuticula'. Het beschermt het ei tegen uitdroging en ook tegen bacteriën die door de schaal heen zouden kunnen dringen.
    Enkele bijzondere kooktechnieken die voor eieren gebruikt worden zijn: Het splitsen van het ei in het dooier en eiwit. Eiwit stijf kloppen. Eieren kunnen, in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, wel degelijk in hun eischaal in een magnetron gekookt worden. Te snelle verwarming van de lucht in het ei kan echter leiden tot het exploderen van het ei. Lucht zet bij verwarming zeer snel uit. Met een speciaal houdertje kan een ei veilig in een magnetron bereid worde Soms verschijnt er, wanneer een ei te lang is gekookt, een groenige ring rondom de eierdooier. Dit is een manifestatie van de ijzer- en zwavelhoudende bestanddelen in het ei. Het kan ook optreden als er een overmaat van ijzer in het kookwater aanwezig is. De groene ring heeft geen invloed op de smaak, maar te lang koken vermindert wel de kwaliteit van het eiwit. Het koelen van een gekookt ei in koud water tot het ei volledig is afgekoeld verhindert de vorming van de groenige ring aan het oppervlak van de eierdooier. Consumptie van gekookte eieren vergroot het risico op atherosclerose, door een versterkte oxidatie van het cholesterol in de eierdooier[4]
    Studies wijzen uit dat er conflicterende resultaten bestaan als het gaat om de mogelijke link tussen eierconsumptie en type twee diabetes. Een studie in 1999, waarbij ruim 117.000 mensen door de Harvard School of Public Health werden onderzocht, concludeerden dat "het schijnbaar verhoogde risico op CHD geassocieerd met een hogere eierconsumptie bij diabetici uitnodigt tot verder onderzoek." Een studie in 2008 door de Physicians' Health Study I (1982-2007) en de Women's Health Study (1992-2007) werd uitgevoerd, wees uit dat "de data suggereert dat een dagelijkse eierconsumptie het risico op diabetes type 2 verhoogt".[5] In 2010 echter, volgde er een gepubliceerde studie waaruit geen enkele link tussen eierconsumptie en diabetes type 2 te vinden was. [6] Twee meta-analyse die beiden werden uitgevoerd in 2013, concludeerden echter dat het eten van vier eieren per week, wel degelijk kon leiden tot een 29% hogere kans tot het oplopen van diabetes type 2.[7] [8]
    Eieren kunnen besmet zijn met de salmonella-bacterie, maar dit komt slechts incidenteel voor[9] Eieren kunnen zowel binnen als buiten de schaal de Salmonella bacterie meedragen. Binnen de schaal bevindt de Salmonella bacterie zich vooral in het eigeel. Het gaat dan meestal om een specifieke stam Salmonella enteritidis, die in staat is om te overleven in de eierstokken (ovaria) of eileiders (oviducten) van de kip en zich in het eigeel kan vestigen voordat het ei wordt gevormd. Aan de buitenzijde kunnen eieren besmet zijn met Salmonella doordat eieren het lichaam van de kip verlaten via dezelfde weg als de ontlasting. Ondanks dat procentueel maar weinig eieren met Salmonella besmet zijn, is er een relatief groot risico op besmetting bij eiermengsels, zoals bavarois en tiramisu. Hierbij is slechts één besmet ei al genoeg om het gehele mengsel te besmetten. Eiermengsels zoals bavarois worden niet verhit en blijven vaak nog enige tijd staan voor opdiening, waardoor de bacterie zich kan vermenigvuldigen en besmetting een groot risico is. Eieren die al geruime tijd gebarsten zijn, hebben eveneens een relatief groot risico op Salmonellabesmetting, omdat eventueel op de schaal aanwezige bacteriën naar binnen kunnen en zich in het ei kunnen vermenigvuldigen. Verder wordt aangeraden om bij het bakken van het ei het eigeel (de dooier) mee te bakken. Als het eigeel niet voldoende is gebakken, is de kans dat daar de Salmonella bacterie in overleeft erg groot. Ei, of een deel van een ei, wordt in veel producten verwerkt en kan in de ingrediëntenlijst onder verschillende namen vernoemd worden: Albumine Avidine Conalbumine Eigeel Eipoeder Eiwit Fosfatidylserine Fosfolipiden Globuline Lectine Lipovitellin Livetine Lysozyme Ovalbumine Ovoglobuline Ovomucine Ovomucoid
    Ovosucrol Ovotransfarine Phosvitine Er zijn diverse producten die de smaak, de functie en de voedingswaarde van eieren kunnen vervangen. De smaak van ei kan nagemaakt worden door de specerij Kala Namak, dat ook wel zwart zout wordt genoemd, omdat Kala Namak net als ei naar zwavel ruikt. De bindende functie van ei in gerechten kan vervangen worden door tofoe, vruchten met een hoog pectinegehalte zoals bananen, lijnzaad, agaragar, bakpoeder of baking soda, egg-replacer en sojaproducten. Bij sojaproducten is de volgende verhouding aan te houden: 1 ei = 50 gr tofoe 1 ei = 60 ml sojayoghurt naturel 1 ei = 50 ml sojaroom 1 ei = 80 ml sojamelk Sojaproducten hebben dezelfde emulgerende functie als ei en kunnen daarom gebruikt worden bij het maken van mayonais Het ei van Columbus. Een eenvoudige oplossing van een schijnbaar moeilijk probleem. Volgens een bekende anekdote werd tijdens een gastmaal bij kardinaal Mendoza (1503) tegen Columbus gezegd dat ook iemand anders Amerika had kunnen ontdekken als hij het niet had gedaan. Columbus vroeg daarop alle aanwezigen of ze hun ei rechtop konden laten staan. Niemand lukte het. De eieren vielen steeds om. Columbus pakte toen zijn (hardgekookte) ei en maakte één kant plat door het op tafel te tikken. Het ei bleef nu rechtop staan. Hij zei "dat iedereen wel iets kan ontdekken, maar dat het erom gaat wie het het eerste doet." Omdat Columbus echter nooit geweten heeft dat hij Amerika heeft ontdekt, wordt dit verhaal ook wel toegeschreven aan andere personen, onder wie aan Filippo Brunelleschi, de bouwer van de koepel van de Dom van Florence. Dat is een (zacht) eitje. Het is weinig en gemakkelijk werk. Eieren voor zijn geld kiezen. Noodgedwongen genoegen nemen met iets minder. Beter een half ei dan een lege dop. Liever weinig, dan helemaal niets. Iets verkopen voor een appel en een ei. Erg weinig geld vragen. Op eieren lopen. Zeer voorzichtig handelen. Het is koek en ei tussen hen. Ze zijn zeer bevriend, het zit wel goed tussen hen. Wat was eerder, de kip of het ei? Een filosofisch vraagstuk. Ik ben mijn ei kwijt. Ik weet niet meer waar ik mee bezig was. Zijn ei kwijt kunnen. De gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken. Dat is het hele eieren eten. Na een uitleg; zo zit het dus in elkaar (eieren eten is hier als voorbeeld van een probleem gebruikt). Hij heeft zijn ei gelegd. Hij heeft zijn plan verwezenlijkt. Hij is een ei. Hij is een doetje (durft niks). Appeltje eitje Het is eenvoudig te doen. Dat heeft hem geen windeieren gelegd. Hij heeft er groot voordeel van. Wie 's avonds een kip doodt heeft 's morgens geen ei op brood. Niet nadenken over je daden.[10]
    Naast eieren van gevogelte worden ook wel eieren van vissen gegeten. Deze worden anders aangeduid. Zo worden de eieren van de steur "kaviaar" genoemd. Eieren van vis in het algemeen worden "kuit" genoemd, tenzij de eieren weer relatief groot zijn zoals haaien- en roggeneieren, maar deze worden doorgaans niet door mensen gegeten. Slakkeneieren worden echter als delicatesse geserveerd (perles d'escargot, of escargotkaviaar). Daarnaast zijn er nog de eieren van reptielen, die ook slechts sporadisch als menselijk voedsel dienen. Scharrelpluimveehouderij Ei (dier) Eicode Spiegelei Eierbal Eierprikker Kip (vogel) Russisch ei





