Naar de inhoud

ALZHEIMER: leven zonder dat je erbij bent

akke.beakke.be

Time To Swing

Deze namiddag ga ik toch maar even naar buiten met mama. Het is wel koud, maar warm aangekleed moet het lukken. Ik heb haar ‘mouton retourné’ uit de kast gehaald. Arsène en ik waren erbij toen ze hem jaren geleden kocht. Ze zag hem in de winkel op het rek hangen en was er meteen weg van. En ja, ‘ons pa’ kennende, was het vlug opgelost: “Koop hem maar meiske”.

Mama ziet er nog steeds beeldig uit met die jas aan en dat vindt zij zelf ook. Want tijdens het wandelen, zegt ze plots: “Dat is toch een mooie mantel, hé!”  Ze wrijft teder over haar mantel en ik zeg: “Altijd al geweest, mama.”  Ze houdt even halt: “Ja, ze moeten mij niet verwisselen!”  Ze bedoelt natuurlijk dat ze hem voor niets zou willen ruilen. “Groot gelijk heb je”  zeg ik zonder haar te verbeteren. Even later nog eens hetzelfde: “Dat is toch een mooie mantel, hé”  En alsof ik dit voor het eerst hoor, zeg ik: “Ja hoor, zeer mooi.”  Ik vraag haar verschillende keren of ze het niet koud heeft, maar neen hoor: “Geen kou” zegt mama. Maar ineens trekt ze verwoed haar sjaal helemaal over haar hoofd: “Kind, mijn haar doet zeer!”  Ik kan zien dat ze het nu plots toch koud heeft en we keren terug.

We gaan meteen naar haar kamer, waar het gezellig warm is. Ik stel voor om samen wat televisie te kijken. Het is het programma ‘Time To Swing’ (Helmut Lotti) en mama neemt dit heel letterlijk op. Ze leeft enorm mee met de muziek, en zit werkelijk te swingen op haar stoel. Ze legt haar hand op mijn arm en vraagt: “Zou ik dat nog kunnen?”  Ik ga rechtstaan, nodig haar ten dans uit en zeg: “Dat gaan we meteen proberen!”  En ze kan het nog zeer goed! We lachen en we dansen, op de tonen van ‘Fever’. Het is eventjes net als vroeger, we dansten vaak samen. Ik geniet enorm van dit moment. Als ik eraan denk om haar avondeten te gaan halen, en haar op haar kamer te laten eten, terwijl ze met mij het programma verder bekijkt, zegt mama plots: “Ja, ik stap maar eens op!”  Ze is niet meer te houden. Ik word daar een beetje triest van, maar ik breng haar naar de leefruimte waar de boterhammen al op haar wachten. Opgewekt neemt ze plaats aan tafel. Het vaste ritme van elke dag, het is misschien het beste voor haar.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

6 reacties op dit bericht

lisette21 december 2008 om 15:30

moeders met alzheimer

Wanneer ik hier lees met hoeveel liefde en genegenheid jij je moeder omringd,kan ik alleen maar blij zijn.Mijn moeder is ook aan deze ziekte overleden,en het is niet gemakkelijk om iedere keer weer een beetje afscheid te moeten nemen en de aftakeling onder ogen te moeten zien.Mijn moeder was 53 toen het begon,haar eerste kleinkind was juist geboren. Wij hebben haar thuis verzorgd tien jaar lang,iets waar ik nog altijd blij om ben al is het zwaar geweest.Ik wens je heel veel sterkte om dit te kunnen dragen,geniet van de goede dagen,want het zijn deze die in je herinnering voortleven.
groetjes lisette

klaproosje121 december 2008 om 11:28

...

telkens en telkens opnieuw kom ik hier lezen en zie ik alles voor mijn ogen weer voorbijgaan.,want mijn mama had ook Alzheimer. Ik heb alleen spijt dat ik niet langer voor haar mocht zorgen. Ze was op korte tijd zo verzwakt en een griep was dan fataal. Wat zou ik er alles voor geven om haar nog te kunnen knuffelen, haar telkens en telkens weer opnieuw proberen uit te leggen wie ik ben, vertellen over de kinderen als ze heldere momenten had, met haar gaan wandelen in de tuin van het rusthuis, of..net als jij met jouw mama...een pannenkoek gaan eten in de cafetaria en een kopje koffie drinken. Wat kon ze daar ook heerlijk van genieten. Haar ogen straalden op...en ik was dan telkens zo gelukkig dat ik haar enkele blije momenten gegeven had, ook al deed mijn hart zo'n pijn om haar zo te zijn, zij die gans haar leven zo gewerkt had en alles had gedaan, om het ons, haar kinderen, zo aangenaam mogelijk te maken. Ik wens jou hele fijne kerstdagen toe en de liefde om jouw mama met zo'n warm hart te blijven verzorgen. Dikke knuff.

KERSTMIS,
het feest van vergeven
Een nieuwe start
om verder te leven
Het voelt fijn
maar wees eerlijk
zo zou het toch
elke dag moeten zijn


buttonccilekerstfj1.gif
laathi21 december 2008 om 10:00

Heerlijk...

