Naar de inhoud

BRASIL / impressies / reisverhalen

Op zoek naar de Ware Ziel van Brazilië - Het alternatief
akke.beakke.be

Archief

Braziliaanse president bindt strijd aan met verdere ontbossing

Braziliaanse president bindt strijd aan met verdere ontbossing Door: Lode Delputte − 29/05/12, 11u27 − Bron: De Morgen © afp. De Braziliaanse president Dilma Rousseff. De Braziliaanse president Dilma Rousseff heeft een gedeeltelijk veto uitgesproken tegen de uiterst controversiële nieuwe boswet in haar land. De wet kwam er op vraag van de machtige agrolobby, maar velen zagen er een vrijbrief voor nieuwe ontbossingen in. Hoewel Dilma Rousseff geen groen imago heeft, had ze zich van meetaf aan verzet tegen de meest controversiële elementen in de nieuwe wet. De eind april goedgekeurde wet komt neer op een fikse versoepeling van de regels voor natuurbehoud en vervangt een eerdere, veel strengere tekst uit 1965. Niet enkel de opinie, ook wetenschappers en groenen waren tegen. Talloze Brazilianen ondertekenden petities om de president aan te moedigen door te gaan met haar verzet. Juridische onzekerheid Door haar veto te stellen tegen twaalf onderdelen en er een reeks wijzigingen in aan te brengen, maakt Rousseff nu korte metten met de gevaarlijkste aspecten van de nieuwe wet. Zo zullen boeren die vóór 2008 illegaal bos gerooid hebben niet vrijuit gaan, wat in de eerste versie nochtans was voorzien. Grootgrondbezitters zullen zich bovendien ook in de toekomst moeten houden aan de regel dat 80 procent van hun territorium onaangeroerd blijft áls dat in het Amazonegebied ligt. Waren beide beschikkingen wel overeind gebleven, dan zou dat potentieel catastrofale gevolgen hebben gehad voor het Braziliaanse leefmilieu. Het neemt niet weg dat de nieuwe Código Florestal er hoe dan ook komt, zij het dat ze in de herziene versie veeleer de kleine dan de grote boeren ten goede zal komen. Veel boeren verkeerden in juridische onzekerheid omdat ze er niet in slaagden alle aspecten van de oude wet na te leven. Daardoor hadden ze het lastig om krediet te krijgen bij de banken en konden ze ook niet investeren. Pleitbezorgers van de nieuwe tekst zeggen dat hij eindelijk een klare lijn trekt en een einde maakt aan dubbelzinnigheden die hooguit voor problemen zorgden. Gezond verstand "Deze wet is niet die van de groene jongens, het is evenmin die van de grote producenten", reageerde minister van Landbouw Mendes Ribeiro na de bekendmaking van het veto. "Deze wet is die van het gezond verstand, van diegenen die denken dat Brazilië landbouw kan bedrijven en terzelfder tijd het milieu kan beschermen." De wet moet nu wel nog naar het Congres terug. Enkel een absolute meerderheid kan Rousseffs veto daar opnieuw ongedaan maken. Landbouw is een vitale sector van de Braziliaanse economie. Brazilië is een van 's werelds grootste exporteurs van sojabonen, suiker, koffie, katoen, sinaasappelen en ethanol op basis van suikerriet. Share on favorites | Share on facebook Share on twitter Share on netlog Share on digg More Sharing ServicesMeer bookmarks |
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Storyteller om 11:44 Reageer op dit bericht

HET BIZARRE RELAAS VAN DE KAPITALISATIE VAN HET 'VEROLME-WERF' IMPERIUM IN BRAZILIË

Een eigen zaak

Verolme

Cornelis Verolme wordt in 1900 geboren als zevende zoon van een boerengezin in het dorpje Nieuwe-Tonge op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. Hij doorloopt de Ambachtsschool in Middelharnis en vindt emplooi bij machinefabriek Stork als hoofdingenieur. Na de oorlog schrijft hij een interne notitie waarin hij pleit voor een ingrijpende productievernieuwing om de 5700 schepen die tijdens de oorlog vernietigd zijn te vervangen. Het stuk valt niet op vanwege de inhoud maar des te meer door zijn aanbeveling hem op te nemen in de hoofddirectie. Als hem dit geweigerd wordt begint hij in 1946 in IJsselmonde een machinefabriek. Naar eigen zeggen met een startkapitaal van 15.000 dollar, zo vertelt hij aan interviewster Phyllis Night in het Amerikaanse praatprogramma Smalltalk, maar hardnekkig is het gerucht dat hij tijdens de oorlog scheepsmotoren voor de bezetter had verstopt om deze na de oorlog met veel winst en een even ruime persoonlijke courtage door te verkopen.

Economisch heeft hij de wind mee en zijn bedrijf groeit snel. In de eerste helft van de jaren ‘50 koopt hij werven in Alblasserdam en Heusden en in 1956 wordt de eerste paal geslagen voor de werf in de Botlek die zal uitgroeien tot de grootste en modernste van Europa. Het adagium van Verolme is: groot, groter, grootst en het tonnage van zijn schepen loopt op van 10.000 ton naar 30.000 ton. Maar bij Verolme moet het altijd groter. Hij voorziet dat er vraag zal ontstaan naar schepen van 100 en zelfs 250 duizend ton. Hij wil in de Botlek een superdok bouwen waar hij supertankers kan maken en op een gegeven moment heeft hij 80% van de Nederlandse scheepsbouw in handen. Verolme heeft lef en een neus voor innovatieve oplossingen. Een helling bouwt hij gelijk met een schip en het ene schip wordt gefinancierd met het andere. In de jaren ‘50 haalt hij de prestigieuze opdracht, om een Braziliaans vliegkampschip te moderniseren, binnen. Drie jaar lang wordt er op de Botlek aan de Minas Gerais geschaafd, geschuurd en gelast - een tijd die Verolme gebruikt om de contacten met de Braziliaanse minister president Kubichek nauwer aan te halen. Deze wil een eigen koopvaardijvloot oprichten met in Brazilië geproduceerde schepen en Verolme wil dolgraag voet aan de grond krijgen in Latijns Amerika. Al in 1936 reist hij voor Stork naar Brazilië en wordt verliefd op het land. De inspanningen van Verolme bij Kubichek hebben succes: net als een Japans en een klein Braziliaans bedrijf krijgt het Verolme concern een voorlopige vergunning voor de bouw van een werf in Brazilië.