    09-09-2018 om 12:48 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 09 sep 1901 toulouse loutrec

     

    09-09-2018 om 12:47 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 09 sep 1901 toulouse loutrec

    09 sep 1901 Henri Marie Raymond graaf de Toulouse-Lautrec-Monfa (Albi, 24 november 1864 - kasteel Malromé (Gironde), 9 september 1901) was een Franse kunstschilder, graficus en lithograaf. Henri de Toulouse-Lautrec is de afficheontwerper, schilder en chroniqueur van zijn tijd, de "Belle Epoque". Hij is ook de decadente aristocraat die er genoegen in schept de vunzigheid, politieke wanorde, hypocrisie en eenzaamheid van zijn tijd uit te beelden. Hij schetst de verschoppelingen uit zijn maatschappij, in hun intiemste momenten. Hij is ook de kapotte mens die zelf deel uitmaakt van de zwarte nacht van Parijs en de kunstenaar vooral die kijkt en weergeeft, zonder te moraliseren en zonder pretentieus commentaar Toulouse-Lautrec-Monfa werd geboren op het landgoed van zijn adellijke familie te Albi (departement Tarn). Zijn vader graaf Alphonse-Charles heeft de inborst van een middeleeuws legerleider, die zich moet schikken in een tijd waarin voor ridderdaden geen ruimte meer is. Een heerszuchtig, eigenzinnig edelman met drie grote liefhebberijen: de jacht, paarden en lekker eten. De adellijke titels van de Toulouse-Lautrecs dateren van omstreeks 750, de tijd van Karel de Grote. De voornaam Henri is bedoeld als eerbetoon aan de Franse troonpretendent, de zogenaamde koning Henri V, graaf van Chambord. Henri's moeder, Adèle-Marquette Tapié de Céleyran, is een nicht van haar man. Haar stamhuis dateert uit de 12e eeuw. Zij schenkt haar man een indrukwekkende bruidsschat. In de 19e eeuw trouwde de Franse adel vaak binnen de familie, om verdeling van erfgoed tegen te gaan. Na Henri kregen zijn ouders nog een zoon, die na een jaar stierf. Alle voorwaarden om op te groeien tot een vermogende, mondaine Franse aristocraat lijken verzameld, ware het niet dat Henri fysiek niet normaal is. Zijn beendergestel is broos door pyknodysostose. Zijn mismaaktheid is het gevolg van inteelt, veroorzaakt door onderlinge huwelijken binnen zijn familie. Nog voor Henri's geboorte hadden zijn ouders de opvoedingstaken verdeeld. De eerste jaren zou de kleine Henri naar traditie toebedeeld worden aan zijn moeder, waarna zijn vader de opvoeding zou voortzetten. In de praktijk zou het anders lopen. De graaf schaamde zich voor zijn mismaakte, dwergachtige zoon en weigerde zich met hem te vertonen. Bovendien liet hij zich van Adèle scheiden toen Henri nog geen vier jaar oud was.
    In 1872, na de Frans-Pruisische oorlog, vestigde de moeder van de toen achtjarige Henri zich te Parijs en schreef ze hem in aan het Lycée Fontanes. Hij won veel prijzen en behoorde tot de beste leerlingen. Hij schetste ruiters, paarden, ridders en koetsen in de marge van zijn taalschriften. Een klasgenoot, Maurice Joyant, werd later zijn beste vriend. In die tijd werd hij vanwege zijn kleine gestalte 'P'tit bonhomme' genoemd. Omwille van zijn zwakke gezondheid werd hij van school gehaald toen hij tien jaar was. Terug in Albi studeerde hij thuis, maar het ging niet van harte. In 1878, op dertienjarige leeftijd, kreeg hij een ongeluk waarover de lezingen uiteenlopen. Hij brak zijn linkerdijbeen, het bot heelde slecht en hij begon te hinken. Het jaar erop brak hij zijn rechterdijbeen. Beide ongelukken hadden tot gevolg dat de groei van zijn benen stopte terwijl zijn bovenlichaam doorgroeide. Het resultaat was dat Henri, die op zijn dertiende bijna anderhalve meter groot was, als volwassene amper enkele centimeters groter was. Er bestaat weinig twijfel over dat Toulouse-Lautrec leed aan pyknodysostose, een kwaal die dwerggroei tot gevolg heeft en in twintig procent van de gevallen door incest of inteelt veroorzaakt wordt. Hij was een typisch voorbeeld van deze ziekte: kleiner dan anderhalve meter met een normaal volgroeide romp en hoofd, maar met te korte armen en benen, brede neusvleugels, een ingevallen kin, felrode en getuite lippen en een veel te grote tong, waardoor de persoon onophoudelijk lispelt en kwijlt. Bijziendheid had tot gevolg dat Toulouse-Lautrec een pince-nez moest dragen. Het feit dat ter hoogte
    van het voorhoofd de fontanel niet helemaal dichtgegroeid was, noodzaakte hem ertoe in alle omstandigheden, binnen en buiten, goed of slecht weer, een hoed te dragen.
    Hij kreeg zo'n hekel aan lopen, dat hij het liefst in een koets reed. Zijn waarnemingsvermogen groeide uit tot een journalistieke scherpte, die uitmondde in zijn uitdrukkingskracht. Niettegenstaande zijn broos beendergestel waren zijn geesteskracht, zijn intellect en zijn energie uitzonderlijk, evenals zijn schilder- en tekenbegaafdheid.
    In 1882, op zijn zeventiende verjaardag, kreeg Toulouse-Lautrec toestemming van zijn ouders om het tekenen en schilderen serieus te gaan beoefenen. Zijn eerste leraar was de onbesuisde schilder René Princeteau, een vriend van Toulouse-Lautrecs vader, gespecialiseerd in het tekenen en schilderen van paarden. Onder zijn invloed werd Toulouse-Lautrec geboeid door de schilderachtige paardenrennen rondom Parijs zoals Auteuil en Longchamps. Al gauw besloor Princeteau dat hij Toulouse-Lautrec niets meer kon bijbrengen en gaf hij zijn ouders de raad hem naar Léon Bonnat(1834-1922) te sturen. Deze was een plaatselijke beroemdheid, maar een volstrekt academisch schilder. Hij vond Toulouse-Lautrecs manier van schilderen niet slecht, doch zijn tekenkunsten ronduit verschrikkelijk. Toen Bonnat zijn atelier sloot vormde Toulouse-Lautrec samen met andere oud-leerlingen van Bonnat een groep kunstenaars onder leiding van Frédéric Cormon (1845-1924). Met deze laatste mocht hij meewerken aan de illustraties voor de derde reeks van Victor Hugo's poëtisch epos 'La Légende des siècles', uitgegeven in 1883. Daar leerde hij de schilder Emile Bernard (1868-1941) kennen, die hem wees op de kunst van Paul Cézanne (1839-1906), Edgar Degas (1834-1917), Édouard Manet (18321883) en Auguste Renoir(1841-1919), alsook op deze van de Spaanse schilders Francisco Goya en Diego Velázquez.
