Naar de inhoud

Bewust_zijn

mijn levensvisie
akke.beakke.be

Archief

Noodzakelijk kwaad?

Men zegt dat oorlog een noodzakelijk kwaad is. Zonder oorlogen en massale moordpartijen wordt de wereld namelijk overbevolkt.

Klopt! Helaas!

Maar voor wie verder kijkt dan simpelweg het afslachten van het teveel, zijn er andere mogelijkheden dan geregulariseerde moord en doodslag. We moeten het alleen maar willen zien, en willen toepassen!

En met alle respect voor de miljoenen doden in wereldoorlog twee, moeten we ons toch ook afvragen hoe overbevolkt de wereld er nu zou uit zien als die oorlog er niet was geweest. Als die miljoenen doden zich ondertussen ook al hadden kunnen vermenigvuldigen tot… miljarden? Miljarden die uiteindelijk toch als overschot zouden moeten afgeslacht worden?

Hallucinant alweer! Geboren worden alleen maar om in een oorlog te moeten sterven als overschot! Als onkruid dat moet verdelgd worden, willen de juiste planten blijven leven!

Moeten we dan maar stellen dat de wereld het niet kan rooien zonder oorlog, moord en geweld?

Ja, als we onze oogkappen ophouden en maar één oplossing zien: het overtollige uitroeien.

Neen als we even naar een alternatief zoeken: het overtollige niet laten geboren worden!

De mens zou toch moeten begrijpen dat hij zich niet eindeloos kan blijven vermenigvuldigen en dat die ene kleine wereld niet helemaal kan worden uitgeput om die steeds groter wordende massa te voeden! Enerzijds uitgeput door massaproductie van voedsel, benodigdheden en gadgets, anderzijds door onvoorstelbare afvalbergen met nutteloos geworden spullen. Spullen die we teveel hadden. Spullen die we niet eens hadden moeten kopen.

Zelfs een verstokte moederkloek zou moeten begrijpen dat, als ze voortdoet zoals ze bezig is, ze alleen nog maar kanonnenvlees zal baren!

Dat de individuele menselijke natuur niet toelaat die ‘barenszucht’ te stoppen, kan ik begrijpen. Iedereen denkt veel te veel aan zichzelf en kijkt argwanend ‘naar de anderen’:

- Als dié er vijf hebben, mag ik er toch ook vijf hebben?

- Wat baat het als ik me beperk als die anderen er maar op los baren?

En in het allerergste geval:

- Mijn ras moet overheersen. En dat kan alleen maar door aan de lopende band kinderen te baren! Kinderen die ooit krijgers zullen worden. Kinderen die zullen vechten en moorden om ons ras te laten overheersen… kinderen die ooit gedood zullen moeten worden in de strijd!

Geen erg hoogstaande motieven dus, maar zo werkt het nu eenmaal. En aan de slogan ‘als elk voor eigen deur veegt…’ heeft niemand een boodschap, wetend of denkend dat anderen dat toch niet zullen doen. En dus veegt niemand voor eigen deur.

Wel, daarvoor juist hebben we wereldleiders nodig. Wereldleiders die niet terugdeinzen voor de onsympathieke maatregel tot strenge geboortebeperking. Als elk koppel maximaal één nieuw koppel, twee kinderen dus, op de wereld mag zetten, dan kàn de bevolking niet meer stijgen en zou oorlog helemaal overbodig worden.

Migreren zou ook niet meer noodzakelijk zijn, want wélke volkeren migreren? Zij die bandeloos en onverantwoord hun land volstouwden met nakomelingen. Tot dat land die nakomelingen niet meer kon voeden en het volk een andere uitweg zocht. En die was gauw gevonden: migreren naar landen waarvan de bewoners verstandiger waren in hun voortplantingsdrift. Dié moeten dan maar het gelag betalen!

Nou ja, zo werkt het nu eenmaal. Maar niemand blijkt het door te hebben. De Europese ‘Wetstraten’ al het allerminst. Of… zal het hun zorg niet wezen als weeral eens een bloedige oorlog losbreekt? Eigenlijk niet, want die zullen wel weer een veilige uitweg vinden om het vege lijf te redden en, ver van het strijdgeweld, de bevolking tot nog meer geweld op te roepen.

Tot hier de politieke kant van de zaak. Maar nu komt het: wat is de rol van de vrouw in dit alles? Beseft ze wel wat ze aanricht met haar barensdrift? Beseft ze wel dat ze de speelbal is van alle oorlogszuchtige staten en religies? Dat die vooral op hààr natuurlijke driften inwerken om de ‘noodzaak tot oorlog’ glansrijk gecreëerd te zien?

Een vijftiental eeuwen katholiek godsdienstonderricht hebben ook ons weten in te palmen: de vrouwelijke barensdrift werd de hemel in geprezen. De mannelijke driften daarentegen werden verwezen naar de hel, tenzij het, zuiver en heilig, om het verwekken van nakomelingen ging. Al de rest was taboe. Onthouding werd het toverwoord als het niet om voortplanten ging. Als voorbeeld moesten de dienaren van de kerk dan maar een kuis leven gaan leiden. Celibaat, noemden ze dat. We hebben ondertussen al ondervonden wat daarvan gekomen is!

Maar zo konden ze beide geslachten voor hun kar spannen: de vrouw hoéfde zich niet als speelbal van de man te laten gebruiken als het niet om nakomelingen ging! De man moest zich maar leren beheersen.

En die arme man… die moest maar een voorbeeld nemen aan de vrome priesters en paterkens. Zijn zware werkdagen doorkomen voor een mager loon, terwijl het enige gratis pleziertje dat de natuur hem had gegeven, hem prompt werd afgenomen door gewetenloze lieden die vooral inspeelden op de ziel van de vrouw. Is het verwonderlijk dat hij zijn pleziertjes dan maar in grote hoeveelheden alcohol ging zoeken?

Gelukkig! We hebben dit onnatuurlijke juk van onze schouders gegooid. Maar de nasleep blijft werken! Zéker in het hoofd van de vrouw. Veel vrouwen zijn nog altijd gecharmeerd door woorden als onthouding en zelfbeheersing. Het geeft haar de valse kick dat de man haar niet om de seks heeft gehuwd. Ze begrijpen niet eens dat de seksuele aantrekkingskracht juist het hoofdonderdeel is van de liefde van de man. Wat zou het! Seks kun je toch geen liefde noemen? Dat heeft de kerk toch al eeuwenlang gepredikt?

En ja, het blijft nawerken. Ik vrees voor nog héél erg lang! Zéker nog tot de volgende stap in onze evolutie. Maar wanneer die stap zal worden gezet kan niemand voorspellen. De religie heeft ons vele eeuwen laten verliezen door ons dom en onwetend te houden. Nu maar afwachten en zien hoeveel eeuwen er zullen nodig zijn om alles terug tot de natuurlijke en normale proporties te brengen.

En nu begrijp ik ook wel dat deze oplossing voorlopig nog een utopie is. Al hoeft het dit niet te zijn. Maar het is het toch, en wel om één enkele reden:

De meerderheid wil dom blijven! Vooral dan die meerderheid die zich, trouw aan de trend, zo graag 'humanist' noemt, zogenaamd humanistisch te werk gaat en daarmee regelrecht op nieuwe grote afslachtingen aanstuurt!

Willy.

Geschreven door Willy om 10:27 Reageer op dit bericht

Dromen van de lente.

Dagenlang herfstweer in de lente. Je zou voor minder depressief raken! Grijze luchten, donkere wolken, een ijskoude, snijdende zeewind… bah! Ik ben wel geen pessimist, maar vind toch dat er voor alles een tijd is, en dat zouden ze hierboven toch ook moeten weten? Gelukkig dat Chico er was om mijn dagen wat zonniger te maken!

Maar dan op een morgen sta je op… en schijnt voorwaar de zon! En dat maakt het allemaal weer goed.

Na de ‘coffee black and cigarette’ snel Chico wakker schudden en naar buiten! De was- en scheerbeurt kan wachten! Trouwens, ik bén al half gewassen door de likkende tong van een weeral hyperactieve Chico!

