Naar de inhoud

BRASIL / impressies / reisverhalen

Op zoek naar de Ware Ziel van Brazilië - Het alternatief
akke.beakke.be

Archief

DE TAK VAN DE JOAZEIRO-BOOM Wayn Pieters - fantastisch kort verhaal deel 1

 Pau Indio stoot de vlijmscherpe tak van de joazeiro-boom in het hart van de oude man. Hij omhelst hem terwijl het bloed uit het lichaam vloeit. Pau Indio voelt het warme kleft door zijn hemd dringen. Het kreunen van de oude Eustaquio wordt zachter en hij sterft met een glimlach in de armen van de Indiaan. De oude neger Congon kijkt huilend toe.
 Hoe lang ze zo zaten wist Pau niet meer, maar tijd is dan ook een nietszeggend gegeven geworden. In gedachten ziet Pau Indio het verleden voor zich.

 Hij gaat terug naar de dag dat hij Eustaquio ontmoette. De dag dat enkele mariscadors bij de Cuxaru rivier in het noorden van de Mato Grosso, van plan waren hem op te hangen. De pelsjagers beschuldigden hem van het stelen van boskattenhuiden. Eustaquio knalde drie jagers overhoop terwijl de anderen vluchten als gefrustreerde ratten. Ja, zo was het gegaan. Vanaf die dag was hij Eustaquio's vriend.
  Dat is lang geleden en nu overdenkt Pau dit alles. Het was de eenzaamheid van Eustaquio geweest dat hij Pau was gaan zien als een zoon. Een biologische zoon had hij nooit gekend, hoewel hij vele vrouwen had, maar dat waren eendagsvlinders geweest, vrouwen die hij nooit meer terug zag.
   Zou hij kinderen hebben? Hij dacht van wel, nou ja, gissen is zo goed als niks waard, ten minste dat zei hij steeds. Pau denk terug over de strooptochten met Eustaquio. Hun leven als roofridder, de vogelvrijverklaarde op de hoogvlakte van Goiás en later Paraiba.
 Toen, vanuit Goiás trokken ze noordelijk naar Pará waar ze verwikkeld raakten in goud-delvers-praktijken. Ze vonden zo goed als niks en besloten de buit van een hondsvot, met een gezicht vol littekens van mesgevechten te roven en gingen er mee aan de haal. Ze lachten en dronken, dansten en hoerden en kwamen terecht in het stadje Prata, een onbeduidend plaatsje waar de diamantenkoorst heerste. Als die je overvalt dan kan de duivel je niet mer helpen.
  Diamanten, een pathalogisch woord. Zij zwoegden in de diepe kuilen, vonden zo goed als geen stenen en verkochten het geroofde goud van de mes-littekenman aan een rijke Boliviaan. De vermogende mesties had een vrouw, Ester, en zij was een pauw, schoon als een begonia.
  Pau versierde en neukte haar, terwijl Eustaquio onderhandelde met de vette Boliviaan over een smerig werkje: het opruimen van enkele boeren die weigerden hun grond te verlaten, een zaakje dat niet weinig voorkwam in die tijd. Ester was bruin suikerrietsap, zacht als de pels van een boskat en Pau nam haar met genoegen en kracht. De volgende dag gingen ze erop uit om de boeren te ontmoeten. Doch doden voor de rijke Boliviaan was niet hun voornemen.
  Neen! De boeren waren arme sodemieters, halfbloeden, die met hun grote families langs die Rio Sono leefden, zij de willekeurig op een stukje grond zaten waar vermoedelijk diamanten te vinden waren.
 Zodoende een motief. De dag erop, tijdens een meningsverschil vermoorde Eustaquio de Boliviaan en enkele van zijn trawanten met gerichte schoten. Hij nam Ester mee als buit en schonk haar aan Pau Indio.
 Ze trokken hogerop richting Belém. In de stad van de manga-bomen werd Ester verwend en Pau vierde hoogtij. Eustaquio, die door Pau ook 'morchiba' werd genoemd, wat ouwe man og chef betekende, was een geboren koopman. Hij opende een hoerenknal in de stad en verdiende in de kortste keren veel geld met zijn acht vrouwen. De hoeren had hij opgetrommeld uit het straatcircuit en langs de haven in de buurt van de 'porto de sal'. Verder regelde hij de vracht van clandestiene schepen met wapens, die werden aangevoerd vanuit Frans-Guyana en afgeleverd aan het misdaadssyndicaat in Rio de Janeiro, Sâo Paulo en zelfs naar Paraquay.

Op een avond kwam er een sinister figuur aankloppen, een zekere Ludwig von Hagen. Hij wilde zaken doen, zaken in mensenhandel. Hij had negers nodig voor fazenda's in de Mato Grosso. Lucratief handeltje, maar hier had Eustaquio geen oor naar.
  Er ontstonden woorden en een vuurgevecht. Het kwam er op neer dat de Duitser uit elkaar geschoten werd zodat zijn gezicht een brij was van bloed en onzekere componenten. De vermoorde Duitser had 'n goede relatie met de politiechef en zijn vrienden bleken huurmoordenaars uit Peru. Dus werd Belém te link en met weemoed, de lieve hoertjes achterlatend, vluchtten zij naar andere oorden en belandden in Santa Luzia.
  Ja, daar werd Ester op straat gedood door een verdwaalde kogel, hetgeen haar poppengezichtje veranderde in een monstrueus geheel.
  Wat was er aan vooraf gegaan?
 Wel. Pau Indio had het aan de stok gekregen met een bezopen politieman, die, na later bleek een hekel had aan Indianen. Hij noemde hen kinderen van hellebrokken, gedoemd om aan de takken te bengelen van de hoogste bomen in Brazilië. Pau gebruikte zijn kapmes om hem het zwijgen op te leggen, net voordat de klootzak nog kon vuren.
  Door de afwijkende dronkenmansrichting nam het projectiel een zekere wending en doodde de mooie Ester. Ze moesten weer vluchtten en besloten naar het grote woud te gaan. Zo kwamen ze na maanden van omzwervingen terecht in het gebied van de Tapajos rivier.
 Hier zagen ze op een dag een dorp van lemen hutten en andere gemaakt van rivierklei. De hutten werden bewoond door vrouwen. De meeste hadden lang kastanjebruin haar, anderen hadden hun haren opgestoken als piramides en sommige vrouwen waren donkerblond of zwart.
  Ze droegen pijlkokers en waren bedreven met pijl en boog. Er waren ook hutten die gereserveerd waren voor de weinige mannen, die ondergeschikt waren aan de vrouwen. De vrouwen hadden tatoeages die mythische tekens uitbeeldden: mannenhoofden met baarden, slangen, tijgerkoppen en wolven.
 De meeste vrouwen waren vermengd met Indiaans bloed, doch de kenmerken van blanken waren aanzienlijk. Verder waren er mulatas, zacht als otterpelsen, met gekrulde lippen, dik en zweterig. Toen Estaquio en Pau contact zochten werden ze terughoudend benaderd. Ze werden gevangen genomen en geboeid met wortelkoorden, terwijl enkele vrouwen hun pik betasten en nadrukkelijk onderzochten of er aan likten. Ze knikten goedkeurend en spraken een vreemde taal die de twee vrienden niet verstonden.
  Het viel hen op dat zo goed als alle vrouwen hun rechterborst mistte. De meeste kinderen waren meisjes en alleen enkele jongens jaagden op wild en plukten vruchten. De mannen waren merendeels Indiaans, doch enkele blanken liepen gehoorzaamd door het kamp.

wordt vervolgd...