    In 1884 verhuisde Toulouse-Lautrec naar een studio in Montmartre, die de volgende dertien jaar zijn thuisbasis vormde. Hij bezocht Le Chat Noir, het cabaret dat eind 1881 gesticht werd door de schilder Rodolphe Salis op de plaats van zijn atelier en vernoemd werd naar de vertelling De Zwarte Kat, van Edgar Allan Poe. Salis werd in plaats van een slecht schilder een vermaarde cabaretier. Onder zijn gasten waren Victor Hugo (1802-1885), Émile Zola (1840-1902), Alphonse Daudet (1840-1897) en anderen. Zijn gelijknamige weekblad steeg in belang uit boven zijn cabaret, omdat er het leven en streven van Montmartre, zijn landschappen, zijn misdadigers en zijn prostituees in beschreven werden. 'Le Chat Noir' vormde de neerslag van het Parijs van de laatste twintig jaar van de 19e eeuw, een stad die gonsde van klinkende namen, een reusachtige magneet waarnaar zich de krachten van heel Europa richten. Parijs is de bakermat van alle mogelijke geestelijke stromingen.
    In het nachtelijk leven van deze stad vond Toulouse-Lautrec de vrijheid om te schilderen wat hem boeide: het leven zelf, de mensen die hem interesseren in een omgeving die hij kent. Hij schilderde in milieus die pas opbloeien bij kunstlicht. Dit was volledig in tegenstelling tot de toen geldende principes van het impressionisme, waarin de effecten van het licht in het landschap gezocht worden. Voor die tijd was zijn werk ongewoon en gewaagd en de verguizing niet gering. Vooral in 'Le Chat Noir' en ook in de 'Boule Noir' vond hij de mensentypes die hem boeiden. Hij observeerde de welgestelde heren met een bloem in het knoopsgat, lakschoenen met slobkousen, lichte handschoenen en een wandelstok met gouden knop, de beursspeculanten in rok, de opgeblazen officieren, de adel van West- en Oost-Europa die het frivole leven in de Lichtstad boven hun eigen
    hoofdstad verkoos, de krijtwitte dames van lichte zeden, de maîtresses met hun zwaar aangezette ogen en lippen, de hoertjes met hun uitgebluste gezichten, pronkend in smakeloze, opvallende kleding en de kunstenaars en kunstenmakers met hun zwierige zwarte dassen en breedgerande zwarte hoeden. Kunst en dagelijks leven leken moeiteloos in elkaar over te vloeien. Door zijn kennismaking met Louis Anquetin (1861-1932) werd Toulouse-Lautrec geïntroduceerd in de kring van briljante gasten van 'Le Mirliton', het café-cabaret dat de componist en zanger Aristide Bruant in Montmartre opende in het oude lokaal van 'Le Chat Noir'. Vincent van Gogh kwam in het voorjaar van 1886 naar Parijs en werd bevriend met Toulouse-Lautrec. Beiden hadden hun intense liefde voor het leven en hun frustraties gemeen. Toulouse-Lautrec wist zich met zijn bijtende humor en ironische verachting voor het lot staande te houden, terwijl Van Gogh zwaarmoedig op de tragedie van het leven broedde. In 1887 tekende Toulouse-Lautrec Vincents portret: een expressieve pastel van een man, die drie jaar later de dood zocht.
    Toulouse-Lautrec tekent en schilderde de bonte wereld van artiesten en hun publiek. Hij voelde zich thuis in 'Le Cirque Fernando', ook de geliefde verblijfplaats van Edgar Degas, Auguste Renoir en Georges Seurat (1859-1891). Andere favoriete verblijfplaatsen van de schilder waren het circus en later danszaal 'Folies-Bergères', de danszaal 'Moulin de la Galette' alsook de music-hall 'Moulin-Rouge'. Hij leerde het lelijke maar fascinerende ex-verkoopstertje Yvette Guilbert kennen, de vrouwelijke clown 'Cha-U-Kao', de Spaanse danseres 'La Macarona', de danseres 'Môme Fromage', het blonde meisje van plezier 'La Goulue' en de slangenmens 'Valentin le Désossé' die er de dansen leidde.
    De eerste schilderstijl van Toulouse-Lautrec was afgeleid van de impressionisten. In het bijzonder het decoratieve oppervlakte-effect van Pissarro, gecreëerd door zijn penseelwerk van parallelle lijnen en toetsen, benutte hij. Deze manier van schilderen, gebruikelijk in de jaren 1885 tot 1890 werd later vervangen door een vrijere, meer open techniek met vloeiende, grafisch omlijnde eenvormige kleurvlakken. Toulouse-Lautrec wijzigde veelvuldig zijn penseelstreek: stippen, korte lijnen en zigzagstrepen, dit om een decoratief equivalent te creëren voor diverse oppervlaktestructuren, zoals Van Gogh deed in zijn pentekeningen, maar minder naturalistisch. Toulouse-Lautrec is eveneens beïnvloed door de technieken, stijlen en onderwerpen van Degas, een nabije buur van 1887 tot 1891. De schilder Degas, die Toulouse-Lautrec eerst aanmoedigde maar hem later verguisde, schilderde zijn danseresjes om de vorm. Toulouse-Lautrec daarentegen voegde het eigene van zo'n danseresje aan de vorm toe en legde er mensenkennis in. Als hij het danseresje neerzette, zag hij ook haar kleine vreugden, haar vermoeidheid en het karige loon. Aldus is de kunst van Toulouse-Lautrec meer onmiddellijk toegankelijk dan de intellectuele stijl van Degas. Net zoals Degas experimenteerde Toulouse-Lautrec met terpentijnschilderen, ook 'peinture à l'essence' geheten. De methode van Degas bestaat erin dat op vloeipapier de olie uit de verf gezogen wordt. Vervolgens wordt de kalkachtige verf verdund met terpentijn en op de ondergrond van de schilderijen aangebracht zoals een waterverf. Omdat de terpentijn vlug verdampt, droogt de verf vlug, zodat het geschilderde oppervlak snel opnieuw bewerkt en zonder veel oponthoud opgebouwd kan worden. In tegenstelling tot de verf die in dunne lagen en glazig wordt aangebracht leidt deze techniek tot matte kleuren met een kalkachtig oppervlak dat slechts dun en weinig gekleurd is. Zoals Degas verkoos Toulouse-Lautrec sombere, doffe grondkleuren in plaats van zuivere heldere tinten. Deze kleuren zijn geschikt voor de nachtelijke binnenverlichting die hij, net zoals Degas, zo vaak uitbeeldde. Toulouse-Lautrec experimenteerde ook met het dofmakend effect van niet geprimeerd doek en met het gebruik van ongewone ondergronden zoals bruin karton.
