Naar de inhoud

BRASIL / impressies / reisverhalen

Op zoek naar de Ware Ziel van Brazilië - Het alternatief
akke.beakke.be

Archief

HET DOORDACHTE PLEIDOOI... DEEL 4

'Ja, mijn beste senhor Catunda... ik trok naar Juazeiro do Norte en werd verliefd op Celeste en huwde haar. Doch ze werd snel ziek en stierf aan pokken. Later ontmoette ik een oude man genaamd Monteiro. Hij leerde me schrijven en lezen. Ik ging studeren en boeken lezen en was intussen 20 jaar oud. Wat moest er van mij terechtkomen? Ik leerde en leerde en vertrok naar Recife. De stad met de vele bruggen en daar leefde ik 20 jaar van mijn leven senhor. O Plato! Waar zijn de draden der uwer gesponnen woorden... Ik verdiepte me in de leer van Kierkengaard, hij die stelde dat in de keuze de mens zijn eigen Ik vind...dat kiezen niet door de mens maar door God wordt opgedragen... in de keuze staat de mens voor God, dan pas komt naar voren hoe bekrompen wij zijn, hoe nietig, als de nietigste aardworm... Ja, het is God die onze ziel loods... Ja, beste chef, dit is wat Kierkengaard zei: 'Ik kan mij slechts als absoluut kiezen wanneer ik mij als schuldig kiest!"
           Nu lijkt mij dat u nooit gehoord zal hebben van Kierkegaard, maar hij was een grote wijsgeer... ik las zijn werk senhor... U gelooft in God mijn vrienden? Is Hij niet universeel, het goede, het slechte... God heeft alles geschapen, de mens, zee, de rio Chico (hier mee bedoeld hij de Sâo Francisco rivier die door de staat Minas Gerais stroomt en afbuigt in Bahia naar de Oceaan.)... De liefde, cactus, droogte? Heeft God de sertâo gemaakt om de mensheid te tonen dat alles betrekkelij is? Waarom moeten we lijden? Creeërde Hij ook niet de Satan? Heeft God deernis? De wildernis van noordoost Brazilië, mijn senhor Catunda, is de wereld, een alles omvattend geheel. Heeft Hij niet gekozen voor de situatie waar ik mij nu in bevind? Waar in in verkeert? Wat denkt u geachte chef? De draad van het leven is dun, heel dun, vrienden."

En valt weer een korte stilte, misschien twintig tellen...

'Ik ging weg uit Recife daar ik de drang kreeg iets te doen voor de veroordeelden in het binnennland en kwam in contact met Josno Tavares, een bandiet die een bank had beroofd in Recife, en hij zag mij als een voorbeeld, een krankzinnige filosoof. Ik ging met hem mee en kwam tercht in Concurso en werd advocaat. Letterlijk de duivel van Tavares. Hij deed in opkopen van goud uit de mijnen van Bahia. Daar werd ik beschuldigd van paardendiefstal zoals ik u al vertelde. De ware paardendief was Tavares geweest, de gadverdomde ploert. Hij had het ros verhandeld en mij erin geluisd en verrraden aan Chico de Ossenkop. Dus... in het bos stonden de paarden te stampen en proesten met schuim op hun muilen, klaar om me uit elkaar te trekken. Dan kwam ik bij bewustzijn. Ik hoorde schoten en dacht wederom in onmacht te vallen. Ja, het was de bende van Padua, die de bende van Ossenkop griefde en vernederde, ze overhoop schoot als waren het pispalen, waarna ze mij bevrijdden en mijn riemen losmaakten. Zo werd ik gered van vierendeling. Was het een God oordeel? Ik geloof in deze dingen mijn achtenwaardige senhor Catunda. Ik geloof in de heilige drie-eenheid en de stemmen van de Orixa's, de heiligen van het Candomblé. Ja, vaak sprak ik met hen en ze gaven mij kracht en wijsheid. Gelooft u mij senhor? Maar toch vroeg ik me steeds af: waarom werd mij het leven teruggegeven? Ja, het leven is een gift, en zo kwam ik terecht bij de bende van Padua en werd zijn raadsheer...' U vraagt mij of het een eer was voor Padua te rijden? 'Tuurlijk, in die tijd moest ik me neerleggen bij de wet van Padua, doch beste senhor Catunda, soms dacht ik, ben ik wel goed bezig? Of ik wilde overlopen? Ja, ik dacht er wel eens aan, om naar u bende over te lopen, want de standpunten van Padua waren niet altijd helder. Ten slotte wat is het belangrijkste? Nu, Padua en de zijnen waren voorstanders van de republiek Brazilië. U, senhor Catunda was tegenstander en is het nog steeds niet zo? Waarom? Wat is er veranderd? De nieuwe republiek is niet veel beter dan de oude monarchie, ziet u?
        De rijken van nu halen alles weg bij de armen en de armen van toen waren net zo arm als die van heden. Hier in het noordoosten van Brazilië, zeker in de caatinga (droogste gedeelte van de sertâo met doornige struiken en vlijmscherpe twijgen) kan je niet alleen leven van wat maniokmeel of quixaba (struik met grote doornen en eetbare blaren en vruchten). Begrijpt u senhor? Ze laten de arme mensen meer en meer belasting betalen, de opstanden zijn daarom het gevolg. De revoluties die waren er en Canudos was een voorbeeld. Vele cangaceiros rijden nu senhor Catunda. Het zou en voorbeeld geweest moeten zijn, doch de bendes die vechten tegen de armoede en onderdrukking zijn aan het regulariseren. Snapt u?
             Hoorde u ook dat de bende van Sebastiâo Pereira... Alagoas onveilig maakt? Aha, en dat er een jongen meerijdt die de duivel in eigen persoon lijkt te zijn? Hem die ze Lampiâo noemen? En een groot leider zal worden? Het is toch geen encyclopedie? Want waar vechten we voor? Gerechtigheid? Ja! Daar vechten we voor mijn beste senhor Efraim Catunda!'