Hoe vind je dit bericht? 17 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

Sâo Paulo deel 15 - einde

Carlos Marighela, revolutionair, vermoord door het militaire regime in 1969










De dag erop ga ik tot plein SÉ met de metro en één van de 10.000 passagiers bussen bij het station Dom Pedro 2, om een bezoek te brengen aan het park van Ipiranga, daar waar D. Pedro de eerste, een brief ontving van zijn vader, Koning Joâo de 6de, om terug te keren naar Portugal, maar op de plek waar nu het monument staat, liggen in een tombe zijn botten samen met die van zijn vrouw Teresa.
 De geschiedenis vertelt dat op 7 september 1822 Dom Pedro, om te herstellen van een fikse diaree aanval, over de vlakte van Ipiranga reed, toen een boodschapper hem een bundel met brieven overhandigde van zijn vader uit Portugal om terug te keren. Maar Pedro was een rebel en bleef, ik denk op de eerste plaats voor de vrouwen van het hof, en daarna voor de vrijheid van Brazilië. En hij moet geschreeuwd hebben als een waanzinnige: "Indepencia o Morto!", onafhankelijkheid of de dood. De Portugezen trokken zich, afgezien  van de bloedige gevechten en slachtpartijen van Braziliaanse patriotten in Forteleza en verzet in Bahia, zonder veel ophef terug uit Brazilië. En de egoïstische Pedro troonde zichzelf tot keizer van Brazil.
 Het beeldwerk van brons is een groots geheel en vervaardigd door de beeldenmaker Ximehes. Nú, spelen hier kinderen. Zij rennen de crypte in en uit als snelle kabouters, terwijl boven bij het monument jonge Brazilianen bezig zijn met skateboards, de geschiedenis voorbij strevend.
 In de verte ligt het pompeuze paleis, het hedendaagse museum. Ik loop rond de lanen, langs de grote palmen en bloemperken die toch en symbool zijn voor de praal die het geheel moet uitstralen, een overblijfsel van het Braziliaanse keizerrijk. Tussen die lanen dacht ik aan de invloed der geschiedenis; die van de Bandeirantes, kerk, militair gezag, dictators, de invloed van de onderdrukking die tijdens het militaire bewind hoogtij vierde, de opstand, het verzet, de revolutie in de harten van velen, die werden gemarteld en vermoord, ook hier in Sâo Paulo door het DOPS (De politie der orde, die samen met het 'eskader des doods' martelingen uitvoerden om het bewind te verlossen van hun tegenstanders in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw) waar de communistisch gezinde revolutionair Carlos Marighela werd vermoord in 1969, hij die een voorstander was van de geweldadige revolutie, maar wat moest je in Brazilië met een militaire onderdrukking? Hier was Ghandiïsme geen optie. Daar het systeem een macht had dat niet tegen te spreken was.) Al heeft alles een vleugje van romantiek, het is een verdoezelen van de realiteit en ik kijk naar de kleine Brazilianen, die lachend rond rennen ontwetend van het hele gebeuren en het zal nog en hele klus worden om de trein weer op de rails te krijgen.
Terug op het SÉ plein staan mannen in groepjes bijeen te kletsen, of God het nu wel of niet goed voorheeft met Brazilië, dat Brazilië nu eenmaal een land is dat het altijd goed voorheeft met zijn volk, dat de regels van de grootkapitalist bekrompen woorden zijn, dat de socialistische president Lula een goede weg vaart, maar teveel naar het buitenland kijkt, maar dat de kleine omhelzingen met Castro en Venezualeense leider Chavez een goed teken zijn, doch dat de problemen in het land zelf van groter belang zijn en dat het 'fome zero' (geen honger) programma van de regering maar voor een deel werkt. (elke maand kon een deel van de armste, favela bewoners, Indianen ect, een bedrag van 50 reais ( nu 20 euro, afhalen van de bank, het systeem werkt onvoldoende en niet voor iedereen die er recht op heeft). Zo spreken de alledaagse mensen, zo spreekt het volk, de Jan met de pet.
 Bij de krantenkiosk staat een meute mensen, zij die kranten lezen zoals het links gerichte 'Folha de Sâo Paulo' en het rechtse 'Estado de Sâo Paulo', kranten die berichten over de corruptie in de stad; de slavenarbeid in Bahia, Minas Gerais en Pará; de moorden in de favela's; een vrouw die haar man, na hem enkele malen te hebben gewaarschuwd, zijn penis afsneed daar hij overspel pleegde; de Indianen in de Mato Grosso die in opstand kwamen tegen het geweld van bewapende fazendeiros; over grote banken die steeds rijker worden; protesten in fabrieken voor betere lonen; de rivieren die overstromen in Pernambuco; over drugsdealers uit de krottenwijken die met elkaar oorlog voeren, mensen laten verbranden en onthoofden; de politie die wraak neemt op een gedoden collega in een favela waar onschuldige burgers worden gedood; de Braziliaanse regering die in onmin leeft met de Amerikanen daar de Brazilianen bij aankomst op de vliegvelden zich moeten indentificeren; dat twee met messen bewapende skinheads twee mannen dwongen uit een rijdende metro te springen bij het station van Brás in Sâo Paulo; de corruptie van een der grootste melkleveranciers van Brazilië, het bedrijf 'Parmelat', wat grote vormen aanneemt; de malafide corruptie onder de politieke leiders van het land; dat het ALCA, dat staat voor de vrije handel van de Americas, (een omstreden project van de USA die het belang en macht wil hebben over de gehele latijns-Amerikaanse handel, het nieuwe imperialisme) dit grote gevolgen kan hebben voor Brazilië en geheel Latijns-Amerika; en dat het minimum om te overleven te kort schiet waardoor de armoede angstwekken toeneemt.
 Ik zoek naar de communistische georiënteerde bladen zoals 'Inverta' en het maandblad 'Verdade', doch ze zijn moeilijk te vinden in de kiosken van de stad. Deze kranten geven een vrijzinnige en meer menselijke kijk op de maatschappij, een berichtgeving die extremistisch genoemd kan worden, gevoed door Marx en Engels (doch er dient te worden opgelet voor aanbidding, oftewel: knieën-verering( de kranten maken een vuist voor de werkman, landlozen en Indianen. De opinie van de pers moet open zijn en men moet geinformeerd worden, de waarheid mag niet verloochend worden, de corruptie en macht van het kapitaal heeft zoals al vermeld, te grote onvloed op het leven in Brazilië.