    Meer nog dan een neo-impressionist was Toulouse-Lautrec een voorafspiegeling van het expressionisme en de Art Nouveau, jugendstil van de 20e eeuw. De veelal verticale, dunne verfstrookjes tekenen dramatische figuren - tragische of tragikomische – af tegen de drager. ToulouseLautrec tekent meer dan hij veegt met zijn penseel, veeleer dan de toets brengt de lijn vibratie en leven in zijn schilderijen. Naarmate hij heviger ging leven, onder andere in Montmartre, nam het belang van de expressie toe en werd de impressie daaraan ondergeschikt gemaakt. Het bruine, ruwe en gespikkelde van een drager als karton betrok hij efficiënt bij zijn compositie. Met een minimum aan strepen bereikte hij een maximaal dramatisch effect, zoals in 'Seule', een vrouw die gekleed neergevallen is op een bed. De moderniteit van dit werk en de techniek behoren nog nauwelijks bij de 19e eeuw. In 'La femme au boa noir' zit de voorafschaduwing van Egon Schiele die decennia later actief werd. Mede door zijn gestalte keek Toulouse-Lautrec veelal van beneden naar zijn onderwerpen op, waardoor de lichtinval en de focus heel persoonlijk zijn, zoals kan bemerkt worden bij de geaccentueerde neusgaten en de invalshoek op het gelaat van de vrouw. Kleur- en lichtgebruik en compositie vertonen een trefzekerheid die men pas veel later bij onder meer Ernst Ludwig Kirchner, Edvard Munch en Léon Spilliaert terugvindt. Dit œuvre beweegt zich voort tussen Manet en het toekomstige expressionisme. De tekeningen van Toulouse-Lautrec vatten de essentiële kenmerken van zijn onderwerpen samen en voegen er zoveel details bij als nodig zijn om de belangrijke elementen van de persoonlijkheid of de omgeving te vatten. Kleding en fysionomie worden louter met specifieke trekjes en haaltjes aangeduid. Dit vermogen tot karikatuur is een belangrijk element van zijn stijl en was ook nodig voor zijn lithografisch werk. De Parijse burgerij was al meedogenloos neergezet door de spotter Honoré Daumier (1808-1879). Toulouse-Lautrec schilderde en lithografeerde dezelfde burgerij, maar zonder Daumiers bittere hoon. Zijn grepen uit het dagelijks leven van de Parijzenaars waren journalistiek-objectief. Toulouse-Lautrec, edelman van den bloede, verachtte de voordelen van de aristocratische kaste. Voor hem was aristocratie geen zaak van geboorte of geld maar kwestie van persoonlijkheid. De karikaturist in hem sliep nooit. Hij stortte zichzelf op het monsterachtige, het belachelijke. In de affiches die hij in 1890 begon te maken, waren visuele eenvoud en directe impact noodzakelijk, zowel voor de techniek als voor de commerciële functie van de afbeelding. Zijn experimenten met kleurenlithografie maakten dit een van de belangrijkste kunstvormen van de 19e eeuw. ToulouseLautrec heeft de lithografie veredeld als kunstvorm en technisch verbeterd. Tot vijf stenen waren er nodig om zijn kleurenlitho's te drukken. Dit waren niet louter affiches, maar eerder zelfstandige kunstwerken, waarin niet alleen de rosse buurt maar ook andere onderwerpen aan bod kwamen zoals de wielrennerij, de automobielsport, het theater, boeken en tijdschriften.
    Met zijn affiche 'La Goulue' voor de 'Moulin-Rouge' in 1891 oogstte hij een zodanig groot succes dat zijn naam als afficheontwerper gemaakt was. Toulouse-Lautrec had zowel technisch, intellectueel als emotioneel een andere aanpak dan andere kunstenaars uit zijn tijd. De gevoeligheid, verkregen door precisie in kleurgebruik en lijnvorming, behoudt de capaciteit om esthetisch te ontroeren en sociale bewogenheid op te wekken Toulouse-Lautrec kon zijn ware gevoelens voor een vrouw verbergen. Wat hij voor zijn vriendinnen voelde, was een mengsel van joviale kameraadschap en ingehouden begeerte. Hij trouwde nooit, scheidde liefde en seks en had ontelbare verhoudingen, maar meestal van korte duur. In 1883 werd
    Marie Charlet zijn eerste maîtresse. In 1889 verliet hij het model Suzanne Valadon, nadat ze een zelfmoordpoging deed. Hij had affaires met prostituees, met Jane Avril en met de achttienjarige Schotse zangeres Cissy Loftus. Zoals vele schrijvers voelde Toulouse-Lautrec zich aangetrokken tot de wereld van de prostitutie. Regelmatig nam hij voor enige tijd zijn intrek in een bordeel. De meisjes van plezier aanvaardden de schilder en duldden hem als één hunner. Ze noemden hem Mijnheer Henri de schilder. Hij, van zijn kant, waardeerde hun kinderlijkheid, de spontaniteit en de vrijmoedigheid. In zijn schilderijen tastte hij verder dan het schilderachtige van het bordeelsalon. Hij gaf een waarheidsgetrouw beeld van deze dochters van de armen, die zich aanboden aan de zonen van de welgestelden. Hij schilderde de meisjes, terwijl ze zich wasten, kleedden, ontbeten, in het salon op klanten wachtten, zich in de spiegel bekeken en elkaar liefkoosden, in hun armzalige jacht op een beetje tederheid te midden van de betaalde liefde. Toulouse-Lautrec werkte dikwijls 's nachts tot in de vroege ochtenduren, waarna hij rustig een drukkerij binnenstapte en aan een litho begon. Zijn chronisch gebrek aan nachtrust ging gepaard met alcoholmisbruik. Bovendien leed hij aan syfilis. Eind 1898 was hij een wrak. Hij was opgewonden en prikkelbaar. Zijn gezicht was bleek en pafferig. Zijn handen beefden onophoudelijk. Zijn zinnen leken zo verward dat men vreesde dat hij krankzinnig werd. Zijn verpleger, Floury, die ervoor moest zorgen dat hij nuchter bleef, dronk tegen hem op. In maart 1899 kreeg hij een aanval van delirium tremens. Op medisch advies gaf zijn moeder toestemming om hem te laten opnemen in de inrichting van dr. Semelaigne bij Neuilly. Na een mislukte poging om hem krankzinnig te laten verklaren schreven de artsen hem een ontwenningskuur voor. Op 20 mei mocht hij de kliniek verlaten. Na twee maanden dronk hij opnieuw. Steeds verschalkte hij de bewaker, die door zijn moeder was aangesteld om hem dag en nacht in de gaten te houden. Wat later verliet hij Parijs en vestigde zich te Le Havre, waar een Engels barmeisje Dolly hem inspireerde en opnieuw een werkwoede in hem aanwakkerde. In 1900 vertoonde Toulouse-Lautrec opnieuw tekenen van een dreigende instorting. In 1901 keerde hij naar Parijs terug, stelde orde op zaken, rangschikte zijn doeken en schetsen in zijn atelier en zette signaturen en monogrammen.
    In augustus van hetzelfde jaar kreeg hij een beroerte. Zijn moeder nam hem in halfverlamde toestand mee naar het familieslot Malromé, waar hij een maand later stierf. Volgens sommige bronnen was zijn vader afwezig op de begrafenis, volgens andere dan weer veroorzaakte hij er opschudding door de lijkwagen zodanig snel te laten rijden dat de rouwstoet niet kon volgen. De werken van Toulouse-Lautrec worden gerekend tot het impressionisme, vanaf begin jaren 1890 meer in het bijzonder door het postimpressionisme, gekenmerkt door zorgvuldige vlakverdelingen met duidelijke omlijningen en felle kleuren.