Er viel weer een korte stilte, misschien tien tellen.

wordt vervolgd....
              

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Storyteller om 21:21 Reageer op dit bericht

HET DOORDACHTE PLEIDOOI -DEEL 3

"...de mannen stonden geruisloos en de vrouwen durfden niet te kijken. Ik werd met handen en voeten met leren riemen vastgebonden aan het hoofdstel van de paarden. Alleen de klop op het achterflank van de paarden scheidde mij van de dood. Wat voel je als je, een geweldadige, laat ik zeggen afschuwelijke groteske dood tegemoet ziet? De dood kan zalig zijn voor sommigen, maar een overwachtse dood is als een vallend blad. Ja, de Jezuïeten leerden mij ooit dat sterven niet slecht is als het maar met een reine ziel gebeurde. Die paters waren te vroom en zochten hun uitwegen in het leven na de dood... Aha, sterven was goed als je maar goed geleefd had, met een moraal, menselijkheid, ja, dat zeiden de zwartrokken.
      Maar hadden 'zij' dit wel zo gedaan, was hun rol in de missiedorpen waar ze de indianen beschermden geen paradijzen voor hun lust tot de christenleer? Waarom ik dit allemaal aanhaal? Vergeef me waardige senhor Catunda. Aha, dit terzijde achtenswaardige chef. Neen, sterven is moeilijk, ten minste als je nog vele vragen in het leven hebt, als je hersencellen nog volop bezig zijn met het regelen van de deeltjes.
   Mag ik gaan zitten mijn geachte chef? Ik voel me duizelig... ik... dank u senhor Efraim Catunda... duizend maal!"

Er valt een korte stilte, misschien dertig tellen.

"... ik staarde naar de felle zon en opeens gebeurde er iets vreemds. Het was of ik wegzweefde, ik viel in onmacht, bewusteloos. Ver weg hoorde ik klanken van een zweverig iets, misschien vogels? Dacht ik. Ik ging een lange weg naar beneden langs manga bomen en gele struiken. Ik had een gevoel van zaligheid en kwam terecht in een kamertje dat ik me goed herinnerde. Het was stoffig en vol sfeer, het huisje van mijn grootvader. Ik zag hem roeren in een ijzeren koffieketel, en hij kookte eieren zo hard, dat ze paars werden, en zag hem kippen de nek omdraaien Ik zag de oude hond 'Jeremaya' die zich lag te krabben en vroeg de ouwe waar mijn ouders waren. Hij vertelde me dat ze vertrokken waren naar andere oorden. Ik was een wees en de oude man was mijn padre. Ik zag de koude gezichten van mannen die binnenvielen in het huisje en mijn grootvader met scherpe de kop insloegen... gerechtigheid noemden ze dit, want, zeiden ze, mijn grootvader was een dief die goud roofde van de andere zoekers. Ja, mijn grootvader was een boef. Nou ja, in die tijd was het noorden van Bahia geen paradijs en nog steeds niet en boeven waren soms gewoon goeie mensen chef.. begrijpt u? Ik was acht jaar... beste chef Catunda... ik wist te vluchten. De mannen lieten mij begaan, want de waarde van dit rotjong was miniem. Ik beklom een boom en bleef daar de hele nacht en de volgende morgen zag ik de 'rivier van de dood'. Ik was nog steeds in mijn visoen.
Ik was nu ouder, achttien De indianen hadden mij niet gevonden tussen de dichte struiken... wel de mannen van een volk van zwarte slaven die in de bossen leefden en zich 'strijders van Zumbi' noemden. Een man met een rode band rond zijn hoofd sprak me aan en zei dat ik met hun meekon of mijn eigen weg gaan, ze zeiden dat ze rijke boerderijen gingen beroven en terughalen wat hun was ontstolen. De blanke zal moeten boeten! ja, dat zeiden ze senhor Catunda... Er was een neger genaamd Dodo, die zei dat ik hún amulet zou zijn, de blanke mens, want ik had iets goeds in de ogen. Doch ik besloot mijn eigen weg te gaan... en kwam terecht in een klooster van de Salesianer paters. Daar ontmoette ik een pater genaamd 'Fritz' bijnaamd 'de zwitser' en had met hem lange conversaties. De man was lang en mager en bleek zoals u nooit gezien hebt en droeg een kleine zwarte vilten pet op zijn kaal hoofd, die hij berét noemde. Hij zag dat alles in het leven een opgetogenheid was. Hij was het tegendeel van de andere paters, mede door zijn stelling dat de mens vrijheid moet hebben en een geest die beslist over het doen en laten.
             Wil je in armoede leven? Goed! Maar wordt dan geen geestelijke, ga en verbeter de wereld mijn zoon. Ja, dat zei de man en ik ging in een kano naar andere delen van de wildernis..."