... en eerlijk is de wijze waarop jij je mama met liefde, tederheid en eindeloos geduld omringd. Het kan niet anders dan dat het op bepaalde momenten heel erg moeilijk voor je is, maar de talloze goede herinneringen die je aan deze tijd gaat overhouden zullen alles goed maken. Het zal je zo'n voldoening geven dat je dit allemaal voor je schat hebt kunnen doen. Uiteindelijk zijn moeders de mensen die ook naar ons baby-gebrabbel hebben geluisterd en uit onze warwinkel van klankjes ook altijd begrepen wat we probeerden duidelijk te maken. Natuurlijk is 't bij een kind opvoeden anders : daar weet dat telkens je hen iets uitgelegd hebt ze dat uiteindelijk zullen begrijpen. Ze zullen iets bijgeleerd hebben. In deze zaak is het natuurlijk net andersom. Hoe meer je iets uitlegt, hoe meer je het later nog zal moeten uitleggen, en nog, en nog. Och, probeer dankbaar te zijn voor al de keren dat je het haar nog zal kunnen uitleggen. Ik wens je nog heel veel liefdevolle dagen met je "kindje-ma". En dat iedereen jou met het respect dat je verdiend mag behandelen! Lieve groet en warme omhelzing van Laathi.



Marina Schelfthout18 december 2008 om 22:26

Alzheimer: leven zonder dat je erbij stilstaat

Begrijpen doe ik heel goed.. dat dansje op het ritme van Helmut Lotti. Als ik m'n armen om haar heen sla lijkt de tijd stil te staan. Mijn moeder woont, op eigen verzoek, nog steeds in een servicewoning alhoewel ze in een rolstoel zit. U zal ook ondervonden hebben dat men niemand kan dwingen om af te wijken van al die jaren uit het verleden.

Zullen we, wie of waar en wanneer we
geconfronteerd worden met al diegenen die teruggaan in het verleden en waar de toekomst ophoudt, niet efkes stilstaan?Ook dit kan ons overkomen.
Blijf uw Mama knuffelen en laat haar zien hoeveel U om haar geeft. Ooit heeft mijn vader, die ik al langer moet missen, gezegd :

''Geef de gouden bal door die je gekregen hebt, en dan komt het wel goed''..Als je de gouden bal niet kreeg.. kneedt er eentje, hoe klein hij ook is, geef hem door..hij wordt dan wel groter.

Ik dacht dat U een grote, gouden bal van uw Mama kreeg.

Volhouden.. dat doe ik ook!
christiane18 december 2008 om 21:41

1 jaar geleden

Net jaar geleden is mijn mama overleden na 5 jaar Alzheimer.
Geniet zo veel mogelijk van bij je moeder te zijn want ik mis haar nu iedere dag meer en meer.
Mooie en gezellige feestdagen toegewenst.
Christiane
thea17 december 2008 om 13:35

...

Toch fijn dat je weer even een fijne dag met haar hebt gehad.
Hopelijk volgen er zo nog velen.
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Marcel heeft er van langs gekregen!

Het is veel te koud om met mama naar buiten te gaan. Dus na het eten van pannenkoeken in de cafetaria, zit er niets anders op dan wat door de gangen van het rusthuis te wandelen.

Karoline en de pastorale werkster zijn de grote kerstboom, die in de inkomhal staat, aan het versieren. Marcel zit er gezellig bij. Omringd door talloze dozen vol kerstbollen en slingers, houdt hij de boel in de gaten vanuit zijn geriatrische stoel. Vooral zijn vrouwtje Karoline slaat hij gade, hij volgt al haar bewegingen.

Mama en ik blijven even staan om een praatje te maken. En dan hoor ik het volgende van Karoline: mama is vrijdag tijdens het avondeten verschrikkelijk kwaad geworden op Marcel. Ze had voortdurend tegen hem zitten praten en was uiteindelijk heel erg geërgerd omdat hij niet antwoordde. Mama heeft er hem flink van langs gegeven, ongehoord als zij het vond dat hij met haar niet in ‘gesprek’ ging. Zij geraakte helemaal over haar toeren. Haar papieren servet, dat bij elke maaltijd wordt voorgebonden om het morsen op de kleren te voorkomen, scheurde ze woedend kapot, gooide het naar Marcel met de woorden: “Het moet maar eens gedaan zijn!” Marcel onderging alles gelaten.

Binnenkort is het één jaar dat mama met hem aan de eettafel zit. Heeft ze het dan echt niet in de gaten dat Marcel niet meer kán praten? Karoline en ik beseffen gelukkig allebei dat hier geen enkel kwaad opzet is meegemoeid, maar dat enkel de ziekte van Alzheimer de boosdoener is, zowel bij Marcel als bij mama. En gelukkig eten Marcel en mama even later weer in alle vrede samen hun boterhammetjes op.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
1 reactie Reageer op dit bericht

'œOh zoete,! ja morgen is ook goed!'

