Naar de inhoud

Bewust_zijn

mijn levensvisie
akke.beakke.be

Archief

Mijn Nieuwjaarsbrief.

Tweeduizend en twaalf! Eerst het goede nieuws:

1064216-f11008bf6b781f899756546a8c2551e2.JPG

En zo zijn we dan weer in een nieuw jaar aangeland! Graag zou ik alle bloggers en bloglezers een stukje van mijn eigen levensvreugde willen overmaken. En dat is dan ook MIJN nieuwjaarsbrief aan iedereen die er een boodschap aan heeft:

Het leven is heel kort;
Geniet van elke dag.
Zelfs als je ouder wordt
En al wat minder vermag.

Je hoeft zeker niet te treuren,
Niet denken aan wat kan gebeuren.
Wees maar blij met vandaag,
Dat is alles wat ik vraag.

Dat is alles wat ik wens
Aan elk weldenkend mens.
Positief gebruik van je ‘inner space’
Maakt van het leven één groot feest.

Willy.

-o-o-o-o-o-

Tweeduizend en twaalf: en dan nu het slechte nieuws:

1064216-aa0e8eafd37ca239b4bc755b4fb4c1dc.gif
Vandaag is het feest voor de criminelen. Eindelijk wordt criminaliteit beloond!
Vandaag worden we teruggecatapulteerd naar het Chicago van Al Capone!
Vanaf vandaag zijn de rechten van de crimineel hoger dan die van de brave burger!
Vanaf vandaag wordt de kans op een veroordeling nog maar eens geminimaliseerd!

Vanaf vandaag geldt namelijk de Salduz wet in België. De overschakeling blijkt miljoenen te hebben gekost. Miljoenen die de brave burger betaalt om de criminelen die hem het leven onveilig maken te beschermen.

En blijkbaar kon het niet snel genoeg, want verleden week werd reeds een drugdealer vrijgesproken omdat hij geen gebruik had mogen maken van de Salduz wet. En toch had hij al bekend! En toch was de Salduzwet zelfs nog niet in voege!

Blijkbaar dus zit het gerecht te popelen om criminelen vrij te spreken en konden ze niet eens wachten tot de wet van kracht is. Hoe heb ik het nou eigenlijk? Sedert wanneer kan gestraft of vrijgesproken worden op basis van een wet die nog niet van toepassing is??? Blijkbaar weeral zoiets dat alleen in België kan!

Wie mijn columns over de Salduz wet niet heeft gelezen moet ze nog maar eens bekijken: ‘De Salduz wet’ en ‘Moois van Salduz’. Beide van eind juli 2011.

Vlaanderen, België, let op! In België zal de onveiligheid nog maar eens verdubbelen. De Wetstraat wil met de ene hand dan wel meer blauw op straat, maar kortwiekt en demotiveert dat blauw eerst met de andere hand. Resultaat: een stap vooruit en twee achteruit! We komen langzaam maar zeker in een vogelvrij land te leven waar criminelen de wet dicteren!

Voor de criminelen is dit dan weer het goede nieuws voor tweeduizend en twaalf, en een prachtig nieuwjaarsgeschenk! Recht uit de criminele geschenkendoos van de Wetstraat. Een ‘relatiegeschenk’ zeg maar! Waar zitten de criminelen nu eigenlijk? Op straat? In de gevangenis? Of… in de Wetstraat? Ze hebben er in elk geval een dikke vinger in de pap!

1064216-5c51ad48ff5af5c7a800cbb653876ec6.gif
Wat mij betreft: gelukkig bén ik niet meer bij de politie, maar moest ik dat wél nog zijn dan zou ik me wel even bedenken alvorens een crimineel te betrappen en me een hoop problemen op de hals te halen! Liever een blokje omrijden. En reken maar dat dit op de duur de werkwijze van de politie zal worden. Op beschermd wild jaag je toch niet? Aan wiens kant staat de Wetstraat nu eigenlijk?

NB: niet voortvertellen, maar zou het kunnen dat die rechter, door die vrijspraak ‘avant la lettre’, ons stiekem een duidelijk signaal heeft willen geven over wat ons te wachten staat? Want die rechters zijn ook niet van gisteren hoor, en weten best wat er in de Wetstraat speelt! Misschien zijn het ook wel nog de enigen die aan onze kant staan in deze verderfelijke waanzin.

Willy.

Geschreven door Willy om 09:37 1 reactie Reageer op dit bericht

Reageren.

Even een kort editoriaal berichtje tussendoor:

Een aantal van mijn bezoekers geeft de voorkeur aan reageren via mijn gastenboek, en dat vind ik jammer. Als er dan ook nog zo’n joekel van een ‘button-afbeelding’ wordt bijgeplaatst, wordt het op de duur bijna onmogelijk mijn gastenboek nog open te krijgen en moet ik er regelmatig een aantal wissen, wat ik uiteraard jammer vind. En bovendien weet ik dan ook niet op welk artikel werd gereageerd.

Of het nu een reactie of een groet betreft, klik gewoon op het woord ‘reageer’, helemaal onderaan rechts van het column. Speciaal voor dié bezoekers heb ik het maar eens wat groter, en rood gemaakt.

Willy.

Geschreven door Willy om 16:46 1 reactie Reageer op dit bericht

De oude school.

1063149-eab4b8fb837efd1790f31c1d331be37e.jpg
Schooljaar 1947/1948. 1 september. Met de schrik op het lijf aan de hand van mijn oudere zus naar het eerste studiejaar. Met in mijn boekentasje een gloednieuwe lei en griffel! Door mijn ouders gekocht in de Priba te Brugge. Vaarwel gezellige kleuterklasjes met de vriendelijke juffen die als vervangmoedertjes waren. Nu ging het leven beginnen! De harde werkelijkheid. Geen juffen meer maar een meester! Ik had al wat griezelverhalen over die meesters opgevangen. Schenen heel losse handjes te hebben en zo!

Maar mijn vader had me in de vacantie, toen ik daarover begon, al een beetje kunnen geruststellen:

- Als je doet wat je moet doen zullen ze best wel meevallen. Waarom zouden ze je straffen als je niks misdoet?

Hé, daar stak wel wat in! Zover had ik nog niet gedacht. Wat een wijze papa had ik toch! Het zou er dus alleen maar op aankomen om gewoon te doen wat je gevraagd werd. Dan zou er inderdaad geen reden zijn voor een oorvijg of wat dan ook. Maar… wat als je niet meekon met de anderen? Volgde dan ook straf? Oei! Dat zou, voor zo’n dom jochie als ik, toch wel niet meeva

1063149-04ac8c67aa79e631ca2c25347f0177d8.jpg
llen!