    09-09-2018 om 12:45 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 09 sep 1828 leo tolstoj

     

    09-09-2018 om 12:43 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 09 sep 1828 leo tolstoj

    09 sep 1828 Graaf Lev Nikolajevitsj Tolstoj (Russisch: Лев Николаевич Толстой,   uitspraak (info / uitleg) [lʲɛf nʲɪkɐˈlaɪvʲɪtɕ tɐlˈstoj]?[1]) (landgoed Jasnaja Poljana, 9 september 1828 – Astapovo, 20 november 1910[2]) was een Russisch schrijver, filosoof en politiek denker die voornamelijk romans en korte verhalen schreef. Hij is vooral bekend van zijn realistische romans Oorlog en vrede(1869) en Anna Karenina (1877), die worden beschouwd als twee van de beste boeken uit de wereldliteratuur. Tolstoj werd geboren op het landgoed Jasnaja Poljana, in de buurt van Toela, 180 kilometer ten zuiden van Moskou. Hij kwam uit een familie van hoge adel. Zijn vader, graaf Nikolaj Iljitsj Tolstoj, was een deelnemer aan de 'Vaderlandse Oorlog' van 1812 tegen de legers van Napoleon. Zijn moeder Maria Nikolajevna Volkonskaja was vorstin. Zijn ouders overleden echter al vroeg en hij werd door familieleden opgevoed. Zijn vroege leven op Jasnaja Poljana heeft een grote invloed uitgeoefend op de toekomstige schrijver. Daar maakte hij kennis met het leven van de arme boeren. Hij kreeg onderwijs van huisleraren en las erg veel in het Frans, Duits en Engels. In het Frans bijvoorbeeld alle werken van Rousseau van wie hij op 15-jarige leeftijd een portretje in een medaillon om zijn hals droeg. Ook las hij al vroeg de gedichten, sprookjes en legenden van de door hem bewonderde Poesjkin. Toen hij in 1844 zestien jaar oud was ging hij naar de universiteit van Kazan, waar hij oosterse talen studeerde om zich voor te bereiden op een diplomatieke carrière. Teruggekeerd op het familielandgoed stichtte hij zijn eerste schooltje voor de kinderen van de arme boeren. Hij was toen 21 jaar oud. Dit eerste schooltje heeft niet lang bestaan, hoogstens een jaar. Er is vrijwel niets over bekend. In 1851, nadat hij grote schulden tijdens het gokken had gemaakt en een wild leven leidde, vergezelde hij zijn oudere broer Nikolaj, die officier was in het Russische leger, naar de Kaukasus en trad even later ook tot het leger toe als cadet. Tolstoj vocht mee in de Kaukasus tegen de opstandige en naar onafhankelijkheid strevende islamitische bergvolken in de Noordelijke Kaukasus (in het Russisch "Tataren" genoemd, maar niet verwant met de Wolga-Tataren uit Tatarije) en aansluitend in de Krimoorlog bij de verdediging van Sebastopol als commandant van een artilleriebatterij. In deze jaren schreef hij zijn Kinderjaren en Jeugdjaren en een eerste reeks verhalen. Voor al zijn geschriften vond hij vrijwel direct een uitgever en raakte als schrijver bekend. Door zijn verhalen uit beide oorlogen wordt hij ook wel de 'eerste oorlogscorrespondent' genoemd.[bron?] In de jaren 1857 tot 1861 reisde hij twee keer naar West-Europa: de eerste keer als toerist naar Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Italië, de tweede keer, aanvankelijk om zijn in een Frans kuuroord verblijvende doodzieke broer Nikolaj bij te staan en vervolgens, na diens dood, om in verschillende landen het lager onderwijs en volwassenenonderwijs te bestuderen, deed hij daarenboven Engeland en België aan. In 1857 maakte hij te Parijs een publieke terechtstelling met de guillotine mee en hij was vervuld van afschuw. Hij ontmoette Victor Hugo en bewonderde diens Les Misérables. Zijn eigen oorlogsscènes zijn gelijkend. In 1859 stichtte hij voor de tweede keer een school voor de boerenkinderen van Jasnaja Poljana. In 1861 ontmoette hij te Brussel Pierre-Joseph Proudhon. Hij wisselde met hem van gedachten over opvoedkunde en las diens boek La guerre et la paix ("Oorlog en Vrede"), waarvan hij de titel zou overnemen voor zijn eigen meesterwerk. In 1862-1863 deed hij verslag van zijn ervaringen als pedagoog en onderwijzer in een eigen tijdschrift dat onder de titel Jasnaja Poljana in twaalf afleveringen werd uitgegeven. In de zomer van 1862 was Tolstoj aan het kuren in Zuid-Rusland, niet ver van Samara (hij was altijd bang net als twee van zijn drie broers tuberculose te zullen krijgen). Daar bereikte hem het bericht dat de politie, op bevel van de minister van binnenlandse zaken, op 6 en 7 juli een inval in zijn woonhuis en schoolgebouw had gedaan, op zoek naar voor Tolstoj belastend materiaal. Alles werd opengebroken en overhoop gehaald, maar er werd niets gevonden waarop men hem kon aanklagen. Tolstoj was hierover erg verontwaardigd en schreef na thuiskomst een boze brief aan tsaar Alexander II , die hij hem door vrienden aan het hof in Sint-Petersburg persoonlijk liet overhandigen.
    Op 23 september 1862 trouwde Tolstoj onverwacht met de toen pas 18-jarige Sofia Andrejevna Behrs, dochter van een arts van het Kremlin. Tolstoj had toen al een zoon bij een horige. Door het beginnend familieleven verloor hij al snel zijn belangstelling voor de school. Die sloot in 1863. Op 10 juli 1863 kreeg het echtpaar hun eerste kind en vervolgens werd ieder jaar nog een van de uiteindelijk dertien kinderen geboren. In die tijd schreef Tolstoj zijn roman Oorlog en Vrede, met medewerking van zijn echtgenote. Toen dat boek klaar was opende Tolstoj voor de derde keer een schooltje aan huis en ontwikkelde hij een leergang voor het leesonderwijs, Novaja Azboeka, waarvan de tweede editie, uit 1875, een grandioos succes werd, met uiteindelijk tussen de 1 en 2 miljoen verkochte exemplaren. Ondertussen was hij ook begonnen aan zijn Anna Karenina, dat in 1877 in tijdschriftafleveringen begon te verschijnen. Daarna kwam er een verandering in het werk van Tolstoj. Hij hield zich bezig met het geloof en schreef religieus-filosofische traktaten en raakte in conflict met de kerk, omdat hij vond dat de kleine, arme boeren, de zogenaamde moezjiks, de dragers van het ware geloof waren. Hij deed afstand van zijn rijkdom en bediendes en ging zich wijden aan een eenvoudig leven. Wel bleef hij op zijn landgoed wonen. Zijn vrouw was het oneens met zijn opvattingen. Tijdens de hongersnood van 1891 begon Tolstoj zichzelf in te zetten voor hulpverlening aan de getroffen gebieden. Samen met zijn twee dochters richtte hij honderden gaarkeukens op. Zijn gaarkeukens verstrekten twee maaltijden per dag en leverden brandhout. Voor de zwakkeren was eten, drinken en brandhout gratis, maar de rest moest meehelpen in ruil voor deze goederen. Later leverden Tolstoj en zijn organisatie ook zaaigoed en werkpaarden aan de boeren. Zijn vrouw Sofia haalde geld op in Moskou en in het buitenland. In de pers bekritiseerde Tolstoj het beleid van de regering. Tolstoj kaartte de verspilling en diefstal van hulpgoederen aan. Tolstoj bleef in het gebied tot de redelijke oogst van 1893.[3] [4] In de herfst van het jaar 1910 ontvluchtte de dan al erg broze Tolstoj zijn vrouw en zijn huis, met het doel zich ergens in Zuid-Rusland in een klooster terug te trekken, om daar dan te sterven. Vergezeld door zijn arts en bediende kwam hij echter niet ver. Al na enkele dagen strandde hij op het station van Astapovo, waar hij in het huis van de stationschef op 20 november overleed aan een longontsteking. De hele nationale en internationale pers[bron?] had zich rond het station verzameld: het overlijden van de beroemde schrijver was wereldnieuws. Tolstoj werd begraven in een eenvoudig graf op zijn landgoed, op de plek waar volgens een plaatselijke legende een groen stokje verborgen lag dat iedereen gelukkig zou maken.[5] In 1918 of 1920 kreeg Astapovo een nieuwe naam: Lev Tolstoj Tolstoj begon begin jaren 1850 korte verhalen te schrijven. Eerste succes had hij met zijn gedeeltelijk autobiografische trilogieKindertijd (1852), Jeugdjaren (1854) en Jongelingschap (of Studentenjaren) (1857), waarmee hij aantoonde het artistiek meesterschap al van meet af aan onder de knie te hebben. Kenmerkend voor zijn schrijfstijl was van meet af aan een uitzonderlijke precisie en taalbeheersing. Veel van Tolstojs romans en verhalen zijn relatief arm aan gebeurtenissen: de personages en niet hun daden staan in het middelpunt. Anders dan bijvoorbeeld Fjodor Dostojevski beeldt hij normale, gezonde evenwichtige mensen uit, met een glashelder innerlijk leven. Tolstojs realisme is echter ook ethisch: hij spreekt waardeoordelen uit. In de periode na 1880 schreef hij zelfs tendentieuze literatuur. Pas in zijn allerlaatste jaren keerde hij weer wat terug naar het zuiver artistieke. De belangrijkste werken van Tolstoj gelden onverkort als monumenten in de wereldliteratuur. Zijn romans Oorlog en Vrede en Anna Karenina hebben nog nauwelijks aan kracht ingeboet en worden steeds weer door nieuwe generaties gelezen In Oorlog en Vrede (1865-1869) ontwikkelt zich een lange reeks gevarieerde taferelen uit het leven van het Russische volk tussen 1805 en 1812, van de veldtochten bij Austerlitz tot de terugtocht van Napoleon na de brand van Moskou. Gedurende zeven jaar wordt het lot gevolgd van de familie Bolkonski en Rostov, en van de eenzame Pierre Bezoechov. Realistische beschrijvingen van veldslagen worden afgewisseld met uitvoerige beschrijvingen van het dagelijks leven van de adel. De handeling ontwikkelt zich op twee vlakken: het algemeen Russische en het individuele. Historische
