BELO HORIZONTE deel 3 Zuster Brunilla Maessen

In een supermercado koop ik wat havermout, cacaopoeder en melk. Dit wordt mijn middagmaal dat ik in het hotel nuttig. Voor het hotel is het een drukte, bussen, auto's en rennende mensen. De kleine zwerver in zijn oude deken is verdwenen en draait denkelijk ergens rond in het lunapark van de mooie horizon.
Ik zie de mulata's, de schonen glinsterende bruine vrouwen van Minas Gerais en ze lijken op de paarzuchtige elegante blauw-zwarte vlinders, zo groot als vleermuizen die ik zag in het Mangabeira park, gelegen boven de stad.
Op mijn kamer eet ik mijn havermout-cacao-pap en leg me te rusten op bed. Mijn gedachten gaan terug naar maart 1996 toen ik zuster Brunilla Maessen bezocht.
Ze komt uit het Limburgse Echt en 27 jaar werkzaam in Brazilië.
Nu was ze in Belo Horizonte als zuster van de orde der 'dienaressen van de heilige geest' werkzaam met jonge kinderen in de wijk Taquaril. Zelf woonde ze in de wijk St. Efigenia niet ver van het centrum, daar was tevens een, wat men hier noemt 'asilo' waar oude mensen werden verpleegd.
Het was een geestige ontmoeting daar we gerelgeld van Portugees overgingen op het Limburgs. Het leek me dat ze Limburgse was gebleven, ook zoals ze dit zelf zag.
Ze bracht me onder in een leegstaand huis in de buurt Pompeia. Het stond geheel tot mijner beschikking en dat was een luxe, want ik was wel anders gewend.
Ze had zelfs de ijskast gevuld, wat kon ik nog meer wensen. Ja, ik was aangenaam verrast en ze zei: 'Daor steit ouch 'n cassette dink... met un bendsje vaan Jo Erens...' De Limburgse troubadour in BH, dacht ik, alhoewel mijn hoofd daar niet meteen naar stond.
De dag erop bezocht ik haar werkplek in Taquaril en de bus kroop als een slak tegen de steile heuvel op. Aan weerszijde zag ik de kleine huisjes, als waren ze letterlijk tegen de heuvel opgeplakt. Het eindstation was bij de kerk, die nog afgebouwd moest worden en via een trap kwamen we in de kleine werkkamer, waar Brunilla lessen gaf in handarbeid.
De kinderen waren gemotiveerd en aan de muren bengelden dan ook de resultaten: beertjes, clowns, kleertjes. De meisje leerden breien en de jongens maakten broekriemmen van plastiek.
'Ik laat ze altijd twee van hetzelfde maken, eentje voor hen zelf en het ander voor de verkoop. Maar het is moeilijk te verkopen... de mensen hebben geen geld,' zegt de zuster.
En als ik met haar tot het dialect overging konden de kinderen hun lach niet meer inhouden.
En ik zag de vrolijke gezichtjes, waarvan ik weet dat die er soms wel eens anders uitzagen.
Enkele dagen later was ik nogmaals in Taquaril om een kerdienst bij te wonen, waar ik voor was uitgenodigd. De priesters, die voor het offeraltaar stonden waren twee Poolse broers . En in de kansel ging het over de drie straatjongens die in Taquaril werden vermoord: Gilmar, Jamil en Junior. Ze waren 14 tot16 jaar oud, werden in Belo Horizonte ontvoerd door mannen, in een wagen gestopt, naar Taquaril gebracht en neergeschoten. De reden bleef me onduidelijk. Als protest trok de hele kerk en buurt in stoet door een gedeelte van de wijk.
De omgang was gericht tot God? Want, welke hoogwaardigheidsbekleder wist hier vanaf, zag het leed en verdriet op de gezichten van de mensen? De burgemeester? Gouverneur? President? Nondesju!
Ik weet niet of God zich dit alles laat aangaan, ooit zei een pater tegen me: ' ... de mensen moeten zelf ook keuzes maken, God heeft hun alles gegeven, land, water...'
Ja, het is gemakkelijk alles in de handen van God te geven... maar de mensen in de arme gebieden klampen zich vast aan alles wat het geloof biedt, en te vaak worden ze misbruikt, uitgekleed tot hun laatste rubbere 'chinela', teensandaal.
De geestelijke moet er niet alleen zijn voor God en zijn huis, want die zijn er genoeg in Brazilië.
Ze moeten er zijn voor de mens.
wordt vervolgd...
Taquaril, BH foto Wayn
Zuster Brunilla in het 'asilo' met bewoonster foto Wayn




