Vrijdagmorgen, naar vaste gewoonte rendez-vous met mama. Ze herkent me meteen: “Maar mijn zoete toch, ben jij daar weer.”  De laatste tijd noemt ze me vaak ‘zoete’, maar dat deed ze vóór haar ziekte ook al. Het is één van de vele koosnaampjes, die ze voor mij gebruikt. Ze is vandaag bijzonder goed gezind. Ze babbelt er maar op los.

Ze wijst op de hendel van haar bed, waarmee de hoogte kan veranderd worden: “Daar word ik helemaal zot van van dat ding!”  Waarom het haar gek maakt, kan ze niet uitleggen, maar er is iets aan die hendel dat haar verschrikkelijk ergert. Ineens kijkt ze me lachend aan: “’k Ben toch al veel verbeterd, hé!”  Ik denk dat ze vandaag wel tegen een grapje kan en ik antwoord ook lachend: “Ja, mama je wordt nog heel verstandig.”  Ze proest het uit: “Ja, ik ben al goed op weg!”. Als haar haar uit de krulspelden is, wil ze in de spiegel kijken of ze er mooi uitziet. Dat is een tijdje geleden dat ze daar nog interesse voor had. We gaan met ons tweetjes vóór de spiegel staan. Ze wijst naar ons spiegelbeeld, en totaal verrast roept ze uitgelaten: “Hé, jij bent er ook!”  Hierop volgt een dikke knuffel.

Even later is het etenstijd en ik breng haar naar de leefruimte, waar de soep al klaar staat. Als ik haar een kus geef, vraagt ze plots stilletjes: “Zoete, ben je nu al weg?”  Ik leg haar uit dat ik naar huis ga, het is middag. “’k Zou vandaag zo graag eens met je mee gaan”  zegt ze een beetje aarzelend. Deze vraag overvalt mij, doet me pijn en ik zeg heel stom: “Dat kan morgen, is dat goed, mama?”.  ‘Morgen’ is zo veraf voor mama dat ik meteen de gevolgen merk van mijn foute antwoord. Droevig kijkt ze mij aan, tranen in haar ogen, en gelaten zegt ze: “Oh zoete,… ja morgen is ook goed…”  De opgewektheid is totaal verdwenen, bij ons allebei. Ik ga naar huis met het gevoel dat ik haar vandaag in de steek heb gelaten.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

'œWij zijn maatjes hé?'

Deze namiddag is er van twee tot vier uur een kerstmarkt georganiseerd op de benedenverdieping van het rusthuis. Als ik de overvolle parking zie, en de vele auto’s die zelfs op straat staan geparkeerd, denk ik : teveel volk voor mama en maak rechtsomkeer. En ik ga dus wat later naar haar toe.

De verplegende op mama’s afdeling vertelt mij dat mama toch, samen met enkele medebewoners, onder begeleiding naar de kerstmarkt is geweest: zij heeft het inderdaad weer moeilijk gehad met al die drukte, maar toch heeft ze het volgehouden. Nu de rust in het rusthuis is weergekeerd, ga ik met mama op weg naar de cafetaria. Ze neemt me heel dicht bij de arm en zegt: “Wij zijn toch maatjes, hé!”  Ik antwoord: “Zelfs zeer goede maatjes.”  Ze blijft staan, kijkt mij heel ernstig aan en zegt verder: “Ja, maar ‘t is echt hoor. Als er iets scheelt, zijn ze er altijd!”  Ze spreekt plots in het meervoud, maar ik weet wel wat ze bedoelt.

Even later zitten we gezellig een koffie te drinken. En dan gaat het bijna mis. “Mag ik?”  vraagt ze met het kopje in haar hand. “Natuurlijk, mag je”  zeg ik, in de veronderstelling dat ze wil drinken. Ze giet echter langzaam de koffie op haar schoteltje. Ik grijp meteen in. Nu is mama pas verbaasd en ze verdedigt zich flink: “Je zei dat ik mocht!”  Even later zit ze alweer te lachen.

Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht

'œIk ben al lang gestopt met roken!'

Mama is deze week ‘goed’. ‘Goed op zijn mama’s’, zoals ik altijd zeg als Arsène vraagt hoe het met haar is. Af en toe een traan, maar ook een lach. Dinsdagnamiddag ging ik met haar wandelen, s’ avonds zaten we samen aan de eettafel. Karoline en Marcel, mama en ik, Arsène en ook nog Denise. Het was precies een gezellig onderonsje.

Deze morgen zit ze, weliswaar in ‘de stoel’, maar rustig voor de televisie op haar kamer. Ze herkent me meteen en is blij van mij te zien.

- Mama (gedecideerd): “Ik ga mee met jou.”
- Ik: “Oké, maar dan straks. ’t Is vrijdag, dus ik ga eerst jouw haar doen.”
- Mama: “Ga jij mij mijn haar doen?”
- Ik: “Ja, ik ga de krulspelen nemen en dan kan ik beginnen.”
Ik plaats een stoel klaar voor mama.
- Mama: “Mag ik hier gaan zitten?”
- Ik: “Ja.”