Ik loop langs de kathedraal terug naar de 'laan van de vrijheid' en de Japanse buurt 'Liberdade'. Ik drink een fles bier tussen de Japanse Brazilianen en overdenk dat heel het leven absoluut gelijk is aan 'saudade', een woord dat in Brazilië een ingrijpende betekenis heeft: weemoed, heimwee of nostalgie, het koesteren van het verlangen. Een verlangen naar 'iets':
Bergen?
Zee?
Huis?
Geluk?
Liefde?
Ik reis terug naar Rio de Janeiro, de stad waar ik mijn hart verloor, de stad met die andere sfeer, het andere Brazilië, dat zeker anders is dan de 'woestenij' van Sâo Paulo.
Ik vraag me af of er overeenkomsten zijn tussen S.P en Rio.
Neen, eigenlijk niet.
Sâo Paulo is verdomd anders dan Rio de Janeiro.

FIM




Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

Sâo Paulo deel 14

OLD BEGGAR WITH BOY
schilderij van Pablo Picasso (c) 1903











Wilson en Bobo, twee zwervers die ik eerder ontmoette langs de Avenida Luis Antonio, waren 2 van de duizenden die druk bezig waren met het controleren van grote zwarte zakken vuilnis. Wilson was blank, in de 50, mager, gekleed in oude jeans en een trui, en geboren en getogen in de stad zelf, terwijl Bobo een stuk jonger was en ergens uit het noordoosten kwam, vanwaar wilde hij niet kwijt, hij leek meer op een Indiaan.
  Bobo was redelijk beneveld. Hij vertelde 13 jaar geleden naar Sâo Paulo te zijn gekomen op zoek naar werk en moest zijn geliefde streek verlaten. Hij sprak er niet graag over: 'Het is verleden tijd, ' zei hij zelfverzekerd, 'soms moet je dingen achterlaten door een gebeurtenis,' en hij keek me enigzins triest aan. Volgens mij had hij iets te verbergen, iets onbeantwoords, hij heette nu Bobo, verder niets, alleen Bobo. Geen documenten, geen informatie, alleen Bobo. Maar het leven op straat beviel hem wel: 'Alles wat je ziet is gemaakt door werkmensen, zelfs de vervloekte banken, alles is zweetbeton, de rijken vullen hun zakken amigo! Ik doe daar niet aan mee!'
 Hij dronk uit een grote plastiek fles, naar hij zei, gemengde Guarana (frisdrank gemaakt van amazonebessen) en suikerrietjenever, in de tussentijd had zijn compagnon Wilson in de zwarte zak enkele stukken pizza ontdekt. 'De mensen gooien alles weg, de overvloed van de maatschappij, als je goed uitkijkt lijd je geen honger, maar je moet het goed regelen,' zei een lachende Wilson, terwijl hij tevens nog enkele eetbare papajas, stukken beschimmelde kaas en enkele halfrotte bananen te voorschijn toverde.
 Adeus Amigos!

Die nacht was mijn 'rap eyed movement' aanzienlijk. Ik droomde dat ik gezeten op een bank in het Ibirapuera park, een vrouw ontmoette met de naam Sheila, Sahela of Cynthia. Zij vertelde lerares te zijn en liet me denken aan een combinatie van Italiaanse en Japanse genen, doch bespeurde ik niet iets Libanees? Slavisch? Lang zwart haar en donkerbruine ogen, een feministe zoals zij zichzelf liefkozend noemde. Ze had een uitgesproken mening wat betrof de politiek. Het was een gigantische puinhoop, een verkeerde aanpak van regime voeren.
 Regime voeren? Dacht ik. Ze veronderstelde dat alles misschien ooit wel goed zou komen, ze bleef hopen. Mannen? Daar had ze totaal niets mee op, het waren macho's, de Braziliaanse mannen waren autoritair en hielden er meerdere vrouwen op na, een onmogelijk systeem. Ik vroeg haar of ze getrouwd was of een relatie onderhield?
'Neen, ik houd mij op mijn eigen en als ik behoefte heb aan liefde dan versier ik er wel eentje voor en nacht, ' zei ze toch wel erg bedachtzaam. 'Hoewel het moeizaam is deze weer kwijkt te raken, en het is uitkijken voor duivelse ziektes.' Ze slurpte aan een flesje frisdrank en het bruine spul droop over haar fijne kin, hals en gleed als een cobra haar boezem binnen.
'De beste Braziliaanse mannen zijn vissers en Indianen, de visser daar hij naar de zee ruikt en met vissen kan spreken en de Indiaan daar hij naar de aarde ruikt en verstand heeft van de slang, luiaard en gordeldier.' Ze bekeek me met amandelachtige, groot als de zaden van de cacao vrucht. Hoe moet je soms een vrouw kenschetsen? Ze leek onbeschrijfelijk en rein. Ze vroeg of ik van Braziliaanse vrouwen hield? En ik kuste haar hand, als een casanova, die ik gewoon niet was, en ze lachte met een vreemde ondertoon van geilheid. De zon warmde mij op, op een bizarre manier. Ze gaf me haar droom-telefoonnummer, zou ik nog langer in de stad blijven, voor een afspraak en misschien meer info voor mijn verhaal. Ze wist namelijk intieme plekjes in Sâo Paulo, en heupwiegend verliet ze de bank en ik merkte op hoe klein en teder ze was. Klein zoals een nakomeling der Pygmeeën en teder gelijk een vrouwtjes hert. Ze draaide zich nog eenmaal om en dan ontdekte ik dat ze naakt was en de kleur had van een dadel. Ik keek naar het vodje papier met het telefoonnummer en zag dat de cijfers vervormden tot vreemde bizarre tekens, en uit de blauwe hemel van Ibirapuera kwamen duizenden aasgieren die angstaanjagende geluiden maakten en uit de vijver stegen witte reigers op, terwijl ik in de verte een ondifinieerbare heilige mij iets hoorde teoroepen, doch ik kon hem niet verstaan.
 Links van mij kwam en horde navelzwijnen aanstormen, bereden door oude zwarte mannen en vrouwen, zij hielden grote dikke wierook stokken vast en zongen een lied dat ik ooit hoorde en mij liet denken aan een lied over een Orixa, de geest die, met de sterveling contact zocht.
 Ik werd wakker toen een wit en zwart paard verscheen. Ik stelde mij de vraag of het illusie was geweest of symbool?
Was het niet Freud, de grondlegger van de psychoanalyse, die ooit stelde: 'Het verklaren van dromen is de 'via regia' (vorstelijk weg) - naar de kennis van het onbewuste in het geestelijke leven. Hij stelde ook dat voorwerpen en aangelegenheden in dromen van volwassenen, symbolische voorstellingen zijn van seksuele organen en activiteiten. Al het puntige en langgerekte, of een voorwerp waar water uit stroomt, stelt, zinnebeeldig de penis voor, anderzijds zijn alle rondingen en kringen een definitie van de vagina.
 Mijn droom had misschien iets te maken met een onderbewust verlangen naar liefde in Sâo Paulo, een seksuele opwinding? Een waarschuwing? (schreeuwende heiligen en zwarte aasgieren?) Wat te denken van dit alles?

Op de matras in het appartement te Bella Vista draaide ik mij andermaal om, doch het lukte mij niet terug te keren in de utopie, hoe zéér ik er naar verlangde. Terug naar de betekenis, naar meer uitleg, naar de vrouw met de dadelkleur, en... de mysterieuze betekenis van hret wit en zwarte paard.

wordt vervolgd...

