Vlinders
Door het mooie weer vandaag en niet teveel wind was het een echte topdag voor vlinders op Bernerhof !
Van boven naar onder : Klein Koolwitje (vr), Groot Koolwitje(m), Dagpauwoog & Landkaartje
VlindersDoor het mooie weer vandaag en niet teveel wind was het een echte topdag voor vlinders op Bernerhof !
Van boven naar onder : Klein Koolwitje (vr), Groot Koolwitje(m), Dagpauwoog & Landkaartje
Hydrangea paniculataWe hebben reeds enkele weken geleden over "Pinky Winky" gesproken, toen zagen de bloemen nog bijna wit met hier en daar een zweem van roze. Nu enkele weken later, zie je hoe deze struik aan zijn naam komt. Bloeit nog weken lang (tot aan de eerste nachtvorst) en is ongevoelig voor wind en stortbuien in tegenstelling met bijvoorbeeld "Annabelle"
Wat ruist daar door het struikgewas ?
In en om het waterWater brengt leven in de tuin. In en rond de vijver valt altijd wel iets te beleven. 's Avonds is er telkens vleermuizenballet. Deze geruisloze fladderaars zijn op zoek naar muggen en andere plaagbeestjes boven het water. Salamanders jagen dan weer op de larven van de muggen onder water. Ik zou niet graag een mug zijn in Bernerhof, wegens onzekere tijden! Libellen zijn nog druk bezig met het produceren van nakomelingen voor volgende jaar. Kikkers maken de omgeving onveilig voor allerlei insecten en kleine naaktslakjes, vooral dat laatste juichen we uiteraard toe. Over kikkers gesproken, de jongste generatie, enkele weken geleden nog dikkopjes, begint nu na een regenbui, of 's avonds als het gras nat is, aan de eerste expedities buiten de vijver. Een aantal van hen zal ongetwijfed de wijde wereld intrekken. Dat dit voor jonge kikkertjes een gevaarlijke tocht kan zijn hoeft geen betoog. De luchtmacht (lees "reigers" is ook paraat). En overdag opletten voor de maairobot! Ja ja, ook voor kikkers zijn er nieuwe uitdagingen en gevaren in de 21° eeuw! In ieder geval wens ik ze het allerbeste toe!
foto's : Houtpantserjuffers op huwelijksreis en Paardenbijter (ja ja, hij weer)
1000Vanavond is de teller op dit blog de kaap van 1000 pageviews gepasseerd, er zijn tevens al 500 unieke bezoekers langs geweest in de voorbije 6 weken. Dit doet plezier en geeft de motivatie om door te gaan. Bedankt aan allen die ons reeds een bezoekje brachten en hopelijk dit zullen blijven doen. Ikzelf zal trachten nog vele artikeltjes en foto's te blijven produceren die het reilen en zeilen van de tuin in de verschillende seizoenen in beeld brengen.
Geranium maderenseGeranium maderense is één van de grootste geraniums ( niet te verwarren met pelargoniums) en zoals de naam reeds laat vermoeden afkomstig van het eiland Madeira. Diegenen die ooit het geluk hebben gehad om Great Dixter van Christopher Lloyd te bezoeken hebben deze planten misschien gezien bij de toegang naar het hoofdgebouw. Jammer genoeg luidt de bloei tevens ook het einde van de plant in, ze bloeien slechts éénmaal en sterven dan af. Gelukkig is het blad op zich ook al mooi. Als je een plant wil aankopen heb je wat geluk nodig want je ziet ze niet veel. Als je ze wil zaaien (zaden vindt je makkelijker op internet) hou dan wel rekening dat deze een temperatuur van minstens 25-26°C nodig hebben om te kiemen. Na een tweetal weken kunnen ze naar een koelere plaats (10°C).
Geranium maderense in bloei is een prachtige verschijning, de “Barbie”roze bloemen verschijnen met honderden tegelijk. Ook merkwaardig is de voet van de plant, het lijkt of de plant op een soort verzameling van wortelstokken staat (dit zijn de stengels van afgestorven bladeren). Als je bij ons Geranium maderensis tegenkomt is dat bijna altijd onder glas en daar is een goede reden voor. Deze plant verdraagt namelijk nul komma nul graden vorst ! Eén zuchtje koude en de bladeren zullen al vergelen, op zich gaat de plant hier niet dood aan zolang de kroon maar beschermd is en intact blijft. De nagel aan de doodskist is rot, eens dit gebeurd is sterft de ganse plant van zodra de temperatuur terug stijgt in het voorjaar. Een andere vijand (vooral bij planten in pot) zijn de gegroefde lapsnuitkever (of taxuskever) die heel het wortelgestel van de plant vernielen. Hiertegen zijn vloeibare insecticiden verkrijgbaar maar dan zijn we niet meer ecologisch bezig !