Terwijl ik mama’s haar in de krulspelden draai, krijg ik een hevige hoestbui.
- Mama: “Maar kind toch, zo een …”  maar het woordje ‘hoest’, daar kan ze niet meteen opkomen.
- Ik: “Ja, ik hoest nog steeds. Verkoudheid en sigaretjes!”
- Mama (vermanend wijzend met de vinger): “Niet goed hoor! Ik ben al lang gestopt met roken. Sinds jij… neen … sinds ik…”
Mama kan haar zin niet afmaken.

En dan gaat het gesprek volledig de mist in. Het is zeer verward en voor mij totaal niet te begrijpen. Maar toch babbelen we samen, ik antwoord op al haar gekke vragen en we hebben er samen plezier om.

Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht

De hoofdverpleegster geeft uitleg!

Rond vijf uur in de namiddag verschijnt de hoofdverpleegster op mama’s afdeling. Ze ziet er moe uit, maar het belet mij niet haar toch even aan te spreken. Ze vertelt mij dat ze reeds van zeven uur ’s ochtends in het rusthuis aanwezig is en de ganse dag heeft vergaderd. “Ja, en dan val ik jou ook nog eens lastig”  zeg ik. Maar dat vindt ze geen probleem. Dus ik steek maar van wal: waarom mama nu ook al haar maaltijden krijgt voorgeschoteld in ‘de stoel’ en ze niet gewoon aan tafel mag zitten? Maar daar heeft ze een perfecte verklaring voor: “Ik hoop dat je het begrijpt. Er zijn drie zieke personeelsleden, vandaar… We moeten een beetje het ‘werk schikken’. Maar ik zal het zeker noteren.”  Ik ga met tegenzin weer maar eens akkoord, maar ze mag er zeker van zijn dat ik de boel in de gaten hou. Ik vraag haar ook of zij, als hoofdverpleegster iets afweet van mama’s blauwe arm. Ze verdenkt meteen een medebewoonster, die jammer genoeg mama niet kan luchten. Ze hebben het al met elkaar aan de stok gehad, en ja, dan kunnen zulke dingen wel eens gebeuren: “Wij zijn er niet altijd bij, we kunnen echt niet alles zien!”

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Zelfs in '˜de stoel' om te eten?

Soms heb ik de indruk dat mama ‘in haar stoel woont’! Als ik haar zondagnamiddag om 15.30 u. ‘bevrijd’, zit ze gewoon bovenop de geprakte etensresten van ’s middags. Ze heeft wel degelijk flink gemorst met de groenten, want haar broek zit achteraan vol groene vlekken. Een druk bezig zijnde bejaardenhelpster komt meteen toegesneld. “Ik zal het meteen opruimen, hoor. Waarschijnlijk restjes taart?” zegt ze een beetje aarzelend. Ik vind dit wel een bijzondere rare kleur voor een taart: groen? Ik mag er niet aan denken. Ik hou het maar bij restjes van het middageten, dat lijkt me logischer.

Door dit stomme toeval, merk ik nu op dat mama niet uit ‘de stoel’ is gehaald om 's middags aan tafel te gaan. Ze wordt blijkbaar overal naar toe gereden, dat is gemakkelijker en het minst tijdrovend. Het is me al eerder opgevallen dat er ’s avonds voor haar ook geen stoel meer is voorzien aan de gemeenschappelijke eettafel in de leefruimte. Steeds opnieuw plaats ik er voor haar een doodgewone stoel bij. Met een beetje geduld en hulp, gaat mama altijd netjes zitten en eet rustig haar boterhammetjes op. Weglopen van tafel heb ik haar nog niet zien doen, dus waarom moet zij dan ook opgesloten worden tijdens het eten?

Zal ik nog maar eens de hoofdverpleegster hierover aanspreken?

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
1 reactie Reageer op dit bericht

Hoe komt mama's arm zo blauw?

Met het koude weer, doe ik mama zaterdagnamiddag een warme wollen trui aan. Ik schrik even als ik haar blote rechter arm zie. Haar bovenarm is bont en blauw. Ik vraag meteen aan een verzorgster of ze hier iets van afweet. “Gevallen, ergens tegen aan gebotst?”  stelt de verzorgster zichzelf ook de vraag. Het lijkt mij een rare plaats om ergens mee tegen aan te lopen, maar ja, wie zal het zeggen. Voor mij lijkt het er echter meer op dat iemand mama hardhandig heeft vastgepakt. “Heeft mama het aan de stok gehad met iemand, met een medebewoner? Als ze zich in het nauw gedreven voelt, heeft zij soms wel eens een los handje. Is zij misschien tegen de verkeerde aangebotst?”  vraag ik. “Neen, dat zeker niet!”  krijg ik meteen als antwoord.

Toch blijf ik met de vraag zitten wat er is gebeurd. Niemand die weet hóe mama aan die grote blauwe plek komt! Ik hoef het haar zelf niet te vragen, want ze herinnert zich toch niets meer. Dus mama’s blauwe arm blijft een mysterie?

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

'œDat mag wel ook, als ik jou zo hoor!'