    gebeurtenissen en individuele lotsbestemmingen zijn nauw met elkaar verbonden. De historische figuren Napoleon en Koetoezov dienen ter illustratie van Tolstojs visie dat grote mannen geen bepalende invloed hebben op de loop der geschiedenis. Het verloop wordt feitelijk bepaald door een groot aantal mensen wier handelingen elkaar doorkruisen en die onverwachte en onvoorziene situaties veroorzaken. Tolstojs personages zijn nooit eenzijdig of statisch: ze groeien langzaam. Op zoek naar een zinvol leven ondervinden ze succes en mislukking, vreugde en verdriet, glorie en berouw. In de karaktertekening gebruikt Tolstoj vaak het procedé van antithese: Andrej en Pierre, Hélène en Natasja, enzovoort.
    De antithese keert ook terug in de roman Anna Karenina (1877). Anna is gehuwd met de oudere hoge ambtenaar Karenin, maar wordt verliefd op de jonge graaf Vronski. Parallel aan de liefdesrelatie die zich ontwikkelt tussen Anna en Vronski beschrijft Tolstoj de contrasterende relatie van twee echtparen: Levin (die sterk doet denken aan Tolstoj zelf) en Kitty ondervinden veel problemen in de eerste periode van hun huwelijk, maar lijden geen schipbreuk dankzij het plichtsbesef van de man. Stefan Oblonski en Dolly zijn al jaren ongelukkig getrouwd, Stefan is lichtzinnig, maar zijn vrouw aanvaardt het omwille van de kinderen. Compositorisch vormt de roman een evenwichtig en afgerond geheel. Als Anna Karenina in het eerste deel van de roman aankomt op een perron in Sint-Petersburg hoort ze dat een spoorwegmedewerker omgekomen is op het spoor. "Een slecht voorteken", is haar reactie. Later beneemt ze zich zelf het leven door voor de trein te springen. Kenmerkend is het gebruik van dit soort parallellisme en contrast, en van symbolen en leidmotieven.
    Naast Oorlog en vrede en Anna Karenina schreef Tolstoj met Opstanding (1899) nog een derde grote epische roman. Opstanding heeft als thema de gevallen mens die zich toch moreel weer kan verheffen. Het werk heeft een sterk moralistische inslag en mede daardoor niet de grootsheid van zijn twee eerder genoemde romans. Behalve zijn grote epische werken schreef Tolstoj ook veel novellen en verhalen, met als hoogtepunten: Luzern (1857, een kritiek op het "onmenselijke" westen), De Kozakken(1863, over de overbodige mens Olenin die een nieuw levensdoel vindt in de militaire acties in de Kaukasus), De dood van Ivan Iljitsj (1886, over de langzame dood van een ambtenaar die vol afschuw vervuld is omdat hij moet sterven), De Kreutzersonate (1889, over een ongelukkig huwelijk) en Hadji Murad (1904, over de wilde bergbewoners van de Kaukasus). Ook zijn kortere werk wordt in zijn soort algemeen beschouwd als van het allerhoogste literaire niveau. Als iets minder geslaagd wordt doorgaans Tolstojs toneelwerk gezien, omdat het de prachtige beschrijvende passages en psychologische analyses uit zijn romans mist. Niettemin wordt zijn drama De macht der duisternis (1886) nog steeds met enige regelmaat gespeeld, in Rusland zowel als daarbuiten. Reeds in 1855 schreef Tolstoj: "Ik heb een geweldig idee gekregen waar ik mijn leven aan zou willen wijden: het stichten van een nieuwe christelijke godsdienst, maar dan zonder de dogma's en de wonderen." Op het einde van de jaren 1870, net na de publicatie van zijn grootste succes ‘Anna Karenina’, was Tolstoj op het hoogtepunt van zijn roem. Net dan raakte hij in een diepe levenscrisis die hem terug tot het christelijke geloof van zijn jeugd zou voeren. In 1880 schreef hij zijn eerste christelijk geschrift de Bekentenis (of: Mijn Biecht), dat in 1882 verscheen. In dit bondige geschrift geeft hij weer hoe zijn zoektocht naar de zin van leven hem terug bij
    het geloof brengt. Hij vond de zin van het leven niet bij de geprivilegieerde klasse, maar bij gewone mensen die met hun dagelijkse arbeid het leven mogelijk maken. Al deze mensen hebben iets gemeen: ze hebben een onwankelbaar geloof en twijfelen niet aan de zin van het leven. Mijn Biecht was bedoeld als inleiding op een grondige studie van het christendom, waarin gewone mensen (zoals de boeren op zijn landgoed) zo diep geloofden. De orthodoxe liturgie en het grootste deel van de Bijbel verwerpt hij echter met rationele argumenten. Het enige doel dat hij overhield was de woorden van Christus zo waar mogelijk te reconstrueren. Deels als kritiek zei men daarom dat hij zich opwierp ‘als een nieuwe evangelist’. Mijn Kleine Evangelie(1881-1883) geeft een samenvatting van zijn evangelische studie. Hij voegde er stukken van de vier evangeliën samen tot één helder verhaal, waaruit Christus naar voren komt niet als een mysterieuze zoon van god, maar als een mens met een eenvoudige en grootse leer.
    Jezus was de zoon van een onbekende vader. Omdat hij niet wist, wie zijn vader was, noemde hij als kind God zijn vader... In de woestijn lijdt hij honger en beseft dat hij niet almachtig is en dus niet de zoon van God. ...Ik kan uit stenen geen brood maken, maar ik kan afzien van brood. En daarom ben ik, hoewel niet almachtig in het vlees, almachtig in de geest; ik kan het vlees overwinnen; en daarom ben ik de zoon van god, niet naar het vlees, maar naar de geest. De Russisch-orthodoxe Kerk vertroebelde deze eenvoudige waarheid en speelde volgens Tolstoj een hypocriete rol. Hij verweet haar dat ze een veelheid aan vroegere en latere teksten in overeenstemming wou brengen met de leer van Christus. ‘Met Paulus begint de Christelijke Talmoed die ‘Kerk’ heet… (p 25)’. ‘Religieuze autoriteiten kunnen niets bewijzen, enkel recht praten: recht praten de heiligschennis dat zij de leer van hun God Jezus gelijk stelden met de leer van Ezra, met de concilies en met Theophylactus. (p 36)’. De kerk excommuniceerde hem op 24 februari 1901. Als protest hiertegen schilderde Ilja Repin Tolstoj op blote voeten. Tolstoj produceerde nog andere geschriften van moraal-ethische en christelijke aard. Tolstojs visie was steeds onorthodox. Hij schaarde zich aan de kant van het volk, de zwakkeren en de verdrukten. Hij probeerde zijn inzichten ook in de praktijk te brengen. Hij stichtte een school voor kinderen van zijn boeren (met een lesmethode gebaseerd op vrijheid van het individu, zie boven), maar ging ook zelf lesgeven aan kinderen en een tijd op het veld werken (wat voor een graaf in die tijd een revolutionaire daad was). Tolstoj liet een lange baard staan en kleedde zich op zijn landgoed in boerenkleding of in een eenvoudige lange mantel. Hij ontsloeg zijn bedienden omdat hij het vernederend vond dat zij voor een klein loon zoveel zwaar werk moesten verrichten. Hoewel men Tolstoj ook wel als een anarchist kan zien, was hij strikt genomen geen revolutionair die bijvoorbeeld boeren opriep om de regering gewelddadig omver te werpen. Tolstoj, in de lijn van Jezus' Bergrede, riep op tot lijdzaam verzet. Tolstoj keerde zich tegen het materialisme en atheïsme van de meeste revolutionairen. Volgens Tolstoj wilden de revolutionairen te veel bereiken. Soms was berusting in bepaalde zaken ook mogelijk of gewenst. Na de eeuwwisseling correspondeerde Mahatma Gandhi met Tolstoj. Uiteindelijk speelden Tolstojs ideeën bij Gandhi een grote rol, met name op het gebied van geweldloosheid. Tolstoj was esperantist. In 1894 zei hij over het Esperanto: "Ik vond Volapük zeer moeilijk, maar het Esperanto heb ik als zeer eenvoudig ervaren. Het is zo eenvoudig dat ik, (..) al na twee uur de taal wellicht niet kon schrijven, maar toch vlot lezen kon. (..) De offers die een Europeaan zou brengen door tijd aan de bestudering van deze taal te besteden, zijn zo klein en de resultaten ervan van dien aard, dat men niet weigeren kan het te proberen." 2010 is, vanwege het honderdste sterfjaar van Tolstoj, uitgeroepen tot het Tolstoj-jaar. Met het oog op het Tolstoj-jaar werd in 2009, onder regie van Michael Hoffman en met Christopher Plummer in de hoofdrol, de film The Last Station gemaakt over het laatste levensjaar van Tolstoj. De film is gebaseerd op een biografie door de Amerikaanse schrijver Jay Parini en de memoires van Tolstojs laatste privésecretaris Valentin Boelgakov.