Zodra ik de glazen voordeur open, wacht me een verrassing! Wat zeg ik? Een waar nasaal genot! De doordringende geur van verse bloemen dringt mijn neus binnen als een waar orkest van honderden violen!

1152493-c01431c4a68c64b22861f6a037e1ec1d.JPG
- Meidoorn! Schiet het door mijn hoofd. En nu heb ik wel totaal geen groene vingers, en kan een roos maar moeilijk van een brandnetel onderscheiden, maar ik geloof wel dat ik dit keer juist ben: grote struiken met allemaal piepkleine witte bloempjes in trossen. Geurend als wàt. Nou ja, als het geen meidoorn is zal het wel iets anders zijn. Maart- of Aprildoorn, het zal me worst wezen. Het ruikt in elk geval heel lekker.

En die waren er gisteren nog niet. Of ik merkte ze gewoon niet op onder de grijze, koude lucht! En ruiken deden ze gisteren ook al helemaal niet.

Héérlijk, die lentegeur. En naar het voorbeeld, me aangeleerd door Chico, volg ik mijn neus. Alhoewel de neus van Chico altijd weer naar meer vieze dingen toe leidt! Maar toch… zelfs hij loopt nu feilloos op die welriekende struiken af, en deponeert er prompt het minder welriekend eindproduct van zijn spijsvertering onder. En nu is het plaatje helemaal af: het pakje onder de kerstboom. Maar dat kan het parfum van de natuur niet verminderen.

Even sta ik voor een dilemma: netjes oprapen en in een der vuilbakken deponeren? Maar dan slaat de bedwelmende geur van die bloempjes me weer in de neus en ik vind dat ze voor al hun werk toch wel een beetje meststof verdiend hebben. Laten liggen dus maar. Chico is blijkbaar van hetzelfde oordeel, want zijn achterpootjes beginnen al naarstig de drol te bedekken met tonnen aarde. Geen kat die dàt nog vindt!

En dan, na gedane arbeid, kijkt hij vragend achterom. “Zo goed?”

Natuurlijk is het goed. Weer een ‘poepzakje’ uitgespaard. Gerustgesteld trippelt hij door en zijn geluk kan niet meer op als hij ziet dat Toby net buitenkomt met zijn bazinnetje. Heftige begroeting! Chico verdwijnt helemaal onder de harige witte Toby. En dan weer verder.

In een warm en zonnig hoekje van een graspleintje liggen Romeo en Julia te genieten van de veelbelovende morgen. Romeo en Julia zijn twee wilde eenden die naar hier zijn overgewaaid en meestal wat rondzwemmen in een van de vele waterpartijen met fonteintjes. Hun naam weet ik persoonlijk uit de mond van de meter: ook een hondenbazinnetje, maar eentje dat aan alles wat in de natuur leeft een naam geeft. Romeo en Julia dus. Dag Romeo en Julia!

Chico bekijkt ze even likkebaardend, maar houdt zich toch in en laat de beestjes rustig liggen. Ze achten hem trouwens ook geen blik waardig. Niet eens een kwaak van hun grote bek! Vroeger was hij er op afgeschoten, maar leerde ondertussen al dat dit geen zin heeft en ik hem toch terugtrek met de lijn.

Oei! Nu wordt het even opletten, want weer op weg naar huis en net voor ik de straat over wil zie ik Lola lopen met haar baasje. In het park aan de andere kant van de straat, ‘mijn kant’. Lola is een lichtbruin chihuahua-buurmeisje en het favoriete liefje van Chico. Als de bliksem maak ik dat we de straat over zijn want bij ondervinding weet ik dat Lola zelden aangelijnd is. En beter nog weet ik dat, als ze Chico ziet, er geen houden meer aan is. Zou zó de drukke straat tussen de parkjes over rennen! Hoé baasje ook maar zou roepen.

Maar het loopt goed af. We zijn nét de straat over als Lola komt aangestormd als een pijl uit een boog, en geen oog meer heeft voor haar baasje. Nét op tijd. Oef! En dan volgt er nog een fikse stoeipartij tussen die twee geliefden. Hartverwarmend om aan te zien! Lola is een paar maand ouder dan Chico en moet dat ook altijd weer demonstreren. En Chico, dom kalf als hij is, legt zich dan op de rug om zich te laten belikken! Maar zij wil blijkbaar méér, en zodra hij weer op zijn poten staat bespringt ze hem, met haar voorpootjes stevig rond zijn lijf. Alsof ze hem wil tonen hoe het moet!

En ik word voorwaar jaloers! Waarom kunnen onze vrouwtjes ook niet zo zijn? Waarom moesten wij hoognodig ‘evolueren’? Ons gedragen naar de ‘geldende normen’ in plaats van naar onze natuur?

De rest van de dag? Er is geen rest, want kort nadien slopen de gluiperige wolken weer binnen, als het doek dat dichtschuift in de bioscoop, nét als de film mooi belooft te worden. Sik!

Maar al met al was ik toch blij tenminste een mooie morgen te hebben mogen meemaken, en éventjes te hebben kunnen dromen van de lente. Voor mooie dagen moeten we dan maar nog even wachten!

Willy.

Geschreven door Willy om 10:15 Reageer op dit bericht

Oh die vrouwtjes!

Oei! Nu heb ik me wel een heel explosieve titel op de hals gehaald!

Men zegt:

1. De vrouw komt van een andere planeet. Namelijk Venus (planeet van de liefde).

2. De vrouw heeft een heel hoge aaibaarheidsfactor!

3. De vrouw is geschapen voor de liefde.

4. De vrouw is het zwakke geslacht.

5. De man is de harde noot in de wereld. Komt van Mars, de oorlogsplaneet.

6. De man is het sterke geslacht.

7. De man heeft geen gevoelens. Aaibaarheidsfactor zero.

8. De man weet niet wat liefde is.

En dan, als jonge man, weet je maar al te goed dat die vier laatste eigenschappen klinkklare nonsens zijn. En met die vier eerste, zogenaamd vrouwelijke kwaliteiten in je achterhoofd, verlang je naar het moment dat je van al die ingebakken vrouwelijke gaven kunt gebruik maken. Want al die gunstige kwaliteiten van de vrouw trekken je van nature heel erg aan. Leve het vrouwelijke geslacht dat van het leven één groot feest weet te maken!

En dan komt de ontnuchtering. Meestal al bij de eerste ervaringen:

1. De vrouw? Van Venus? Ja… misschien voor een tijdje. Tot ze je liggen heeft!

2. De vrouw? Aaibaar? Misschien, als je je een proces wegens ongewenste intimiteiten op de hals wilt halen!

3. De vrouw? Geschapen voor de liefde? Ja… vooral dan voor wat ZIJ van ‘liefde’ verwacht, en er totaal anders uit ziet dan de mannelijke beleving ervan!

4. De vrouw? Zwak? Waarom moet de man dan altijd weer naar haar pijpen dansen?

5. De man? Hard? Ja… onder de hamer van de vrouw misschien wel!

6. De man? Sterk? Jawel! Als hij dat ‘moet’ zijn van de vrouw. Dikwijls tegen beter weten in, maar de vrouw heeft nu eenmaal niet genoeg lef om wat ZIJ wil (en meestal verkeerd is) zelf in de praktijk te brengen.

7. De man? Geen gevoelens? Veel meer dan de vrouw, maar de vrouw aanvaardt ze niet! Ze zijn niet vrouwelijk genoeg. Geen gevoel? Kom nou! Als vrouwen konden voelen zoals een man zou er geen sprake zijn van seksuele intimidatie en zou zo’n ‘intimidatie’ eerder heerlijk aanvoelen!

8. De man? Niet weten wat liefde is? Wijs kleuterspreukje: “Wat je zegt ben je zelf!”

Als je dit alles bedenkt, dan vraag je je af hoe ook maar één vrouw het waard kan zijn een man te vinden die van haar houdt! En toch… gelukkig voor haar is de mens nu eenmaal een sociaal wezen. Een wezen dat ‘iemand’ nodig heeft om lief en leed te delen. En helaas, dat lief en leed delen moet nu eenmaal met het andere geslacht! Zo zijn we geprogrammeerd en zo wil de natuur het. En ook gelukkig voor haar is de man een pak minder veeleisend dan zij.