‘Ik had reeds enig succes, maar nu stond ik voor de vraag: waar moet die werf komen’, schrijft Verolme in zijn memoires. Per boot onderneemt hij een oriëntatietocht die hem langs de oceaankust voert en in de baai van Jacuacanga valt hem de uitzonderlijke schoonheid van het gebied op. Hij vindt het hier zo mooi dat hij beslist aan land wil gaan.
‘ De zee was kalmer geworden en samen met twee anderen zwom ik naar het strand om op onderzoek uit te gaan (...) en reeds gedurende deze korte inspectie raakte ik er meer en meer van overtuigd dat dit een geschikt oord voor onze eerste buitenlandse vestiging van ons concern kon zijn. Tenslotte waren onze indrukken zo gunstig dat wij, terug in Rio, de stoute schoenen aantrokken en in beginsel de regering het voorstel deden aan de baai van Jacuacanga een werf te vestigen, Op deze voorslag wilde men wel ingaan’, aldus Verolme in zijn memoires.

In de bedrijfsfilm ‘Werf in de Wildernis’ wordt de keuze van de plaats nog heroïscher voorgesteld. Op het achterschip staat Verolme in tropenuniform de blik een weinig omhoog gericht, de begeleidende tekst luidt:’niemand heeft iets in dit plekje gezien, alleen een Nederlander, een scheepsbouwer. 100 kilometer is hij langs de kust gevaren en tot hij zag wat hij zocht. Hij zag een baai ruim genoeg om een werf te bouwen en een nieuwe stad. Hij zag een werf in volle werking op de plaats van het oerwoud.’

De waarheid omtrent de vestiging is helaas minder romantisch dan Verolme wil doen voorkomen. Manager op de werf Jan Broekhoven: ’Ik denk dat dit tot de legendes behoort want niet Verolme besliste waar die werf kwam maar de Braziliaanse overheid en de Brazilianen wilden hun zware industrie spreiden. De Japanners hadden net al een plek in Rio gekregen dus Verolme heeft deze plek gewoon toegewezen gekregen. Het is een prima plek zo aan diep vaarwater maar het was een slechte keuze voor een zakenman want alles moest aangevoerd worden over weg en water’, aldus Broekhoven.
‘Hij was een handig zakenman maar ook zeer naïef’, zegt zijn vriend Ferry Hoogendijk thuis in zijn serre. ‘Hij had met president Kubichek afgesproken dat de regering een weg van Angra dos Reis naar de werf zou aanleggen, 25 kilometer lang, en hij gelooft dat en vervolgens gebeurt dat pas in de jaren ‘70. Hij was gewoon te goedgelovig.’ Zo kwam het dat voedsel en voorraden uit Angra dos Reis, staalplaten uit Villa Redonda, en onderdelen uit Sao Paulo worden ingevaren. Daarnaast laat hij voor de bouw van de werf 2 miljoen kilo staal vanuit Angra naar Jacuacanga vervoeren. Kranen en persen komen uit Nederland net als de werknemers.

Pionieren in de rimboe

Zeventig Nederlandse werknemers en hun gezinnen vertrekken dat eerste jaar naar Jacuacanga. Voor de mannen is het een uitgelezen kans. Het is een avontuur en er is goed geld te verdienen. Maar als de mannen en masse bezwijken voor de verlokkingen van de Braziliaanse vrouwen die volgens oud lerares Ria Cruijssen lief, dienstig en zeer heet zijn, is het besluit om ook de gezinnen te laten overkomen snel gemaakt. Maar aangezien er wel een werf is en geen nederzetting, levert dit veel problemen op. Er zijn geen wegen, overal ligt modder, er is geen school en geen vertier. De gebouwde, A-, B-, C-huizen zijn status afhankelijk. De C-huizen zijn voor de ingenieurs bestemd. De B-huizen zijn voor de voormannen en de A-huizen zijn voor de arbeiders. Alle huizen hebben hetzelfde interieur. Alleen de kleur wisselt soms. Waren de vrouwen bij elkaar op de koffie zaten ze toch in hetzelfde huis. A home away from home.

Voor de kinderen is Brazilië het paradijs. Altijd mooi weer, het hele jaar door zwemmen in zee. Spijkers zoeken op de werf en…geen school tot wanhoop van de moeders die steeds meer problemen krijgen met de vrijheid van hun kinderen. ‘Ze kwamen in de tropen met kinderen van 12, 13, 14 jaar oud, weet Tine Reesink, die er een jaar verbleef. ‘Ze kwamen in de tropen met kinderen die in de pubertijd waren en dan die mooie Braziliaanse mannen en dat mooie weer, houd dat maar eens in bedwang.’ Pas als er een school wordt gebouwd en een lerares wordt aangesteld gaat het beter. Zes klassen van gemiddeld 4 kinderen per klas. Kinderen van leeftijden van 6 tot 12 jaar zitten in een lokaal. De een leert lezen terwijl de ander al in de brugklas zit. Bij toerbuurt krijgen ze les van de lerares. De kinderen volgen het lesprogramma van de Nederlandse school zodat ze terug in Nederland gelijk weer de draad konden oppakken.

Werkschool voor lokale arbeiders

 

Van Steijn en Verburgh

Leo van Steijn en Kor Verburgh werken sinds 1960 op de werf. Van Steijn (74) werkte de eerste 6 jaar op de helling voor hij de leiding kreeg van de leerschool op de werf, het opleidingscentrum van de arbeiders. Kor Verburgh (62) heeft gelast, stellingen gebouwd en aan de draaibank gestaan voordat hij als leerling-werkvoorbereider in de werkschool terechtkwam. De werkschool is een ruim schoolgebouw met leslokalen en een praktijkruimte. Vier gangen met kleine werkplaatsjes waar een paar Braziliaanse studenten leren solderen en lassen. Fonteinen van vuur geven aan waar leerlingen aan het werk zijn. ‘Vroeger gaven we les aan 85 man tegelijk nu mogen we blij zijn als het er 20 zijn’, zegt Leo van Steijn. Aan het eind van de gang heeft hij een kantoor waar aan de muur het statieportret van Verolme hangt. In de rechterhoek van de lijst is een klein bloemetje van lasdraad gestoken. Het portret is het beroemde statie portret van Verolme dat in de hoogtijdagen overal ter wereld op elk kantoor hing. :twisted:
             Verolme -strak in pak- kijkt schuin omhoog, schipper naast God. ‘Ome Cor’, zegt Verburgh met ontzag in zijn stem. ‘Als Leo met pensioen gaat of wordt ontslagen dan neemt hij dit portret mee naar huis’, vervolgt hij. Het portret is niet het enige dat nog aan de oprichter doet denken. In het dorp naast de werf zijn twee winkels naar Verolme genoemd. Het zijn een sportwinkel en een café. Tandarts Paulo, boven de apotheek, afficheert zich nog steeds als ex-werknemer van Verolme en in de Avenida Cornelis Verolme staan de leukste huizen van Jacuacanga. Maar sinds de werf in buitenlandse handen is overgegaan worden de huizen niet meer geverfd en de werkgelegenheid is ook minder.

