Honderden dode pinguïns op Braziliaanse stranden
In juli spoelden honderden dode pinguïns en andere zeedieren aan de Braziliaanse kust. Het gaat om 530 pinguïns, talrijke andere zeevogels, enkele dolfijnen en grote zeeschildpadden in de kustgemeentes Peruibe, Praia Grande en Itanhaem. Mogelijk liggen er meer dode dieren op andere stranden van de zuidelijke deelstaat Sao Paulo. Het begint een jaarlijks weerkerend fenomeen te worden: vorige zomer spoelden meer dan 1.500 dode penguins aan in Chili, in 2008 ook al eens meer dan duizend op Braziliaanse stranden. Zelfs op die van Rio de Janeiro, 4.000 kilometer van waar de aangespoelde pinguïns normaal leven.
Biologen van de Universiteit van Sao Paulo onderzoeken de zaak. Ze vermoeden dat het trouwens om nog duizenden pinguïns meer gaat, maar dat die gewoon niet geteld zijn. Een dierenarts van een centrum voor zieke zeedieren in Praia Grande denkt dat de pinguïns zijn gestorven door vermoeidheid en gebrek aan eten tijdens hun lange reis vanaf de wateren voor de Zuid-Argentijnse regio Patagonië. Maar er lijkt meer aan de hand dan dat.Er zijn altijd al wel dode (en levende) pinguïns aangespoeld in Brazilië. Ze raken verstrikt in de sterke stromingen van de Straat Magellaan, een zeestraat in het zuidelijkste deel van Zuid-Amerika, gelegen tussen Patagonië in het noorden en Vuurland in het zuiden. Uiteindelijk belanden ze dan duizenden
kilometers noordelijker dan hun habitat. Maar de jongste jaren gaat het niet meer om uitzonderingen. "Niemand weet echt wat er aan de hand is", zegt Ricardo Burgo Braga, een biogeograaf gespecialiseerd in het zuidpoolgebied. "Het is eigenlijk normaal dat de magelhaenpinguïn (spheniscus magellanicusa) zijn kolonies in het zuidelijkste deel van Zuid-Amerika verlaat in deze tijd van het jaar om de sardines te volgen, die op hun beurt de planktonrijke Falklandstroming opzoeken. Die Falkland Current, die vanaf de Zuidpool richting Zuid-Amerika stroomt, stuit ergens halverwege de kust van Argentinië op de warme Benguela-stroming die vanuit zuidwest-Afrika komt. Normaal gaan de pinguïns nooit verder dan dat kruispunt in de winter. Ze zijn dus al bij al toch nog 3.000 kilometer uit koers."

"Dit jaar is de Benguela wel kouder dan normaal", aldus Braga, "en op de Falklandstroming staat flink wat wind. Nu het verklaart iets maar zeker niet alles. Want dat is de jongste 35 jaar, sinds we beginnen meten zijn wel vaker voorgevallen. En toen spoelden er hoop en al zeven pinguïns aan." Overbevissing?
Thiago Muniz, een Braziliaans pinguïnspecialist van de Niteroi Zoo, vermoedt dat overbevissing er iets mee te maken heeft. "Daardoor moeten de pinguïns almaar verder de zee in zwemmen om aan eten te geraken, en daar geraken ze verstrengeld in de stromingen. Vooral de jongste, minst sterke dieren kunnen de kracht niet opbrengen om uit die stromingen te geraken."
Muniz en zijn team proberen de kleine minderheid die het levend ervan afbrengt te redden. Zo kon hij er de jongste drie jaar al een stuk of honderd redden.
Opvallend daarbij: de meeste van de dieren zitten onder de olie. Die olie is niet de oorzaak dat de pinguïns afdrijven uit hun habitat, maar eenmaal op drift passeren de diertjes wel door de Campos-olievelden voor de Braziliaanse kust. En dat doet het ergste vermoeden over de vervuiling die daar wordt aangericht. Eduardo Pimenta, aan het hoofd van het Coastal Protection and Environment Agency in de resort-stad Cabo Frio, gelooft dat naast de olie van de Camposvelden ook andere vervuiling in zee een rol speelt. "De vervuiling in de Straat van Magellaan tast de immuniteit van de dieren aan, daardoor zijn ze vatbaarder voor ziektes, in het algemeen zwakker en minder goed gewapend om tegen de stroming te vechten. Zo belanden ze hier."
Uit de gazet "De Morgen"
Ik ben bezorgd,
storyteller