Mama zit in haar ‘stoel’. Ik buig me voorover en geef haar een kus: “Dag mama.”  Druk bezig zijnde en plots uit haar concentratie gehaald van ‘hoe geraak ik hier nu weer uit’, kijkt mama op. Heel onzeker vraagt ze: “Tante Margriet?”  Ik neem haar handen vast: “Neen, mama ’t is Ellen.”  Haar gezichtje klaart op: “Oh kind toch, mag ik mee?”  Mama wordt meteen uit de stoel gehaald en ze strompelt, stijf van al dat zitten, aan mijn arm de leefruimte uit. Ze is zo blij dat ze met mij mee mag, al is het enkel naar haar eigen kamer. Ze houdt maar niet op mij in haar armen te nemen en te zoenen. Tot ze zelf vindt dat het genoeg is geweest: “Nu krijg je er geen meer, je hebt er genoeg gehad!”  zegt ze lachend.

Terwijl ik haar haar in de krulspelden draai, krijg ik een flinke hoestbui. Als een bezorgde moeder, zegt ze: “Maar kind toch…”  Ik vertel haar dat ik niet verkouden ben, maar teveel heb gerookt. Even later gebeurt het mij weer en mama’s reactie is weer dezelfde: “Kind toch…”  Ik beloof haar dat ik steevast minder ga roken. “Dat mag wel ook, als ik jou zo hoor!”  zegt ze een beetje streng. De mama van vroeger is heel even terug en een standje krijgen van haar, wel dat vind ik nú gewoonweg zalig.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

'œIs dat niet erg!?'

We hebben mama bevrijd uit haar ‘stoel’. Vooraleer Arsène en ik met haar naar buiten gaan, laat ik haar nog eerst naar het toilet gaan. Er zijn al enkele ‘ongelukjes’ gebeurt tijdens onze korte uistapjes en dat wil ik zeker voorkomen. De ervaring heeft geleerd als mama aangeeft dat ze ‘dringend moet’, er een toilet in de directe nabijheid moet zijn of dat het verkeerd gaat. Té vernederend voor haar vind ik.

Ik heb het al meteen in de gaten, het ‘toiletbezoek’ wordt weer een hele klus vandaag. Het kost al een pak moeite om mama bij de wc te laten plaats nemen. En dan begint het gevecht met de broek. Van zodra ik die naar beneden haal, trekt mama die weer op. Het duurt eindeloos:
- “Mama, je kan niet naar het toilet met je broek aan!”…
- “Dat weet ik wel”…
  Broek af, broek aan.
- “Jou broek moet uit”…
- “Ja, dat weet ik!”…
Broek af, broek aan.
- “Mama alsjeblief, die broek moet uit”…
- ”Zeg, dat weet ik hé!”…
Broek af, broek aan.
Maar de strijd met de broek wordt door mij gewonnen en eindelijk lukt het.

Nadien wil mama haar handen wassen, - nog een gewoonte van vroeger die ze nog niet is kwijtgeraakt. Ik laat de kraan een tijdje lopen tot het water lauw is, want anders komt er luid protest dat het te koud is. Ik neem haar handen en stop ze onder het lopende water en geef haar de zeep. Het schuimt alle kanten op, maar mama geniet van zo’n ‘handen wassen sessie’. “Oké, genoeg,”  zeg ik, “nu nog afspoelen en afdrogen.”  Terwijl ik klaar sta met de handdoek, kijkt ze me aan en zegt triest: “Is dat niet erg… voor al die kleine dingen hulp nodig hebben?”

175568-60eb0537af9f29b3171ab5aa4c7a839e.JPG

175568-883e67a78f2d7977d294d037dc11964f.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Weerzien met Marcel.

Toen ik vrijdagmorgen mama vertelde dat Marcel ’s avonds terugkeerde uit het ziekenhuis, was het net of ze het allemaal begreep. Met haar hand op haar hart zei ze: “ Echt? 'k Ben zo blij voor die man, ’t is een brave, Ellen, echt waar.”  Even later was haar uitleg over Marcel, voor mij totaal niet meer te begrijpen. Ze had iets, maar God weet wat, voor hem klaar geplaatst in haar kamer, maar ze zei dat hij er ‘s morgens niet wou gaan opzitten. Ze was daar diep over teleurgesteld. En Marcel zijn naam bleef de ganse tijd dat ik bij haar was, maar door haar hoofd spoken. Te pas en te onpas werd hij vernoemd.
 
Vandaag gaan mama en ik even bij hem op bezoek. We zijn blij als we hem zien. Hij ziet er stukken beter uit. Hij zit nu ook in een geriatrische stoel, want alleen lopen is er echt nog niet bij. Maar Marcel 'reageert' weer. Karoline straalt en vertelt uitbundig, dat hij net naar het toilet is geweest. Als hij zélf zijn drinkbeker vast neemt en wil drinken, roept ze opgewekt: “Kijk, kijk, Ellen, hij kon dit gisteren in het ziekenhuis ook al alleen!”  Ik bedenk dat ze, na alles wat ze heeft meegemaakt, net als ik, zo heel blij kan zijn met van die hele kleine dingen. Soms is voor haar een simpele kus krijgen van haar man al feest.