Als Bernhard (hier wordt denkelijk de corrupte prins bedoeld, noot storyteller) in 1959 de werf opent wordt de verwachting uitgesproken dat binnen twee jaar het eerste schip van stapel zal lopen. Door werknemers wordt vreselijk hard gewerkt om dat te halen. Nederlandse en Braziliaanse arbeiders beginnen om 6 uur ‘s ochtends en gaan door tot 10, 11 uur ‘s avonds om dan midden in de nacht weer opgehaald te worden om een probleem op te lossen. Er zijn onvoldoende kranen en meermalen komt het voor dat een groot stuk metaal door meerdere mannen opgetild moet worden. Ook zijn de wegen na regenbuien onbegaanbaar en worden de mannen in de bak van een shovel van huis naar de werf vervoerd.

Er zijn ook grote tegenslagen. Het is in eerste instantie de bedoeling de hellingen op het strand te bouwen maar als blijkt dat dit één groot moeras is, waar heipalen spoorloos verdwijnen, besluit Verolme het eiland Ilha de Moreno dat voor de kust ligt met dynamiet tot de grond toe gelijk te maken en de baai met het puin te dempen. Het dagelijks leven op de werf wordt de eerste jaren bepaald door twee maal daags een doffe klap voorafgegaan door een luide sirene.’Na de explosie doken die gasten in het water en haalden de vissen, door de klap verdoofd, naar boven. Zo hielden ze er een lekker maaltje vis aan over’, weet Kor Verburgh nog. Zoals toen gebruikelijk worden bij Verolme helling en schip tegelijk gebouwd. Vanuit het midden werden schip en helling naar voren en achteren afgebouwd. Waarbij de explosies natuurlijk een complicerende factor zijn. Oud-directeur Ton Resink: ‘Het is natuurlijk wel een beetje lawaaierig en je moet ook wel oppassen, want bij elke ontploffing springt het steen in het rond en dan moesten we het schip weer steenvrij maken.’Af en toe zijn de springladingen een beetje te zwaar en wordt de net gelaste dubbele romp van een schip door luchtdruk uit elkaar geblazen. Persoonlijke ongelukken doen zich niet voor.

De werf groeit naar 40 hectare en op de plaats van het eiland verreizen twee hellingen. Op de grootste kunnen schepen van 100.000 ton gebouwd worden, terwijl op dat moment in Alblasserdam het grootste schip slechts 35.000 ton meet. Dagelijks zijn er 5000 arbeiders aan het werk en de hele streek profiteert van de werkgelegenheid. Economisch gaat het goed in Jacuacanga maar voor Verolme is de scheepsbouw slechts van de inkomensstromen. Jan Broekhoven zegt: ’Misschien is er in sommige jaren meer verdiend op de geldmarkt dan op het bouwen van schepen want door de enorme inflatie en speculeren op de overnight markt konden er kapitalen mee verdiend worden. Kijk, de betaling van een schip gaat in delen. Als de romp ligt, als de spanten staan en als je zoveel ton staal bestelt dan krijg je geld en dan werd er vaak gezegd ‘Dit target mogen we pas over een paar weken realiseren want dan komt er een correctie op de financiering’ en zo werd er handel gedreven. En daarom denk ik dat de werf gedurende een paar jaar secundair was terwijl het verdienen op de termijnmarkt primair was’, aldus Broekhoven.

Hoewel de dagelijkse leiding van de werf in handen is van een Nederlandse en een Braziliaanse directeur komt Verolme 2 maal per jaar voor zes weken langs om zijn investering te bekijken. Niet alleen voor zaken maar ook voor zijn eigen plezier. Hij heeft een prachtige villa in Camorin, een kilometer of zes van de werf en bijna dagelijks gaat hij met gasten varen.‘Aan boord waren dan een aantal kelners en eten en veel drank’ weet Ria Cruijssen. ‘Dan gingen we zwemmen en barbecuen op een van de 365 eilandjes in de buurt’. Hoewel Kor Verburgh nooit mee is geweest bij zo’n ‘natte lunch’, zoals hij het met Rotterdams accent noemt weet hij dat Verolme dan altijd veel vis ving. ‘Die werden door een Braziliaan aan zijn haak gehangen om Ome Kor het idee te geven dat hij veel gevangen had’, lacht hij.

Bijna dagelijks maakte Verolme een inspectierondje over de werf. Gekleed in licht tropenkostuum met pet op het hoofd liep hij over de werf. Altijd een paar passen voor de rest van zijn entourage uit. Als hij langsliep stopten de arbeiders met werken, Verburgh: ‘Ze gingen nog net niet in de houding staan maar ze hadden respect voor de man’. Hij sprak met de mensen in het Nederlands maar ook in gebroken Portugees. ‘Ik kende hem wel,’ zegt een man die leeft onder de bijnaam Canella Preto, ‘zwart scheenbeen’. ‘Hij praatte met ons en vroeg of de lunch lekker was en dat we hem moesten waarschuwen als dat niet zo was.’ Verolme genoot van deze contacten en volgens vriend Ferry Hoogendijk was hij zeer gesteld op de werknemers die in meerderheid in het dorp naast de werf woonden. De eerste jaren betalen ze huur noch elektriciteit en zijn scholing en gezondheidszorg gratis. Door dit soort voordeeltjes dragen de (oud-)werknemers hem nog steeds op handen en tussen het poetsen van de buste door geeft Fernando Nacsiamento aan dat hij alles aan Verolme te danken heeft. ’Als hij hier niet naartoe was gekomen zouden we allemaal nog vissers zijn.’ Verolme brengt welvaart in de regio. Duizenden zijn financieel afhankelijk van de werf en zelfs nu nog, ruim 20 jaar na de verkoop van de werf heeft Verolme de status van halfgod onder de ouderen. ‘niemand zal iets negatiefs over Verolme zeggen’, waarschuwt Leo van Steijn: ’Werknemers zeggen niet ik werk bij Brasfels, zoals de werf nu heet, maar nog steeds zeggen ze ik werk bij Verolme en vroeger kon je zelfs op krediet kopen als je zei dat je bij Verolme werkte.’En bij het standbeeld in het centrum van Angra dos Reis treft Nasciamento regelmatig kaarsjes aan. ‘Er zijn mensen die hem vereren, hier komen bidden en hem zelfs om werk vragen.’ En op de werf wijst Ribeiro lachend naar het borstbeeld, dat bij het 25 jarig bestaan van de werf in 1974 is opgericht. ‘Papa,’ dat is papa Verolme.’