Foto boven : eigen plant
Foto onder : bron Wikipedia

KuisheidsplantVitex agnus-castus (Monnikspeper, kuisheidsplant)
Monnikspeper werd reeds in de Oudheid gebruikt bij allerhande rituelen. In het oude Athene, werden de bloemen reeds gebruikt door vrouwen die deelnamen aan de achtdaagse Thesmophoriën, een vruchtbaarheidfeest om de godin Demeter te eren. Zij smukten zichzelf op met bloemen van de plant en legden de bladeren ervan op hun bed om hun kuisheid te bewaren. In de Middeleeuwse kloosters werden de vruchten van de struik als vervanging van peper voor het onderdrukken van de vleselijke lusten (= anaphrodisiacum) gebruikt. In het Duits noemt de plant nog steeds "Mönchspfeffer" (monnikenpeper). De monniken strooiden het kaf van Agnus castus op hun bedden en de gewoonte om voor de novicen de wegen naar de kloosters met Agnus-castus-bloemen te bestrooien, zou in Italië tot de dag van vandaag nog in gebruik zijn. De Latijnse benaming vitex komt van vitilium, dat "vlechtwerk" betekent. Tegenwoordig worden de taaie, harde twijgen nog steeds voor gevlochten afrasteringen gebruikt.
Monnikspeper vormt een 3 tot 5 meter hoge struik of boompje. Deze produceert kleine blauwe, rozekleurige of witte bloemen in dichte eindstandige bloeiwijzes. Vervolgens ontwikkelen zich kleine, donkerbruine vruchten. De hele plant heeft een peperachtige geur en smaak. Deze struik bloeit pas in de nazomer, zo vanaf half augustus tot een heel eind in september. Vanwege de late bloei en zijn aangename geur is het verwonderlijk dat je deze struik niet zo dikwijls tegenkomt in onze tuinen.
Bij strenge vorst kan de plant invriezen maar zal in het voorjaar steeds terug uitlopen. Staat graag in de zon maar bij mij staat deze struik in de halfschaduw en bloeit ook rijkelijk. Hij staat wel beschermd tegen de koude noorden- en oostenwind
In de vrije natuur is de struik te vinden langs het ganse Middellandse Zeegebied en in Azië tot aan Noordwest-India.
Arisaema tortuosum (cobralelie)Dit is een voorjaarsbloeier uit de Aronskelk familie. De zaden van Arisaema tortuosum beginnen nu aan te rijpen. De volgende weken worden ze oranjerood. Dit is een echte bosplant, helaas niet 100% winterhard. Oorspronkelijk komen ze uit N-India waar ze in bossen op de lagere flanken van het Himalayagebergte bloeien. Omdat ze nogal moeilijk te verkrijgen zijn overwinter ik deze plant in de serre waar het nooit kouder dan 0°C wordt. De bloem is redelijk spectaculair, de foto van de bloem dateert van juni. De lange gevlekte bloemstelen doen een beetje aan een slang denken, vandaar de naam. In het voorjaar wijd ik een artikeltje aan deze interessante plantenfamilie, beloofd !
Het hoofd koelhoudenVolgens het weerbericht vandaag nog wat warmer dan gisteren, tot 31°C in de Kempen. Als daar maar geen gedonder van komt ! Deze namiddag even gaan afkoelen in de vijver, de kikkers zullen even moeten plaatsmaken.
Fatsia japonicaFatsia japonica, in het Nederlands vingerplant genoemd is een wintergroene grote heester uit de klimopfamilie. Deze plant komt uit het zuiden van Japan. De grote, donkergroene bladeren hebben (meestal) acht lobben, en daaraan dankt de plant zijn naam : 'Fatsi' is een oude Japanse benaming voor acht. De donkergroene, glanzende bladeren blijven het ganse jaar groen. Bij langdurige vorst krullen ze wat om (vergelijkbaar met wat een rododendron doet), Dit is een verdedigingsmechanisme van de plant om het bladoppervlakte te beperken en zo minder water te verdampen. Wat die vorstbestendigheid betreft, dat valt best mee. Tot -10°C is er geen enkel probleem. Ik heb zelf meerdere planten in de volle grond staan, eentje reeds meer dan 15 jaar. De temperatuur hier in de Kempen kan in de winter laag zakken, tot -15°C is geen zeldzaamheid. De plant speelt dan wel een deel van zijn blad kwijt maar zal telkens terug uitlopen. In de herfst bloeit hij met mooie roomwitte bloempjes in bolvormige trossen, later gevolgd door bolronde groene vruchten die tijdens de winter zwart worden en tegen het einde van de volgende lente rijp zijn. Fatsia japonica staat niet graag in de volle zon. Een plaatsje in de (half)schaduw en wat bescherming tegen oostenwind houdt de plant in conditie. Er zijn tegenwoordig ook bontbladige cultivars op de markt maar ik heb de indruk dat deze trager groeien en compacter blijven. Dat kan dan weer een voordeel zijn in een klein tuintje want de groene vorm kan op 5 jaar meer dan 2 meter hoog worden en bijna even veel plaats in de breedte innemen. Het grote blad geeft wel een exotisch tintje aan de tuin. Fatsia doet het goed in elke grondsoort zolang er niet te veel kalk in aanwezig is. Ik heb dus weer geluk met mijn dennenbomen !