 Maar het viel allemaal wél mee. Al waren het niet meer die bemoederende en betuttelende jufferjes waarbij we ons lekker verwend voelden. Neen. Er kwam iets anders in de plaats: een stoere leraar. Een heel ander wezen. Een wezen dat je niet verwende, maar je toch ergens een gevoel van bescherming bood. En ook het gevoel niet langer een kind te zijn maar een man in wording. De zachte juffenwereld veranderde in de harde werkelijkheid.

Meester Dhondt was mijn eerste leraar. Een beetje stugge man vond ik. Enfin, toch in vergelijking met de lieve juffen in de kleuterklasjes. Leerde ons de eerste lettertjes, vervolgens woordjes en zinnetjes, en dan een eerste leesstukje dat me steeds is bijgebleven:

Rik en Jet op de wip
De wip ging op en neer
Jet wil af de wip.
Er af ik maak mijn rok vuil!
Ik doe niet meer mee.
Kom Jan zit met mij op de wip.

1063149-17f5684542990394450daa25e56c6a03.jpg
De woordjes kon ik wel lezen, maar had enige moeite het ‘verhaal’ te snappen: die Jet, dat moest dus een meisje voorstellen, want ze droeg blijkbaar een rok. Maar wie in ’s hemelsnaam noemt er nou Jet? Nog nooit gehoord. Nou ja… dat komt ervan als je zo dom bent hé? En dan dat ‘Jet wil af de wip’! Was dat spreektaal? Schrijftaal? Waarom niet ‘wil VAN de wip’? Enfin, ik begreep het wel, maar hoe klein ik ook was, ik kon me toch niet vinden in die woordkeuze. Weeral een bewijs hoe dom ik was. Zó dom dat ik niet eens uitleg durfde vragen aan meester, hoewel ik dat heel graag had gedaan.

Al moet ik zeggen: ik ben nu zeventig en heb nog steeds niemand ontmoet die ‘af een wip’ wilde en nog minder iemand die Jet noemde. En dus blijk ik nog altijd even dom! Hebben jullie het gehoord, Jetten? Stuur me eens een mailtje please? Kan ik misschien eindelijk ook eens dàt gat in mijn cultuur dichtmaken en alsnog mijn eerste leeslesje begrijpen! En vertel me dan ook maar meteen hoe je ‘af een wip’ komt. Of nee, toch niet. Want een wip heeft tegenwoordig een heel andere betekenis!

Maar terug naar meester Dhondt. Een geniale man! In mijn ogen een echte artist. Zijn klas hing vol met zelfgemaakte plaatjes. Héél mooi! En hij maakte er steeds bij, telkens als hij ons iets te doen gaf waar we wel een uurtje zoet zouden mee zijn. Dan rolde hij een groot blad bruin inpakpapier van een rol, hing die met een ladder op aan de muur, en, nog steeds op de ladder, begon hij te tekenen. Prachtige schetsen in houtskool.

En stiekem keken wij het af tijdens onze ‘werkzaamheden’. Onder zijn magische handen ontstond een hoofd, een lichaam, benen, armen en handen, een winters decor, een straat… het kreeg allemaal vorm onder onze gretige blikken. Aanvankelijk leek het allemaal heel ruw en konden we er nog weinig uit maken. Maar stilaan kwamen de vormen en de perspectieven naar voor, werden er kleurtjes toegevoegd met gekleurde krijtjes, en ontstond een waar kunstwerk.

Wat bewonderde ik die man! Hij was de zoon van een bekend fotograaf in mijn stad. Zelf ook, naast leraar, fotograaf. Maar zo te zien had hij geen ‘Kodak’ nodig om van een stuk bruin inpakpapier een kunstwerk te maken.

Heel veel heb ik geleerd van die man, maar er nooit echt contact mee gehad. Hij leerde ons vanalles, en met veel motivatie, maar contact had hij niet met zijn leerlingen. Lag in zijn wat stug en afstandelijk karakter. We hadden dan ook meer contact met zijn tekeningen dan met hemzelf. En misschien was dat ook wel zijn bedoeling: zijn gebrek aan sociale communicatie vervangen door artistieke communicatie.

Ook vele jaren later, toen ik hem beroepshalve al eens ontmoette, hij was dan al lang met pensioen, hoefde ik niet over ‘de oude tijd’ te praten. Of over zijn tekeningen die ik zo prachtig had gevonden. Er kwam dan enkel een stug glimlachje, net als vroeger, en dat was het dan. Ik kan hem dan ook niet beter typeren als ‘onpersoonlijk, maar geniaal in alles wat hij deed’.

En ik, dom jongetje, werkte en zwoegde om toch maar mee te kunnen met de anderen die ik veel slimmer vond. Hoe groot was dan ook mijn verbazing toen ik aan het eind van het schooljaar, na de proefwerken, de tweede van de klas bleek te zijn! Oei! Waren de anderen dan nóg dommer dan ik?

In het tweede leerjaar hadden we meester Deroo. Een naar mijn toenmalige normen stokoude, grote en magere man die wat gebogen liep. Van hem herinner ik me vooral de walgelijke lepels levertraan!

1063149-af4362737e52aa0a1fe86253782480fa.jpg
Ja… we waren naoorlogse kinderen, en de regering vond dat we allemaal maar wat moesten aansterken. En dat kon, naar de toen gangbare mening, alleen maar met levertraan. Van walvissen. Bah! Ik walg nog als ik er aan dat vieze goedje denk. Je reinste motorolie!

We moesten allemaal een lepel meebrengen naar school en elke dag moest elke leerling zijn lepel levertraan slikken. Die moest door de leraar letterlijk in de mond van elke leerling worden gestopt, want alleen op die manier was men zeker dat de levertraan ook was ingenomen!

Derde leerjaar: meester Van Quatem. Een schat van een leraar! Zachtaardig, sociaal, intelligent… ik denk niet dat men ze nog zo nog maakt! Eén anecdote over hem: op een bepaald moment werd ons medegedeeld dat hij ziek was en in de kliniek lag. De juiste reden werd niet medegedeeld. Maar omdat ik me al zo sterk aan die man had gehecht en medelijden met hem had, vond ik, als enige van de klas, dat ik hem maar een bezoekje moest brengen in de kliniek. Mijn ouders waren akkoord en gaven me zelfs een cadeautje mee.