‘God geeft de vogels eten maar ze moeten er wel voor vliegen’

Het motto van Verolme heeft een duidelijk christelijke signatuur. Voor de buitenwereld leeft hij naar de bijbel en verwijst er regelmatig naar maar volgens Ferry Hoogendijk wist hij zijn geloof te koppelen aan een gezonde dosis pragmatisme. Zijn relatie met zijn secretaresse, Anneke, zette hij na twaalf jaar om in een huwelijk waardoor het volgens Hoogendijk ‘wel mocht’ en ook het zakendoen in Brazilië gaat hem goed af.
Jan Broekhoven: ’Zaken doen op bijbelse gronden in Brazilië is onmogelijk zeker niet in een bedrijf zoals hij dat had. Want omkopen is volgens mij niet bijbels.’ Maar voor zichzelf kan hij verantwoorden omdat hij het over ‘favoras’, voordeeltjes, heeft. Maar volgens Broekhoven moet hij overal van geweten hebben want hij was alleen eigenaar waarbij ik niet denk dat hij persoonlijk geld, of iets anders, in de hand van een minister heeft gestopt, dat zal door iemand anders gedaan zijn.’

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

Amazonas aapje

Foto die ik maakte in Santa Teresa, Espirito Santo waar het recent ontdekt aapje in een soort quarataine verbleef voor nader onderzoek, naar zijn levensgewoontes    dec.2007

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

22/12/2008- CHICO MENDES 20 JAAR GELEDEN VERMOORD

CHICO MENDES, 9 DECEMBER 1988

" ALS EEN BOODSCHAPPER UIT DE HEMEL NEERDAALD EN ME ZOU GARANDEREN DAT MIJN DOOD ONS IN DE STRIJD ZOU VERSTERKEN, ZOU HET DE MOEITE WAARD ZIJN OM TE STERVEN. DOCH DE ERVARING LEERT ONS HET TEGENOVERGESTELDE. GROTE BIJEENKOMSTEN EN HEEL VEEL BEGRAFENISSEN ZULLEN DE AMAZONE NIET REDDEN, IK WIL LEVEN."

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

WAYN PIETERS   22 DECEMBER 2008

"IS STERVEN VOOR EEN NOBEL DOEL WAARDIG? NIEMAND WIL STERVEN, EEN DOEL IS WAARDIG ALS HET VRUCHTEN AFWERPT, ALS DE SITUATIE VERBETERD EN HET DOOD GAAN ANDEREN LAAT DENKEN... CHICO MENDES STIERF VOOR 'ZIJN' STRIJD, DE MENSEN, DE RUBBERTAPPER, DE INDIAAN. HIJ ZAG AL LANG GELEDEN DAT DE VERNIETIGING VAN HET WOUD IN GANG WAS GEZET, DE UITBUITER WAS AL OUD AAN HET WORDEN EN HAD AL NIEUWE OPVOLGERS.
    HET KAPITALISTISCH SYSTEEM IS ALS EEN CATERPILLAR DIE MET ENORME KETTINGEN ACHTER ZICH AAN HET BOS VERWOEST, HET IS DE DUIVEL DIE HET IN VUUR ZET VOOR DE MACHTIGE, DIE DAAR DE WORSTENKOEIEN LAAT GRAZEN...
                     DE TOEKOMST VAN HET AMAZONE WOUD IS NÓG STEEDS BEDREIGEND, ALLEEN MENSEN ALS CHICO MENDES VESTIGDEN DE AANDACHT OP DIT GEHEEL... DE KAPITALIST IS DIALOOG-LOOS, GÉÉN GESPREK, GÉÉN COMPROMIS, WANT DE INDIAAN ZOU EEN GOEDE BEHEERDER DER BOSSEN ZIJN, DE MENSEN DIE ER LEVEN... DE SERINGUEIROS, DE TAPPERS DER RUBBER, DIE DE BOSSEN OP EEN MEER DUURZAME WIJZE KUNNEN LEIDEN...
      DOCH NÁ CHICO'S DOOD IS ER IETS MEER BEWUSTWORDING, DAAROM IS ZIJN DOOD NIÉT TEVERGEEFS GEWEEST, NET ALS AL DIE ANDEREN DIE STIERVEN VOOR DE TOEKOMST VAN AMAZONIA." 


Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Storyteller om 21:38 Reageer op dit bericht