En dus zit er voor de man niets anders op dan onder het zwakke geslacht het ‘minst kwade’ te proberen te vinden. Velen hebben daar de moed niet toe. Anderen denken dat vrouwen die ‘normaal’ reageren toch wel moeten bestaan en blijven maar zoeken. Het zijn de slechtsten nog niet en hopelijk vinden ze dat ooit. Maar het merendeel moet zich tevreden stellen met zware compromissen!

Maar ach, mits af en toe je mond dicht te plakken en een vuist in de zak te maken valt het allemaal nog wel mee hoor! We kunnen moeilijk zonder, we hebben ze nodig, en de scherpe stekels nemen we er dan maar bij. Er zit helaas weinig anders op! Het is dát of de eenzaamheid.

Maar dan komen we terecht bij de opvoeding. Ook daarin hebben beide ouders hun eigen specifieke taak. Taken die eigenlijk helemaal tegengesteld zijn. De vrouw is van nature uit gemaakt om haar kinderen lief te hebben, te voeden en te verwennen. De man heeft daar niets op tegen, maar daar is een tegengewicht voor nodig. Een tegengewicht dat er voor zorgt dat de kinderen ooit volwaardige volwassenen kunnen worden die tegen een stootje kunnen. Een man voelt die noodzaak perfect aan. Net zoals een vrouw de noodzaak voor liefde geven aanvoelt, of zou moeten aanvoelen. Maar helaas, daar loopt het heel dikwijls helemaal spaak!

Zelfs als de vrouw er al van overtuigd is dat zulk tegenwicht er moet zijn, dan zegt haar betweterige natuur al direct dat het ‘op haar manier’ moet! En dat fenomeen steekt meer en meer de kop op in onze samenleving. De man mag niet meer naar eigen oordeel handelen! Niet meer van meet af aan ZIJN taak en verantwoordelijkheid in de opvoeding opnemen. Neen. Hij moet wachten tot de vrouw het goed verprutst heeft en gaat beseffen dat ze nergens komt met enkel maar háár visie op opvoeden!

En dan pas mag hij proberen te genezen wat eigenlijk had moeten voorkomen worden! En dat moet hij dan nog doen volgens háár instructies! En zéker niet volgens zijn eigen mannelijke natuur! Hopeloos! Totaal hopeloos. Niemand kan tegen zijn natuur in reageren en ook nog geloofwaardig overkomen. En dus werkt die tussenkomst niet. Ten eerste is het er al telaat voor, ten tweede moét het op de vrouwelijke manier!

Hoé in ’s hemelsnaam kan zoiets werken? Een man die op een vrouwelijke manier orde op zaken moet stellen, en dan nog maar pas als alles al goed ontspoord is! Maar de nieuwe man doét het en stelt er zich geen vragen bij. Ik werd er ook ooit toe verplicht, maar stelde me er verdomd veel vragen bij en wist drommels goed dat het op die manier niet kon werken.

Het toverwoord hier is: evenwicht! Aanvaarden dat het andere geslacht andere gevoelens heeft, maar ook aanvaarden dat beide soorten gevoelens er nodig zijn om tot een evenwichtige opvoeding te komen. Niét vanaf de adolescentie, maar vanaf de wieg! De man beseft dat. De vrouw steeds minder naarmate ze zich meer geëmancipeerd voelt. En vooral… sedert ze zich vér boven de man verheven acht! En vrouwen die wél aanvoelen dat er discipline nodig is, proberen zich liever ‘om te scholen’ en het zelf te doen in plaats van de man zijn mannelijke rol te laten vervullen. Dat doen ze dan op ‘hun manier’! Wat natuurlijk helemààl tot mislukken gedoemd is.

In het beste geval kom je dan tot een halfslachtige oplossing door op de valreep toch nog een halfslachtige inbreng van de man.

In het ergste geval kweek je… hangjongeren!

Willy.

Geschreven door Willy om 09:36 Reageer op dit bericht

Waarom? Daarom!.

Ik heb het al gezegd: in ‘mijn’ hoekje van België zaten, in mijn ‘politieperiode’ dan toch tenminste, maar weinig allochtonen. Waren er niet zo heel erg welkom. Beroepshalve heb ik er dan ook maar weinig mee te maken gehad. Alleen maar een paar keer. Maar dat was genoeg om me onmiddellijk te doen inzien welk vlees ik in de kuip had. En me nu gelukkig te achten dat ik er niets meer hoéf mee te maken te hebben als politieman.

Want daar valt geen zinnige discussie mee te voeren. Daar kun je niets aan uitleggen! Compleet verloren tijd. Ooit geprobeerd, met als enig resultaat dat ik me begon af te vragen of ik nu gek was, droomde, of met een gek had te maken.

Ik kan het maar op één manier, kort en goed, verwoorden:

Probeer iets dat min of meer ingewikkeld is uit te leggen aan een zinnige mens. Als hij het niet begrijpt zal hij je vragen:

- Ik begrijp je niet. Leg dat nog eens uit?

Probeer hetzelfde uit te leggen aan een Moslim. Als hij het niet begrijpt zal hij je zeggen:

- Je begrijpt me niet. Ik zal het je uitleggen.

En dat zegt alles! Laat dat doordenkertje maar even goed doordringen en dan zul je wel ‘begrijpen’ dat je je nooit moet laten verleiden tot een dergelijk gesprek! Je bent al verloren alvorens je ook nog maar één woord hebt gesproken.

Willy.

Geschreven door Willy om 09:13 1 reactie Reageer op dit bericht

Hallucinant!

Het heeft me altijd al verwonderd hoe dom ‘ de ouden’ waren om zich door de eeuwen heen toch steeds weer in bloedige oorlogen te laten storten voor… niks eigenlijk! Voor sprookjes, onder het mom van een of andere god of afgod, hen ingelepeld door gewetenloze lieden die er voordeel wisten uit te halen! Sprookjes die de hemel op aarde beloofden. Als… áls je dát land maar bevrijde ‘van den kwade’ en dié of deze vijand maar doodde! Sprookjes die uitliepen op gruwelijke bloedbaden, aangericht door de hoop op een beter leven na de strijd. IJdele hoop natuurlijk, want na de strijd waren de rijken weer verrijkt en de armen verarmd.

1150326-fa68b178fc9e80118f0437821773f736.jpg
Maar dat begrepen ze niet. De mensheid lijkt er ook niets van geleerd te hebben. Want nu is net hetzelfde aan het gebeuren! En ‘ze’ láten het maar gebeuren.

Toen ik voor het eerst over de kruistochten leerde op de lagere school, kwam de adrenaline naar boven en leefde ik helemaal mee met die heldhaftige voorvaderen die het heilig land wisten te veroveren.

Onze meester kon het dan ook zo boeiend vertellen. Je moést wel onder de indruk komen.

Maar na het heetst van de strijd ging ik toch een en ander assimileren en begon me vragen te stellen. Probeerde het vanuit de verschillende standpunten te bekijken, en plots leken die stoere krijgers me niet meer zo’n helden! Eerder grote stommelingen! Ik begon me af te vragen hoe die Moren, de zogenaamde ‘bezetters van het heilig land’, wel dachten over die wilde horden die plots hun vaderland in vuur en vlam kwamen zetten met het ‘heilig’ licht in de verwilderde blikken. En meer dan de aanvankelijke fierheid, kwam een diepe schaamte over me. Hoe is het mogelijk een mens zo ver te krijgen?

1150326-1d95863d6f095d6e02b253a53f6b36b9.jpg
Enkele jaren later bezocht ik met mijn ouders het concentratiekamp Breendonk. Ik gruwelde! Hoe kunnen mensen dat elkaar aandoen? Vreselijk! Maar ik troostte me: dat was vroeger! En vroeger, voor mij destijds, dat was ‘vóór de beschaving’. Dus héél lang, wel een vijftal jaar, geleden… En enigszins gerustgesteld reed ik op de achterbank weer mee naar huis maar bleef nog heel lang onder de indruk. Ik had er ook een boekje gekocht, en heb dat waarschijnlijk wel tien maal gelezen en herlezen. Mezelf gelukkig achtend dat ik tenminste in een ‘beschaafdere’ tijd leefde.

