Het is al laat
| Het is al laat hij ziet niemand meer op straat Het is al nacht `t is alleen de maan die tegen hem lacht. Een ieder is reeds lang naar bed er is niemand die nog op hem let zijn gang is traag zij doel is vaag. De handen in de zakken gestoken en diep in z`n kraag weggedoken gaat hij door de grote stad zijn ogen die staan mat. Terwijl hij bij elke kruising van de straat besluitloos verder gaat het is hem om het even zijn doel is onbeschreven. Zijn toekomst is onbepaald terwijl hij daar zo dwaalt de zin van `t leven is hem ontgaan hij loopt daar zeer ontdaan. Als zwerver staat hij geboekt door zijn naasten vervloekt door de samenleving gehaat en zijn thuis dat is de straat. Ondanks normen en waarden moet hij zich schikken en zijn lot aanvaarden. en ondanks onze menselijkheid zoekt hij zijn weg in eenzaamheid. Dolf de Jong |