In de kliniek ging ik zijn kamer zoeken en daar lag hij in bed en stelde me gerust: het zou maar een weekje duren en dan was hij terug.. De kamerdeur had een ruitje, waarin een kinderkopje was verwerkt in glas in lood. En het ging me dagen! Blij liep ik terug naar huis en verkondigde verheugd:

- Weet je waarom meester Van Quatem in de kliniek ligt? Hij heeft een kindje gekocht!

Mijn ouders schaterden het natuurlijk uit, maar ik begreep het niet! Ja… zó dom was ik! En die ‘zwangerschap van meester Van Quatem’ maakte nog lang deel uit van de huiselijke gesprekken!

En dan kwam het gevreesde vierde! De vierde klas, waarin meester Devroe de scepter zwaaide! Werd door zowat alle leerlingen aanzien als een bruut, een ware tiran. En inderdaad, ik heb die man dingen zien doen waarvoor je in de tegenwoordige tijd in de gevangenis zou vliegen. Onhandelbaren pakte hij gewoon met de voeten vast en dompelde ze met het hoofd in een emmer water! Niet lang natuurlijk, maar het werkte wel!

Nu zouden we ongelovig kijken als we van zoiets hoorden. De ouders zouden direct het gerecht inschakelen! Maar destijds was dat heel normaal! Dat kon nog net. Ik ben er zelfs van overtuigd dat zo’n ‘ondergedompelde’ het thuis wel niet zou vertellen, want dan wachtte hem zéker nog een extra straf van vader. Lijfstraffen hoorden er gewoon bij. Maar toen werden ook nog mannen gevormd, en geen watjes!

En ik zelf? Nooit een tik gekregen van meester Devroe. Wel integendeel! Hoe dikwijls verkondigde hij niet voor de hele klas dat, als alle kinderen waren zoals ik, lesgeven een pretje zou zijn? Ik werd dan rood tot achter de oren en hoorde dat niet zo graag. Wou niet ‘afgaan’ voor de klas. Maar ach, ik ondervond wel dat de man achter al zijn machtsvertoon toch wel een gouden hart had. Hij wou gewoon het beste voor zijn leerlingen en alle middelen waren hem daarvoor goed. Hij had geen Rilatine pillen nodig om zijn pappenheimers kalm te houden. De schrik voor die emmer water werkte veel beter. Oproerkraaiers moesten nog niet als ‘zieken’, maar als kwaadwilligen worden behandeld!

Maar meester Devroe was ook heel erg vooruitstrevend en deelde graag ook zijn technische kennis met de leerlingen. Zo had zich op een bepaald moment een tweede- of derdehandswagentje aangeschaft. Bracht het gammele ding mee naar school, parkeerde het op de speelplaats, en zijn hele klas mocht het komen bewonderen terwijl hij uitlegde hoe alles werkte! Deuren open, motorkap open, en we vergaapten ons aan al die moderne techniek en luisterden met open mond naar de uitleg.

Of… hij bracht op warme zomerdagen enkele flessen grenadinesiroop mee naar school. Liet de conscierge een metergrote verzinkte wasteil met water op een tafeltje plaatsen op de speelplaats, goot er de grenadine bij en gaf de hele klas elk een strootje en dan mochten we allemaal met dat strootje uit die wasteil gaan drinken!!! De wasteil waarin de consierge waarschijnlijk zichzelf waste op zaterdag! Hygiëne? Ach wat… die was nog niet uitgevonden! Ziektes door ‘gebrek aan hygiëne’ al evenmin! En neen hoor, we werden er niet ziek van! Dat worden ze nog maar sedert de hygiëne ten spits gedreven is.

En rook? Jongens! We werden al ‘gerookt’ in de wieg. Vaders rookten, bezoekers rookten, de dokter rookte, de schoolmeester rookte in de klas. Later, in de vakschool, mochten zelfs de leerlingen roken en stonden asbakken op de schoolbanken. En toch leven we zeventig jaar later nog bijna allemaal! Dat zouden we toch niet mogen als we al die geleerde bollen moeten geloven in wat ze over roken verkondigen?

En zo… werd een hele generatie opgevoed. Op een manier die velen tegenwoordig zouden verafschuwen. Maar die generatie heeft het wél gemaakt! Stukken beter dan de tegenwoordige generaties van alwetende watjes, wereldverbeteraars en jankerds.

Onze generatie betoogde niet voor de rechten van vreemdelingen waar ze geen uitstaans mee hadden. Die moesten dat zelf maar doen in eigen land. Wijzelf hadden het veel te druk om in onze eigen levensbehoeften te voorzien! En als er dan al eens betogingen of stakingen waren, dan was het ook verantwoord en voor eigen volk. Wat de rest van de wereld er van bakte, dat moesten ze zélf maar vreten. ONZE bakkers bakten voor ONS, en wij waren niet te beroerd hard te werken voor ons dagelijks brood!

Jawel! Wij zijn nog letterlijk van de oude school!

En onze generatie heeft een beter land weten te creëren!

Helaas, de betere levensomstandigheden brachten ook verveling mee. En omdat niet meer voor het eigen dagelijks brood moest worden gevochten en gewroet, begonnen de ‘verveelden’ maar voor vreemde rassen te gaan janken om hun overtollige energie kwijt te raken. Of ze gingen janken voor stomme futiliteiten zoals het rookverbod. Om gezondheidsredenen? Neen! Om de verveling te verdrijven! Om de nutteloosheid van hun werkonwillig bestaan te verdoezelen. Om te kunnen stellen ‘dat ze ook eens iets gedaan hadden in hun leven’.

Welnu, het onveilige, verscheurde, cultuur- en identiteitsloze land dat we nu kennen hebben we helemaal te danken aan die jankerds! En aan een Wetstraat die maar naar jankerds blijft luisteren.

Willy.

Geschreven door Willy om 10:29 Reageer op dit bericht

Rode blazers.

Het was in het begin van de jaren negentig. Blazers waren ‘in’ voor mannen. Het was overal blazer geblazen. Ik had er ook eentje: een klassieke donkerblauwe. Maar plots was klassiek ‘uit’ en modern werd ‘in’! Je kon in het gehele kleurenspectrum geen kleur vinden, of je kon er een blazer in kopen! En reken maar dat ze ook gekocht werden. Vooral knalrood werd plots de trend.

Als je een beetje mannelijk wilde overkomen moest je een blazer in een van die vele kleurtjes kopen, vooral geen das dragen maar een open hemd, met eventueel een kasjmier sjaaltje of ‘sous-pull’ er onder.

