Aan iedereen onze beste Paaswensen!



Aan iedereen onze beste Paaswensen!


De draad kwijt zijn?Dinsdagmorgen, - flink uitgeslapen na de verdoving van gisteren en nu klaar wakker,- mama kan maar niet van de draadjes afblijven waarmee de wondjes in haar mond zijn toegenaaid. Voortdurend zit ze met haar vingers in haar mond aan de draden te pulken. Zeggen dat dit niet mag, heeft geen enkel zin. Ik haal haar vingers uit de mond, mama stopt ze er meteen weer in. Bang dat ze gaat bloeden, bel ik dinsdagavond vanuit het rusthuis naar mama’s tandarts. Ze beloofd om woensdagmiddag om 11u30 langs te komen. Ik hoop dat mama vlug slaapt en de draadjes vergeet.
Als de tandarts woensdag bij mama komt, is mama zeer gewillig om haar mond te openen. De tandarts is verwonderd dat de wonden zo snel genezen. En nu mama zo braafjes, stil met haar mond blijft open zitten, profiteert de tandarts om meteen alle draadjes te verwijderen. Zo is mama onverwachts verlost van die irriterende dingen. Probleem meteen opgelost! Er wordt een afspraak gemaakt om binnen 6 weken een afdruk te maken, zodat mama een nieuw ondergebit kan krijgen. Het bovengebit zal worden aangepast. De tandarts hoopt er op dat mama die dag net zo gewillig zal zijn als vandaag. “Als ze haar dagje niet heeft, bel dan maar af,” zegt ze lachend.
Met mama naar het ziekenhuis.
Marcel is 65 geworden!Op 23 maart is Marcel 65 jaar geworden. Karoline heeft op zondagnamiddag familie en vrienden uitgenodigd om dit te vieren. Het werd een heel gezellige namiddag! Bedankt, Karoline. Nogmaals proficiat aan de jarige.
Marcel is ondeugend!Vooraleer ik vrijdagmiddag van het rusthuis naar huis vertrek, wordt er door mama en mij weer heel wat afgezoend. Ik ga ook even bij Marcel. Hij is een beetje familie geworden en ook hij krijgt een kus.
Vaak, als ik mijn wang aanbied, geeft hij een dikke smakkerd terug. Vandaag loopt het anders. Ik heb een T-shirt aan met driekwart mouw en een kleine halsuitsnijding. Als ik over hem heen buig om hem een zoen te geven, neemt hij vliegensvlug het T-shirt vast, trekt de halsopening een klein beetje naar beneden en kijkt ongegeneerd in mijn decolleté. Alles gaat zo snel. Marcel kijkt me meteen weer aan en begint te lachen. “Ondeugende Marcel” denk ik. Maar ik kan niet anders dan er ook eens flink om lachen.
Toiletbezoek en dementie?
Mama zit de laatste weken voortdurend ‘nat’. Ik vind het de zoveelste verschrikkelijke vernedering die ze moet ondergaan. Ik ben er kapot van. Het is zo onmenswaardig, maar Alzheimer kent geen mededogen. Zij heeft door haar ziekte alle controle verloren en kan zich niet meer beperken om haar behoefte te doen enkel en alleen tijdens de opgelegde toiletbezoeken. ’s Morgens, ‘s middags na het eten en ’s avonds worden de oudjes op het toilet gezet. Maar mama, net zoals vele andere dementen, kan zich niet meer langer houden aan deze regelmaat. Ze zit dan ook heel vaak nat en soms zit ze zelfs uren in haar eigen stoelgang. Dat kan toch niet!
Ik schreef gisteren de volgende e-mail naar de hoofdverpleegster.

Yvonne, Robert en Lydia op bezoek.Op mama’s verjaardag was Robert, de vader van mijn vriendin Lydia, er niet bij. Hij voelde zich die dag niet al te goed. Vandaag is hij, ondanks zijn ziekte, toch samen met zijn vrouw Yvonne en Lydia op bezoek gekomen bij mama. Voor Yvonne, die dag en nacht voor haar man zorgt, is het enkele uurtjes ontspanning. Lydia offert haar vrije namiddag op om ze te brengen. Denise is ook gekomen en zo zitten we met zijn allen gezellig rond de tafel.
Dromen zijn bedrog.

