Zaterdag 22 maart 2008
De Xavante Indianen part 1


Ik ontmoette Roberto Abhö-ödi Tseretsu en zijn vrouw Maria Carla Tseretomodzadse in het kleine plaatsje Tanguá in 1995, waar ik verbleef als ik niet reisde. Het was tevens het domicilie van mijn oom padre Thomás.
Over Tanguá zal ik later nader berichten. Ik vernam dat Roberto met zijn vrouw in Rio de Janeiro waren om opheldering omtrent documenten. Verder bleef het voor mij een geheim. In Rio hadden ze de jonge zuster Joselice ontmoet, die hen meenam naar Tanguá, om daar enkele dagen te overnachten in het zusterhuis. Zodoende leerde ik Roberto en zijn vrouw kennen, die mij in onze gesprekken vroeg of ik zijn stam kende. Ik zei dat dit theoretisch het geval was, maar in praktijk zou ik gaarne een bezoek brengen aan het dorp.
Dus hij nodigde me uit en ik gaf hem mijn belofte.
Nu weet ik dat de Xavante wel gedacht zal hebben dat ik twijfelde, maar enkele weken later was ik op pad.
Ik wil hiermee mijn verhalen,-of reisblog beginnen met een bezoek aan de Xavantes, ook daar de Indianen voor mij nog altijd de eerste Brazilianen zijn, als die naam op hun van toepassing is, want zij zijn nog steeds onder de voogdij van de regering. Hoewel dit met de nieuwe grondwet van 1988 veranderd zou moeten zijn. Voor de FUNAI, de overheids instelling die de indianen moest emanciperen in de maatschappij, was dit geen optie. De Indianen zijn nog steeds 'minderjarig' en hebben doorlopend problemen met de Funai, die het paternalisme hoog in haar vaandel heeft. De indianen beschuldigen het orgaan van corruptie en hang naar duistere zaken.
Het volgend verslag komt uit mijn boek: "Op zoek naar de ziel van Brazilië" tevens de ondertitel van dit blog.
"Ik ben, vanuit Belo Horizonte, weer op weg, ditmaal naar Goiânia, de hoofdstad van de deelstaat Goias. Ik dwaal nu al meer dan 24 uur met bus door het schitterende landschap. Ik steek de 'Sâo Francisco' rivier over en rijd door de 'Serra de Canastra' naar de steden Uberaba, Uberlandia en passeer daarbij de rivier 'Paranaiba'. Mijn bedoeling enkele dagen in Goiânia te blijven verlaten al snel mijn gedachten. Ik besluit meteen door te reizen naar mijn mogelijke ontmoeting met de Xavantes.
Vanaf het supermoderne rodoviaria van Goiânia zie ik de contouren van de stad, de pieken van de hoge gebouwen, het moderne betonnen gezicht midden in een eens zo ruimtelijk gebied. De stad kwam in 1989 in opspraak toen er 243 mensen radio-actief besmet raakten. Dit bleek gebeurt te zijn door een bestralingsinstrument van een kankertherapie instituut. Men bleek dat apparaat achtergelaten te hebben in een vervallen gebouw. Vele slachtoffers vonden de dood, terwijl anderen gruwelijk verminkt raakten.
In de vroege morgen zie ik de zon overgoten stad liggen, die vandaag de dag een centrum van agri-cultuur en veeteelt is. Ik besluit de eerste bus naar Barra do Garças te nemen, een afstand van 6 bus-uren. Het is een geweldige rit langs kleine plaatsen en woest gebied, bossen met de mooie babassú-palm en kreupelhout, struiken en vreemd gevormde boomsoorten. In de middag arriveer ik in Barra, daar, waar de rivieren 'Garças' en 'Araguaia' samensmelten.
Aan de overkant van de rivier ligt Aragarças, waar in 1943 het basiskamp gesticht werd door de 'Fundaçâo Brasil Central', dat als uitvalbasis diende bij de onsluiting van het centrale deel van Brazilië.
wordt vervolgd
Boven: schilderij van Mario Juruna Xavante - olie op hout Wayn Pieters (2007)
Geschreven door Storyteller om 00:00
Reageer op dit bericht