Ik zat toen toevallig in een alleenstaande periode, en als man is kleren kiezen een beetje een gok zonder vrouwelijke inbreng. En toch wilde ik ook maar van mijn klassiek imago af. In het straatbeeld zag je toen vooral die knalrode blazers, en ik ging twijfelen. Vond het wel ergens belachelijk voor het mannelijke imago, maar toch, zelfs een onnozele mode went op de duur. Als je het maar voldoende ziet op straat. Dan wordt het vanzelf trendy.

Toen kreeg ik een uitnodiging voor de jaarlijkse ‘verkeersdag’ in Kortrijk. Kon ik niet weigeren, want alles wat in Vlaanderen aan verkeersbeleid deed was daar elk jaar trouw aanwezig om te luisteren naar een aantal sprekers die het (verkeers-) licht meenden gezien te hebben. En meteen stelde zich de vraag: hoe me kleden? Vermits klassiek uit was, zat ik met een probleem. Een rode blazer kopen dan maar? Leek me geen slecht idee, en moedig stapte ik naar de winkel.

Maar daar sloeg de twijfel al onmiddellijk weer toe! Ik kon me onmogelijk identificeren met zo’n rood, fatterig aandoend geval. Ontmoedigd koos ik dan maar een donkerpaarse.

De ‘verkeersdag’ brak aan, en met veel twijfels vertrok ik naar Kortrijk in donkerpaarse blazer. Liet mijn uitnodiging zien, kreeg een ticket voor het middagmaal en een stapel documentatie en liep door naar het auditorium, of hoe je zo’n zaal ook noemt. Trad binnen, en verschoot me een bult! Had ik me van zaal vergist? Van de zowat driehonderd aanwezige mannen droegen er minstens honderd een… knalrode blazer! De zaal leek wel één ketel rode soep!

 

1062277-766a91df0f3238a51904e7ae87be26d8.JPG
Oei! Was ik in de reünie van een muziekkorps beland? Snel checkte ik alles nog even: nummer van de zaal en zo, en ja, ik zat juist! En ik ging een vrij plaatsje zoeken om naar de hoogedele ‘sprekerds’ te luisteren.

Geamuseerd bekeek ik al die uniforme rode blazers en was blij dat ik er zélf geen had uitgekozen! Die rode blazer werd trouwens op staande voet van mijn verlanglijstje geschrapt. En ik nam me heilig voor om me, ook in de toekomst, nóóit te laten verleiden tot belachelijk makende modetrends.

Ook de leden van dat ‘fictieve muziekkorps’ schenen hun foute kledij door te hebben, en probeerden zich zo klein mogelijk te maken om niet op te vallen. Wat ze uiteraard sowieso al niet deden. Hoe kan rood tussen rood nu opvallen?

Er zaten er tussen die ik nog kende van vorige jaren. Zo van die specimen die zichzelf altijd weer in de algemene belangstelling moeten werken door het stellen van de meest onbenullige of idiote vragen. Dit keer hoorde je ze niet! Ze zouden zich wel wachten om de aandacht op hun rode outfit te vestigen!

En nu weet ik wel: als een vrouw één andere vrouw ziet in dezelfde blouse, vliegt die blouse meteen de prullenmand in. Mannen hebben daar geen probleem mee. Maar honderd? Neen! Trop is teveel! Kon je duidelijk van hun gezichten aflezen.

Ik denk dat de mensen van spullenhulp de volgende dagen een massa rode blazers hebben kunnen ophalen. Maar toch lekker geen van mij!

Willy.

Geschreven door Willy om 09:39 Reageer op dit bericht

Leve de kaart!

1061852-bef5a34b0fbc5f67db86de999aaecfd6.JPG
Op 24 december werd een record aantal betalingen met kaart genoteerd in België. Moeten we ons daar nu verheugd over voelen? Of eerder medelijden hebben met de vele mensen die in januari en februari de riem zullen moeten aansnoeren om het allemaal terug te betalen?

Als je dat zo bekijkt lijkt het erop alsof we allemaal geld in overvloed hebben en onze welvaartstaat niet kapot kan: kaartje in het toestel, code intoetsen na al dan niet (meer niet dan wél) naar het bedrag te hebben gekeken.

En het toestel meldt je na enkele seconden vrolijk: ‘Betaling aanvaard’. Oeps! En met een gerustgesteld geweten trekken we verder naar de volgende winkel. Makkelijker kan echt niet. Eenvoudiger evenmin.

En toch is er een ‘maar’! Want het toestel zegt dan wel dat de betaling aanvaard is, maar geeft geen melding of ze ook verantwoord is! Natuurlijk niet! Want als het dat wél deed, zouden we misschien eventjes nadenken alvorens onze volgende aankoop te verrichten!

1061852-99241eb1a2af23c95cc19825faa30297.jpg
En eigenlijk, zijn we nog allemaal gewoon aan die goeie ouwe portefeuille en blijven daarnaar handelen. Die portefeuille vertelde het je wel degelijk als ze plat of bijna plat was. En daar lijken we te blijven op vertrouwen. Het is blijkbaar nog niet helemaal doorgedrongen dat die kaart NOOIT plat aanvoelt! En zélfs als ze niets meer te bieden heeft, schakelt ze over op krediet, of vissen we zélf maar een andere kaart uit ons etuitje waarin er soms wel een tiental of meer zitten. Het koopplezier kan niet op.

Pas als de rekeningen in de bus gaan vallen gaan op veel plaatsen de haren ten berge rijzen, maar daar wordt in de koopwoede niet aan gedacht.

Wijzelf hebben één kaart: die van ONZE bank. Kaarten van krediet- of andere sjacheraarsinstellingen hoéven we niet. En zelfs die éne kaart gebruiken we maar sporadisch en welbewust. Voor onze aankopen halen we één of twee keer per maand een bedrag ‘uit de muur’ en stoppen dit… ja… in zo’n goeie ouwe, maar eerlijke portefeuille die ons in één oogopslag vertelt waar we aan toe zijn.

Gek toch dat zoveel mensen steeds weer in de problemen komen en wij nooit?
Gek toch dat die ‘andere mensen’ steeds weer zwaaien met dooddoeners als ‘fout van de bank’?
Gek toch dat ik, in de bijna vijftig jaar dat ik bij dezelfde bank ben, hen nog nooit op het kleinste foutje heb kunnen betrappen?

Zouden die banken soms extra personeel betalen om in de rekeningen van ‘gekende dwazen’ af en toe een fout te doen sluipen? Ik zou het wel moeten geloven als ik al die klachten hoor! Gelukkig zijn het steeds dezelfden en sta ik blijkbaar nog niet op die ‘sjoemelbare’ lijst.