Zestig jaren zijn daar overheen gegaan en ik bekijk de wereld om me heen. Beschaafd? ‘Ontdomd’? Genezen van fanatieke invloeden uit welke hoek ook? Genezen van klakkeloos geloof in despoten?

Totaal niet! Ondanks alle kansen die we kregen blijven mensen gewoon dom! Wélk diploma ze ook maar hebben weten te behalen. En als er ook maar iéts is dat ik heel erg vrees, dan is het domheid. Grenzeloze, blinde domheid! Want domme mensen zijn de gevaarlijkste soort homo sapiens. De soort die elke humane evolutie in de weg staat en telkens weer teniet weet te doen. Niét door het kwade in hun wezen, want dat is er niet. Wél door hun onuitroeibare neiging ‘mee te lopen’ met wie het luidste weet te roepen. En dat soort blijkt zich steeds meer te vermenigvuldigen. Gewoon hallucinant!

Diploma’s maken al lang geen indruk meer op mij. Omdat ik heb ervaren dat je intelligentie niet herkent aan een diploma, en dat het zéker geen bewijs levert dat de bezitter ervan geen ongelooflijke stommeling is!

We huiveren als we zien hoe in sommige landen kinderen worden geïndoctrineerd en opgeleid tot moordmachines. Maar dat zijn ‘maar’ kinderen met een blanco geest die door gelijk wie kan worden beïnvloed. Hen treft eigenlijk geen schuld.

Maar als ik zie dat ook volwassenen, en hier nog wel, zich op diezelfde manier laten meeslepen en vergeten welke ellende dat meelopen al heeft veroorzaakt op de wereld, dan begrijp ik het niet meer. Want dat soort mensen… dat zie ik dagelijks om me heen. Geïndoctrineerd door een ‘quasi humane’ samenleving en openbare opinie! Huilend en jankend voor een ingelepeld doel… dat enkel maar tot vernietiging van hun eigen ras kan leiden. Maar dat beseffen ze, gelukkig voor hen, helemaal niet. En dan moet ik ootmoedig toegeven:

- Moslims hebben een excuus! Ze worden nog altijd dom gehouden door hun religie en ze ‘geloven’ onvoorwaardelijk! Al is het maar in een sprookje.

- Welk excuus hebben wij om met een blinddoek rond te lopen en niet te zien wat aan het gebeuren is?

Neem nu de Holocaust en de concentratiekampen in wereldoorlog 2. Als je dan bedenkt dat een doodgewone brave schapenboer, beenhouwer of schoenmaker een regelrechte sadist werd eenmaal hij tot bewaker was benoemd! Mensen doodsloeg, doodfolterde, uithongerde… En dat allemaal door de luid roepende stem van slechts één enkel klein, miezerig onnozel mannetje: Hitler!

En dat mannetje had eigenlijk maar één troef: zich tot de domsten onder het volk richten. Die lopen altijd mee!

Hallucinant! Want de domme mens zorgt ervoor dat het zich telkens weer weet te herhalen! En het zàl zich herhalen. Wees daarvan maar overtuigd! Globalisten en vermeende humanisten zullen daar wel voor zorgen! Weliswaar onder een heel verschillend scenario, maar volgens hetzelfde principe: meedrijven met de stroom, waar vandaan die ook maar mag komen!

In horrorfilms zien we soms vreemde, wreedaardige wezens van allerlei gebroed, die de mensheid proberen uit te roeien. En we huiveren! Ja toch? Wel, eigenlijk kan ik me in het hele heelal maar één soort voorstellen waarvan we zouden moeten huiveren: de domme mens!

Kun je je, waar ook in de ruimte, een wreedaardiger wezen voorstellen dan een domme mens? Kijk naar Breendonk, Auschwits, Treblinka… Is een grotere gruwel mogelijk?

Kun je, als je zowel de oude als de heel recente geschiedenis bekijkt, nog geloven in het mensdom? Ik in elk geval niét! Ik kan me alleen maar gelukkig prijzen in een ‘interludium’ te leven. Een vredig interludium tussen twee bedrijven door. Een interludium dat ons kansen bood. Kansen die we hadden moeten aangrijpen. Maar kansen die we grandioos verspilden en nog aan het verspillen zijn! Omdat we weeral naar de domsten onder ons aan het luisteren zijn en onze leiders lijdzaam toekijken, voor zover ze niet zelf tot die domme categorie behoren!

En ik kan het niet laten… als ik naar de bakker, de beenhouwer of de viswinkel ga, dan zie ik voor me die vriendelijke lieve man die me bestelt en nog een babbeltje maakt. En vraag ik me af welk potentieel in die brave man huist. Hoe zou hij gereageerd hebben in een Hitler-Duitsland, als hij plots de kans kreeg om het front en het gevaar te ontlopen door bewaker te worden in een concentratiekamp? Als hij door het regime geïndoctrineerd werd tegen het ‘Joodse gebroed’ dat voor alle kwaad in de wereld verantwoordelijk was? Als hem ‘na de strijd’ de hemel op aarde werd beloofd?

Zou hij zich vragen stellen? Zou hij eerlijk genoeg blijven om te stellen dat Joden eigenlijk nooit iemand kwaad deden? Dat Joden leven en laten leven? Zich niet met politiek bemoeien? Hun gastlanden niet verloederen?

Of zou hij, net als die hele horde Hitleriaanse sadisten, mee gaan huilen met de wolven en zich tebuiten gaan aan de allerergste misdaden tegen de mensheid?

Ik vrees dat laatste!

Willy.

Geschreven door Willy om 09:36 2 reacties Reageer op dit bericht

Onze Johan.

1149453-faee21267cada732cede393e32037108.jpg
Het is nu niet omdat het toevallig een Oostendenaar is, maar onze nieuwe Minister van Economie Johan Vande Lanotte lijkt er heel sterk tegenaan te gaan en zijn job naar behoren te vervullen! Lang geleden dat nog zoiets kon gezegd worden van een van die heren!

- Electrabel ter orde geroepen…

- De GSM maffia een hak gezet door de ‘boetes’ af te schaffen bij verandering van operator…

Jawadde! Een olifant in de porseleinwinkel! En dat al in die korte tijd dat hij zijn mandaat waarneemt! Dat kereltje lijkt er wél eentje waar we iets zullen aan hebben.

Zo gonst het in Oostende en ruist het in België. Bravo Johan!

Puntje puntje puntje… en nu gaan mijn wantrouwige hersenen eventjes aan het werk zie!

1. Minister van economie! Wat haalt onze economie omlaag? Dat moet hij zéker weten, want het slentert overal rond op straat! En ik heb het hier niet alleen over allochtonen, maar vooral ook over Belgen die niet meer willen werken en daarmee de hele economie ontwrichten.

2. Hij laat ons, dit keer uit de zak van de rijken, een paar honderd euro’s winst per jaar boeken. Mooi meegenomen natuurlijk, maar het ruikt een beetje naar nét het gepaste goedkope snoepje om kleutertjes zoet te houden en stemmenwinst te boeken.

3. Zou, als Minister van economie, moeten weten waar onze duizenden euro’s aan belastingsgeld voor gebruikt worden en dààr even zijn economische knobbel op loslaten.

4. Is een socialist, en bij mijn weten zijn sossen altijd al dikke maatjes geweest met onder andere vreemden. Zéker als die vreemden dank zij de snelbelgwet voor hen kunnen stemmen! Vooral ook dikke maatjes met het ‘werkvolk’, en daar heb ik helemaal niets tegen, ware het niet dat ze dit werkvolk veel te lui hebben gemaakt met al te veel toegevingen en toelagen. Ze hebben er op de duur een ‘lievergeenwerk’ volk van gemaakt. Volk dat dan maar liever leeft van het geld dat vadertje staat ze toestopt om in leven te blijven. Geld dat vadertje staat dan maar weeral moet gaan ophalen bij de wél werkende belastingbetaler!