En mama, die heeft vooral oog voor de kleine peuter die rondloopt in de kamer en bij ‘opa’ op bezoek is. Karoline, die mama vertelt dat ze morgen bij het avondeten weer samen bij haar ‘ventje’ en mama aan tafel zit, krijgt daarop een dikke knuffel. Als ik mama voorstel om de familie alleen te laten en nog even gedag te zeggen aan Marcel, is ze meteen akkoord. Ze gaat pal voor hem staan, steekt haar hand uit en zegt: “Dag, Marcel!”

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

'œIk ken u niet, madam!'

Mama zit, opgesloten in haar stoel, te wenen. Ik hoor het van zodra ik uit de lift stap. Ik ga meteen naar haar en geef haar een kus: “Dag mama.”  Ze kijkt me aan, hoofdschuddend van neen, haar blik is één en al onbegrip. “Ik ken u niet, madam…” zegt ze zeer aarzelend. “Ik ben het: Ellen”  help ik haar. Ze blijft me heel verward aankijken en schudt weer van neen. “Ik ben Ellen, jouw dochter”  herhaal ik nog eens. En dan weet ze het weer: “O, kind toch!”

De verplegende zeggen mij dat mama deze namiddag naar het ‘bal populaire’ is geweest, dat doorging in de cafetaria van het rusthuis. Daar kijk ik van op, want al die drukte is niets voor mama. Maar ze heeft het best naar haar zin gehad, ze heeft zelfs gedanst, vertellen ze mij enthousiast, tot het haar weer plots te veel werd en weg wilde vóór het feestje was afgelopen. Mama herinnert er zich niets meer van.

In alle rust gaan we nog even met ons tweetjes wandelen. Ik vertel haar het goede nieuws dat het weer de goede kant uit gaat met Marcel en hij binnenkort weer terug naar ‘huis’ komt. Ze luistert, maar of ze het begrijpt, weet ik niet. In ieder geval is de lege plaats aan tafel, haar niet eens opgevallen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
1 reactie Reageer op dit bericht

'œWie is dat?'

Vrijdagmorgen vertel ik mama dat Marcel naar het UZ te Gent is overgebracht. Dat hij heel erg ziek is en dat het wel eens zou kunnen gebeuren dat we hem niet meer terugzien. Ik ben er het hart van in, maar ik krijg geen reactie van mama. Ze heeft zo haar eigen zorgen. Ze wijst naar de foto van pa en vraagt: “Wie is dat?”  Ik neem meteen de fotokader en geef hem haar: “Dat is pa, mama.”  Ze bekijkt nog even de foto en geeft hem meteen aan mij terug. Een beetje onverschillig, maar toch zo verloren, zegt ze: “Weet ik niet meer.”

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Mijn schoenen jeuken!

Woensdagnamiddag toch nog even naar mama. We gaan naar de cafetaria. Mama wil een fruitsap drinken. Maar zoals altijd vindt ze die veel te koud. Ze maakt weer allerlei grimassen. Dat fruitsap is volgens haar weer niet te drinken. Als ze voor de tweede keer het glas vast neemt, plaatst ze het meteen weer op tafel: “Veel te heet”  is nu haar reactie. Even later drinkt ze zonder problemen het drankje op.

Plots grijpt ze met beide handen naar haar voeten, en wrijft verwoed over haar beide enkels. “’k Heb zo’n jeuk aan mijn schoenen”  zegt ze. “Jeuk aan je voeten, mama”  verbeter ik haar. Maar dat valt niet in goeie aarde. Ze kijkt me verwonderd aan: “Ja, jij aan je voeten en ik aan mijn schoenen!”

Iedereen, die ook maar een beetje bij haar in de buurt komt, wordt flink luidop en zonder enige gêne bekritiseerd: “…die is ook wel dik!... oh ja, die gaan ook weer drinken… moet je zien wat daar binnenkomt!...”  Dus ik stel dan toch maar voor om terug te keren. Mama gaat helemaal akkoord. Van zodra ze met mij alleen door de gangen wandelt, wordt ze weer poeslief.

We gaan nog even tot bij Marcel, die ziek in bed ligt. ’s Avonds belt Karoline met de boodschap dat het ernstig is. Misschien wel een longontsteking en, typisch voor een Alzheimerpatiënt, hij heeft de laatste dagen ook slikproblemen.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Met mama naar de modeshow!

Vorige week vertelde ik mama dat er een modeshow zou doorgaan in de cafetaria van het rusthuis. Ze was heel enthousiast: “Zouden we toch eens naar toe kunnen gaan?”  Ik verzekerde haar dat we dat zeker zouden doen. En vandaag is het dan zo ver. Ik vind dat mama 'warm' aanvoelt, maar de verzorgende verzekert mij dat ze geen koorts heeft. Dus we wagen het erop.