DE AANSCHOUWENDE PASSANT, DE GRINGO - kort verhaal Wayn - 2000

De blonde man met baard liep terug naar het hotel, waar een novela, zo een Braziliaanse soap, drammerde over de televisie. De conciërge lag achter zijn desk als een dronken zeeman, en de gringo hij betaalde voor nog een overnachting. In de hal maakte hij kennis met Francisco Latino, die zei een socioloog te zijn. Deze zei dat hij afkomstig was uit de stad Curitiba, de hoofdstad van de staat Parana in het zuiden. Ja, Curitiba, misschien wel dé modernste en progressiefste stad van Brazilië, met 20 meter lange bussen en bushokken die van een futuristische omgeving schenen te komen. Zelfs de armste donder kon in Curitiba afval inleveren en er in ruil voedsel voor krijgen, een utopie?
    Werkelijkheid, zei de maatschappijkundige, die hier in Rio Branco, Acre bleek te zijn voor een bespreking. Hij stelde zich, onder het genot van een fles bier, voor, als een progressief persoon, een vooruitziener, waar in Brazilië een tekort aan was.
  Hij was klein en mager, had een arabisch uiterlijk, liet de ander denken aan Al Pacino, u weet wel die filmacteur, sprak langzaam, tergend langzaam. Volgens hem kwam het er op neer dat Brazil momenteel een boevenbende was. De gringo zei nog 'momenteel?' en het kwam hem voor dat dit al lang was en momenteel zeker. Hij had er allen een ander woord voor: klucht!
  De zotheid der illusie, de gewiekste ervarenheid van enkelingen, die het volk manipuleerde en uitbuitte, als was het een bende runderen.
    De socioloog begon nu met afkondigen, en of de gringo zich wel bewust was dat: "...in Brazilië zijn 53 miljoen mensen die leven van een salaris van minder dan 80 reais per maand; dat 23 van de 100 mensen geen aansluiting hebben op water; dat van de 100 mensen er 47 geen afvoer hebben; dat 153.000 mensen par jaar dood gaan door geweld; dat 70% van de ziektes overgebracht werd door vervuild water; dat 14 miljoen mensen buiten de arbeidsmark vallen; dat in Brazil jaarlijks 100 miljoen reais verdwijnt door administratieve corruptie; dat de buitenlandse schuld 217 miljard bedroeg, de interne 675 miljard; dat het neoliberalisme bloeide als nooit tevoren, en het imperialisme Brazil de keel dichtknijp!"
  Hij maakte zich terdege kwaad en vroeg of de gringo een standpunt hierover had. Hij zei hem dat de cijfers symptomen waren, alleen dat, seinen, maar dat het probleem oplossen een helse zaak zou zijn. Hij vroeg de gringo verder of die ook socialist was. Hij zei hem dat socialist zijn een relatief begrip was, daar ze zich ook in die contreien de kop inslaan, communist, ai, een vies woord in Brazil, maar men heeft nu de vrijheid van spreken, dat was wel eens anders. Hij prefereerde meer gelijkheid en vrijheid.
    De kleine Braziliaan vroeg de gringo wat te denken van revolutie?
  De gringo zei hem dat dit verdomd moeilijk zou zijn want Brazilië heeft veel buitenlandse vrienden, is teveel afhankelijk van het 'gringo' kapitaal. Het belabberde was, zei de blonde man dat Brazil voor het volk een lege pot was. De op analogie van Pacino bekeek hem enigzins, natuurlijk, bedenkelijk, ja, zelfs met suspicie.
   "Filha's da Puta!," hoerenkinderen, zei hij.
"Ja... eens zal er een andere wind waaien!" zei de gringo.
"Laten we hopen, het zal nodig zijn!" antwoorde Pacino, furieus.
"En de Indianen?" vroeg de gringo.
"Os Indios? Zij zullen opgaan in de natie, want wie strijd er nu voor hen?" antwoorde hij met duidelijke droefheid in zijn diepe stem, "Onze Indianen, de trots van Brazil, de ware Braziliaan!" En zou hij gaan huilen, de verloren redder, in het veld van het Braziliaanse terroriserend systeem?
"Volgens mij zullen ze nimmer verdwijnen," zei de ander, "ze zijn al te lang een deel van de samenleving, ze zullen blijven harden, vechten, het is hun natuur, zij zijn de Brazilianen met kennis voor alles wat de blanke vernietigd. Ze zijn de vooruitzienende kracht, het gevoelmatige van de samenleving, de helderzieners van de wouden. Men moet naar hen luisteren!"
  De blonde man keerde terug naar zijn hotelkamertje in het duistere Rio Branco, nier ver van Xapuri, waar Chico Mendes stierf voor het woud, door kogels van krankzinnige despoten, zij die denken dat ze macht hebben over land waar hun God, hen bevoordeeld had! "God?' een naam die meer zou moeten betekenen in deze context, doch, hier is het land dat God vergat...
       De gringo was onrustig, ging liggen en dacht aan vrijheid en revolutie, en een mulata in Rio de Janeiro, die andere wereld duizenden kilometers verweg van Rio Branco, Acre.

Enkele dagen later, toen hij met zijn rugzak over de brug van de Acre-rivier liep om te vertrekken hoorde hij een man tegen zijn vriend zeggen: '... daar loopt weer zo een vagabundo!' een woord dat in Brazilié een diepere betekenis heeft, zwerver? Neen... in dit context mer slampamper. de gringo voelde zich een redeloze, avonturier, vrije vogel. Hetgeen de twee naïve grimmige Acreaners in deze stad niet konden thuisbrengen. Het was terecht, want het contrast was misschien te ecessief: zij bleven, hij ging. Hij, de gringo, de aanschouwende passant, met een hoofd vol kommer.

storyteller :twisted:
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

FAVELA RIO - column Wayn

De militaire politie bij een dode in de favela 'Complexo do Alemâo'   :evil: foto reuter