Vooral in januari zullen die ‘fouten van de bank’ weer massaal opduiken! Als mensen eten willen kopen maar noch geld noch krediet hebben. Ze komen dan af met smoesjes over grove fouten bij de bank waardoor hun rekening geblokkeerd is, en nog veel meer van dit moois. Hun creatieve bedenksels zijn soms onuitputtelijk!

Enfin, zalig zijn de armen van geest want ze zullen het nooit leren!

Willy.

Geschreven door Willy om 08:56 Reageer op dit bericht

Vergiffenis!

1061168-cd95c69a30da21fe59887ddb2d0b7fc7.jpg
Een van de pijlers van het katholiek geloof, en dus ook van onze cultuur, is: vergeven! Destijds was daar zelfs een prachtig geornamenteerd stuk gereedschap voor: de biechtstoel!

Wel, met vergiffenis heb ik het altijd al moeilijk gehad, en wel om verschillende redenen.

Ten eerste kàn ik niet ‘vergeven en vergeten’ in de letterlijke zin van het woord! Daarvoor zou ik mijn hersenen in een heel tegennatuurlijke bocht moeten wringen, en dan nog zou het blijven knagen. Méér nog dan als ik gewoon niét probeerde te vergeven.

Ten tweede is het een té gemakkelijke oplossing voor verstokte zondaars en bestaat hun leven op de duur enkel nog uit een eindeloze reeks zonden en vergiffenissen.

Als mij iemand iets misdoet kan ik het hoogstens relativeren en voorlopig doorgaan alsof er niets is gebeurd. Geen wrok overhouden, maar vergeven of vergeten is het nooit, en als het zich maar genoeg herhaalt zal ik al gauw afhaken! Kunnen ze fluiten naar mijn vriendschap, hulp, of liefde.

Ik vraag me trouwens af of er wel mensen bestaan die echt kunnen vergeven over de ganse lijn: spons erover en vergeven en vergeten! Alsof het nooit is voorgevallen! Persoonlijk heb ik er in elk geval nog nooit eentje ontmoet. Soms lijkt het wel of iets is vergeven, maar wat er ook van zij, er blijft altijd iets van over. Iets dat zich onwrikbaar in je onderbewustzijn heeft genesteld. Een welgemeend ‘sorry’ kan hier wel wonderen verrichten, maar het gebeurde nooit totaal uitwissen!

1061168-85cdb2d132c53bbdf7f4d61cddcd180f.jpg
En dus, vermits voorkomen ook hier, en vooral hier, beter is dan genezen, probeer ik altijd te vermijden ‘sorry’ te moeten zeggen. Want zodra je dat moet zeggen is het eigenlijk al telaat!

Om écht te kunnen vergeven en vergeten moet je toch wel ernstig aan de ziekte van Altzheimer lijden! Niet verwonderlijk dat iemand ooit zei: “Een goed geweten is het gevolg van een slecht geheugen!”

En daarom ook doe ik altijd mijn uiterste best om niemand op de tenen te trappen of kwaad te doen. Want dat leidt tot een wonde. Een wonde die weliswaar kan worden geheeld, maar er blijft, hoe klein ook, een littekentje. Een littekentje dat alleen de natuur zou kunnen uitwissen, maar de natuur vertikt het. Dat zou namelijk veel te tegennatuurlijk zijn. Omdat we dat littekentje nodig hebben om onszelf te beschermen. Jawél! De natuur weet heus wel wat hij doet!

Daarom mogen we blij zijn die onmogelijkheid tot totale vergeving te bezitten: de natuur beschermt er ons mee en leert ons wie we wél en wie we niét kunnen vertrouwen. En als alle kleine negatieve voorvalletjes telkens weer een klein littekentje achterlaten blijft op de duur één groot litteken bestaan. Een litteken dat je een heel sterk waarschuwingssignaal geeft: “Leg het stil! Doe geen moeite meer! Die persoon is het niet waard!”

Mensen die denken écht en helemaal te kunnen vergeven en vergeten, zijn dan ook sukkels die van de ene valstrik in de andere blijven lopen.

Waarom? Omdat ze hun geest zodanig hebben gemanipuleerd om toch maar tegemoet te komen aan hun ‘geloof’, dat waarschuwingssignalen op de duur wegblijven. Alsof de natuur zélf zegt: “Nu moet je het zelf maar weten en ondervinden”. En reken maar dat ze daar vroeg of laat de gevolgen van zullen moeten dragen!

Als ik dan ook één tegenstrijdigheid mag aanwijzen in wat Christus ons leerde, dan is het wel dat ‘vergeven’. Beter had hij over ‘relativeren’ gepredikt, maar ja, hadden de mensen dit woord wel begrepen? Al ben ik er sterk van overtuigd dat hij relativeren bedoelde, maar daar bestond waarschijnlijk nog geen woord voor.

Hoe het ook zij, dat ‘misverstand’ heeft ons in de loop van de geschiedenis al heel veel ellende bezorgd door mensen die dachten dat alles maar kon. Het werd toch vergeven! Die héérlijke biechtstoel weet je wel? Die hemelse machine om zwarte zieltjes wit te wassen!

1061168-df920ca70584b830fd577b98f5d92b3b.jpg
Maar ondertussen is toch ook dàt tijdperk voorbij.
Geen ‘soulwash’ meer in de kerk.
Geen files aanschuivende kinderen meer voor de biechtstoel.
Geen rooie oortjes meer in dat beschamende en vernederende helleding!
Geen priester meer die al die heerlijke, maar verboden geneugten wellustig mocht aanhoren zonder zelf iets te mogen doen! (Nou… dat werd toch van hem verondersteld!)
Geen aardse vergiffenis meer.

Ze moeten hierboven nu maar je boekhouding bijhouden.

Willy.







Geschreven door Willy om 11:12 Reageer op dit bericht

Kat en hond.

Laat ik eerlijk zijn: ik hou enorm veel van dieren en vogels, maar in de eerste helft van mijn leven waren katten mijn favoriet. Had er ooit vijf tegelijk, waaronder twee Siamezen. Zaten soms allemaal samen op mijn schoot. Voelde lekker warm aan.

Waarom katten? Wel, ik probeerde het wel met honden, maar dat lukte zelden. Was in die tijd teveel uithuizig en zo, en voor een relatie met een hond is dat niet ideaal. Katten trekken hun plan, of je nu thuis bent of niet. Je hebt er vriendschap van, maar echt intens deel uitmaken van jou en je gezin doen ze niet. Zijn zelfstandige wezens, en dat wist ik ook wel te appreciëren in hun karakter. Aanhalig, hoge aaibaarheidsfactor, maar voor de rest: einzelgängers. En dat vond ik er juist zo goed aan. Ze verkiezen ondanks alles hun vrijheid, maar gunnen jou ook je vrijheid. Kunnen emotioneel en materieel gerust zonder jou.