Nu. Alle negativiteit even opzij:

Akkoord, het IS een hele prestatie van Johan om tegen de deur van een aantal heilige huisjes te hebben durven stampen. Het levert ons toch jaarlijks een klein bedragje op. Maar om de wijdopen poort, waar doorheen al ons belastingsgeld en onze inspanningen vloeien te sluiten… Neen! Daarvoor zie ik hem noch enig ander Wetstraat- of dagbladverschijnsel toe in staat! Of ik zou me heel erg moeten vergissen, en ik hoop van harte dat dit het geval is.

Want wat baat het als Johan ons jaarlijks enkele honderden euro’s kan doen uitsparen, als we met ons belastingsgeld een hele resem aanhangwagens moeten zien mee te trekken: kansarmen, leefloners, asielzoekers, doppers, OCMW’ers, ‘geenwerkzoekenden’, profiteurs, leeglopers en parasieten. De ene al beklagenswaardiger dan de andere volgens de openbare opinie, maar toch allemaal met één groot voordeel boven de rest van de mensheid: zij mogen in bed blijven, en noest werkende mensen zullen hen wel betalen via de belastingen!

Allemaal moderne ‘beroepen’ die ons belastingsaandeel de hoogte in jagen! Wat denk je, Johan? Is een gezond economisch beleid nog wel mogelijk onder dergelijke omstandigheden? Is het niet wat dweilen met de kraan wijd open? Moet het probleem niet bij de bron worden aangepakt? Bij die kraan die iedereen heel goed weet staan, maar waar niemand iets durft aan te doen? Socialisten nog wel het allerminst!

Alhoewel, je weet maar nooit! Zelfs een verstokte socialist zou toch vroeg of laat toch moeten beseffen dat, als hij voor zijn eigen volk sociaal wil zijn, hij vreemde volkeren maar naar de sociale instellingen van het land van herkomst moet verwijzen? En als dat daar niet lukt, dan is dat niet onze schuld of verantwoordelijkheid!

Conclusie: eindelijk eens een Minister die iets dúrft te ondernemen tegen heilige huisjes. Maar voor het échte en levensgroot dreigende probleem van onze economische toestand wacht ik toch angstvallig af. Angstvallig omdat het woordje ‘socialist’ ons in de laatste jaren toch heel goed heeft aangetoond tot welke wantoestanden het uiteindelijk leidt. Waarom zou Wallonië zo socialistisch zijn denk je? De partij lijkt hen zó op het luie lijf geschreven!

Een socialist zou, de naam zegt het zelf, de sociale, werkende mens moeten verdedigen. Maar helaas heeft de geschiedenis ons geleerd dat het nét omgekeerd werkt: steeds minder werkende mensen moeten steeds meer werken om steeds meer luilakken in leven te kunnen houden! En zo wordt socialisme langzaam maar zeker parasitisme.

Willy.

Geschreven door Willy om 09:11 1 reactie Reageer op dit bericht

Meisje met step.

Het hemelwater van de voorbije dagen had zich gelukkig wat teruggetrokken naar andere oorden en voorwaar leek het of het een zonnige dag zou worden. Het gras was nog vochtig, de bankjes waren nog nat, maar aan de horizon lonkte een veelbelovende blauwe lucht.

Ik deed mijn morgenwandeling in het park met de hond. Chico trippelde vrolijk mee, en eindelijk weer ontdaan van zijn toch wat belemmerend jasje zag hij het allemaal weer heel goed zitten. Toch hield ik hem een beetje kort aan de leiband, want er reed een klein meisje rond met een step. Een schattig blond ding van hooguit acht jaar.

Aan de andere kant van het park zat een onbekende man op een (nat) bankje. Telkens het meisje hem voorbijstepte zwaaide ze en riep ze hem iets toe. Door het grote grasplein tussen mij en de man kon ik niet verstaan wat ze riep, en deed daar ook geen moeite voor. Bij ervaring wist ik toch dat ik ze niet zou begrijpen, want van vroege vaders op natte bankjes en rondrijdende dochtertjes weet ik ondertussen wel al dat ze van allerlei pluimage en afkomst kunnen zijn. Van vóór of achter het ijzeren gordijn… van oost of west van de Sahara… van boven of onder ons zonnestelsel… het doet er allemaal niet toe. Als wij maar betalen voor hen is het al lang goed voor de Wetstraat!

Toen kwam ik dichter bij de man. Het meisje reed hem weer voorbij, zwaaide vrolijk en nu hoorde ik wat ze telkens weer riep: “Dag papa”…

Het scheelde geen haar of ik struikelde over mijn hond, want zelfs hij was van verbazing perplex ter plekke blijven staan, met zijn ene witte voorpootje omhoog! Wàt een verademing! Wàt een verrassing! Een Vlaamse vader en een Vlaamse dochter! En nog wel in Vlaanderen! In Oostende! En ze spráken zelfs Vlaams! De wonderen zijn de wereld nog niet uit!

Ik geloofde mijn oren niet, en bleef wat ter plaatse treuzelen met Chico. En ja hoor, daar reed ze de volgende ronde, en weer klonk het vrolijk: ‘dag papa’. Mijn dag kon niet meer stuk en plots kon het me ook niet meer schelen of het al dan niet zonnig zou worden. Maar verder wandelend begon ik te twijfelen!

En tot op heden blijf ik me afvragen: waren dat nu echt authentieke en autochtone Vlamingen? Dat kan toch bijna niet? Of had het meisje op school twee woordjes Nederlands geleerd en riep ze hem die nu steeds weer toe omdat ze het grappige woordjes vond?

Helaas zal ik het wel nooit weten! Kleine meisjes kunnen raar uit de hoek komen. Enerzijds is het aannemelijk dat een Vlaams meisje het heerlijk vindt om telkens opnieuw met die twee woordjes haar liefde voor papa te betuigen. Hartverwarmend trouwens wél, maar niet heel echt geloofwaardig! Zéker niet bij elke ronde.

En dus zou het ook helemaal niet vreemd zijn dat dit meisje fier was op de twee woordjes Nederlands die ze had geleerd, en dit haar papa wou duidelijk maken. Aantonen dat ze zich aan het integreren was in die honingkoekerige samenleving die vindt dat ze maar moet opdraaien voor alle verschoppelingen van de aarde.

Ach ja… humanisme, weet je wel? Ook als dat kind inderdaad een vreemde was zou ik haar wel haar geluk dubbel en dik gunnen… Ze is tenslotte ook een mensenkind.

Als ik maar niet wist dat een piepklein landje als België bezig is zich als trekpaard op te stellen voor die reuzengrote wereld. Die wereld waarvan veel bewoners hun vaderland beu zijn, en liever dan er een beter vaderland van te maken zoals wij ooit deden, hun geluk elders gaan zoeken. Bij mensen die de weg al effenden voor hen. Zodat zij zich maar aan te melden hebben bij het OCMW en het CGKR.

In een landje waar iedereen welkom is.

Tot grote vreugde van alle vreemdelingen;

Tot grote lol van alle criminelen van de wereld;

Maar tot leed, zweet en onveiligheid van de Vlaamse belastingbetaler!

Lof der zotheid! Dank zij de onvolwassen humanistische en globalistische jankerds. Die zullen het ooit wel ondervinden, maar ondertussen zal hun eigen kroost wel weer de janktoer op gaan. Zo kan de geschiedenis zich telkens weer herhalen.

En in mijn verbeelding zie ik dan België als een heel klein speelgoedtractortje dat bezig is een aantal levensechte loodzware aanhangwagens voort te trekken, terwijl het eigen volk bezwijkt onder de belastingen!

Willy.

Geschreven door Willy om 10:10 Reageer op dit bericht

Audio(4 en slot).

En zo zijn we eindelijk aangekomen bij wat er nu echt gebeurt als we naar muziek luisteren. Wat we vooral aan de luidspreker te danken hebben.