Catunda luistert naar zijn verhaal: 'Ga je verder, of...?' En na een slok water vervolgd Francisco Gato zijn verhaal dit hem moest redden, volgens zijn zienswijze...

"... ik kwam terecht in Quixada, in Ceará. Daar werd ik in een kerker geworpen door de plaatselijke politie, beschuldigd van moord op een hoer waar ik een relatie mee had. Verbazingwekkend kreeg ik een advocaat toegewezen; Theodorus Rios, ja dat was zijn naam, een man met een lang gezicht en een dik boek. Hij vertelde dat de verdediging van het leven een harde zaak was. Hij had al velen gered van de dood, zelf parasieten, doch mijn zaak was hachelijk te noemen. Hij zei me ook dat gedroomd had mij te ontmoeten, ik, de zwerver die een hoer nam en om zeep bracht. Ik? Ik kan mij niets herinneren. Ik was de onschuld zelf, droomde ik? Neen, ik was gekomen met kano's van over de woeste rivieren en trotseerde de aanvallen van bendes en stammen. Ik zag mijn vader die zich als piraat had vermomd en hij zei: '... de zee is de veiligste plek, wordt piraat zoon, de weldoener van zijn ziel. Ga naar Forteleza, Sâo Luiz, Salvador, Ricife of Maceio en proef van het zilte water...!' Mijn vader, een gewezen boekhouder, nu piraat. Maar hij verdween weer snel, het was de lucht die stonk en '... je hebt nog de groeten van je moeder', schreeuwde hij nog grimmig. Nu, de advocaat die ik kreeg toegewezen was een goeie man, die als een schim naast de tafel stond. Hij zei me dat de mogelijkheid op redding nihil was en dat ontsnappen de enigste optie was. En daar ik zijn medeleven had hielp hij mij te ontkomen, door de bewakers de keel door te snijden.
     De reden voor zijn daad begrijp ik nog steeds niet en later kwam mij ten ore dat men hem, Theodorus Rios, had opgehangen. Ja, ik moest haast wel een soort charisma hebben senhor Efraim Catunda, grote leider, dat niet te verklaren was, maar dat mij wel beschutte tegen de dood. En zo wist ik te ontsnappen uit Quixada, senhor Catunda..."

wordt vervolgd....

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

HET DOORDACHTE PLEIDOOI DEEL 2....

illustratie door Alfredo Aquino










"...Nu moet u weten dat Efraim Catunda een zwak had voor vrouwelijk vlees. Diezelfde nacht nog werd hij dan ook verleid door Isabella en alles kwam weer goed, en ze werd beschermd door een medaillon dat Catunda om haar gehavende hals bond met daarin een foto van zijn moeder. Gadverdomme! Voor hem 'was het duidelijk dat ik, Francisco Gato, zijn minnares had verkracht, ik, de man die hij zijn vertrouwen had geschonken als een 'allesweter, en mij toen niet doodde. Nu had die man zijn vertrouwen geschonden en daar stond in de bendewereld maar één straf op; de dood.
               Ik zou bij het doorbreken van de dag overgeleverd worden aan de mooie cactus. Ik zou vastgebonden verschrompellen door de zon en de armoedige hongerige sertâo-insecten. De doornen van de cactus zullen mijn lichaam folteren, net als de doornenkroon van Jezus Christus de verlosser. Ja, dat zei Catunda: 'Je zult sterven, velen malen erger dan Christus!' Ik had het niet anders verdiend. Ik was een afgebrokkeld mens, niet meer waardig te leven in deze wereld, en vooral niet in die van zijn sublieme bende.
   Hij vroeg mij of ik hierop een antwoord had... of ik nog iets wilde zeggen voor ik stierf. Ja, ik wilde iets zeggen, een betoog houden, want ik was niet wat hij dacht dat ik was. Ik Francisco Gato. Ik had besloten dat mijn pleitrede een goede moest zijn, overtuigend en eerlijk, gefundeerd op mijn intellect en gericht op de zwakke punten van Catunda. Ik deed mijn best.
   "Luister... senhor Catunda, grote chef van de wildernis, naar mijn verhaal, dan mag u oordelen. Ik zou u hiervoor ten zeerste erkentelijk voor zijn. Ook de andere mannen mogen luisteren en hun oordeel geven, dit naar hun eigen geweten. Maar dat van u, geachte leider van de bende zal doorslaggevend zijn, want u bent de grote wijze chef. Ziet u, het leven is een dunne draad als die van en gesponnen web, en ik weet dat u vaak gevangen zat in webben en dat u er steeds weer uit wist te ontsnappen... Neen, niet alleen door kracht, doch mede door slimheid. Ja, u bent een waardige man, listig en mentaal geruisloos als een hongerige panter.
     Ik zeg u, ooit werd ik veroordeeld daar ik iets gestolen zou hebben, een paard. En wat is er erger dan het stelen van een paard? Het was een mooi ros met lange rode manen, en hoe gaarne ik het ook wilde hebben, ik was niet de schuldige. Ik werd veroordeeld tot invierendeling door paarden. Dat was twaalf jaar geleden senhor, toen u senhor Catunda nog niet samen reed met Padua. Ik was toen een nederige funcionaris in het gehucht Concurso. Ik was een eerlijk man maar het lot bepaalde anders. Ze brachten naar de plek in het woud. Het waren de mannen van de bende van Chico de Ossenkop, herinert u zich die benden senhor Catunda... mijn beste...? Chico de Ossenkop? ja, hij was een beul, een slecht ens. Hij wist ook dat ik het paard dat hém toebehoorde niet had gestolen, maar hij moest een slachtoffer hebben en had een hekel aan mijn schranderheid en daarom werd ik uitgekozen en veroordeeld tot het uiteenrijten van mijn ledenmaten..."