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

Sâo Paulo deel 13

Bandeirantes-monument 
Victor Brecheret
hoewel ik zelf fotos maakte van het werk, vond ik deze van Brain. j. McMorrow treffender, aldus... :twisted:




Hun buurman is schoenlapper. Hij zit op een krukje bij zijn kist, met lijm en kopnageltjes bewerkt hij de voorrad schoenen. Hij lijkt mij een vakkundig iemand, waardig onder de blote hemel. Er breekt een onweer los en de hemel verduisterd, de goden beroeren Sâo Paulo. In sommige buurten vallen ijsstenen uit de hemel en bedekken zelfs het plein van de Republiek met sneeuw, dat in sommige wijken 60 centimeter bedraagt. Een natuurwonder, want nooit eerder was dit in Sâo Paulo voorgekomen op die schaal. De stad ligt op bijna 800 meter hoogte, en de wintermaanden Juli en Augustus kunnen bar zijn, met minimum temperaturen beneden de 10 graden, maar dit ijsgeweld is toch wel een uitzondering. Enkele uren later is alles weer over en de stad van Sint Paul klaart weer op, het stof is weggeveegd van het beton, net zoals uit de krottenwijken.
 
 De dag erop bezoek ik het park van 'Ibirapuera', een groot park ontworpen door Burle Marx en Oscar Niemeyer, beide communisten. Niemeyer nam de architectuur van de bouwerken voor zijn rekening. In het park is het een samenraapsel van joggers en uitslovers, die zich het zweet uit het lijf lopen. Kinderspeelplekken en en park voor blinden. Je kunt ook een fiets huren om rond te rijden op geordende wegen, als was je in een land waar trappen normaal is.
 Het plantsoen is omvangrijk, zoiets als een groot openlucht relex centrum, ten minste gezien vanuit het betonnen geheel van de stad. Eigenlijk past het niet in de stad, maar de mogenlijkheden van Sâo Paulo zijn onbegrent, men heeft geprobeerd het onwerkelijke te vermengen met het mensenlijke en een rustplaats te creëren, niet ver van de jagende auto's, scheurende bussen en opgedraaide mensen.
 Toch beton is er genoeg in het park, net zoals gras en een vijver die er bij ligt als een  rustende zwaan. Er bevinden zich enkele musea zoals dat van de moderne kunst. Vlakbij ligt het gebouw van de hedendaagse kunst waar sinds 1951 de 'Biënniale' wordt gehouden, een internationaal gebeuren. Ik bezoek het 'OCA', een witte hut, waar Oscar zijn inspiratie gehaald moet hebben uit het Amazone gebied. Het geheel lijkt op een Indiaanse Maloca, een modern ruimtelijk gebouw, waar op dat moment een tentoonstelling gaande is van Pablo Picasso met 126 werken van de kunstenaar; beelden zoals de 'de vrouw met sinaappel of appel' en schilderijen zoals: 'meisje met ontblote voeten', 'portret van een man', 'liggend naakt' en de tijd van de Spaanse burgeroorlog 'Guernica', en ook een van de laatste werken 'Jaqueline met gekruisde handen'. Af en toe zag ik licht druipende verf die van de lijnen afweek, of was het een soort irritatie van de kunstenaar geweest? Een impulsieve strijk? Of zijn leeftijd?
 Laat ik stellen dat Picasso met recht in Sâo Paulo was, waar naar mijn mening een overeenstemming vanuit ging, een samenvloeiend geheel. Dit van de woestijnbeton en de strelingen van penseelstreken, die de kunst van menselijke drang, van concrete lijnen en zachtaardige gevoelens tot uiting bracht.
 Als ik buiten de witte hut kom schijnt de zon, bij de uitgang van het park koop ik een suikerrietsap in een vies slap bekertje aan het stalletje van een dikke mulat, en bekijk het monument van de helden der revolutie, de obelisk uit 1932, een gedenkteken ter ere van deze revolutie en de 865 patriotten die stierven voor de onafhankelijkheid van de staat Sâo Paulo. De opstand was maar van korte duur en de rebellen werden afgeslacht door de regeringstroepen, ook daar zij geen medestand kregen van andere zuidelijke staten.  De helden van de Paulistas gingen ten onder in bloed en tranen.
Een ander monument is het 'Bandeirantes-Monument', een beeldhouwerk van Victor Brecheret en moet de titel hebben als verbroedering der rassen, en ík? Ik word droevig, want het monument stelt 37 pioniers voor, die onder aanvoering van een zekere Martin de Aguillar het binnenland introk, om de Indiaan tot slaaf te maken.

In de avond uren rijd ik door de straten van de stad, die verlicht is, een andere wereld. Bij het Praça de Sé zijn de vuren ontstoken, mensen maken zich klaar voor de nacht en in de zij-straten wordt voedsel verdeeld onder de daklozen. Zij zullen dekens en karton nodig hebben want ondanks februari zullen de temperaturen deze nacht dalen naar 16 graden.
 Het nachtleven wordt zichtbaar, de favela lichten gaan branden en Sint Paulus heeft wederom tergende uren, de politie werk in overvloed en weer anderen slapeloze nachten daar hun geldopties niet kloppen. Dus, denk ik maar, dat de arme sloeber die, beschermd tegen wind en regen onder dik karton of oude vodden ligt, het beter heeft, zonder geldzorgen. Hún gedachten gaan uit naar het zich beraden hoe aan voedsel te komen.