1. Wat is een luidspreker?
Een luidspreker is noch min noch meer dan een luchtpomp. Een pomp die de lucht steeds heen en terug pompt.
Dat doet ze door een kartonnen conus heen en weer te laten bewegen tegen hoge snelheid (in trilling brengen).
En die conus wordt dan weer aangedreven door een elektromagneet, die zijn ‘signaal’ krijgt uit een versterker. Een elektrisch signaal dat eigenlijk de versterkte en in elektrische stroompjes omgezette reproductie is van de opgenomen muziek.

1147640-a0ffabc764e7ac1230c3d0bfe9522b5e.JPG

Misschien kan een praktijkvoorbeeld wat klaarheid scheppen en ook het bewijs leveren over het bestaan van boventonen:
Een slag op een grote drum geeft een toon van rond de 20 hertz. Een draagbaar radiootje met klein luidsprekertje kan maar tonen weergeven vanaf zowat tussen de 100 en 200 hertz! Dus we horen die trommel daar niet in! Juist?

We horen hem wél, zullen jullie zeggen. Toch niet! Wat je dan hoort als laagste toon is een der boventonen van die 20hz. Bijvoorbeeld 40, 80 of 160hz. Maar laat diezelfde trommel door een goede geluidsinstallatie klinken, en je zult een veel lagere klank horen! De juiste klank met de enige echte grondtoon dit keer, en niet alleen maar de harmonischen ervan.

Dat is trouwens de reden dat die kleine luidsprekertjes zo ‘metaalachtig’ klinken. Maar als je op zo’n radiootje dan weer een kop- of oortelefoon van redelijke kwaliteit aansluit hoor je onmiddellijk die lagere tonen. Dat komt omdat het piepkleine luidsprekertje in de koptelefoon veel minder inspanning moet doen om de lucht tot bij je trommelvlies te pompen. Het plakt er bijna tegenaan en moet dus veel minder lucht in trilling brengen.

Toch is er ook wel een voordeel aan dat fenomeen: moesten er géén harmonischen worden gevormd door die drum, dan zouden we hem simpelweg helemààl niet horen in ons draagbaar radiootje.

Maar om helemaal klankzuivere lage tonen te produceren op kamerniveau moet de ‘pomp’ veel harder pompen dan een oortelefoontje! Vooral voor de lage tonen is immers een veel grotere luchtverplaatsing nodig! En dat kan ze vooral met een grotere conus, die veel meer lucht kan verplaatsen. De conussen van pakweg 50 jaar geleden waren aan het chassis vastgeplakt met hetzelfde karton als dat waaruit de conus bestond. Ze reageerden bijgevolg nogal stijf; konden niet ver heen en weer bewegen.
Aanvankelijk werd dat verholpen met steeds grotere conussen om meer lucht te kunnen verplaatsen. En dat werkte heel goed, maar aan alles zijn grenzen! Luidsprekers van een meter diameter zijn nu eenmaal géén zicht in de huiskamer!

Toen ging men er eindelijk aan denken om de ophanging van de conus dan maar soepeler te maken. Zo kon hij veel verder heen en weer bewegen en dus méér pompen met een kleinere diameter. In de tegenwoordige luidsprekers gebeurt dat door een lichte en uiterst soepele rubberen ring tussen conus en chassis. (Zie figuur boven). Meteen konden luidsprekers veel kleiner worden en toch voldoende lage tonen ‘pompen’.

Noteer voor alle duidelijkheid ook nog dat voor de reproductie van lage tonen veel meer energie nodig is dan voor hoge tonen. Dit vanwege de grotere luchtverplaatsing die ervoor nodig is

2. Waarop letten bij de specificatie van een luidspreker of luidsprekerbox?
We zagen al dat het van belang is dat een luidspreker goed de lage tonen kan verwerken. Als je bij de specificaties als laagste frequentiebereik zo’n 20 hertz ziet staan, zit je goed, want lager ervaart de mens eerder als een gebrom dan als een toon. Als hoogste toon mag het gerust 20.000Hz zijn: de hoogste toon die de mens nog kan horen (Honden bijvoorbeeld horen nog veel hogere tonen!). Een goede luidsprekerbox moet bijgevolg een frequentiebereik hebben van 20 tot 20.000 hertz. Ooit was dit een groot probleem voor de fabrikanten!

Want nu stelde zich opnieuw een probleem: een luidspreker die geschikt is voor lage tonen, heeft moeite met hoge trillingen. Logisch: die grote, zware conus heeft het moeilijk met heel hoge trillingen! Daarvoor heb je eigenlijk een heel klein speakertje nodig met een heel lichte conus. Dat probleem werd opgelost door twee luidsprekers in één box te stoppen en door middel van een filter de lage tonen naar de ‘woofer’, en de hoge tonen naar de ‘tweeter’ te sturen. Duurdere systemen voegen daar nog een derde, middentoonluidspreker aan toe.
Maar nu komt het: waarom in ’s hemelsnaam moeten we zo’n dure luidsprekercombinatie kopen, als de allerhoogste toon van een piano toch maar een goede 8.000Hz is? Wat voor nut heeft dan die dure tweeter die tot 20.000Hz kan?



1147640-a1032f80277bf816aa1c11b728a64a3b.jpg
Want inderdaad, met de vroegere apparatuur, en zéker bij middengolfradio, hoorde je maar frequenties tot hoogstens10.000Hz. En toch dacht je het gehele orkest te horen! Tot je dat orkest life hoorde spelen en vaststelde dat dit toch heel anders klonk!
Welnu, de meeste instrumenten geven inderdaad slechts grondtonen tot hoogstens 8.000Hz. Maar ze produceren wél boventonen tot soms wel 20.000Hz. En dat maakt een heel verschil in de puntzuivere, sprankelende klank van bepaalde instrumenten. En niet alleen de harmonischen maken het totaalbeeld. Instrumenten zoals bijvoorbeeld de Hi-Hat in een drumstel (zie afbeelding), worden bij die grens van 10.000Hz nog nauwelijks gehoord! Laat staan dat je er de sprankelende boventonen zou van horen!

En dan te bedenken dat er, nu nog altijd, mensen zijn die een heel dure stereo-installatie hebben, en toch de kans zien de hoge tonen ‘weg te draaien’ met de hogetonenknop! Klinkt voller, vinden ze dan. Foei! Ze draaien daarmee dan wél de helft van het orkest weg!

3. Luidsprekerbehuizingen.
Waarom moet een luidspreker in een ‘box’? Esthetiek? Niet echt. De voornaamste reden is de nare eigenschap van lucht om zich rondom te verspreiden. En als een ‘luchtpomp’, bestaande uit alleen maar een ‘zuiger’ die lucht heen en weer pompt, speelt die lucht een spelletje solo slim. Als de voorzijde van de conus vooruit pompt, ontstaat vooraan een druk, maar achteraan een zuigeffect. En de lucht volgt de weg van de minste weerstand en draait simpelweg het hoekje om via de buitenrand van de luidspreker, en compenseert achteraan het vacuum. Lage tonen raken dus wéér niet recht vooruit en tot bij je trommelvlies! Je kunt het vergelijken met een fietspomp: als je de zuiger daarvan uit zijn behuizing haalt, mag je die zuiger zoveel je wilt voor- en achteruit bewegen, het heeft weinig effect op de verplaatste lucht omdat die, als de zuiger vooruit beweegt, zich onmiddellijk verplaatst naar de achterkant ervan.

Door de luidspreker in te sluiten in een box wordt dat nare effect teniet gedaan en moét de ‘pomp’ de lucht wel recht voor zich uit pompen… Daarom ook moet de constructie van de box stevig zijn en niet meetrillen. Want dan zijn we terug bij af en wordt de achterkant van de conus toch bereikt via de meetrillende box.

4. Spijtig fenomeen met het volume!
Hier zou de kous normaal af zijn, maar ik moet het nog even hebben over een ander, erg naar fenomeen! De volumeknop! Waarom willen veel mensen die de muziek voor de volle honderd procent willen ervaren, toch steeds weer die volumeknop helemaal opendraaien, zodat je horen en zien vergaat?
Het ‘mysterie’ zit hem weer in de lage tonen! Want als je het volume verlaagt, verminderen de lage tonen het eerst! Die hebben immers de meeste energie nodig! De drums zijn de eersten die er het bijltje bij neerleggen als je de muziek dempt. En inderdaad wordt de klank dan al gauw weer een beetje metaalachtiger en ga je van de drums enkel nog de boventonen horen.