Mama loopt tevreden aan mijn arm. In de cafetaria zijn reeds alle plaatsen ingenomen, dus er worden nog vlug stoelen in de gang bij geplaatst. Daar vinden wij nog een plekje, en zo zitten wij toch nog op de eerste rij. Dan begint het. De dames van het vrijwilligersteam, die bij allerlei door het rusthuis ingerichte activiteiten steeds klaar staan voor de bejaarden, zijn de mannequins. Er is zelfs een man bij, die het aandurft de herenkledij te showen. Al vlug blijkt dat mama van de ganse voorstelling niets meer snapt. Voor haar zijn de mannequins, alleen maar mensen die voordurend voor haar neus heen en weer lopen. En dat vindt ze veel te druk. Voor de mooie kleding heeft ze al helemaal geen oog. Als iedereen klaar staat om de laatste maal de cafetaria in te gaan en er een spontaan daverend applaus losbarst, wordt het mama teveel. Ze stampt boos met beide voeten op de grond en roept luid: “Nu is het gedaan. Geen lawaai meer!”  Ik probeer haar te sussen, maar dat lukt niet. “Neen, Ellen, ik kan daar niet tegen. Ze mogen het weten!”  reageert ze kwaad. Voor het eerst ben ik echt een beetje gegeneerd in mama’s gedrag. “Kom, mama laat ons terug naar boven gaan” stel ik voor. Ik neem haar bij de hand en we laten de drukte van de modeshow achter ons. Al heel vlug wordt mama weer rustig, ze vleit zich tegen me aan en zegt lief: “Oh, kind, ‘k ben toch zo blij dat ik je heb”.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Marcel is terug '˜thuis'.

Marcel is terug in het rusthuis. Sterk vermagerd en hij is, na die ene week in het ziekenhuis, voorlopig ook niet meer in staat om zelfstandig te lopen. Mijn dikke zoen op zijn wang betekent niets voor hem. Hij staart me onbegrijpelijk aan, glimlachen is er niet bij vandaag. Hij is inderdaad, zoals Karoline reeds vertelde, weer een flinke stap achteruit.

Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht

Mama is ziek!

Deze morgen belt de hoofdverpleegster. Ik hoef niet te komen om mama’s haar te doen. Ze hebben mama niet gedoucht en haar haar niet gewassen, want ze is inderdaad verkouden. De dokter is er bijgehaald: gisteren had ze een weinig overgegeven, en vandaag heeft ze wat koorts. Bovendien heeft ze ook weer een blaasontsteking. Het is allemaal niet zo erg, stelt ze me gerust. Ze legt uit dat patiënten als mama wel vaker te kampen hebben met dergelijke infecties: “Zulke mensen ‘zitten niet altijd proper’. Urine en stoelgang komen dan met elkaar in aanraking, en zo besmetten ze zichzelf.”

Ik hoop maar dat ze mama, nu ze terug die blaasinfectie heeft, veel laten drinken. Dat waren ook al de orders van de dokter, toen ze deze zomer werd opgenomen in het ziekenhuis: veel drinken!

’s Namiddags ga ik even langs. Ik stap de lift uit en mama komt mij tegemoet. In peignoir en pyjama loopt ze in de gang. Echt ziek ziet ze er gelukkig niet uit. “Ben je op de wandel, mama?”  vraag ik. Ze neemt mijn beide handen vast. “Kind, wat zit ik daar altijd maar te doen!”  zegt ze. Meteen komt een verzorgende naar ons toe: “Ze is uit haar stoel gekomen, ze zat nochtans vast. Ik ga vlug kijken wat ze met de ‘tablet’ heeft gedaan!”  Mama en ik volgen haar naar mama’s kamer. De ‘tablet’, die vast hoort te zitten op de stoel vóór de patiënt, staat netjes op de grond. Het bekertje met limonade ligt op de grond. De verzorgende is al druk bezig het plakkerige goedje op te ruimen. Mama voelt zich goed en wil stappen. Dus in peignoir dan toch maar even de beentjes strekken in de gangen van de afdeling. De hoofdverpleegster neemt mama ook bij de arm en loopt een eindje mee. Ik krijg uitleg over de medicatie die mama nu moet nemen. “Drinkt ze voldoende?”  vraag ik. “Daar heb ik geen kijk op”  antwoordt ze. Wie dan wel, vraag ik me af. Terug op mama’s kamer, kijkt mama me aan: “’k Ben zo blij dat ik even ben buiten geweest, kind.”  Wij kijken samen nog wat televisie op haar kamer en ondertussen zorg ik ervoor dat ze twee glazen water drinkt. Zonder tegenpruttelen gaat ze in de ‘stoel’ zitten. Als ik wegga, bevestig ik de ‘tablet’ en sluit zo mama weer veilig op!

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

We missen Marcel en Karoline.

Marcel is sinds maandag opgenomen in het ziekenhuis. Hij sukkelde al een tijdje met zijn gezondheid, vooral zijn veel te lage bloeddruk baarde iedereen zorgen. Marcel is ook hartpatiënt, dus Karoline wou weten wat er aan de hand is met haar man. Zij maakte een afspraak met zijn behandelende arts. Meteen in het ziekenhuis blijven, was de boodschap. Het slecht werkende hart, de lage bloeddruk moesten dringend behandeld worden. Karoline keerde verslagen alleen naar huis terug, wetende hoe het is om een Alzheimerpatiënt in een, voor hem niet vertrouwde omgeving, te moeten achterlaten. Elke dag gaat ze nu naar de kliniek en houdt ons telefonisch op de hoogte van Marcels toestand.