wordt vervolgd...
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

Sâo Paulo deel 12

Bij het station van Sâo Joachim neem ik de metro die verschillende lijnen heeft, zoals de 'linha azul', blauwe lijn, die een goede verbinding vormt in de stad en heeft een terminal: Tucurivi, in het verre noorden van de stad. De ander in Jabaquara, vanwaar tevens een bus naar Santos te krijgen is. De andere grote lijn is die van oost naar west, van Barra Fundo naar Corinthians en passeert Brás, de wijk waar nu de armen wonen die vanuit het noordoosten van Brazil kwamen: bouwvakkers, fabriekswerkers en buschauffeurs. Daar heerst de mentaliteit van ieder voor zich, ver van de weelderige wijk Cerqueira César in het zuidwesten van de stad.
 Maar wie is gelukkig? Ik stap uit in de buurt Luz, bij het antieke treinstation 'Estaçâo da Luz', dat in 1901 werd gebouwd door Britten, toen alles werd geiïmporteerd vanuit Glasgow, niet alleen het ontwerp, maar tot de kleinste schroefjes, een waar prestige project.
 Hier rond het station van Luz, dit gezien wordt als een van de beruchtste roodlicht buurten, zijn de hoeren bijzonder actief. Het is een kwaadsprekerij dat de eerder genoemde jezuïeten pater Manoël de Nobrega de Koning van Portugal smeekte om hoeren naar Brazilië te sturen, daar de Portugezen Indiaanse vroewen als bijzit namen (Indiaanse vrouwen wiens ziel de paters juist wilde redden).
 De Portugese kolonisten zouden beter hoeren kunnen nemen, die waren bij voorbaat al verloren en veroordeeld en hadden toch geen waarde voor de  wereld. AI! Een ander bewijsvoering is die van de Poolse en Marokaanse joden die handelden in blanke slavinnen, die men 'polacas' en 'francesinha's' noemden en gedropt werden in Manaus en havensteden in geheel Brazilië, dus ook in Santos, en dit is niet ver van Sâo paulo.
 Nu zijn de vrouwen afstammelingen van generaties en de meisjes komen als paddestoeltjes uit de betonnen woestenij. Zij zijn onmisbaar in de stad van de Sint Paul, onontbeerlijk in het soms stikkende en frustrerende leven van de sterveling. De vrouwen zijn een troost voor de emotionele pijnen, de room op de koffie van de eenzame, de 'caipirinha' (coctail van suikkerrietjenever, suiker, limoen en ijsblokjes) op haar best, hoewel men moet opletten deze niet te strerk te drinken.
 Maar er is ook een andere kant, die van het macabere, de kinderprostitutie. In Sâo paulo zijn er tienduizenden, kinderen jonger dan 14 die als lustobject dienen. De kinderhoertjes zijn zo gewild dat vele ouder meisjes zich jonger doen voorkomen. Het geld speelt een grote rol, vaak met toestemming van de familie, meestal om te overleven en blootgesteld aan gevaren. De knaptse meisjes staan op de vliegvelden en de kleintjes worden meestal gebruikt voor het masturberen. Dit gaat niet alleen op voor deze regio van Brazilië, maar ook het noordoosten, waar steden als Fortaleza en Natal gewild zijn bij de perverse toeristen. De kinderprostitutie komt betreurenswaardig voort uit de economische puinhoop, het verval van de samenleving, en voeding der wanhoop.

Op het 'Largo do Sâo Francisco' ontmoet ik een Guarani vrouw met haar twee kinderen, een meisje en een jongen. De vrouw zit op het mozaïek van de stoep en knikt alleen maar op mijn vragen. Zij blijkt doofstom en haar mooie Indiaanse glimlach is bekoorlijk; haar dochtertje trekt behendig aan de broekzak van een passant; op de grond staat een korfje voor een bijdrage want ze leeft van de mensenvriend der mozaïek straten. 100 meter verder zit een echtpaar samen geestelijke liederen te zingen. Beide gezonden door de Heer, zij komen uit Porto Alegre, een stad een het zuiden van Brazilië, en hoofstad van de staat Rio Grande do Sul. Ze zingen een lied speciaal voor mij, een ode aan de Senhor, ja, het lijkt allemaal oprecht en ongedwonegn en ik waardeer nu eenmaal muziek met een eerlijke vorm.
Tussen de Guarani vrouw en de zingende paradijsvereerders, staat het bronzen beeld met het opschrift 'De eeuwige Kus'. Het moet en Fransman uitbeelden die een indiaanse vrouw omhelst. Het beeld is van William Zadig, een Zweedse kunstenaar die voor de eerste wereldoorlog naar Brazilië kwam, en in dit beeld denkelijk zijn inspiratie vond door 'De Kus', een schepping van de Fransman August Rodin. Aan de overzijde, een doorgang naar de José Bonifácio straat wonen mensen tussen oude kartonnen dozen en zakken vol kantoorpapier. Ze koken hun potje bonen en argumenteren. Zij handelen in papier dat van kantoren komt en vergaren verder van alles. Ik zie een oude zwart-wit poster van Elvis in gevangenis kledij en van Maria met kindje Jezus en ook de heilige Franciscus van de dieren is present. Een kleine jongen trekt verwoedt aan een sigaretten peuk als was het de reinste canabis, en een vrouw is een en al opwinding, alsof ze één van haar drukste dagen beleefd.
 Maar de mensen leven gewoon als ieder ander, alleen hun problemen zijn uigebreider en openlijker. Doch hoe dan ook zij zien zich beschut door plastiek, en geeft karton geen warmte? Men mag hun het uitschot van de stad noemen, maar daar hebben zij schijt aan, zij zijn de vleselijke schilderijen van Sâo Paulo.

wordt vervolgd...


'De eeuwige kus' van William Zadig op het Franciscus plein
115414-be4b2b25a41090491b22d9898f668e83.jpg

Zingende gelovigen uit Porto Alegre
115414-e029b64224b79912be0ffee094466438.jpg

'Two prostitutes in S.P'  - pen/olie  op papier- Wayn
115414-b92dd791c1cdde4d9dea4266d22706ad.jpg

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

TUSSENTIJDS BERICHT VAN STORYTELLER

BESTE LEZER,
DAAR IK MOMENTEEL EEN MULATA UIT RIO OP BEZOEK HEB IS MIJN 'BLOG-UP-DATE' IETS VERTRAAGD... :roll:

SCHILDERIJ VAN ANASTACIA (ZWARTE SLAVIN)  MAKER ONBEKENT
FOTO GENOMEN IN HET 'NEGERMUSEUM' TE RIO  :cry:

WAYN
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Storyteller om 16:23 Reageer op dit bericht