Zaterdagnamiddag zijn Denise, mama en ik gaan wandelen in het park van het rusthuis. Mama heeft na de wandeling een ‘besmeurde pamper’, waardoor we naar boven moeten. Terwijl ik mama vasthou, krijgt ze door een bejaardenhelpster een grondige intieme verzorging. Ik blijf het gênant vinden om mama zo te moeten zien. Zo hulpeloos, en vooral zo afhankelijk van anderen, van vreemden.
’s Nachts krijg ik een verschrikkelijke nare droom. Tijdens de wandeling in de tuin begint mama te krimpen. Ze blijft steeds maar kleiner worden, tot ze nog de grootte heeft van een kleuter. Denise en ik worden heel bezorgd, want het kleiner worden, stopt maar niet. Plots ben ik met mama alleen op haar kamer en leg haar in bed. Ik houd haar voortdurend in de gaten, maar ze wordt nog steeds kleiner en kleiner tot ze nog de grootte heeft van een baby. Razend word ik als reporters en fotografen met flitsende camera’s haar kamer binnenstormen om mama te zien. Ik roep en tier en stuur iedereen naar buiten. Ik wikkel de baby vlug in een handdoek en stop hem in mijn handtas. Voortdurend houd ik het kleine hoofdje in de gaten, er mag niets misgaan. Met kloppend hart omzeil ik de pers en smokkel de baby buiten. Het hoofdje komt uit mijn handtas piepen. Ik kijk de baby aan: het is mama. Ik ben gewoon blij dat ze zo klein is. Nu kan ik tenminste zelf voor haar zorgen. Overtuigd dat ze nu veilig bij mij kan blijven, schiet ik wakker.
De droom is bedrog, alleen de hartkloppingen zijn echt!
Mama's nieuwe buurvrouw!Enkele weken geleden kreeg mama een nieuwe buurvrouw, dement, zoals iedereen die hier terecht komt. Het dametje is vaak verdrietig en zoekt bij iedereen gezelschap. Eenzaam zoals ze zich voelt, durft ze ‘s avonds wel eens bij een ander in bed te kruipen. Overdag klampt ze iedereen aan die haar enige aandacht geeft.
Terwijl ik woensdagnamiddag de bloemen op mama’s kamer verzorg, is mama in het deurgat gaan staan. Een makkelijke prooi voor het buurvrouwtje! Ze heeft mama al vlug bij de hand genomen en stapt met haar weg. “Neen, niet weglopen met mama”, zeg ik, “ze blijft bij mij.” Ik word met een kwade blik aangekeken. “Ze is mijn moeder!” benadrukt ze en ze omklemt mama’s arm nog vaster. Terwijl ik mama probeer los te krijgen, herhaal ik: “Toe, laat mama los. Ze moet hier bij mij blijven.” Het vrouwtje geeft niet op. Mama laat haar maar begaan. “Maar zij is mijn moeder!” herhaalt ze boos en ze wil mama maar niet loslaten. Het lukt me eindelijk mama uit haar greep te bevrijden. Ik ga met mama de kamer binnen en doe de deur dicht.
Maar meteen zie ik het kopje van de dame alweer tussen de deur verschijnen. “Mijn moeder, want ik moet …” zegt ze nu ineens verdrietig. “Ok, ga eens bij de verpleegster daar”, troost ik haar en duw haar zachtjes buiten. Ik sluit weer de deur, maar hoor ook meteen een verzorgende flink mopperen. “Je moet naar het toilet gaan en toch hier niet staan plassen!” Ik open mama’s kamerdeur op een kiertje en kijk stiekem de gang op. Het arme vrouwtje heeft de broek afgestoken en staat rechtover mama’s kamer in de gang te plassen. “ Oh jee,” denk ik “had ze haar moeder nodig om naar het toilet te gaan?”
Dan toch maar volledige narcose!

De tandarts komt op het afgesproken uur mama’s kamer binnen, een grote doorzichtige plastic doos onder de arm. In de doos liggen allerlei tangen en nog ander, - voor mij griezelig uitziend -, materiaal. Ik word er niet echt vrolijker van.
Mama strompelt aan de arm van een stagiaire ‘verzorging’ de badkamer uit. Ik denk dat het voor de eerste keer is dat mama vandaag uit ‘de stoel’ is gehaald. Ze is heel slecht te been. Terug gaan neerzitten, is ook weer een hele klus voor mama. Dan gaat de stagiaire weg en een verzorgende die mama heel goed kent, komt ‘assisteren’.
De tandarts is inderdaad, zoals verwacht, een heel lieve dame. “Oh, ze ziet er nog goed uit hé?” zegt ze bemoedigend. Ze gaat heel zachtjes met mama om. Het lukt haar om tot twee keer toe kort in mama’s mond te kijken, maar dan is het voor mama genoeg geweest. Ze begrijpt niets van het hele gedoe en begint te wenen. De tandarts heeft genoeg gezien. De afgebroken tand moet er sowieso uit. Maar er blijkt ook nog een tand te staan met ‘een groot gat’. Op de vraag of mama’s tanden nog goed gepoetst worden, moet de verzorgende negatief antwoorden. “De andere 6 tanden zullen ook aangetast geraken,” legt de tandarts uit, “want de mondhygiëne is onvoldoende. Dus om jouw moeder lijden te besparen, stel ik voor om onder volledige narcose alle tanden ineens te trekken.” Dat is toch flink schrikken voor mij. “We kunnen echt geen risico nemen om hier ter plaatse een tand te trekken. De kans is groot dat ik niet verder kom dan een spuitje geven. Daarmee is ze toch ook niet geholpen?” tracht de tandarts mij te overtuigen.
Ik had nog zo gehoopt mama een volledige verdoving te kunnen besparen. Maar de tandarts heeft nog argumenten genoeg om mij te laten inzien dat het echt niet anders kan. Ik moet dan maar noodgedwongen haar deskundig advies opvolgen. We bespreken hoe alles nu verder moet. Even later is door de tandarts de afspraak met de stomatoloog al gemaakt: op 29 maart moet mama om 8 uur ’s morgens in het ziekenhuis zijn. De verzorgende noteert alles en gaat meteen bellen voor ziekenvervoer. Alles is geregeld. Mama is ondertussen rustig in slaap gevallen en ik ga naar huis.
Arsène wacht ongeduldig op nieuws van mama. Als ik hem alles vertel, wordt hij er even moedeloos van als ik. Hij stelt voor om onze plannen om in de paasvakantie een weekje weg te gaan maar op te bergen. “Toch maar afwachten hoe het met ma gaat …” zegt hij bezorgd.