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

KORT VERHAAL 'HET DOORDACHTE PEIDOOI VAN FRANCISCO GATO' door Storyteller deel 1

Voor ik de reis voortzet op weg naar de 'Zeven Steden' in de staat Piauí, wil ik met een kort verhaal aansluiten op het 'cangançeiro' item. Dit verhaal komt uit mijn boek ''Zoals de doornen van de Xique-Xique"  2002.


illustratie: Alfredo Aquino



Het is 1920.
'Ik ben ter dood veroordeeld. Ik, Francisco Gato. Morgen, bij het opkomen van de zon zal ik op een Xique-Xique cactusbed geworpen worden. Men zal me vastbinden op de rotsachtige grond en ik zal langzaam sterven met de doornen van de mooie cactus in mijn tere lijf. U zult zich natuurlijk afvragen wat de oorzaak is van dit geweldig ongerief. Ongerief? Laat ik het liever een kwelling noemen. Neen, ik was niet bang voor de dood, maar wilde waardig sterven, niet als een bandiet, die het niet verdiende. Ik was fout, laat ik zeggen, verrast door lust en vlees. Diegene die me liet doden was Efraim Catunda. Luister... Ik was ooit lid van de bende van Silva Padua. Het verschil tussen de bendes was dit: die van Catunda vocht voor de armen, tenminste dat zei hij, en tegen de grootgrondbezitters, die hier op de grens van Piauí en het westelijk puntje van Pernambuco de macht hadden. De Fazendeiros, de grootheren in hun pompeuse villa's en landerijen vol met suikerriet en vee, waren de heilige voorstanders van de republiek van Brazil, net zoals Padua.
         Aha, hier komt het toegangkelijk punt; politiek! Doch Efraim Catunda was van een ander kaliber, een spartaan, hard en meedogenloos. Hij stelde, dat de republiek een belediging was voor het volk. Er moest weer een keizerrijk komen in Brazil, ja, een macht van deugelijkheid. Het probleem van de slaven bleek eveneens niet te werken. Waar zijn de vrije slaven? Aha, velen zeiden dat ze het beter hadden toen ze slaaf waren. Catunda was ook de vriend van de heerboeren, ten minste als ze voor hem beefden en betaalden, want zijn bende was berucht. De strijd, heeft zich niet alleen politiek ontwikkeld, maar is ook een conflict geworden tussen de bendeleiders, zij, die vroeger samen reden tegen de onderdrukking van het kapitaal.
         Luister; op en dag vond er een strijd plaats te Paulistana, daar bij de bergen, die men 'de twee broers' noemt, tussen de bende van Padua en Catunda. Het was een harde confrontatie, geloof mij, en aan beide zijde vielen tientallen doden. Ik overleefde het en werd gevangen genomen, daar Efraim catunda wist dat ik een soort 'raadgever' was, doodde hij mij niet. Ja, ik was een inschatter van dingen die Catunda vermoedde en waar hij geen raad mee wist. Hij kende me van vroeger, want ik reed toen samen met hem én Padua.
         In zekere zijn werd me vergiffenis geschonken als ik me zou aanpassen aan het regime van zijn bende. Kijk, politiek gezien intereseerde het mij totaal niet, want beide partijen, waren een grote diepe put wat betreft het probleem. Er was maar een standpunt en dat was macht. Sommige mensen willen alleen macht! Ik had Padua, waar ik toen voor reed, er vaak op gewezen dat de strijd hopeloos was, die de bende's totaal niets opleverde, niet voor het keizerrijk, noch de republiek. Ook Efraim Catunda had ik nadien vele malen onder vier ogen erop gewezen dat de armen beter af waren als de twee bendes samen gingen, en een deal sloten, om samen te vechten tégen de macht van het grootgrondbezit en kapitaal. Doch, luister goed, het leek vaak alsof ik tegen een mandacaru (reuzencactus) stond te lullen. Dus... Ik werd geaccepteerd door Catunda, ik werd zijn raadgever, ja, tot het meoment dat ik de grote fout maakte en capituleerde. Ja, ik noem het nondesju capitulatie! Voor het vlees van Sinha Isabella.