1057442-fea9e944b929439381bcdbc6392a3350.jpg
En nu… zit ik met een hond opgescheept! Hemelsbreed verschil! Een hond leeft niet zijn eigen leven zoals een kat, maar neemt een voorbeeld aan het jouwe. Past zich aan aan jouw karakter. Is als het ware een reflectie van jezelf. Wordt een volwaardig gezinslid dat door jou en voor jou leeft. Kan op de duur niet meer zonder jou. Is, véél meer dan een kat, een kind van jou en afhankelijk van je.

En dat vind ik, in mijn huidige levensfase, reuze!

Bén niet veel meer uithuizig, en als ik dat wél ben, dan loopt hij tevreden mee. Past zijn levenswijze aan die van mij aan. Probeert me zoveel als mogelijk te imiteren en me terwille te zijn. Past zijn loop-, leven- en speelgedrag aan jou aan. Doet er alles aan om in de gunst te blijven bij je. Ach, waren kinderen ook maar zo! Waren vrouwen ook maar zo! We zouden in de hemel leven!

Een kat leeft naast je.
Een hond leeft mét je.

Men zegt dan wel dat hondenbaasjes autoritaire mensen zijn die graag domineren, en dat k
attenbaasjes daarentegen zelfstandigheid appreciëren en totaal geen behoefte hebben aan domineren...

Daar zit wel iets in, maar met een hond gaat het veel verder! En dat ondervond ik nu met Chico!

1057442-3695b95df9c7867f4183b782a8d4b500.jpg
Iemand die gefrustreerd is omdat hij mensen niet naar zijn hand weet te zetten, heeft veel baat aan een hond, want dié kan hij wél heel goed domineren en aan zich binden. Maar als je dààrvoor een hond koopt, mijn innige deelneming voor beiden, maar je doel heb je wel bereikt.

Persoonlijk heb ik er helemaal geen behoefte aan wie of wat ook te domineren. Ver vandaar! Maar een hond moét je nu eenmaal bepaalde regels opleggen, en dat lukt voortreffelijk. Verder hoef ik met Chico helemaal niet te gaan. Hij hoeft niét mijn slaafje te zijn, maar ik wil ook die van hém niet worden. Als we elkaar gewoon respecteren is het voor mij al lang goed.

En ja, hij ontneemt me wel een stukje vrijheid. Moet, weer of geen weer, regelmatig worden uitgelaten en zo, maar dat krijg je dubbel en dik terug. En trouwens, wat heb ik aan onbeperkte vrijheid? Zou toch maar zitten vast te roesten. Nu kom ik tenminste nog eens buiten.

En wat me ook is opgevallen is dat een hond, in tegenstelling tot een kat, naar je luistert. Zelfs zonder dat je iets zegt. Hij voelt je aan en past zich aan aan wat je uitstraalt. Wil kost wat kost deel uitmaken van het gezin, en dat lukt hem ook. Alleen maar door de gezinsleden te observeren en zich daaraan aan te passen.

Zo geeft mijn hondje me eigenlijk alles wat ik altijd al vergeefs zocht in mensen: een gelijkgestemd wezen dat je leven deelt. Kun je van een kat niet echt zeggen, en van mensen al helemaal niet.

Wie een slecht karakter heeft zou ik trouwens helemaal geen hond aanraden. Want die hond zal gegarandeerd hetzelfde slechte karakter krijgen! Maar misschien willen slechte karakters juist wel een hond met slecht karakter!

Willy.

Geschreven door Willy om 10:54 Reageer op dit bericht

Tweeduizend!

Ik zou vandaag eens niet bloggen. Lekker een snipperdag nemen. Maar toen kwam het nieuws eraan en werd ik nog maar eens woedend! Ondertussen al tweeduizend cafés over de kop vanwege het rookverbod.

Het zat er aan te komen. Ik wist het, en elke mens met gezond verstand wist het. Maar de relatief warme herfst stelde de executie nog wat uit. De terrasjes konden langer blijven staan en trokken ook een massa volk: half verkleumde rokers die niet meer binnen konden genieten van hun sigaretje en dan maar buiten een verkoudheid riskeerden tot groter welzijn van de volksgezondheid!

Maar nu ook de terrasjes er niet meer zijn, vallen de koppen! Tweeduizend cafés al die over de kop zijn gegaan. En ik vermoed dat dit nog maar het topje van de ijsberg is!

Al komt daar een lief Turtelboompje op TV verklaren dat maatregelen zullen worden genomen. Wel geen asbakken meer op tafel, maar tegemoetkomingen voor de cafébazen die nog niet failliet zijn, om de kop boven water te kunnen houden. Omdat – nu pas!- wordt ingezien dat de stamkroeg een stuk van ons cultuurpatrimonium is en niet mag verdwijnen.

Ach meisje, loop snel terug naar je mama! Zo lang er geen asbakken meer op tafel mogen is dat stuk cultuurpatrimonium ten dode opgeschreven. Op sterven na dood. Subsidies? Tegemoetkomingen? Weeral uit ónze zak? Om alleen een cafébaas te helpen die, tegemoetkomingen of niet, daar toch maar achter een lege toog staat te staren?

En bovendien, wàt men ook nog doet, die tweeduizend komen er zéker niet mee terug. Dat is alvast onomkeerbaar. Cultuur? Daar liggen ze in de Wetstraat niet van wakker. Tenminste... als het ónze cultuur betreft. Moest het een vreemde cultuur zijn, dan zouden er niet genoeg asbakken kunnen komen!

Nu, de jankers hebben hun zin. De rook om hun hoofd is dan wel verdwenen, maar nu lijken ook zij plots geen goesting meer te hebben om op café te gaan! Anders zouden die tweeduizend zaken toch niet hebben moeten sluiten?

Ik zou moeten besluiten dat ze vroeger alleen maar op café kwamen om te kunnen klagen hoe die ellendige rokers hun gezondheid kwamen verpesten. Nu er geen rook meer is, geven ook zij verstek! Chapeau nog maar eens Wetstraat. Chapeau voor de zoveelste blunder die de jankerds jullie hebben aangepraat. En chapeau om nog altijd niet te hebben begrepen dat het zinloos is een cafébaas zonder klanten te sponsoren.

Als jullie dat stukje cultuurpatrimonium in ere willen houden zit er maar één zaak op: asbakken terug!

Willy.