    09-09-2018 om 12:41 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 09 sep 1924 rik van steenbergen

     

    09-09-2018 om 12:40 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 09 sep 1924 rik van steenbergen

    09 sep 1924 Rik Van Steenbergen (Arendonk, 9 september 1924 – Antwerpen, 15 mei 2003) was een Belgische wielrenner in de jaren veertig, vijftig en zestig. Als beroepsrenner, tussen 1942 en 1966, won Van Steenbergen onder andere twee keer de Ronde van Vlaanderen, twee keer Parijs-Roubaix, twee keer de Waalse Pijl, een keer Parijs-Brussel en een keer Milaan-San Remo. Hij werd driemaal wereldkampioen op de weg. Hij was de snelste in verscheidene etappes in de Ronde van Frankrijk en de Ronde van Italië en won eenmaal het puntenklassement in de Ronde van Spanje. In 1948 kreeg hij bij de overwinning in Parijs-Roubaix de "Gele wimpel" uitgereikt, de onderscheiding voor het hoogste uurgemiddelde behaald in een internationale klassieker. Hij verbeterde hiermee de prestatie van de Italiaan Jules Rossi uit 1938. Gedurende zijn carrière reed Van Steenbergen ook met grote regelmaat op de piste. In het bijzonder vanaf eind jaren vijftig tot de tweede helft van de jaren zestig, toen hij zijn activiteiten op de weg geleidelijk afbouwde, behoorde Van Steenbergen tot de dominante renners binnen het zesdaagsepeloton en won uiteindelijk 40 zesdaagsen, waarvan 19 met zijn landgenoot Emile Severeyns, een groot aantal meetings, en werd in deze jaren bovendien ook viermaal Europees kampioen koppelkoers (1957/58, 1958/59, 1959/60, 1960/61 (met Severeyns) en 1962/63 (met Palle Lykke) en eenmaal Europees kampioen omnium (1959). Een krant berekende ooit dat hij één miljoen kilometer aflegde. Onderweg behaalde hij 1645 triomfen en draaide tot zijn 43ste mee aan de top. Na zijn actieve wielercarrière raakte Van Steenbergen een tijd lang aan lager wal. In 1968 speelde hij zelfs mee in een erotische film, Pandora, om wat extra geld te kunnen verdienen. Deze film werd op 9 september 2010 uitzonderlijk en eenmalig nog eens in een Antwerpse bioscoop vertoond.[1] [2] Rik Van Steenbergen wordt gezien als een medisch wonder, vanwege het uitzonderlijk grote hart dat hij had. De man overleed in 2003 in Antwerpen. Van 1991 tot 2012 vond in Aartselaar jaarlijks de naar Van Steenbergen vernoemde wielerwedstrijd Memorial Rik van Steenbergen plaats. Deze zou vanaf 2017 opnieuw georganiseerd worden, maar dan in zijn geboortedorp Arendonk.[3] In 2004 werd in Arendonk een monument geplaatst met de torso van de sportman, ontworpen door leerlingen van de Academie voor Schone Kunsten.
    In 2005 eindigde hij op nr. 85 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg





    09-09-2018 om 12:38 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 09 ser 1941 otis redding

     

    09-09-2018 om 12:36 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.vandaag jaren terug 09 ser 1941 otis redding

    09 sep 1941 Otis Redding (Dawson (Georgia), 9 september 1941 – Madison (Wisconsin), 10 december 1967) was een Amerikaans soulzanger  die bekendstond om zijn gepassioneerde manier van zingen. Zijn grote hit was "(Sittin' on) The Dock of the Bay". Deze single werd postuum uitgebracht in januari 1968. Hij groeide op in Macon in de staat Georgia en werkte in de vroege jaren zestig met Johnny Jenkins aan het nummer These Arms of Mine. Het lied werd een hit, en kreeg een paar jaar later opvolgers als Mr. Pitiful, I can't turn you loose, Satisfaction (het nummer van de Rolling Stones) en Respect - later een grote hit voor Aretha Franklin. Redding schreef zijn eigen nummers, hetgeen ongewoon was voor die tijd. Hij was de belangrijkste artiest van Stax Records uit Memphis, Tennessee. In 1967 speelde hij op het Monterey Pop Festival, en in hetzelfde jaar nam hij ook The dock of the bay op, maar drie dagen na het opnemen van dit liedje kwam hij om bij een vliegtuigongeluk in Lake Madison, Wisconsin, samen met vier van de zes leden van zijn band The Bar-Kays. Mede-bandlid Ben Cauley overleefde het ongeluk en James Alexander zat in een ander vliegtuig. Het was de bedoeling om het gefloten gedeelte later te vervangen door tekst. Otis Redding heeft de uiteindelijke versie nooit gehoord. In 1981 werd Redding postuum opgenomen in de Georgia Music Hall of Fame en in 2012 in de Memphis Music Hall of Fame.





    09-09-2018 om 12:35 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-09-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WAT WEET JE OVER ETEN MET STOKJES

     

    08-09-2018 om 10:18 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WAT WEET JE OVER ETEN MET STOKJES

    Eetstokjes of kortweg stokjes zijn het traditionele eetgerei van veel Aziatische landen: China, Japan, Korea, Vietnam en Mongolië. Het zijn twee dunne, even lange stokjes, die met één hand worden vastgehouden en waarmee met een scharende beweging het eten, vanuit een kom of vanaf een bord, naar de mond wordt gebracht. Omdat hoofdgerechten worden gedeeld met de andere disgenoten, worden zij meestal, geserveerd op borden of schalen, in het midden van de tafel geplaatst. Iedere disgenoot heeft voor zich een eigen eetkommetje waarin rijst wordt geschept. De hoofdgerechten worden meestal rechtstreeks met de eetstokjes vanaf de centraal geplaatste borden en schalen genomen. De rijst wordt vaak, met het eigen eetkommetje tegen de lippen gehouden, met de eetstokjes in de mond geschoven. Het is evenwel netter om het kommetje op tafel te laten staan en met de eetstokjes een pluk rijst naar de mond te brengen. Het is ook daarom dat in de culturen waar men rijst met eetstokjes eet, de gebruikte rijstsoort enigszins kleverig is. Meestal zijn eetstokjes gemaakt van hout of bamboe, maar soms ook van steen, ivoor of van been. In Korea zijn de stokjes tegenwoordig gemaakt van roestvrij staal. Het gebruik van kunststof eetstokjes neemt steeds meer toe. Doordat een eetstokje uiteraard niet geschikt is als snijgereedschap worden veel ingrediënten voorgesneden alvorens bereid te worden. Eten aan tafel snijden wordt in de Chinese en andere OostAziatische culturen als 'not-done' beschouwd; een mes wordt als een wapen gezien en wapens horen niet aan tafel. Het voordeel van het in kleinere stukjes snijden van de ingrediënten is dat daardoor het roerbakken als bereidingswijze mogelijk gemaakt wordt, waardoor kooktijden verkort worden en daarmee ook energie bespaard wordt. Met eetstokjes kan heel precies geselecteerd worden wat men wil eten; het is zelfs mogelijk één enkele rijstkorrel uit een kom te halen. Het gebruik van houten wegwerp-eetstokjes, zoals deze veel in Japan worden gebruikt, is een van de belangrijkste oorzaken van ontbossing. Vanaf april 2006 heft de Chinese regering vijf procent belasting op eetstokjes om de aanschaf en het weggooien ervan te ontmoedigen. Elk jaar worden namelijk vijftien miljard paar gebruikt. Voor de productie daarvan is 1,3 miljoen kubieke meter bamboe/hout per jaar nodig. Eetstokjes worden ook algemeen gebruikt als eetgerei voor het eten van (Chinese) noedelsoepen in veel Zuidoost-Aziatische landen waar veel Chinezen naartoe zijn geëmigreerd: Cambodja, de Filipijnen, Indonesië, Laos, Maleisië, Myanmar en Thailand. Andere gerechten in deze landen werden traditioneel met de handen gegeten, maar tegenwoordig is dat vervangen door het gebruik van lepel en vork.





    08-09-2018 om 10:15 geschreven door rami

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief
  • Alle berichten

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Blog als favoriet !

    Archief
  • Alle berichten

    Hoofdpunten blog blankenbergsstadsbeeld
  • fotowandeling 20
  • HARMONIE
  • WORDING
  • fotowandeling 20
  • LIPPENS & DE BRUYNE

    Hoofdpunten blog einstein
  • ACHT EN TWINTIG
  • ACHT EN TWINTIG
  • VIJFENTWINTIG
  • VIJFENTWINTIG
  • DRIE EN TWINTIG

    Hoofdpunten blog mijnroots
  • Van al diegenen die niets te zeggen hebben, zijn de meest aangename mensen diegenen die zwijgen
  • Ik heb geconstateerd dat mensen van gedachten houden die niet tot denken dwingen.
  • Tijd hebben alleen diegenen, die het tot niets gebracht hebben en daarmee hebben ze het verder gebracht dan alle anderen.
  • Depressies kan je bestrijden door op je arm geleund in het niets te staren. Bij zware depressies van arm wisselen.
  • Een kus is een mooie truc van de natuur om het praten te stoppen als woorden overbodig zijn.

    Hoofdpunten blog automobile
  • 2020
  • 2020
  • 2020
  • 2020
  • mclaren


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!