               Als ik op dit trieste moment aan haar denkt dan wordt ik weer warm van binnen en krijg ik dat tintelend gevoel in mijn genitaliën. O mijn God! Sinha Isabella.
             Ja, het euvel was; ze bleek de enige vrouw  in het kampement én de minnares van Catunda. Laat ik stellen; zijn persoonlijke vleesklomp, want liefde bleek uitgesloten, aldus volgens mijn kijk op de wereld. Ik moet toegeven dat ik haar geneukt hebt en zeer genoten, doch ik was het niet die haar verleidde. Zij, de goddelijke vrouw was het die mij inpalmde en me meenam naar haar grondbed, toen de bende uit was gereden om een overval op een naburige grootgrondbezitter te verwezelijken. Alleen de ouwe doofstomme Juan Lombo was achter gebleven en lag te doezelen in het maanlicht. Isabella nam me en ik kon het niet helpen. Ik wist dat het en uitdaging was, een gevaar dat mijn dood kon betekenen; doch waarom is het vlees zo zwak? Waarom wordt een gedeelte van de hersenkwabben uitgeschakeld? Die van het achterhoofd geintensiveerd? Ik werd bevangen door het begeerte-syndroom; mijn dierlijke impulsen kwamen bij me boven. Ik had alleen oog voor de lust, en vergat de wereld rondom mij. En, vergeef me God dat dit een zwakte is van de mensheid. Sinha Isabella was, laat ik zeggen een 'waar genot' en zij genoot als een vrouw die haar eerste orgasme bereikte. Neen, ze was als een ratelslang en bereikte dit al snel de de geringste aanraking van haar hals, oren tepels of haar clitoris. Ze was de merrie van de sertâo en ik genoot intens en was nog nooit zo gelukkig in mijn gevoel, dat misschien de oorzaak was van spanning en avontuur, dat in mijn leven een beduidende rol speelde, als wel de mogelijke onverwachtse terugkeer van Efraim Catunda. Wat ook gebeurde, ik lag verstrengeld en mijn orgasme leek onuitputtelijk, ja, verder dan de ondergaande zon of de stroom water die de Sâo Francisco meevoerde. Ik hoorde van verre het paardenhoeven geroffel van de bende, maar ik verloor me in haar, en zij? Ze was doof en blind en alleen haar clitoris was het mikpunt en ze schreeuwde: ' O mijn liefde... mijn hart.... mijn Francisco Gato! Ik wil een kind van je... je bloed!' En zo werd ik gevangen in de grote web met mijn zwaard in haar schede. Ja, zo gebeurde het.
      Het was Catunda die mij persoonlijk van haar aftrok, en hij sloeg me hard met zijn rijzweep in het gezicht zodat het een bloedmasker werd, waarna hij tegen twee van zijn mannen 'luciferdoos' en 'Dikke Jan' zei me vast te binden. Aan Isabella vroeg hij uitleg en sloeg haar langdurig zodat haar mooie gezicht veranderde van schoonheid naar een bloedig geheel dat vele littekens naliet. Ze vertelde hem dat hem dat ik haar verkracht had. Ja, de hoer, vergeef me dat ik nu mijn eerder genot zo omschrijf, wat er bestaan ook goede hoeren, lieve onschuldige vrouwen, maar zij was ... een negatieve hoer, een onderdanig egoïstisch stuk vuil!..'

wordt vervolgd...
        