Geschreven door Willy om 22:28 Reageer op dit bericht

Utopisch Kerstverhaal.

1059469-7fc154cd04378c052cb951c6d29f0c6c.jpg Er was eens, heel lang geleden op een verre planeet, een volkje dat zichzelf heel slim vond. De mensen vonden dat ze het allemaal mooi op een rijtje hadden, en de rijkdommen van hun planeet eerlijk werden verdeeld onder de bevolking.

Want er was maar één wet: die van de sterkste. En de allersterkste die was koning. En liet gewoon de anderen voor hem werken, en bedelen naar wat hij teveel had. En dat was meestal niet om over naar huis te schrijven, want hij vond dat hij nooit teveel had. Nooit genoeg zelfs. Het volk had hem dan ook een passende naam gegeven: ‘Megahamster’.

Maar zoals op alle planeten, woonden ook op dié planeet mensen van allerlei slag: er waren hele sterken, en er waren zwakkeren die dan weer andere gaven hadden, zoals een gezond verstand, maar daar werd geen rekening mee gehouden. Want dat diende tot niets! Daar kon je niet van eten.

En het laat zich raden: de rijkdommen werden, door die éne wet, verdeeld van sterk naar zwak. Dom of slim zijn speelde geen enkele rol, en men wist ook van niet meer. De zwaksten werden gewoon minst bedeeld. Zondermeer en zonder tegenspraak. De harde natuurwet. Net als in een wolvenroedel.

Trouwens, als een zwakkere toch wat teveel zou hebben, zou het hem toch alleen maar ontnomen worden door een sterkere. De wet van de sterkste gaf hem trouwens dat recht.

Toen werd, op een koude winternacht, een kindje geboren in schrijnende armoede. Vader Josephus en moeder Madona hadden nauwelijks zelf te eten en woonden in een goor zelfgemaakt hutje. Josephus was timmerman en werkte de hele dag voor Megahamster. Samen met een hele ploeg bouwvakkers moest hij de zoveelste loods aanbouwen aan het koninklijk paleis, want Megahamster wist helemaal niet meer waar hij al zijn spullen moest opbergen.

En toch vond hij zichzelf heel vrijgevig, want elk van zijn arbeiders kreeg wat voedsel mee naar huis. Te weinig om van te leven, maar toch genoeg om niet te sterven. En dus vond hij dat zijn volk het leven aan hem te danken had. En het goedgelovige volk geloofde dat nog ook. Zo ook Josephus, de vader van Wijsneusje, want zo hadden ze hun pasgeboren kindje genoemd. Het zag er namelijk echt een heel pienter kereltje uit. Maar helaas, een beetje tenger. Met handjes en fijne vingertjes die, naar de ouders dachten, nooit zouden geschikt zijn voor zware handenarbeid.

Ze maakten zich dan ook grote zorgen over hoe Wijsneusje later aan de kost zou moeten komen. Dergelijke mensjes kwamen meestal van honger om, want niemand gaf ze iets. Ze konden er immers weinig voor terugdoen! En àls ze al eens iets hadden, namen de sterkeren hen dat natuurlijk af, want ze waren te zwak om zich te verdedigen!

De jaren volgden elkaar op en wijsneusje werd steeds groter, maar niet sterker! De zorgen van de ouders namen toe. Vooral omdat ook Megahamster van oordeel was dat het ventje nooit voor hem zou kunnen werken, en aan vader dus ook geen extra rantsoen voor het kind meer meegaf. Nu moest Wijsneusje gevoed worden door wat vader en moeder zichzelf uit de mond spaarden!

Maar gelukkig eiste Wijsneusje niet veel. Had weinig voedsel nodig en was al gauw tevreden. Het leek ook een tamelijk passief kind, maar in het hoofdje ging heel veel om. Het kereltje dacht de hele dag na. Bekeek vanuit zijn weinig benijdenswaardige positie hoe de wereld er uit zag en hoe het allemaal werkte. En het werkte helemaal niet naar zijn zin. Die ene enge wet was er teveel aan, vond hij, maar durfde dat niet luidop te zeggen. Er moesten toch méér mogelijkheden zijn om je brood te verdienen dan met brute spierkracht? Of had hij het mis? Eigenlijk wist hij het op de duur zelf niet meer.

Het enige dat hij wist was dat zijn brein nooit ophield te denken, maar of je met denken je brood kon verdienen, daar had hij geen benul van. Het leek trouwens ook niet zo. Welke prestatie zou je nu kunnen leveren met je hersenen? Er een boom mee omhakken? Een wild zwijn doden? Aardappelen rooien? Ach nee, dat kon allemaal niet, en hij werd moe van het denken.

Tot hij op een dag een afgevallen tak van een boom vond, daar wat mee speelde, en zijn vlugge hersentjes hem al snel op de veerkracht van dat hout wezen.

- Hé, daar moest iets mee aan te vangen zijn! Hij nam de tak mee en verborg hem achter hun schamele hutje.

Twee dagen en nachten lang dacht hij na. Toen zocht hij een stuk touw, bond het aan de tak en spande het op. De boog was uitgevonden. Van een kaarsrechte tak sneed hij een pijl en stelde al spoedig vast dat je daarmee een konijn van op een zekere afstand kon doden. En dat de trefkans veel groter was dan als je er met een steen moest naar gooien. Met hersenwerk kon je dus toch wel aan de kost komen!

Blij ging hij zijn uitvinding uitleggen aan vader Josephus, maar die begreep hem niet, geloofde hem niet, en wou van de boog niet weten. Wou hem niet eens zien. “Bedriegerij om de sterken te beduvelen” zei hij. Trouwens, konijnen waren toch eigendom van Megahamster, en het enige wat je met dat duivelstuig riskeerde was gesnapt te worden en in de gevangenis te vliegen.

- En trouwens, vervolgde zijn vader, je bent nu volgroeid, en het wordt tijd dat je met mij meekomt naar de bouwwerf. Morgen al kun je aan de slag. Ik heb het geregeld met Megahamster.

De volgende morgen, onder het waakzaam oog van de opzichters van Megahamster, begon voor Wijsneusje het harde labeur. Maar hoé hij zich ook uitputte, tegen de avond had hij niet half zoveel werk verzet als de anderen, maar was wél totaal bekaf. Kon amper nog op de benen staan.

- Hé Josephus, deed de opzichter, dat kreng hoeft morgen niet terug te komen hoor! Daar verspilt Megahamster geen voedsel aan.

- Alstublieft meneer de opzichter, hij zal wel wennen aan het werk. Laat hem toch verder werken! Hoe moeten wij hem anders blijven voeden?