Sâo Paulo deel 11


Morumbi favela





Ík zit liever aan de overzijde van het museum in het klein 'parque Siqueira Campos', waar een 45.000m2 weelderig Atlantisch bos zich ontplooit. Waar verschillende boomsoorten te vinden zijn, een soort rustplek midden in de stad, zoiets als een afzonderings ruimte in een  hospitum vol met biddende monniken. Op een bank word ik geplaagd door een rups, schitterend getekend met geelzwarte kleuren, en ik vraag me af of het een vuurrups is. Terecht brengt ze me een ferme steek toe, nadat ik, per ongeluk mijn arm op haar tedere lijfje drukte waardoor ze zonder uitstel een vocht afscheidde dat een irriterende jeuk veroorzaakte en bultige rode plekken. Ik hoop dat zij het overleefd heeft nu ze tussen het gras kronkelt, want de druk van mijn arm was beduidend. Ik neem mij voor in de toekomst alerter te zijn wat betreft rupsen, die enigzins de dwang hebben om parkbanken te beklimmen.
 Op dezelfde bank ontmoet ik de oude Bastiâo, een kleine magere mulat, gekleed in een versleten linnenbroek en hemd, en op zijn grijze haren een base-ball pet. Hij zegt 81 geleden geboren te zijn. Ook blijkt hij een verteller wanneer we spreken over discriminatie; zijn vader gaf hem vaak te verstaan dat er in Sâo Paulo verdomd veel discriminatie voorkwam, ja, verdomd veel.
 (Twee Afro Brazilianen vertellen.Uit het boek Blacks and Whites in S.P van George Andrews): 'Er waren in die tijd (1920) bijna evenveel zwarten als Italianen in Sâo Paulo, maar ze leefden in een sfeer van totale desintegratie... De immigranten werkten in fabrieken en commercie. Het enige werk voor de zwarten was het schoonmaken van huizen en kantoren, en alledaagse werkjes. Wij waren allemaal werkloos. Het was gebruikelijk om de zwarte karren door de stad te zien duwen, zich ophopend in de Bocaiuva straat, met hun emmers en borstels, wachtend op het moment om hier een huis te zuiveren en daar een vloer te schrobben.'
 Bastiâo: ' De zwarten moesten zich er tussen in wringen, zoals ze vandaag zeggen. Zij moesten verschillende werkbronnen realiseren, zoals portiers, tuiniers, huisbedienden, stratenvegers, autowassers... Al die beroepen die voorheen niet bestonden werden door de zwarten vewezenlijkt: schoenpoetsers, kranten verkopers, dagwerkers, al die banen die zij  bedachten om te overleven, want de fazendeiros (grootboeren) wilde geen zwarte inhuren...'
 In het 1944, herinnert Bastiâo zich, was de periode dat zwarten in sommige buurten niet welkom waren: 'Ja, mijn zoon, het was net als in Zuid-Afrika, apartheid, verdomme! Je gelooft het niet, of wel soms?' Hij krabt zich tussen zijn benen en spuugt op de grond.
'Neen mijn zoon, open je ogen en je ziet de verschillen, de bewuste onderdrukking, zwart zijn is meestal armoede, al leven wij in een zogenaamde gekleurde gemeenschap. Sâo Paulo is voor de blanke. Kijk de banken, allemaal in handen van blanken. Alle buitenlandse firma's doen het goed. In Brazilië is meer te koop dan je denkt, het is land voor de uitbuiters, snap je...'
Hij tovert een stuk zwart tabakskoord uit zijn broekzak, snijdt er een stuk vanaf, en pruimt met zorgelijke blik. Hij verteld over de veranderingen in de stad, de modernisering, zodat er geen ruimte meer is voor versleten mensen zoals hij.
 'Vroeger was het een rotzooi, maar vandaag is het niets beter, de afvalhopen zijn voor de armen.' Hij zegt dat hij moet leven van 240 reais per maand (nu bijna 100 euro). En ik vroeg mij dan ook ten stelligste af hoe mensen daarvan konden leven! De werkeloosheid neemt toe en uit onderzoeken blijkt dat in groot Sâo paulo de werkeloosheid 20% bedraagd. Om in Brazilië menselijk te kunnen leven zou het minimum loon 6 maal meer moeten zijn: 1450 reais, dit volgens een opiniepeiling van de communistische krant INVERTA. Dit voor de nodige voeding, huur, educatie, kelding, ect. Het is dan ook geen geheim dat gevangenissen uitpuilen daar de criminaliteit een direct gevolg is van het corrupte beleid. In Sâo Paulo blijkt de gevangenis populatie 5 maal hoger dan in Rio de Janeiro, en de afgelopen 3 jaar werden 329 gevangenen vermoord in de bajes. Er bestaat in Brazilië geen doodstraf, maar binnen de muren van de lik wordt dit in praktijkt gebracht, het is luguber leven in de bomvolle cellen, en dat de politie niet vrijuit gaat is onomstotelijk bewezen. Met regelmaat wordt de term zelfmoord gebruikt als de wetsdienaars gevangen met het hoofd tegen de muren slaan, zodat deze bezwijken aan de verwondingen. Misschien dwaal ik af, maar helaas; zo ís de situatie.
 Ik neem afscheid van de kleine vriendelijke tabakpruimende Batiâo en slenter terug over de Avenida Paulista.

Neen, Sâo Paulo leek niet op het Brazilië zoals ik het had ondervonden op mijn reizen door de binnenlanden en in Rio de Janeiro, neen, hier was een energiek proefproces gaande en dit voor de kapitalistische verwording van een elite groep.

wordt vervolgd....

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

Sâo Paulo deel 10

Schilderij van Di Cavalcanti India mulata  1934














Ik verlaat het appartement en loop andermaal richting Avenida Brigadeiro Luis Antonio, een lange weg die aan ene kant uitkomt op het middelpunt van de stad, de 3 kilometer lange Avenida Paulista. Banken en kapitaal, de rijkdom en overvloed, hoge gebouwen met daartussen in nog enkele oude panden waar vroeger de koffiebaronnen gehuisvest waren. Nu zijn deze ingenomen door o.a McDonalds, die zich bewust is van de markt.
 Hier is het financiële hart van Sâo Paulo, van Brazilië wel te verstaan, hier worden veel beslissingen genomen, want het zijn de bankiers die het geld controleren dat in Sâo Paulo rondgaat. Zij bepalen of er geld besteedt kan worden aan de bouw van huizen, publieke scholen, ziekenhuizen en voorzieningen zoals rioleringen. Zij bepalen de hoogte of verlaging van de leningen, zij zijn de rationele geldduivels die weten waar de honingdrank te vinden is. Dan zijn er de grote industriëlen die op de consumenten markt de prijzen bepalen, tevens de overheids-diensten, die de hoeveelheid en variëteit van de plaatsen bepalen waar de bevoorrading moet plaatsvinden. Dit zijn de notabelen die bepalen wat er economisch gaande is in de stad en staat van Sâo Paulo.
 Doch er is een andere vloek voor Brazilië, die van de bureaucratie, het ambtenaren systeem. Het lijkt onwaarschijnlijk, maar in Brazilië zijn méér dan 8 miljoen ambtenaren. Vaak hebben zij geen betekenis voor de samenleving. Ik meen te zeggen dat ze obstakels zijn in het bestuursapparaat. Zij drijven mensen tot waanzin. Er zijn gevallen bekent dat met steun van een corrupte burgemeester, imitatie apen als wethouders in de raad terecht komen. Meestal zijn dit mensen uit familie kring, of vrienden. Het is als een lunapark-systeem, een onbevreesd geknoei, zij die zich vasthouden aan de hoorns van de duivel. Allen vangen een fiks salaris en zijn niet bekwaam voor de functie, te onbetrouwbaar om de medemens te helpen. Erger is dat het ambtenaren systeem jaarlijks een slordig bedrag van 50 miljard euro uit de staatskas weet te plukken, zodat het jaarbudget zo goed als opgeslokt wordt. Daardoor is er géén ruimte voor de meer nodige zaken, zoals betere staatsziekenhuizen, openbare scholen en woningen. De papierwinkel van Brazilië is een grote fabriek geworden, zodat een stempel voor een document geld kost, evenals de lange weg, die de naam bureaucratie te boven gaat. Dit alles is in het voordeel van enkelingen, de hongerigen naar het kapitaal.