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

DE WOESTENIJ VAN SÂO PAULO DEEL1



Vier uur in de middag. Als ik aan het einde van de Avenida Liberdade kom, zie ik Nelson, een kleine jongen van elf jaar huilend tegen een muur zitten. Beroofd van zijn geld, vijftien reais (4.50 Euro). Nelson is schoenpoetser, die om zijn familie te steunen, door het centrum zeult met een kistje , waar hij op zitten kan en zijn materiaal in heeft: enkele doosjes schoensmeer, poetslappen en borstels. Hij vraagt één real, een schamel tarief. Nu draagt hij de last van de betonnen stad, het verdriet. Ik vraag hem naar de dief: 'Twee jongens op mountainbikes,' zegt hij droevig en verward.
 Het geld dat ik hem geef troost hem enigzins, meer een verlichting van het financiële, zijn ziel heeft namelijk en ander gevoel. Dit is het verval van de grote stad, de betonwoestijn waar het iedere dag voor velen een vuurzee is. Hij veegt zijn laatste traan weg en kijkt mij schuw aan, en mensen die langskomen kijken óns aan, want ik voel hun ogen prikken in mijn rug, zoals het rapier van een zeerover.
 Nelson is één van de vele actieve ondernemers, vele anderen zijn autoruitenwassers of snoepverkopers, die bij stoplichten automobilisten proberen over te halen iets te kopen en op deze manier geld bij elkaar te krijgen. Ook is er een acrobaat op een stuntfiets, die jonglerend met ballen als een soort paljas optreedt en zorgt, dat hij geld int vóór het licht op groen springt.
 Hij lacht met zijn geschminkt gezicht en had artistiek gezien beter verdiend. Uit menselijk oogpunt is de man, die in een oud invalide wagentje tussen de auto's door manouvreert net zozeer een artiest, anderzijds een muskiet in een bedriegelijk web, het labyrint der stikkende auto's.
Niet ver van Nelson's tranen, op het Praça (plein) Joâo Mendes, zie ik de jongedames tegen muren hangen, buurthoertjes, blank, halfbloeden en negrinnetjes, sommigen knauwend op kaugum. Hun prijs is tussen de vijftig en vijfenzeventig reais, zijn beeldig als dagvlinders en slank als en sierlijk als zeepaardjes, met provoceerende borsten, korte rokjes en een gulzige verleidelijke lach, en ik zet het op mijn notenbalk.
 Om de hoek ligt de 'pastelaria', die wordt uitgebaat door Koreanen, waar ik een 'pastel palmito' (in olie gebakken deegbroodje met palmhart) bestel en een fles koud bier om mijn dorst te lessen. Een blonde vrouw van in rond de vijftig, die naast mij zit, eet háár broodje, drink met genot haar bier en trekt aan een sigaret als bevindt ze zich in en nachtclub op een andere planeet. Mannen spelen op gokkasten of staren voor zich uit, vrouwen lopen in en uit voor sigaretten en suikerrietstengels persen zich door het elektrische molentje, waarna het vocht uit de trechter vloeit, het sap van de zoete stengel door engelen gegeven.
 Ik betaal en slenter naar onder de straat uit en kom op het Praça de Sé. Het plein is uitgegroeid  tot een waar pandemonium, een schouwspel van kwelende eufemistische geloofspredikers, straatverkopers, zingende mannen uit het noordoosten van het land die de muziek van Luiz Gonzaga (overleden forró zanger) aanbidden,waterijsverkopers, een kapper die ook baarden scheert als stond hij in een gedistingeerde zaak in Parijs, zich niets aantrekkend van het tumult om hem heen, schoenpoetsers en mensen met houten borden op hun lijf gebonden, die vermelden waar goud te kopen en verkopen valt. In het midden van het plein bevindt zich een politiepost, van waaruit men stieken alles gaande slaat. Het zijn gluiperige mannen in blauwgrijze pakken en zware zwarte laarzen, en revolvers in de holster, niet ziende wat ze moeten zien en hard optredend tegen de straatkinderen, die uit noodzaak pikken van de passant. Hard optreden betekent: slaag, verbrandingen en transporten naar jeugdinrichtingen. Velen huilen, anderen zijn sterk en ontsnappen uit de handen van de regeringsbeulen.
En God? Ziet toe.
 

wordt vervolgd...
 
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

Welkom

Beste mensen,
Op dit blog probeer ik een beeld te geven van Brazilië zoals ik het heb leren kennen. Dit doe ik door middel van reisindrukken, gesprekken, columns en korte verhalen. Ik zal nader ingaan op recente gebeurtenissen, in de context van politiek, maatschappij en cultuur.
Mijn eerste bezoek aan Brazilië was in 1990 en sindsdien heeft het land me geïntrigeerd, niet minder het volk. Ik reisde van het zuidoosten tot Amazonas, van Mato Grosso tot het noordoosten en het zuiden, het andere Brazilië, het land van de gaucho.
Al deze reizen deed mijn geest versterken in een tijd dat ik op zoek was naar nieuwe wegen. Het gaf mij inspiratie in mijn levensvisie, mijn muziek, schrijven en schilderen. Ook is het een lofzang aan mijn oom, de eigengereide Maastrichtse pater Tum Pieters, die in 1958 vanuit Antwerpen naar Brazilië vertrok om er te werken onder de armen. Hij deed dit tot zijn dood in 1998. Hij was een dichter, en had zijn stelling dat de Noormannen reeds in Brazilië waren vóór de Portugezen. Hij schreef over het 'messianisme' en had een eigen idee over de geloofsvisie.
Het zijn boeiende onderwerpen, die zeker in mijn verhalen zullen opdoemen.
Ik zal veel spreken over de oorspronkelijke bewoners: de indianen, die samen met de zwarte slaven Brazilië maakten.
Over de caboclos en zigeuners, tot aan de laatste immigranten.
Over Candombé, de rijke cultuur, de vertakkingen: macumba, umbanda, waar de Afrikaanse ziel nog aanwezig is. Ook zal de muziek aan de orde komen, het braziliaanse ritme.
Ten slotte draag ik dit alles op aan het hele braziliaanse volk, en saudade is het woord. 

wordt vervolgt...