Marcel en Karoline

Als ik in het rusthuis kom, mis ik die twee mensen. Marcel is een lieverd, waar je moet van houden. En Karoline en ik, wij luchten af en toe eens flink ons hart bij elkaar. We kunnen elkaar verschrikkelijk opjutten als er met Marcel of mama iets mis is gegaan, maar we kunnen elkaar dan weer op andere momenten troosten en moed inspreken. Alleen een knuffel doet soms wonderen. En nu Marcel en Karoline tijdens het avondeten niet aan tafel zitten bij mama, is het ook voor haar een stuk ongezelliger. Ze mist de hulp en de kleine verwennerijen van Karoline. Hopelijk komt alles weer in orde met Marcel en kan hij vlug ‘naar huis’ terugkeren. Spoedige beterschap gewenst, Marcel. We duimen voor jou en jouw vrouwtje.

Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht

'œAnders hadden we haar zo niet laten zitten.'

Als ik woensdagnamiddag in het rusthuis kom, zitten mama en Denise al in de cafetaria. Ze zijn al gaan wandelen, vertelt Denise. Ze heeft net koffie besteld en voor mama de zo gegeerde pannenkoeken. Denise zegt me ook dat ze mama vond in ‘de stoel’, en dat ze helemaal onder de koffie zat. Ik maak de bedenking dat het al de tweede keer op korte tijd is dat mama een kop hete koffie over zich heen krijgt. Ze zouden mama toch helpen, want ze is vaak zó onhandig? Blijkbaar was daar vandaag geen tijd voor. ”Haar mooie witte pull zat helemáál onder de koffie, zelfs haar onderhemdje en broek”  gaat Denise bezorgd verder. “Ik heb die natte kleren uitgedaan en haar proper opnieuw aangekleed.”  Denise heeft geen hulp gevraagd. Mama trekt zich van het verhaal niets aan en eet ongestoord haar pannenkoeken. Ze is blij als Arsène er ook komt bijzitten. “Mijn neus loopt,”  zegt mama plots en meteen gaat ze op zoek in de zak van haar broek naar een zakdoek. Ik zit ook al klaar met een zakdoek voor haar, en dat brengt verwarring voor mama. Twee zakdoeken in één keer dat is teveel van het goede. En na het snuiten van haar neus is ze is even haar concentratie kwijt. Niet de pannenkoek, maar de zakdoek wordt in de mond gestopt. “Niet jouw zakdoek opeten, mama, neem maar een stukje pannenkoek”  help ik haar. “Oh, ik ben mis”  antwoordt ze.

We babbelen nog wat gezellig, maar het gevecht met de zakdoeken gaat verder, want mama’s neus blijft maar lopen. We hopen dat ze maar niet verkouden is.

Even later breng ik mama naar de afdeling. Ik spreek een verzorgende aan en vraag of ze niet hebben opgemerkt dat mama deze middag haar koffie over zichzelf heen had gemorst. “Dat zal wel niet, hé? Anders hadden we haar zo niet laten zitten!”  is haar antwoord.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

"Kind, zie je nu wel hoe dwaas ik ben!"

Mama is donderdag naar de kapper geweest, ik hoef dus deze morgen haar haar niet te doen. We hebben tijd om een grote wandeling te maken. Ik weet wat haar kan boeien en we gaan naar het ‘Beukenpark’. Het ligt aan het Schipdonkkanaal, niet zo ver af van het rusthuis, en het is een heel bijzonder mooi plekje. Het najaarszonnetje maakt het plaatje compleet.

142505-74a9f8b5a14d08dbdd173ef9760f0828.JPG


Mama is in haar nopjes. Ze bewondert de eeuwenoude beuken: “Kijk toch hoe mooi… en die kleuren… Ellen, er liggen al blaadjes op de grond… Dat vind ik zonde!”  Ik vertel haar dat het herfst is. Ze kan ze er wel inkomen dat de bomen dan hun bladeren verliezen, maar ze blijft het zonde vinden. Plots draait ze zich om, zoekend naar iemand. In paniek vraagt ze: “Waar is ons Ellen?”  Ik knijp eens zachtjes in haar hand: “Kijk eens goed, mama. Ik loop naast je.”  Ze kijkt me aan: “Oh, ja… natuurlijk”.  Mama neemt mij nog wat dichter, steviger bij de arm, maar toch lachend en opgewekt zegt ze:“ Kind, zie je nu wel hoe dwaas ik ben!”  Ik antwoord, ook lachend:“Ja, het valt mij nu óók wel op!”  We kijken elkaar aan, doen samen een beetje gek, zoals alleen wij dat met zijn tweetjes kunnen, en zetten onze tocht verder.

142505-a29a0c78a81fd634f8313295d66c57b6.JPG

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Meer van ALZHEIMER: leven zonder dat je erbij bent

↑ Terug naar de berichten