Op de Avenida Paulista is het rumoerig, en de goed geklede, naar Franse odeur ruikende vrouwen paraderen langs de arme donders met kunstbenen en tumors, langs stinkend verkeer en duizenden bussen. Voorbij het MASP, het kunstmuseum van de stad, waar ik ooit een bezoek bracht en werk zag van Velazquez tot Gaugin, van Hals tot Van Gogh en Renoir tot H. Bosch,  waar mensen met arrogante koppen langs de kunstwerken liepen, consternatie alom, want waren dit niet stuk voor stuk grote namen?
 Doch ze pasten uitstekend tussen de muren van dit enigermate log gebouw, waar ook werk van de Braziliaan Di Cavalcanti prijkte. Kunstwerken, maar ik dacht aan die straatkunstenaar in Rio die met zijn voeten schilderde, en ik dacht: wat ís kunst? Wie bepaald de waarde van ART? Hoe kan men 'kunst' eigenlijk definiëren, is het wel te plaatsen? Is de hoop stront van de straathond ook niet kunst als een  autodidact vol overgave er een lijstje omplaatst? Kunst is een vorm, tussen gevoel en uitdrukking, het persoonlijk van de mens vereenvoudigd in zíjn interpretatie.
 Verderop naast het gebouw staat een groep Umbandisten, aanhangers van genoemde Umbanda cultus, te zingen en trommelen, gekleed in witte gewaden met tulbanden. Sommige mannen lijken op travestieten met hun geschinkte gezichten en de zwarte vrouwen op Afrikaanse leidsvrouwen, of slavinnen van het hof, en de blanke op middeleeuwse diensters in ruime rokken. Ze vragen aandacht voor zendtijd op de televisie, want ieder wil zijn aandeel in de wereldstad, geen uitzondering zou ik denken, want hier, in het Chicago van Brazilië is alles nauw verbonden met macht.
 De intelligentie wordt bepaald door geld, en de werkers zijn de ploeterende ossen, de arbeidersbevolking met hun gepijnigde handen. Zonder hen is de wereld een zooitje, geloof mij, zonder de eeltige handen, kromme ruggen en zwetende hoofden, is de wereld een verloren paradijs voor de plutocraat!

wordt vervolgd...
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

Sâo Paulo deel 9

Wat is de toekomst voor de velen jongeren die nu op straat leven, in opvanghuizen, als er geen goede nazorg bestaat? Ze zullen in het systeem belanden van meer dan 100 jaar geleden: slavernij of gewongen arbeid, wat nu al op tamelijke grote schaal plaatsvindt in de Braziliaanse binnenlanden, op afgelegen fazenda's van grootgrondbezitters. Vaak met medeweten van de politie die corruptie niet schuwt, als het gaat om zwerfkinderen. Zo worden kinderen van nu, de moderne slaven van het toekomstige Brazilië.
 Ik put uit gegevens betreffende de tuchtschool van het FEBEM (stichting van de staat voor het welzijn van jongeren in Sâo Paulo, opgericht in 1976 en beschermd door de politiek ideologie van het toenmalig militaire systeem.). Er doen zich geregeld grote problemen voor, met rebellie en geweld, waarbij medegavangen de kelen worden doorgesneden, en de jongeren hun ongenoegen demonstreren in de tehuizen. Bij deze opstanden worden de overvolle gebouwen ontruimd en de jongeren over gebracht naar andere instellingen. Een affaire vond plaats eind 2003. Er moesten tijdelijk 250 jongeren overgeplaats worden van het complex van Franco da Rocha naar het internaat U15 en U12 van Tauapé, tot, volgens de directeur van de Da Rocha instelling, 5 deugdelijke gebouwen klaar waren. Bij aankomst in het internaat kregen de jongens geen lichamelijk onderzoek zoals de gewoonte was, zij werden de 'bandieten van Franco da Rocha' genoemd, verplicht over de grond te rollen, en tegelijkertijd te schreeuwen: 'hier in Tauapé liggen en rollen de mensen.'
Alle jongeren werden mishandeld en duidelijk waren de verwondigen te zien. Vervolgens werden ze in kamertjes gestopt zonder bedden en kleren, waar zij enkele dagen op de grond moesten blijven zitten en naar de muur staren. Het werd hun verboden te praten. Ook het luchten werd hen onthouden en bezoek niet toegestaan. Toen de moeders weer werden geoorloofd hun zonen te bezoeken, slechts 10 minuten onder zware bewaking, waren de jongens dik gekleed ondanks de warmte en werd hen verboden hun wonden te laten zien. Doch de moeders zagen dat hun kinderen flink waren toegetakeld, ze zagen bovendien wat hun was aangedaan. Maar de zogenaamde functionarissen noemden het 'bestuur' staatscontrole,en zeiden dat de jongens al in die toestand verkeerden toen zij in Da Rocha verlieten. Er werd een onderzoek ingesteld door het ECA, het instituut voor kinderen en jongeren. Deze organisatie hield toezicht op jeugdige gedetineerden en bezochten Tauapé op 22 januari 2004, maar de resultaten zullen hier niet vermeld kunnen worden wegens het ontbreken van verdere gegevens.
 Ik wil hiermee aanduiden, dat het systeem van gevangenissen, niet alleen jeugdinrichtingen, een chaos is, dat lijdt onder druk van het ontoerijkend systeem, van overvolle cellen en opstanden. Deze rebellies monden uit in bloedbladen, tegen bewakers, medegevangen en niet in het minst tegen zichzelf.