Foto boven: tweeluik 'Indios' , Itaborai, RJ, Brasil - Wayn Pieters (storyteller)
onder: jongeren van de Xacriabá stam, noord Minas Gerais in het 'Museu do Indio' te Rio
Storyteller & Zé, in het plaatsje Tanguá bij Rio de Janeiro
3-31c11c60cb24463378cf76458b3fd42e.jpg

3-b40e74ec4f188277ab25d4076e734f65.jpg
Hoe vind je dit bericht? 18 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

Aposentado com câncer não consegue se tratar em hospital público Nem com laudo a internação é aceita

In the treatment of lung cancer two years ago, retiree and resident of Covanca, in São Gonçalo, RJ, , José Borato Evangelista, 57, had another negative report: a metastasis - formation of a new tumor lesion from another - cerebral and lumbar . Even with the pathologies, the retiree can not be admitted to any hospital.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Storyteller om 18:41 Reageer op dit bericht

NITEROI, RJ - POLITIE ACTIE CONTRA DEALERS

Schietpartij tijdens een mega-operatie op de ochtend van vrijdag (16) door de militaire en civiele politie in Complexo do Viradouro, in Santa Rosa, ten zuiden van Niteroi. Bij een minderjarige werd een pistool kaliber 9 mm, en een radiozender, en verdovende middelen, in belsag genomen. De drugsoorlog neemt grotere vormen aan. De dealers zijn, gezien de slechte situatie in Rio waardoor hun verkoop achteruit gaat, uit op andere middelen zoals beroven van voetgangers en winkels.De economische situatie is zeer slecht in de staat Rio de Janeiro. Voedselprijzen rijzen de pan uit. Veel werklozen waardoor de criminaliteit hoogtij viert.



1988095-8305950df35c1e3c62eaabdd86d645c2.jpg


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

rochina, rj

A Rocinha é considerada o maior ponto de venda de drogas da Zona Sul do Rio (Foto: Janaína Carvalho)

DE FAVELA ROCINA WORT GEZIEN ALS BELANGRIJKSTE VERKOOPPUNT VAN DRUGS IN DE ZUID ZONE VAN RIO



1988087-27ff77779e86fd12047d1664db7a5db1.jpg


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

Amazonia 15

Man met dood-aapje
foto (c) unknown


Als de rivier weer in haar normaal doen is, is het tijd voor het 'almoço' het middagmaal. Het menu is helaas hetzelfde: bruine bonen, spaghetti, stukjes kip en een of ander raadselachtig vlees. De een zegt dat het jacarévlees is, de ander van de tapir, weer een ander raadt naar apenvlees.
Mensen drommen rond de tafel en achter ieder stoel staan minstens vier personen te wachten dat de tafelgast klaar is. Ik wacht geduldig dat er meer ruimte is en eet weinig. Aan de scheepsleuning hangend overdenk is dit alles; water, bomen, hutten,arme stakkers, caboclos, Indianen, water, bossen en af en toe een vogel of vlinder. Waar zijn de alligators? Panters? Tamandoa? (grote meiereneter), waar is de cobra? Ja, ze lijken verborgen in de ingewanden van het moederbos.
En de bosgeesten?
Zullen ze bescherming bieden?
Zoals Curupira, de ontzagwekkende, die mensen het bos insleurt, voor altijd verloren.
Doch zou hij de arme caboclo beschermen tegen de indringers, de vernielzuchtigen? We varen langs beboste eilandjes en ik zie de kano's met vrouwen en kinderen, peddelend alsof hun leven er van af hangt, en is dat geen snedige uitdrukking? Vanaf de boot worden spullen in het water geworpen, kleding, voedsel en de kano's gaan er als pijlen op af. Ze kennen de boten en weten dat er altijd passagiers zijn die aan hun denken.De kinderen zijn handig en geboren in de lichte boomstammen kano's, die waggelend, doch met een vloeiende lijn over het water glijdt. Ze zijn de kinderen van de caboclo en Indiaan, de natuurmensjes, die dansen met de roze dolfijn.Intussen is de bonkige cachaça drinker zich aan het roeren. Hij laat zijn schijnbaar menselijke zijde zien als hij de baby van van mijn hangmat-buren probeert op te vrolijken, wat het niet al te gemakkelijk afgaat. Het kindje schreeuwt als een geslagen mensje. De ouders vinden het maar niets.Zo nu en dan kijkt hij me aan met een sceptische blik, maar heeft tot nu toe nog geen moeilijkheden gemaakt. Ik ben voorbereid.
Op het achterdek ontmoet ik weer de oude man met het uitpuilend oog. Dit was nu nog roder en angstwekkender. De man heet Lúis Antonio en komt uit de buurt van Santarém, waar hij langs de oever in een hutje leeft samen met zijn dochter.
Lúis was visser. De ontsteking heeft hij sinds twee weken en gaat nu naar Belém om een soort heksendokter te bezoeken.
Hij vraagt me of we al in de baai zijn, doch we zitten nog steeds enkele uren van Belém, nu op de Tocantins rivier, nadat we de Pará achter ons gelaten hadden, en eerder de Amazonas.
De bootsman loods zijn boot door het labyrint van waterweggetjes, langs kleine eilanden en dan langs het grote van 'Marajó'.
Het is rond halftwaalf als we de haven binnenvaren.
Ik voel me goed, na toch de laatste dagen last van koortsaanvallen te hebben gehad. Ik ga de drukke kade op en zie de vele aasgieren die het vuilnis inspecteren, ik zie de mensen, fruit, mooie vrouwen, en Indiaanse gezichten.
Ik ga op zoek een hotel en kom terecht in 'Central'.
Een oud gebouw in het centrum.
Op de kamer bekijk ik me eens goed in de spiegel en constateer dat ik kilo's kwijtgeraakt ben sinds Manaus. Op straat ontwaar ik een kraampje met vis en neem een broodje kreeft met driedubbel portie 'mostarda', (een soort piccalilly) om mijn honger te stillen en daar ik verlangde naar iets zuurs, en ik eigenlijk dagenlang zo goed als geen voedsel binnengekreeg.