Oplossing: koop een muziekinstallatie die de lage tonen heel erg kan bevoordeligen ten opzichte van de hogere! Dan kun je, zélfs op minimaal niveau, nog altijd van het hele gamma aan klanken genieten en blijven de bassen goed doorklinken. Wil je een hoger volume met een dergelijke installatie, dan draai je de lage tonen maar een beetje terug. Ook heel geschikt hiervoor zijn zogenaamde ‘actieve basboxen’ die je op zowat elke installatie kunt aansluiten, en hun eigen laagdoorlaatfilter en versterker hebben. Zo zijn die totaal onafhankelijk van het volume van de hoofdversterker. De voordelen van een dergelijke configuratie zijn dat je er, zelfs voor stereo, maar ééntje nodig hebt bovenop je normale stereoluidsprekers. En dat je die overal kunt achter wegstoppen zonder de klank te verstoren!

Dat komt omdat lage tonen zich in alle richtingen verspreiden en het oor nauwelijks kan onderscheiden waar de geluidsbron zich bevindt. Het ‘stereobeeld’ wordt alleen maar in het leven geroepen door de midden- en hoge tonen. Die verspreiden zich, hoe hoger hoe méér, rechtlijnig, en elk obstakel tussen luidspreker en oor verstoort het stereobeeld.

En nu hou ik er maar mee op. Met welgemeende excuses aan wie dit onderwerp totaal niet interesseerde, maar met de hoop hier en daar toch iets wakker te hebben gemaakt dat tot een betere muziekbeleving kan leiden.

Willy.

Geschreven door Willy om 09:39 Reageer op dit bericht

Audio(3).

Even wat dieper ingaan op wat een toon is.


Een toon is een bepaalde vastgelegde frequentie van trillingen. Bij de middelste C (Do) van een pianoklavier, dat is dan de C4, is dat 261,626 Hertz of ‘trillingen per seconde’.

Noot

Hertz

C1

32,703

C2

65,406

C3

130,813

C4

261,626

C5

523,251

C6

1046,502

C7

2093,005

C8

4186,009

C9

8372,018

Merk ook op in de tabel dat het aantal trillingen per seconde preciés verdubbelt bij elke ‘octaaf’ hoger. Zo heeft de C5 van een instrument net het dubbel aantal trillingen per seconde als C4.
En dat hoor je ook als je de twee C’s samen aanslaat. Ze klinken ‘harmonisch’. Dat komt doordat tussen de twee hoogste punten van de trilling van de C4 (zie de grafiek hieronder) precies twee trillingen van de C5 passen, en die trillingen dus telkens weer samenkomen op de hoogste en laagste punten van de sinus. Op een klavier speel je dan in ‘octaaf’ als je zeven (witte) toetsen tussenlaat. Je kunt ook in kwinten spelen, dan laat je vijf toetsen tussen beide; of in tertsen. Elke combinatie die je maakt is harmonisch als de toppen van de sinussen telkens samenvallen per volledige heen- en weer golving van de grondtoon. Op die manier werken ze samen door, telkens de toppen van de sinussen samenkomen, elkaar een ‘duwtje’ te geven. Dat is de theorie, voor wie er tenminste in geïnteresseerd is.

1147059-ede284c09781e0494b85f2671b22be6b.JPG

In de praktijk wordt een harmonische combinatie als ‘aangenaam’ geluid ervaren. Een‘disharmonische’ combinatie wordt daarentegen als storend ervaren door het oor. Je hoort dat er iets niet klopt. Sla bijvoorbeeld maar eens twee naast elkaar geleden noten aan op een piano. Er ontstaat een regelrechte wanklank en je snapt direct wat ik bedoel. De twee tegelijk gespeelde noten bevechten elkaar. Het klinkt duidelijk hoorbaar vals! Een harmonische combinatie van twee, drie of meer noten heet trouwens een ‘akkoord’. En het woord zegt het zelf: ze zijn akkoord. Ze kunnen het goed vinden bij elkaar. Als voorbeeld van een harmonisch akkoord moet je maar eens de do, mi en sol tegelijk aanslaan. Dan hoor je direct wat harmonisch betekent.

We zagen al wat een toon is en wat een noot. Nu heb ik het even over de klank. Want niet elke toon of noot heeft dezelfde ‘klank’. Zélfs al is de frequentie dezelfde. Iedereen heeft al kunnen vaststellen dat dit verschilt van instrument tot instrument.

Wat is een klank?

Met andere woorden: waarom klinkt de C4 van een piano totaal anders dan diezelfde C4 van een kerkklok of trompet? Ze hebben alle drie toch dezelfde frequentie? Dus zou ons trommelvlies ze als ‘gelijk’ moeten ervaren, maar dat doét het niet!
Wel, nu wordt het wat ingewikkelder, want een ‘klank’ is altijd samengesteld uit een ‘grondtoon’ en een aantal ‘boventonen’ (harmonischen)!

Hoe dat komt is een natuurkundig verschijnsel: elk geluid heeft zijn grondtoon, maar die grondtoon zélf brengt weer boventonen voort. Hogere trillingen dus. En het aantal en de soort van die boventonen bepaalt het totaal klankbeeld van een bepaald instrument. Een puntzuivere C4 bestaat dus niet in de praktijk. We horen de grondtoon, maar ook een afgezwakte toon die nét een octaaf hoger ligt. De dubbele frequentie dus, en, weer zwakker, de drie- en meer dubbele, en daar tussenin, om het helemaal moeilijk te maken, nog boventonen van een vierde of een derde hoger dan de grondtoon, enz. Elke mogelijke trilling die telkens weer samenkomt met de top van de sinus van de grondtoon is een mogelijke harmonische die zich sterker of zwakker manifesteert naar gelang het instrument.


Een hele combinatie van verschillende trillingen dus, maar allemaal gegenereerd door die éne grondtoon.
Maar gelukkig! Er worden alleen maar harmonische boventonen geproduceerd door een grondtoon, zodat ons oor niet wordt gefolterd door disharmonischen!

1147059-78a41ece474cbd78e6f49be001983c88.JPG
Een puntzuivere toon zou er bijgevolg als één curve van de grafiek hierboven moeten uitzien, maar in werkelijkheid brengt elk geluid, elk instrument, elke stem, een heel specifieke combinatie van harmonische hogere frequenties teweeg. En juist die voor elk geluid unieke combinatie zorgt ervoor dat elk instrument zijn specifieke klank heeft. Sommige instrumenten benadrukken de eerste boventoon, anderen dan weer de derde, of enkele tussenliggende, enz. Zo komt het dat alles zijn specifieke en unieke timbre heeft.
Zo komt het ook dat menselijke stemmen zo verschillen. Een man en een vrouw die samen dezelfde noot zingen, zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden. Dat komt omdat een vrouwenstem meestal meer boventonen produceert. (Zie je wel dat ze toch altijd weer een toontje hoger moet zingen?)

En nu laat ik jullie hersenen weer met rust tot morgen.

Willy.
Geschreven door Willy om 09:24 Reageer op dit bericht

Audio(2).

Na de introductie vlieg ik er hier maar meteen in:

Als we het over muziek, klank en geluiden hebben, moeten we ons eerst en vooral enkele vragen stellen:

1. Wat is geluid?
Geluid mag dan al onzichtbaar zijn, toch is het een heel simpel fysisch en fysiek gegeven. Het is gewoon de lucht die in trilling wordt gebracht door bijvoorbeeld een sleutel die op de grond valt. De schok van de val brengt de lucht in trilling. Die trilling bereikt ons trommelvlies, dat gaat dan meetrillen en brengt het signaal over naar de hersenen. En we ‘horen’ de sleutel vallen.
Het werkt precies gelijk aan een steentje dat we in het water gooien en dat golven maakt. Dat steentje doet het met water, geluid doet het met lucht.

2. Wat is een noot?
Een muzieknoot is een trilling met een vast bepaalde frequentie, waardoor hij altijd op dezelfde toonhoogte klinkt. Daarover later meer. Nu maak ik het maar niet te moeilijk.