De criminaliteit in vele favelas is enorm en de bandieten hebben hier hun betrouwbare schuilplek, onder de meer als twee miljoen bewoners van de sloppenwijken in Rio, waar geregeld grote drugstransporten naar de benedenstad georganiseed worden en jongeren, doch ook ouderen, het koerierswerk doen. Verder zijn de 'boca's de fumo', de verkooppunten in de favela het levenspatroon en wordt verhandeld als nimmer tevoren. Dan zijn er de misdaadorganisatoren die uitblinkers zijn in het gijzelen en velen rijken zakenmensen vallen ten prooi, en betalen is de enigste optie. Wie heeft de ruggengraat om naar boven te gaan? Politie? Wel, deze waren vaak te slecht bewapend met hun kermispistolen, terwijl dedrugsbaronnen hun mensen goed uitrusten met de modernste mitrailleurs. De politie was dan een klucht en lage lonen, slecht materiaal en angst waren de drijfverenen terwijl wekelijks politiemannen werden doorzeefd met kogels. Nu is er het elite politiekorps genaamd BOPE, die onmenselijker zijn, hierover dadelijk meer.
   Door al deze  voorvallen gaat de militaire politie steeds meer als eigen heerser spelen en de wraakacties worden gewoon, waardoor velen onschuldige mensen de dood vinden, verdwaalde kogels, noemt men het zo mooi, waarvan vele kinderen het slachtoffer zijn. In het geval van de politiemoorden worden 75 procent de straffen niet uitgevoerd, mede door gebrek aan bewijs, ook daar de getuigen werden geintimideerd en niet de moed hadden te getuigen.
  De politie is in sommige favelas meester, doch vijand van de 'trafikantes', de dealers, zoals ook van de bewoners. Drugsbazen zijn echter heer en meester in de meeste favelas, en bewoners noemen hun vaak hun 'bandieten', daar ze dingen verrichten die de gemeenschap laat afweten, het aanleggen van sanitaire voorziening of schooltjes. Doch de dealers dulden vaak geen tegenspraak, die kan worden afgestraft met de kogel. Kranten hebben dan ook soms de meest bizarre fotos van de gevolgen der conflicten onder trafikanten, zij die proberen de macht te behouden op een verkooppunt, het zijn de benden-oorlogen: verbrande lijken, resultaat van de zogenaamde'barbeque' waar het slachtoffer in een grote autoband word gebonden, overgoten met kerosine en in brand gestoken.
   Anderen worden doorzeefd met kogels en anderen levend gevild.  
                De dood is voor de drugsbaas een bagatel, die hun aanzien presenteerd. De bewoners? Die moeten dit vaak accepteren, ook daar zoals ik al zei de bandieten hun tegemoetkomen met sociale voorzieningen. Maar soms is het oorlog als de politie een inval doet en de kogelregen door de door de steegjes waaien, als de mensen bang zijn en kinderen onder kasten en bedden kruipen, als de politie soms met hun kleine tanks, de 'Caveirâo' opkomen en schieten op alles wat beweegt. Dit is het 'Bope', het 'speciale politie operatie batalhon', een speciaal getrainde eenheid, opgeleid om in 'stads-oorlogen' te werken. Zij vallen de favelas binnen met hun stalen-rollende-bunkers en helikopters. En nu gaat het hard tegen hard, de drugsmensen contra de Bope.
    Ja, de mensen zijn bang voor de verdwaalde kogel en ze roepen om God en Oxalá om steun, ze willen leven en niet de emotie voelen van de dood, die hun zielen probeert te betasten. Ze hebben weinig invloed op hetgeen  er gebeurd in de favela, doch, soms worden er groepen gesticht, die proberen die een zekere inspraak zouden kunnen krijgen over wát er zich afspeelt in hún favela. Ik zeg letterlijk hún, want ze zijn het die er leven, een andere optie is er niet, geen geld, geen keuze, geen God.
   Dagelijks zijn er oorlogen en doden in de sloppenwijken van Rio de Janeiro, waar jaarlijks méér doden vallen dan in de Gaza-oorlog, maar een oplossing is van verre. Het systeem zal geen oplossing brengen, de armoede en de aanwas van paupers uit het arme noordoosten zullen de favelas doen groeien, terwijl de economische toestanden de oorzaak zijn voor de labiele handel. De corruptie speelt haar spel en het is overleven voor de armen, al is het onder het bewind van 'os banditos', en het terreur van de militaire politie.
   Rio de Janeiro heeft een positie die zeker zal doorklinken in de toekomst, en als de hongerende bevolking geen raad meer weet met de situatie, als kinderen opgeleidt worden tot omgaan met automatische wapens, en als die jongeren stellen, dat drugs geld is, geld wapens en wapens macht, dan is de vos in hun ziel ontwaakt. Alhoewel? Zou hij slim genoeg zijn om de zee te bevaren, het woeste water van hun gedachten?
  Doch de jongeren zijn vaak de nieuwe drugssoldaten, die profetisch spreken als ze zeggen dat dit alles lonend is, de macht, want niemnd anders heeft hun iets te bieden en de rijken zijn meestal de afnemers van de drugs, zij hebben het geld, dure wagens, wonen in sjieke buurten en verwensen hun. Daarom is het goed dat er organisaties zijn die opkomen voor de mensen en vooral jeugd. Ze hebben mijn steun.
  De favelas zijn de vuurtorens van Rio de Janeiro, ze zijn niet te ontlopen en ergens zijn ze te bont en belangrijk in de Braziliaanse samenleving. Soms lijkt het of ze nodig zijn en de bewoners leven er in hun eigen sfeer, doch ze 'zíjn' nodig, het is een gegeven, de sloppenwijken zíjn de steden van de mensen, de armen, hopend op een wereld die eens anders zal worden, maar vooralsnog een ernstige blijkt.

Storyteller
   









































































































































































































Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

IBISS - PROJECTEN IN DE KROTTENWIJKEN VAN RIO DE JANEIRO

Nanko Van Buuren en medewerkers  (Foto stichting Auxilia)







     IBBIS WERD IN 1989 OPGERICHT DOOR DE GRONINGER NANKO VAN BUUREN. HIJ TROK ZICH HET LOT AAN VAN DE KANSARMEN IN DE FAVELA'S. HIJ WIST HET VERTROUWEN TE VERKRIJGEN VAN DE DOELGROEPEN EN fAMILIES ZIEN WEER PERSPECTIEF VOOR HUN KINDEREN.
   OOK DE DRUGSBAZEN HEBBEN EEN GOED CONTACT MET NANKO EN IS WEDERZIJDS BEGRIP.
 MET EEN STAF VAN 300 MEDEWERKERS WERKT IBISS IN DE MEEST GEWELDADIGE KROTTENWIJKEN VAN RIO EN PROBEREN EEN ZO BREED MOGELIJKE DOELGROEP TE BEREIKEN: ER WORDT GEWERKT MET STRAATKINDEREN, PROSTITUEES, VUILNISSCHEIDERS EN ZWERVERS.
    KINDEREN DIE DOOR ONVOORZIENE OMSTANDIGHEDEN IN DE PROBLEMEN ZIJN GEKOMEN WORDEN OPGEVANGEN EN BEGELEIDT. SAMEN MET DE FAVELABEWONERS WORDT GEWERK AAN VERBETERING VAN HUN POSITIE, ER IS PREVENTIEVE GEZONDSHEIDSZORG EN ZORG VOOR GEHANDICAPTEN.
     HET OPKOMEN VOOR DE RECHTEN VAN DE MENSEN IS EEN STREVEN.

Op de linkerbalk kunt u de SITE van IBBIS bereiken

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Geschreven door Storyteller om 22:44 Reageer op dit bericht

MACHADO DE ASSIS kort verhaal 'Wil je stelen, steel dan goed!'

Braziliaans schrijver geboren als Joaqim Maria Machado de Assis te Rio de Janeiro 1839-1906
zoon van een mulat en een Portugese moeder, en kleinzoon van de bevrijde slaven

187235-036242400c2f025280dab5f4938b169f.jpg

De 'rua de Ouvidor' in Rio de Janeiro, rond 1900, die De Assis de 'levende krant' noemde, waar hij zich thuisvoelde en schrijvers bijeen kwamen
187235-2da79d53b1a55576daec8087535202cf.jpg  

Volgend een van zijn korte verhalen: 'WIL JE STELEN, STEEL DAN GOED!' uit 1905
vertaling uit Portugees door August Willemse:



Op een avond, vele jaren geleden, wandelde ik met een vriend op het terras van het Theater Sâo Pedro de Alcántara. Het was tussen het tweede en derde bedrijf van 'Het Vonnis, of de bank van Gezworenen'. Alleen de titel is me bij gebleven, en het was ook alleen de titel die ons bracht op een gesprek over juryrechtspraak en een gebeurtenis die ik nooit heb vergeten.
'Ik ben altijd tegen het jurysteltsel geweest,' zei mijn vriend; 'niet vanwege de instelling als zodanig, die liberaal is, maar omdat het me tegen de borst stuit iemand te veroordelen, en om dat voorschrift uit het Evangelie: "Oordeelt niet, opdat ge niet geoordeeld wordt."
   Niettemin heb ik twee keer deel uitgemaakt van een jury. het gerechtshof was in de oude Aljuba-gevangenis, aan het eind van de Rua (straat) dos Ourives, begin van de Ladeira da Conceiçâo. Mijn scrupule was zo groot dat ik, op twee na, alle verdachten heb vrijgesproken. De misdrijven leken me bijna nooit werkelijk bewezen; een of twee processen waren onregelmatig gevoerd. De eerste verdachte die ik veroordeelde was een nette jongeman, beschuldigd van verduistering van een som gelds, niet groot, eerder onbetekenend, door middel van vervalsing van papieren. Hij ontkende niet, kon dat ook niet doen, maar bestreed dat het initiatief tot de daad van hem zou zijn uitgegaan. iemand, wiens naam hij niet noemde, had hem op het idee gebracht langs deze weg een oplossing te vinden in een benarde situatie; maar God, die in de harten der mensen zag, zou de werkelijke dader zijn verdiende straf niet onthouden. Hij zei dit zonder nadruk, triest, met doffe stem, kleurloze ogen, en een zo bleek gezicht dat het om medelijden mee te krijgen was.
   De officier van Justitie zag juist in die gelaatskleur de schuldbekentenis; de advocaat daarentegen wees erop dat die bleekheid en die verslagenheid het verdriet verrieden van de belasterde onschuld.
   Ik zal zelden een zo briljant debat hebben meegemaakt. De aanklacht van de officier van justitie was kort, maar krachtig, verontwaardigd, op een toon die bijna haat leek te suggereren. Wat de verdediging betreft: daar was, behalve het talent van de advocaat, de bijzondere omstandigheid dat dit diens debuut aan het hof was. Familie, confraters en vrienden wachtten al lang van tevoren op het eerste pleidooi van de jongeman, en ze wachtten niet voor niets. Zijn speech was overduidelijk. Die advocaat is twee jaar later gestorven, in 1865. Wie weet wat er in hem verloren is gegaan! gelooft u mij, wanneer ik een talentvol jong mens zie sterven, doet het meer dan wanneer een oude man sterft... Maar om terug te keren tot mijn verhaal: op de repliek van de advocaat, volgde een dupliek van de officier van justitie en een tripliek van de verdediging, de president van de rechtbank resumeerde de argumenten, de acte van beschuldiging werd voorgelezen en overhandigd aan de voorzitter van de jury, en dat was ik.
   Ik zal u niet zeggen wat zich afspeelde in de jurykamer: behalve dat dat geheim is, is het van geen belang voor het onderhavige geval, dat, moet ik u zeggen, ook maar het best verzwegen kan worden. Ik zal het kort maken, het derde bedrijf begint aanstonds. Een van de gezworenen, een forse, rossige man, leek meer dan wie ook overtuigd van de schuld van de beklaagde.
   Het proces werd bestudeerd, de stukken herlezen, de antwoorden gegeven (elf stemmen tegen één); alleen het rossige jurylid bleef tot het eind toe onrustig.
 Pas toen het resultaat van de stemming veroordeling verzekerde, was hij tevreden, en zei dat het een daad van zwakheid geweest zou zijn, of nog erger, als de jongen was vrijgesproken. Een van de leden (ongetwijfeld degene die tégen had gestemd) zei nog iets ter verdediging, waarop de rossige - hij heette Lopes - geërgerd antwoordde: "Hoe kunt u dat zeggen? De schuld is méér dan bewezen."
'Heren, geen discussie meer,' zei ik, en iedereen was het daarmee eens.
  'Ik discussieer niet, ik verdedig mijn stem,' vervolgde Lopes.
'De schuld is méér dan bewezen. Hij ontkent zijn verantwoordelijkheid, natuurlijk, dat doen ze allemaal, maar een feit is dat hij de fraude heeft gepleegd, en wat voor fraude! Alles voor een ellendige tweehonderd mil-reis! laat hij liever goed stelen! Wil je stelen? Steel dan goed!'
'Steel dan goed!' Ik moet bekennen dat mijn mond openviel, niet omdat ik de woorden begreep, integendeel: ik begreep ze niet en vond ze ook niet helemaal fantsoenlijk, en juist daarom viel mijn mond open.
  Ten slotte ging ik naar de deur van de jurykamer, ik klopte, de deur werd opengedaan, ik ging naar de rechterstafel, overhandigde het resultaat van onze bespreking en de verdachte werd veroordeeld. De advocaat ging in beroep; of het vonnis is bevestigd of het beroep gehonoreerd, weet ik niet; ik de zaak uit het oog verloren.
 Toen ik het gerechtshof verliet, moest ik weer denken aan de woorden van Lopes, en ik meende ze toen te begrijpen. "Steel dan goed!" was alsof hij wilde zeggen dat de veroordeelde de ergste soort dief was, namelijk een minderwaardige dief, een kruimeldief. Ik vond die verklaring, nog in de Rua dos Ourives, bijna op de hoek van de Rua de Sâo Pedro.
    Ik liep een eindje terug, in de hoop Lopes nog te zien en hem de hand te drukken; geen spoor van de man. De volgende dag zag ik in de krant, bij de rechtbankverslagen, zijn volledige naam; ik vond het neit de moeite waard hem op te zoeken, en ik was de naam ook meteen weer vergeten. Zo zijn de bladzijden des levens, placht mijn zoon te zeggen toen hij verzen schreef, en hij voegde eraan toe dat die bladzijden elkaar opvolgen, "sneller vergeten dan gelezen".
 Dat was wat hij rijm noemde; de versvorm weet ik niet meer. In proza zei hij me, een hele tijd later, dat ik zitting moest nemen in een jury, waarvoor ik juist was aangewezen. Ik antwoordde dat ik dat niet zou doen, en citeerde het bijbelvers; hij drong aan, argumenterend dat het een burgerplicht was, een onbetaalde dienst die geen enkele fantsoenlijke burger zijn land mocht weigeren. Ik nam zitting, en was aanwezig bij drie processen.
