Begin anno 2002
Sommige cacique's, Indiaanse leiders, waren goed op de hoogte wat betrof het zaken doen. Daarom beste lezer, wil ik u vervoeren naar het gebied van de Cinta Larga stam gelegen in de deelstaat Rondonia, vernoemd naar de Indianen pacifist Marechal Rondon. Daar gebeurde het volgende in de diamantmijnen. Het bleek dat de Indianen erachter kwamen dat sommige dingen lucratief kunnen zijn en rekenden grote sommen geld aan de indringers van hun gebied. Dit ging van 5.000 tot 7.000 dollar om met graafmachines aan de rivier te komen. En er waren al tientallen leiders die nu rond reden in sjieke auto's. Verdomme, wat was er gaande? Niets dan ellende want er waren 3.000 diamant delvers op het Cinta-Larga reservaat en diamant was de formule. De teleurgang van de stam. Zou Rondon dit horen dan zou hij zich omkeren in zijn graf. Nu bleek dat ieder maand 300 nieuwe avonturiers erbij kwamen. Ze kwamen met ouwe vrachtwagens vanuit geheel Brazilië, en arriveerden bij een plaats op zo'n 50 kilometer van de hoofdstad Porto Velho, aan de grens met de staat Mato Grosso. Doch voor de avonturiers was het een harde bizarre droom.
Laat ik het zo stellen: ze zaten drie dagen in de tropische hitte, trekkend door de bossen waarna ze aankwamen op de oevers van de rivier. Deze mannen noemde men 'diament-piraten'. Maar ik moet eerlijkheidshalve vermelden dat niet iedereen arriveerde, want de laatste maanden vond men vijf rottende lichamen in het 200 hectare Roosevelt reservaat. Vele anderen werden vermist. Het illegaal verkrijgen van de
stenen was oncontroleerbaar mede door corruptie. Het scheen dat velen daarin een deel hadden, politie, illegale 'garimpeiros' (delvers), publieke ambtenaren en ...Indianen. Het was niet meer te stoppen, de omvang was te immens geworden. De politie dacht door de opkopers te grijpen, de oplossing te vinden, maar dit waren klopgeest denkbeelden. De diamanten bereikten dan ook gemakkelijk de internationale markt en niet alleen vanuit Rondonia, maar tevens vanuit de staten Roirama, Mato Grosso, Goiás en Minas Gerais, overal daar waar delvers actief waren.
Vanuit de bossen van midden Brazilië kwamen de ruwe stenen via vele omwegen aan in de grote diamantslijperijen zoals Antwerpen. Er werd gezegd dat de handel in 2001 ongeveer 50 miljoen dollar bedroeg, maar wat de afnemer aan de arme delver betaalde blijft onduidelijk, zeker onbeduidend. We weten wel wat de diamanten waard zijn als ze geslepen rond de nekken van mooie dames hingen in die andere wereld. De opperhoofden van de stam wisten in ieder geval raad met hun acties en reden nu dan rond in dure auto's.
Dit alles stond recht tegenover al de ellende die dit teweeg bracht; het milieu werd verwoest, rivieren bevuild. De hoeren cultuur had zich logischer wijze uitgebreid tot de jonge Indiaanse meisjes, die vaak niet ouder dan dertien waren. De dochters van de wouden, teruggebracht tot zieke beschouwing, jonge lichamen, lankmoedig in de allesomvattende onzinnige bizarre klucht die zich afspeelde in het bos. En waar was de boeman, de gnoom Saci-Pereré? Hij de kleine zwarte man met het ene been die de mensen de stuipen op het lijf joeg? De bosgeest!
Diamanten, geld en macht, en de kluif was voor de arme sodemieter, die gevoed werd door het deplorabele systeem. Hij die de gok waagde. Dit alles werd nog ziekelijker door de ranzige ambtenaren en regering. En waar was de zienswijze van de Indiaanse leiders die, eveneens egoïstisch, niet voor de stam, gebruik maakten van de rottende situatie? Het was overleven, zeiden deze, ook over lijken. De legende van de Cinta-Larga leeft voor in de stam, De sage die verteld over de 'Igarapé Lage', een van de grootste zijrivieren die door het reservaat stroomt. Daarin wordt verteld over de verborgen diamantenmijnen van Urucamacuam. 
En zie, de legende was helaas tot leven gekomen ten gunste van het kapitaal en hebzucht, en ter verdommenis van de stam.
(c) 2004 Wayn Pieters