3. Wat is een notenbalk?
Een notenbalk is samengesteld uit vijf horizontale lijntjes, waarbij zowel elk lijntje als elke tussenruimte tussen de lijntjes is gereserveerd voor een bepaalde noot, zoals hieronder. Ook hierover wil ik nu niet meer kwijt dan nodig.

1146557-31eca9b60b3e837404efa5eca21cc682.JPG


De diatonische toonladder.

Een diatonische toonladder bestaat uit do re mi fa sol la si… en dan weer de (hogere) do. Zeven unieke noten dus. Je kunt nu zowel omhoog of omlaag verder doorlopen, maar telkens weer zijn het diezelfde zeven noten die weerklinken, in een hogere of lagere octaaf. Ter inlichting: een octaaf zijn de acht noten die, in volgorde na elkaar gespeeld, een mooi afgerond geheel vormen. De eerste, of laagste do vormt het begin, de tweede do het eind van dit ‘melodietje’. Laat je die tweede do weg, dan hoor je duidelijk dat de reeks een toon méér vraagt om ‘afgerond’ te klinken.

Noteer ter info ook dat diezelfde noten ook nog met een lettercode genoemd worden die begint bij… nu zou je denken ‘A’, maar neen hoor! Dat zou te makkelijk zijn. Het begint, niet de gelóven, bij de C! En dan krijg je dié tabel:

Do

Re

Mi

Fa

Sol

La

si

C

D

E

F

G

A

B

Lijkt niet erg logisch hé? Is het ook niet! Zoals bijna niets in de muziek. Maar goed…

Toen ik een jaar of acht oud was speelde ik al behoorlijk wat deuntjes op een mondharmonica. Deuntjes die ik in de radio hoorde en naspeelde. Ik zeg wel: NAspeelde; helemaal correct, maar toch slaagde ik er meestal niet in om MEE te spelen met de radio! Als ik de melodie begon op dezelfde noot waarmee de zanger begon, kwam ik telkens weer op punten uit waar het leek alsof ik een noot tekort had op mijn instrument! Ik begreep het niet. Nu begrijp ik het wél. Een mondharmonica is, met nog enkele andere instrumenten, zoals een blokfluit bvb, een diatonisch instrument. Met andere woorden: een instrument met maar de zeven ‘standaardnoten’. Als een melodie op een mi begint, dan moét je die ook op een mi beginnen, anders klopt er niets meer van. Maar voor de zanger in de radio paste het orkest de toonhoogte naar wens aan: een of enkele noten hoger of lager volgens de stem van de zanger.

Met een diatonisch instrument kun je dat niet. Het moet een héle octaaf hoger of lager, of anders niets. Anders lukt het niet om helemaal mee te spelen. Wat voor veel zangers erg vervelend zou zijn!

De Chromatische toonladder.

De diatonische toonladder werd waarschijnlijk ergens in het begin van onze tijdrekening uitgevonden voor in hoofdzaak religieuze muziek. Al had men er soms wel last van dat het instrument zich niet kon aanpassen aan een stem die eigenlijk nét iets hoger of lager zou moeten kunnen gaan om gemakkelijk te zingen.

Verlichte geesten (jawel!) bogen zich, ergens in de middeleeuwen geloof ik, over dat eigenaardige fenomeen, en ontdekten dat er inderdaad te weinig noten waren! Ze ontdekten ook dat, als je vijf noten toevoegde op bepaalde plaatsen, je probleemloos elke melodie op gelijk welke noot kunt beginnen, mits hier en daar gebruik te maken van die tussenliggende noten. Waardoor meteen ook de vingerzetting een stuk moeilijker werd. Aan de klavieren met alleen witte toetsen werden inderhaast maar een aantal zwarte toetsen ‘tussengefoefeld’ en dat was het dan! Dezelfde melodie moest nu met één of meer ‘zwarte’ toetsen worden gespeeld naar gelang je het gehele zaakje wilde verhogen of verlagen. Maar goed… het werkte. En werkt, helaas, nog altijd. Op elk klavier zitten per octaaf zeven witte en vijf zwarte toetsen. De do (C) is altijd de witte toets die nét voor het groepje van twee zwarte staat.

1146557-eec395fc5077a15e436294fa76f7b465.JPG

So far so well, dat kon er nog altijd door in de praktijk van het musiceren. Maar toen gingen ze een grote kans missen! Ze wilden die noten ook nog met alle geweld op diezelfde armzalige vijf lijntjes van de notenbalk geperst krijgen in de notatie, en toen werd muzieknotatie één grote janboel!

De logica zegt eigenlijk zelf dat die vijf extra noten niet alleen schreeuwden om méér lijntjes, maar ook om elk een unieke naam. En dat werd over het hoofd gezien! Men bleef de vijf lijntjes gebruiken, en die nieuwe noten noemde men gewoon ‘verhoogde’ of ‘verlaagde’ noten. En ze werden op de notenbalk op dezelfde plaats gezet als hun niet-gewijzigde broertjes. Met één verschil: vooraan de notenbalk worden een aantal ‘mollen’(soort b-teken) of kruisen (#) geplaatst. Dié geven aan dat de noten die op dàt lijntje staan verlaagd (mol) of verhoogd (kruis) moeten worden en dus met een zwarte toets moeten aangeslagen worden!!!

Net alsof je bij het lezen van een boek telkens weer vooraan de regel moet gaan kijken of je een bepaalde letter nu als een d of als een e moet lezen. Stupide? Jawel! Absurd? Jawel! Een boek lezen zou dan eigenlijk enkel kunnen na hogere studie. Net als nu het geval is bij muziek lezen!

En zo heb ik jullie, voor dit stukje, toch nog opgezadeld met nogal doorwegende theorie vrees ik. Dat deed ik om goed duidelijk te stellen hoe sommige mensen iets, uit onnadenkendheid, hopeloos ingewikkeld kunnen maken terwijl het heel simpel kan en heel simpel zou moeten!

Muziekleer zou poepsimpel kunnen zijn als iemand het lef had alle onlogische rommel op te ruimen en een ‘leesbaar’ notenschrift te maken. Zo zijn er waarschijnlijk wel duizenden, en ik zou het zelfs zélf kunnen doen. Heb het zó in mijn hoofd. Maar ik bespaar me de moeite, want helaas, om dàt in de muziekwereld te introduceren moet je van goeden huize zijn en met de nodige diploma’s. En als je die diploma’s hebt behaald… dan vind je het niet meer nodig! Anderen moeten ook maar zweten bij hun studie.

Zo tenminste redeneren de gevestigde muziekprofessoren. En die doen het omdat ze niet graag toegeven dat de enorme studies die ze zelf hebben moeten volgen, véél eenvoudiger hadden gekund met precies hetzelfde eindresultaat. En dus verzetten ze zich halsstarrig tegen elke vorm van vereenvoudiging, met argumenten die totaal geen steek houden. Argumenten zoals: “O ja? En wat doe je dan met de harmonie? Die gaat dan totaal verloren!’. Klinkklare onzin! Maar de leek loopt er in en gaat braaf studeren.

Arme muziekleerlingen!

En toch ken ik één instrument dat volledig Chromatisch werkt en waarbij de vingerzetting steeds dezelfde blijft, in welke toon je de melodie ook speelt. Dat is het accordeon met voor de rechterhand vijf schuine rijen ronde knoppen in plaats van pianotoetsen. Een geniale prestatie van de uitvinder. Echt het ei van Colombus.

Maar ook hier: dit systeem bleef beperkt tot het accordeon (le piano des pauvres).

De ‘grand genre’ voelde zich te hooggeplaatst om dergelijke toegevingen ook op ‘chique’ instrumenten toe te passen. Dat zou degelijk muziekonderricht onder andere ook toegankelijk maken voor armeluiskinderen. En dat kon toch niet worden toegelaten hé? Musiceren moest elitair blijven!

Willy.

Geschreven door Willy om 09:19 Reageer op dit bericht

Meer van Bewust_zijn

↑ Terug naar de berichten