    Een daarvan betrof een employé van de Bank van Eerlijke Arbeid, een kassier, beschuldigd van verduistering. Ik had gehoord van het geval, dat in de kranten niet veel aandacht kreeg, en ik las de misdaadrubriek toch al weinig. De beschuldigde nam plaats in het fameuze beklaagdenbankje. Het was een maere, rossige man. Ik keek eens goed naar hem, en voelde een schok: ik meende mijn collega te zien van die rechtszaak van een paar jaar daarvoor. Ik had hem niet zo nauw herkend omdat hij nu mager ws, maar het was dezelfde kleur van haar en baard, dezelfde houding, en ten slotte dezelfde stem en dezelfde naam: Lopes.
  ''Hoe is uw naam," vroeg de president.
"Antonio do Carmo Ribeiro Lopez."
De eerste drie namen wist ik niet meer, de vierde was dezelfde, en andere kenmerken kwamen mijn herinnering bevestigigen; het duurde niet lang of ik herkende met stelligheid de persoon van die lang verleden dag. Ik moet u eerlijk zeggen dat al die omstandigheden mij verhinderden de ondervraging nauwlettend te volgen; veel daarvan is me ontgaan.
  Toen ik zover tot mezelf gekomen was dat ik echt naar hem kon luisteren, was de ondervraging al bijna ten einde. Lopes ontkende alles met stelligheid, of gaf antwoorden die de procesvoering compliceerden. Hij liet zijn ogen zonder enige angst of gespannenheid rondgaan, misschien zelfs met een onmerkbaar lachtje om zijn mondhoeken.
     Volgde de acte van beschuldiging. Het betrof fraude, en de verduistering van honderd en tien contos de réis. Ik zal u niet vertellen hoe het misdrijf en de dader werden ontdekt, want de tijd dringt; ik hoor het orkest al stemmen. Wat ik u wel wil vertellen is dat ik zeer onder de indruk was van de lezing van de stukken, het onderzoek, de documenten, de vluchtpoging van de kassier, een reeks verzwarende omstandigheden en ten slotte de getuigenverklaringen. Ik luisterde, maar met geheven hoofd, kijkend naar de griffier, de president, het plafond en de mensen die hem gingen oordelen-waaronder ik.
  Toen hij mij zag, herkende hij me niet; hij keek me einige tijd aan en glimlachte, zoals hij tegen de anderen deed. Dat hele gedrag diende zowel de aanklacht als de verdediging, precies zoals, jaren daarvoor, het gedrag van die andere beschuldigde door aanklager en verdediger verschillend was uitgelegd. De officier van justitie zag er het toppunt van cynisme in, de advocaat toonde aan dat slechts onschuld en de zekerheid van vrijspraak de grond kon zijn voor een dergelijke gemoedsrust. Terwijl beide sprekers het woord voerden, dacht ik aan de lotsbeschikking dat daar, in hetzelfde bankje van de ander, nu deze man zat die gestemd had voor die ander, en als vanzelfsprekend herhaalde ik bij mezelf de bijbeltekst: "Oordeel niet, opdat ge niet geoordeeld wordt."
   Ik moet toegeven dat het me meer dan eens koud langs de rug liep. Niet dat ik me zou bezondigen aan fraude, maar ik zou, in een vlaag van verstandverbijstering, iemand kunnen vermoorden, of ik zou ten onrechte beshuldigd kunnen worden van verduistering. Hij, die toen oordeelde, werd nu zelf geoordeeld. En meteen na het bijbelwoord moest ik denken aan het woord van diezelfde Lopes: "Steel dan goed!''
U kunt zich niet voorstellen hoe ik me daardoor geschokt voelde. Ik riep me alles te binnen wat ik u juist verteld heb: zijn korte speech in de jurykamer, en die laatste woorden: ''Steel dan goed!'' Ik begreep dat hij geen minderwaardige dief was, geen kruimeldief, maar een dief met klasse. Het bijwoord bepaalde onherroepelijk de daad: ''Steel dan goed!" Hij bedoelde dat een mens zich niet tot een dergelijke daad moest verlagen zonder dat de som in kwestie hoog was. Niemand steelt een paar stuivers. Wil je stelen? Steel dan goed!
  Gedachten en woorden tolden door mijn hoofd, en verhinderden mij aandacht te schenken aan het resumé van de debatten dat de president gaf. Toen hij klaar was, las hij de acte van beschuldiging en we trokken ons terug in de jurykamer. Ik kan u hier in vertrouwen vertellen dat ik voor veroordeling stemde, zozeer was ik overtuigd van de verduistering van die honderdtien contos. Bovendien was er, onder de diverse stukken, een brief van Lopes waaruit het misdrijf zonneklaar bleek. Maar blijkbaar las niet iedereen met dezelfde ogen als ik. Twee juryleden stemden met mij mee. Negen waren niet van zijn schuld overtuigd, de acte van vrijspraak werd opgesteld en gelezen, en Lopes was een vrij man.
  Het verschil in stemmen was zo groot dat ik aan mezelf begon te twijfelen. Misschien had ik me vergist. Nu nog voel ik soms mijn geweten knagen. gelukkig maar dat Lopes, als hij werkelijk niet schuldig was, niet gestraft is door mijn stem, en die gedachte troost me uiteindelijk voor mijn dwaling, maar het knagen van mijn geweten blijft. Het beste is niet te oordelen, om niet geoordeeld te worden. Steel goed! Steel slecht! Steel zoals je wilt! Het veiligste is niemand te oordelen... Kom, de muziek is afgelopen, laten we onze plaatsen opzoeken.'

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

MATIS STAM - DE JAGUAR MENSEN

HET JAGUAR VOLK

DE MATIS INDIANEN LEVEN OP DE GRENS MET PERU EN BRAZILIË IN DE YAVARI VALEI
ZE LEEFDEN DUIZENDEN JAREN VAN JAGEN EN VERZAMELEN, VANDAAG ZIJN ER NOG EEN HANDVOL DIE DEZE MANIER VAN LEVEN... LEVEN

GEEF ZE VRIJHEID! LAAT ZE IN VREDE!


187401-3a59945f14241968b7041c9bd02ece00.jpg

187401-d1dfe9b087fb7ca140c53529d99d728b.jpg

187401-e6ffbef3df6ac4fa28b3ec8b1974a1b6.jpg

187401-70356ca5d366770d162da703ede98e14.jpg

187401-09ce77130372a8b89073ec25e7da4d59.jpg


FOTOS & BRON & VOOR VERDERE INFO OMTRENT STAMMEN: WWW. AMAZON-INDIANS.ORG

Hoe vind je dit bericht? 16 stemmen
Geschreven door Storyteller om 22:24 Reageer op dit bericht

Meer van BRASIL / impressies / reisverhalen

↑ Terug naar de berichten