Ik kijk naar Nilo die zijn deegbroodje met vlees eet, ondertussen slurpend aan een glas 'guava' drank. Buiten draaft een zwarte Bahiaanse voorbij met tulband en witte rok, de dochter van moeder 'Oxum' ( in de umbanda cultus staat zij voor al het vrouwelijk handelen, ze is de godin van de riviren en wind), behangen met rode en blauwe kralen. Maar de man die zijn versierde kar trekt gevuld met karton en papier en op zijn hoofd een soort helm met hoorns is net zo toverachtig. Hij lacht en danst tussen het juk, terwijl muziek uit een kleine transistor komt. De clown van de straat, de optimist, en het doet mij goed dit te zien, de optimistische lachende man in de woestenij van Sâo Paulo, die gelukkig zijn last trekt.
 Ik verlaat het eethuisje en zie verderop een zwart meisje dansen voor een striptent. Sporadisch gekleed in pornografisch leer, uitstulpende borstjes en glimmende donkere benen. Het doet mannen stilstaan, zich omdraaien, en fluisteren. Ze heeft de lach die iets anders verraad dan het verkopen van kokosnoten. Iets verderop hebben mensen weer andere dingen aan hun hoofd en bekijken aanplakborden vol met vactures. De zwervers liggen te slapen onder de bomen in het park of langs het trottoir. Zij dulden alleen hún leven en misschien dromen zij over een ander leven, een reïncarnatie in de vorm van een roofvogel of intelligente rat. Zij zouden wel de resten van de McDonalds, Japanse, Duitse, Franse, Arabische, en Italiaanse eethuizen verorberen of desnoods paardevijgen vreten of struisvogeleieren, maar nooit deelnemen aan het kapitalistische geraas van het buitenlands imperialisme. En zou de dronkaard, die in een coma zijn roes uitslaapt onder het viaduct, onderhevig zijn aan een waardeloze droom of een visioen der narren? Zou hij weten dat zijn leven misschien beter is dan dat van de tiran, zij die een andere opinie hebben aangaande het leven? Wie veroordeeld wie? In Rio zei ooit een alcoholist tegen mij: 'God zal oordelen, mijn vriend, alleen God!'
 En ik zei hem nog niet alles in de handen van God te leggen, dat de mens ook zelfverantwoording moest dragen, waarop de man fel werd en antwoordde: 'God is de rechtvaardiging en ik wacht op zijn antwoord! Ik leef mijn leven en Hij stond toe dat ik hierin verviel, nu wacht ik op een teken!  Miscchien haalt hij mij ooit uit de rotzooi! Misschien -talvez- een woord dat de Braziliaan koestert, want het is omgeven met illusie. Was soms het hele leven niet één grote klucht? Werd bij de geboorte al niet bepaald welke richting de rivier stroomde?
Maar was het niet de Franse filosoof Sartre die zei: 'De mens is niets anders dan wat hij van zichzelf maakt. Dat is het eerste principe van het existentialisme.'
En wat maakt de mens van zichzelf? Is dat niet iets om over na te denken?
Via de Avenida Joâo slenter ik terug naar het centrum, langs trommelende hippies, henna tatoeëerders, hoertjes, popcornverkopers, met woorden duellerende zangers uit het noordoosten en levende standbeelden in de vorm van mythishie figuren, zilverachtig gegrimeerd, als hingen zij aan draden vanuit het paradijs. Langs de multi-culturele symbiose op weg naar de buurt Liberdade waar ik opnieuw japanners, Chinezen en Koreanen groet, allen Brazilianen. Ik koop 2 schoteltjes met Jacafruit,  waarvan de vruchten aan de boom tot 40 liko zwaar kunnen worden en gevuld zijn met zoet witgeel vruchtvlees, en loop langs de Umbanda moeder, die uitgebreid, als ging zij een groot diner beginnen aan een tafeltje zit met kaarten en schelpen. Ik groet de kaarsenverkoopsters, de vrouw met de manga's, sinasappelen, Papaya en bananen en loop de kerk binnen. Ik denk aan liefde, ruik de dampen van het kaarsvet dat door een imponerende metershoge schoorsteen de hemel bereikt. Ik zie  de mannen met rubberlaarzen die de ruimtes van het vet zuiveren en loop verder om te gaan rusten in Bella Vista, vijf hoog, tussen de afstammelingen van Italiaanse immigranten.
 Maar ik ben onrustig, neem een douche en kijk uit het raam van het appartement en bedenkt dat van bovenaf gezien lopende mensen overeenkomen met apen, zich voortbewegend met vreemde massieve bewegingen, looge figuren die over het asfalt schuiven. Net zoals de zwarte man die zijn oud karretje met kromme wielen voorttrekt, die géén koffie met likeurtje na heeft, die zijn handeltje voorttrekt langs de voorbij snellende auto's, zwaaiend van links naar rechts, af en toe bagage verliezend, het weer opraapt en verder zwalkt. Zou hij dronken zijn? Of misschien wel vermoeid door her eeuwige trekken van zijn wagentje? Het klein zwartwittte hondje dommeld tussen de dozen en papier, onwetend van het lot van zijn deelgenoot, van wie de bestemming onduidelijk is, en niet meer zo jong lijkt; hij heeft geleefd, overleefd, zou hij zijn roeping gemist hebben, of wás dit zijn roeping? Alleen om de plutocraat een beeld te geven dat de vooruitgang van de wereldstad maar schijn is? Voor sommigen!

wordt vervolgd...

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

Sâo Paulo deel 8

Straatjongeren in Sâo Paulo






Via de grote avenida Ipiranga kom ik bij het plein van de Republiek, waar schilders, hippies en muziekanten te vinden zijn, waar de schaduw van bomen een welkome plek aangeeft, dit is in de nachtelijke uren een slaapplaats voor eenzame zielen. Nu was er een protestmars gaande tegen dierenproeven, het misbruik van de farmaceutische industrie, het was dierenmishandeling en hoogverraad, klomk het uit de luidspeaker op de wagen. En ik zag honderden mensen met hun honden van uiteenlopende rassen: duitse herders, doberman pinchers, bouviers, deense doggen en poedelhondjes met strikjes die werden gestreeld door een travestiet. Straathonden zijn in de minderheid, zij hebben geen baas, ze zijn de afvalvreters van de stad, de mengelingen van allerlij soorten, zoals een buldog op herderspoten, of een elipsvormige teef met korte pootjes en hangende tepels.
 De trotse paarden van de politie proesten nerveus, maar zijn verdoemd tot de woestenij van Sâo Paulo, de hoefijzers zijn goed geslagen, om het grimmige verharde wegdek te trotseren, waar af en toe vuurspetters te zien zijn. Hun voorouders hadden Arabisch of Perzich bloed, Pinzgauer of Norisch, vrienden van ridders, tertaren en zigeuners. De Mustangs en Tarpans draafden ooit over de uitgestrekte vlaktes en steppen van Amerika en Azië.
 Levensgezel van cowboys, Indianen, Klamukken en Boerjeten. Zij trokken huifkarren en brachten reizigers over bergen, naar ondenkbare plekken. Andere rassen zwoegden op de velden en dansten zelfs in de arena's. Hier in Sâo Paulo worden ze gebruikt als stadspaarden van de politie. Woestijnpaarden. Ik zou moeten huilen. In gedachten verzonken loop ik richting avenida Sâo Joâo waar ik een broodje eet in een snackbar alwaar de kleine Nilo me aanspreekt. Hij heeft honger en dorst. Hij zegt elf jaar te zijn, een magere negerjongen, weggelopen van huis ergens in een voorbuurt van de stad. Nu zwerft hij al acht maanden door de straten van het centrum, hij wil niet meer terug naar huis, daar zijn vader hem zal vermoorden, dus kiest hij voor de straat.
 'Mijn vader is een beest,' zegt hij nogal achteloos. 'Drinkt de hele dag, slaat mijn moeder en verkracht mijn oudere zusjes geregeld.'
Neen, terug naar huis wil hij niet meer: ' Als ik een pistool had zou ik hem vermoorden!' Hij kijkt mij vastberaden aan. Ik geloof hem.
 Soms leeft hij met enkle andere jongeren samen en vormen een groepje. Zij slapen in portieken en roven om te overleven. Waarschuwingen om op te letten voor de politie, vat hij nogal koeltjes op en heeft al zijn aandacht gevestigd op het eetbare in zijn hand.
 Informatie bevestigd dat 1 op de 20 kinderen in grote steden zoals Sâo Paulo of Rio op straat leven gescheiden van hun ouders. Zij weten door handigheid vaak te overleven en uit de handen van politie te blijven, maar soms is de wet hen te slim af en komen ze terecht in bewaarhuizen. Gevaarlijke corrupte instellingen waar menselijkheid ver te zoeken is. Afgesloten ruimtes waar sadistische toezichthouders martelen. Dit zijn vaak mannen die de militaire dictatuur doorstaan hebben en weer jongeren opleiden tot deze baarbaarse baantjes, die vaak grenzen aan het sadisme. De situatie betreffende het jongerenbeleid is zorgwekkend. Zwart zijn en jong betekent een onzekere toekomst. In de orfenato's, weeshuizen, die kinderen weten te bereiken, opvangen en behoeden tegen verdere ondergang, blijkt dat 90% van de kinderen zwart is. Dit geld tevens in de criminaliteit. Het gaat zo ver dat sommigen denken, dat een klein zwart kind, per definitie als gevaarlijk kan worden bestempeld.

wordt vervolgd...

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van BRASIL / impressies / reisverhalen

↑ Terug naar de berichten