- Dat is jullie probleem! Hij moet dan maar gras eten zoals de koeien. Hoonde de opzichter.

’s Nachts sloop Wijsneusje, die het gesprek had gehoord, stilletjes naar buiten, en met tranen in de ogen bekeek hij nog een laatste keer zijn ouderlijk huisje. Hij zou het allemaal heel erg missen. Mama, papa, het gezellige haardvuur… maar hij kon het hen niet aandoen nog verder ten laste te zijn. Hij moest hoe dan ook op eigen benen zien te staan. En hij verdween in de donkere nacht.

Jarenlang zwierf hij door het land. Hij had ondertussen opnieuw een boog en pijlen gemaakt, en leefde van het wild dat hij schoot en de vruchten die hij in het bos vond. Het mocht dan wel allemaal eigendom van Megahamster zijn, hij had daar ondertussen zijn eigen mening over, en had ook een betere vorm van samenleving bedacht, die hij hier en daar aan de mensen probeerde uit te leggen.

Maar de mensen luisterden niet. Wie zou nu naar zo’n minderwaardig, tenger kereltje gaan luisteren in een wereld waarin de sterken het voor het zeggen hebben? Een kereltje van niks dat niet eens sterk genoeg was om te werken.

Maar de hersenen van Wijsneusje stopten nooit met nadenken. En nu had hij een ultiem idee: als ze dan niet wilden luisteren naar hém, dan zou hij ze misschien kunnen doen luisteren naar iemand veel groter? Maar wié? Hij moest zéker groter en sterker zijn dan Megahamster, maar zo iemand was in het gehele land niet te vinden. En zélfs als hij zo iemand vond, hoe moest hij hem zo ver krijgen dat hij zijn ideeën ging verkondigen?

1059469-f30ccaecd4566b41f018097426d63cdd.jpg En op een van die koude winternachten lag hij half slapend onder een deken van konijnenvellen op een open plek in het bos. Plots hoorde hij een hoog gefluit. Schoot wakker, keek omhoog, en daar verscheen eerst een klein lichtje dat steeds groter werd en veranderde in een enorme vuurbol met lange staart, die zich tussen de sterren door een weg baande, steeds groter en helderder werd, tenslotte voorbijschoot om even verder in een fontein van licht en een oorverdovende donderslag uiteen te spatten boven de planeet. Het hele land leek enkele ogenblikken in een zee van licht te baden. Net alsof het middag was. Toen werd het weer donker en stil, alsof er niets was gebeurd. Het hele fenomeen had minutenlang geduurd en moest, ondanks het nachtelijke uur, door veel mensen gezien en gehoord zijn.

Wijsneusje had er geen idee van welk zeldzaam natuurverschijnsel hij had aanschouwd, maar die ‘ster’ had een sterretje doen fonkelen in zijn brein. Dàt was het wat hij nodig had.

- Veel mensen zullen dit ook hebben gezien, en zéker gehoord! Als ik hen nu zeg dat dit ding in mijn hoofd is binnengedrongen en daar mijn ideeën over een heel nieuwe samenleving heeft doen ontstaan. Hen zeg dat die ster een superwezen was, veel groter dan Megahamster, dat zich in mij heeft genesteld? Dan kan ik mijn ideeën toeschrijven aan dit superwezen. Verzwijgen dat ze van mijzelf komen! Want van mij, tenger kereltje, geloven ze het toch niet!

En zo geschiedde. De volgende morgen had het hele land het over die wonderbaarlijke verschijning en daar speelde Wijsneusje handig op in. Binnen korte tijd had hij al een hele schare volgelingen, en het duurde niet lang of Megahamster werd van zijn troon gestoten en vervangen door verstandige mensen. Sterk zijn speelde niet langer een rol op de planeet. Het volk ondervond trouwens ook dat de levensomstandigheden sterk verbeterden nu het door verstand, en niet langer door kracht werd geleid. De wet van de sterkste werd vervangen door de wet van het gezond verstand.

Maar wat Wijsneusje niét wist, was dat hij zonder het te weten de allereerste religie had geschapen op de planeet. En wat hij nog minder wist was tot welke gevaarlijke toestanden dit in de loop der volgende eeuwen wel zou kunnen leiden als het ook maar éventjes mis liep.

En als keerzijde van de medaille had hij zonder het te beseffen ook een nieuw principe geïntroduceerd in zijn wereld: als je overtuigingskracht tekort hebt om je ideeën te verkopen, vind dan een superwezen uit en leg ze hém in de mond! En reken maar dat die vondst in de komende eeuwen druk zou worden nageaapt en vooral misbruikt!

Maar daar dacht hij niet aan. Het leek allemaal zo mooi en sprookjesachtig in den beginne! Maar nu lichamelijke kracht in het bestuur was vervangen door verstand, kon het alle kanten op! Wist hij veel dat verstandige lui niet altijd eerlijke lui zijn? Maar gelukkig voor hem, hij zou nooit zolang kunnen leven om de gevolgen van zijn ingreep en de vele verdraaiingen die er in de toekomst zouden worden aan toegevoegd tenvolle te kunnen overzien. Dat zouden zijn nakomelingen wel ondervinden.

Hoe kon hij nu ook weten dat twintig eeuwen later de mensen nog altijd liever in het sprookje dan in de verbeterde cultuur zouden geloven? Dat ‘godsgeleerden’, die alle evolutiekansen hadden gekregen, nog hun gehele leven zouden spenderen aan zinloze onderzoeken naar het sprookje van de almachtige ster? Dat volwassenen met de geestelijke vermogens die ze van de natuur hadden gekregen maar bléven geloven in dat sprookje?

Want wijsneusje zélf? Wel, die liet een klein paleisje bouwen voor zijn ouders, en trouwde met het mooiste meisje van de planeet. Ze kregen heel verstandige kinderen en leefden nog lang en gelukkig.

-o-o-o-o-o-

Willy.

Geschreven door Willy om 09:45 Reageer op dit bericht

Zalige Kerst.

1058824-f0bae0c74b4dcf6f924c043106f10257.jpg

Morgen is het Kerstdag weer!
Vanavond wordt gefeest.
Chico kreeg alvast een beer,
Meer vraagt hij niet, dat beest.

Aan alle blogvrienden en -vriendinnen,
Wens ik naast een vrolijk kerstfeest,
Heel veel intens geluk vanbinnen,
En vooral een heel gezonde geest!

Willy.





Geschreven door Willy om 10:11 Reageer op dit bericht

Meer van Bewust_zijn

↑ Terug naar de berichten