Het is zondag in de stad van de 'mangueiras' de mangabomen en ik slenter langs de straten waar hippies op de grond hun sieraden, ammuletten en ander spul proberen kwijt te raken. In een eetbar kom ik de boot-medereiziger weer tegen, die op zoek was naar een job als huisschilder in Belém. Hij rraad me aan naar een dokter te gaan, daar ik er slecht uit zie.
"Misschien heb je wel Malaria,' was zijn conclusie.
Later ontmoet ik de man nogmaals en probeert geld los te peuteren voor een goede cocaine deal. Het wordt me een beetje te gek en maak hem duidelijk dat hij nu snel moet verdwijnen uit mijn gezichtsveld.
Hetgeen hij mij vreemd aanstarend accepteerd.
De dag erop bezoek ik het oude Belém, want ze hier 'Cidade velha' noemen. Nu loop ik langs de rivier en dokken waar de oude Portugeese huizen zichtbaar zijn, hier langs de haven liggen de pitoreske boten met een veelvuldig cargo: papegaaien, parkieten, apen, schildpadden, trossen bananen, zakken met castanhes en enorme melancias (watermeloenen). Niet ver vandaar bevindt zich de 'Ver-o-Peso, de markt wat zoveel betekent als: Zie het gewicht.
Hier is van alles te koop, de Amazonae-markt bij uitstek en vanwaar uit de wouden van alles wordt aangevoerd. Velen soorten vis zijn verkrijbaar en de tipische amazonas producten zoals, Acai  en de fruitsoorten Bacuri en Pupunha, Mangas, Pompoenen, Papaja, Abacaxi (ananas) en Cajú. Ook kan men traditionele gerechten veroberen zoals Tacacá.
Je moet er wel poen voor hebben en de arme donder is hier van uitgesloten. Ook zijn op de markt  de 'Jacaré slagers'.
Daar liggen de alligatoren met dichtgesnoerde muilen en vastgebonden poten te wachten op de koper, die het beest aanwijst, wat dan prompt wordt afgeslacht. Aha... hier zegt men dat het krokodillenvlees, zeker dit van de 'jacaretinga', goed moet zijn voor de gezondheid, en men zegt dat de arme bevolking met regelmaat dit vlees eet, maar de jacaré heeft nog veel andere voordelen: van zijn verpulverde knoken wordt een soort meel gemaakt dat rijk is aan vitaminen. Voor mij kan men de dieren het best in de rivieren laten, waar de arme caboclo-visser en Indiaan zeker gebruik zal maken van het vlees, van de woestelingen der rivieren.

Ik loop langs de kruidenmarkt, met de wonderdoeners, medicijnen tegen maagklachten, verlamming, reumatiek, slangen,- en spinnenbeten, inwendige bloedingen, bronchitis, dysenterie, tumors, spierziektes, menstruatieklachten en impotentie.
Ik zal wel een hoop vergeten zijn, God vergeef me, Oxalá me-disculpa, maar dit zijn de stallen van de toverdokters met hun wondermiddelen, hun magie van het onmetelijke, het geloof in de heling door trancendente krachten. Daar zijn dolfijnogen, krokodillentanden, gedroogde huiden van de kameleon, boskatten, gordeldieren, miereneters en vleermuizen, en de kurkdroge koppen van slangen en jaguars, schedels van watervogels en staarten van pijlstaartroggen en gordeldieren. Dit alles moet dienen tegen allerlei kwalen en ik vraag me dan ook af of de oude man met zijn ontstoken oogbol híér op zoek was naar een middel tegen zijn kwaal.
Het is een oud gegeven want de Indianen hébben hun planten en kruiden, ze hébben hun kennis en hier op de markt zal menig middel wel eens improductief kunnen zijn, maar vaak is de diepgang van het 'onbekende', een welkome hulp.
Hier in Amazonia is de mystiek een middel en velen planten zijn weldoeners en genezers van kwalen. Ik denk dat voor de vele hedendaagse ziektes hier antwoorden liggen, verborgen tussen de groene krachten van het woud en geesten....

laatste deel volgt

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Storyteller om 14:40 Reageer op dit bericht

Meer van BRASIL / impressies / reisverhalen

↑ Terug naar de berichten