Woorden en hun gevoelswaarde
Woorden en hun gevoelswaarde
Een vorige keer hadden we het over de woorden (etiketten) die wij
gebruiken om oudere personen aan te duiden. We stelden vast dat dit
niet vast ligt. Belangrijk is dat diegene die aangesproken wordt, zich
niet ongemakkelijk of gekwetst voelt. Woorden met een racistische
inslag zoals neger, vuile Jood en zomeer zijn kwetsend en ook
strafbaar, zoals we dit merkten met de rode kaarten op de
voetbalstadia.
Het woordgebruik evolueert. Vroeger zou niemand
blijven stilstaan bij ‘neger’ (nigger). Bij ons - en nog meer in
de States - is dit compleet veranderd.
In
de ouderenzorg is het woordgebruik belangrijk bij het aanspreken van
residenten. Sommigen hebben graag dat ze aangesproken worden met hun
voornaam, al of niet in de verkleinvorm (Jeanneke). Anderen staan erop
dat men hen aanspreekt met Mevrouw Jeanne of Mevrouw Jeanne Tulkens of
Mevrouw Tulkens. Het zorgpersoneel weet dat – zowel de professionelen
als de vrijwilligers – en toch gebeurt het dat men de bal verkeerd
slaat. Meestal omdat men geneigd is verkleinwoorden te gebruiken.
Sommge residenten vinden dat weinig respectvol. En respect willen ze
krijgen, ook al ze zijn ouder en zorgbehoevend.
Een middeltje dat
we met succes uitprobeerden: op de deur van de kamer van de residenten
staat de naam, soms met een foto. We lieten de gewenste aanspreking
noteren onder de naam als geheugensteuntje. Als een verzorgende aan de
deur klopt, weet zij dat ze Jeanneke kan zeggen, of Jeanne of Mevrouw Tulkens… Eenvoudig en doelmatig.


