De taal der liefde
|
De taal der liefde |
De taal der liefde
|
De taal der liefde |
Eens in het leven
Het leven is een gift
Stille krachtDe bladeren van de wilde wingerd
kleuren diep rood .
De kastanjeboom, die haar bladerdek
als geelbruin tapijt heeft neergelegd,
vormt zelfs ontbloot,
statig mijn baken op dit veld van eer,
waar een late oktoberstorm loeit
en niet veel meer bloeit.
Ik breng witte chrysanten
naar het huis van alle seizoenen,
jouw eeuwige rustplaats.
Verhalend over nu
en mijmerend over de tijd van toen
voer ik een dialoog met jouw stomme steen.
De verdorde plant, van het niet vergeten,
toont mijn lange afwezigheid
terwijl de gure wind mijn botten doorsnijdt,
sterf ik bijna van de kou ,
ware het niet dat jij ,als stille kracht
nog steeds hartverwarmend bent
A.Steenbergen
Wees geduldig
Emoties
Waar jaloezie is, is geen liefde aanwezig.
Een verlaten huis
Een plaatsje aan het raam
| Nu ligt zij voor \'t raam, met uitzicht naar buiten op de straat. Met mensen,winkels, ja zelfs een bloemenkraam. Zij raakt niet uitgekeken, er is niets wat haar ontgaat. Dit stadsbeeld is haar vertier zij is al twee jaar hier, maar nu pas staat haar naam; op het ledikant dicht bij het raam. Triomfantelijk kijkt zij door de ruiten naar het stadsgewoel daar buiten. Twee jaar heeft zij dit moeten ontberen en lag achter in de zaal langzaam weg te teren. Vier bedden afgeschermd door gordijnen van mensen die lagen weg te kwijnen, geen praatje met je naaste buur, alleen een zuster om het uur. Die paar zusters hadden \'t druk, zij liepen zich de benen stuk; om de patiënten dat te geven. wat van node was bij dit moeizaam leven. Daar om had zij ook nooit geklaagd, maar na maanden toch wel eens gevraagd. \"Wanneer komt nu eens mijn naam op een bed dicht bij het raam?\" De zuster van de zaal kwam dan met een heel verhaal, over de patiënten die daar lagen; die leefden misschien nog maar een paar dagen. Doch twee jaar heeft het moeten duren, met alleen zicht op gordijnen en twee muren. Twee jaren van ergernis, het was net een gevangenis. Zij kan haar bed niet uit, ze is verlamd tot aan haar stuit. Maar de zusters doen er alles aan nee; hen treft geen enkele blaam. En nu zij zo fijn naar buiten kijkt, is haar leven toch verrijkt. Ze heeft minder erg in haar gebrek, zij ziet de wereld van af haar plek. Ja zo aan de avond van haar leven, heeft men haar nu toch iets moois gegeven. Medelijdend kijkt zij naar die hoek achter de gordijnen; waar nu een ander ligt weg te kwijnen. Als de zuster haar komt toedekken voor de nacht; zegt die heel begripvol en zacht. \" Ik weet dat deze plaats je heel goed zint en de patiënt op je oude plaats, die is blind.\" Als de zuster dan is weg gegaan, loopt over haar wang een traan. Zij vouwt dan heel devoot; voor een dankgebed de handen in haar schoot. Dolf de Jong |
Zoekend naar het onbekende
Met jouw liefdesschijn
Het is al laat
| Het is al laat hij ziet niemand meer op straat Het is al nacht `t is alleen de maan die tegen hem lacht. Een ieder is reeds lang naar bed er is niemand die nog op hem let zijn gang is traag zij doel is vaag. De handen in de zakken gestoken en diep in z`n kraag weggedoken gaat hij door de grote stad zijn ogen die staan mat. Terwijl hij bij elke kruising van de straat besluitloos verder gaat het is hem om het even zijn doel is onbeschreven. Zijn toekomst is onbepaald terwijl hij daar zo dwaalt de zin van `t leven is hem ontgaan hij loopt daar zeer ontdaan. Als zwerver staat hij geboekt door zijn naasten vervloekt door de samenleving gehaat en zijn thuis dat is de straat. Ondanks normen en waarden moet hij zich schikken en zijn lot aanvaarden. en ondanks onze menselijkheid zoekt hij zijn weg in eenzaamheid. Dolf de Jong |
Overnachten in elkaars armen
Waarom jij
Ontdooit met een kus
Stilte
De grens van mijn leven
Afscheid
|
ik zal het zo missen alles hier in dit huis wat ik ooit bezat nu mijn afscheid steeds dichterbij is ik ben hier alleen en ik kijk om me heen naar mezelf in dat wat ik had en mijn ogen bepalen al kijkend de grootte van wat ik verlies en dan vind ik waarde in heel kleine dingen |
Jij bent
Mag ik een kus zijn