Naar de inhoud

BRASIL / impressies / reisverhalen

Op zoek naar de Ware Ziel van Brazilië - Het alternatief
akke.beakke.be

Archief

VARGAS RAPOSO'S ZELFZUCHTIGE BESCHOUWING CONTRA JOURNALIST PEDRO JUCA deel 2

'corruptie,' zegt Juca: '...is het sleutelwoord en wie is corrupt als het om macht gaat? U weet senhor Raposo, dat wat hier verdwijnt, gebeurt met toestemming van de regering. Ik weet uit betrouwbare bron dat er bedrijven zijn die bommen geld krijgen om te herplanten. Dat geld verdwijnt in eigen zakken en het braziliaans instituut van milieu controleert niets! Het zijn zakkenvullers... u hoort hier niet bij senhor?' De grootgrondbezitter wordt pisnijdig: 'Nondesju! U wilt mij beschuldigen van zaken die nog deel, nog part hebben op mijn handelen!' en zijn stierennek begint te zwellen. 'Het is maar een vraag,' en Juca bijt zich op zijn onderlip. 'Een ander onderwerp senhor... u verklaarde onlangs dat u stevig in de veehandel zit. Dat het vlees van deze runderen ook naar de u.s.a wordt geéxporteerd?' 'Kan zo zijn!,' en de man lacht opnieuw balorig. Juca: 'Ik weet ook senhor dat de veeteelt in Amazonia zo goed als niets opbrengt in verhouding met bijvoorbeeld voedselgewassen?' Raposo: 'En hoe komt u daarbij? Waar haalt u die onzin vandaan?' Juca:'Het is geen onzin! Ik heb gegevens, dat het grasland waar de runderen op staan maar 7% van het jaarinkomen bedraagt van wat de grond zou hebben opgebrecht door het planten van paranotenbomen of maniok, ben u hiervan op de hoogte?' Raposo lacht nerveus en voelt dat hij in de tang zit:'Ik weet wat mijn cijfers zijn en wat het de regering opbrengt, en Brazilië! Het is in het belang van het land! en hij probeert zijn geagiteerdheid te verbergen. Juca: 'Verder vernam ik dat men tegenwoordig zelfs rundvlees importeerd naar het Amazonegebied, daar er voor het amazonevlees zelf een angst is ontstaan voor ziektes en mede hierdoor zo goed als geen export meer is naar de Verenigde Staten... is dit correct senhor?' 'Merda (shit) Senhor... ons gesprek loopt ten einde,' antwoord de nu nijdige Raposo. Maar Juca hakt door als met een zeis der door in een onkruidveld. 'Tevens weet u ook dat ú draait op regeringssubsidie? En dat de stijgende waarde van kaalgeslagen grond goed is voor de verkoop? Is het niet senhor Raposo?' 'U zit er flink naast,' zegt de dikke man met een moordenaarstrilling in zijn stem. 'U lult maar wat uit u nek! Schrijf dit ook maar in uw artikel, het is niets anders dan communistengelul, kletskoek vanuit Cuba of Costa Rica!' Juca: 'Maar u hebt toch wel enig begripvoor de situatie? De vernietiging van de bossen, de bevolking? En hoe ziet de toekomst van uw kleinkinderen er uit senhor?' Raposo:' Naar de verdoemenis met je vragen... je bent een communistische hoerenloper! Een rode teek! Krijg de vlektyfus! Mijn kleinkinderen? Die zullen het wel uitpluizen. Ik leef vandaag en wie morgen leeft, die morgen zorgt! Basta! De kinderen zullen trouwens alles erven, zie je, het is een spel Juca, een spel! Brazilië is een land van uitersten en corruptie... je moet vechten om te overleven! Er bestaat geen andere weg! Diegene die te idioot is om zijn eigen bonenpot te bereiden moet maar zien hoe hij aan zout komt! Ik bekijk het van mijn kant, en dat is de goede!'

wordt vervolgd...

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Storyteller om 10:44 Reageer op dit bericht

VARGAS RAPOSO'S ZELFZUCHTIGE BESCHOUWING TEGEN JOURNALIST PEDRO JUCA kort verhaal van STORYTELLER DEEL 1

'Wat kan mij het verdomme"!' schreeuwt de kortzichtige grootgrondbezitter Varga Raposo. Hij is eigenaar van grote stukken grond in het Amazonegebied, dat bestemd is voor veetelt en houtkap. Hij verdiend er miljoenen dollars mee en heeft goede contacten met buitenlandse firma's en laat er lustig op los kappen. Hout is geld. Andere stukken grond steekt hij in de fik en moet dienen voor de niet rendabele veeteelt. De journalist van een milieublad Pedro Juca, die bij uitzondering hem mag interviewen, is vol met vragen en goed voorbereid op zijn taak. Zijn schrijftrantplicht vervullend valt hij aan: 'Senhor, ik wil het eerst met u hebben over het geweldige houttransport, speciaal over mahoniehout. U handelt met een Deense firma, die het hout weer doorverkoopt aan Frankrijk, Amerika en Engeland... dat wel de grootste afnemer blijkt te zijn van hardhout, of zie ik dit verkeerd?' 'U bent goed ingelicht senhor Juca, maar deze bewering klopt niet, het is een hersenschim en ik bevestig niets.' De corpulente Raposo lacht cynisch zodat zijn ogen lijken te glunderen als die van een hagedis: 'Ziet u, ik heb niks te verbergen. Ik ben nota bene op uw verzoek om een gesprek ingegaan, en het moet een eer voor u zijn mij te mógen ondervragen, dus moet u mij wel christelijke vragen stellen, begrijpt u?' 'Dus de cijfers kloppen niet? Net zoals men de bomen kapt of uit de grond trekt met kettingen en bulldozers, zodat er in een omtrek van één hectare meer dan de helft van het bladerdak wordt vernietigd en andere boomsoorten vernietigd worden door diezelfde kettingen? Bomen die gewoon worden achtergelaten om te verotten, omdat er alleen maar oog is voor het mahonie? Is dat een leugen? En de gebieden waar Indianen en caboclos leven, wat gebeurd er met deze mensen?' Er verschijnt een galns rond de ogen van Juca. Raposo:'Wat krijgen we nou! Zou ík dit moeten verantwoorden! Mijn mensen werken degelijk! Er is vraag naar hout vanuit het buitenland, dat zijn de dealers! Zij ontrekken Brazilië aan alle grondstoffen, die overzee verfijnd worden! Alleen een klein gedeelte van de grondstoffen stroomt terug naar Brazilië tegen afwijkende prijzen! Nondesju! U zult wel ooit gehoord hebben van 'Calha Norte'', is het niet! (betekend 'noordelijk kanaal' en is van toepassing op een gebied in noord- Amazonas vanwaar ruwe ijzererts naar Europa wordt getransporteerd) In Europa stellen de milieubeschermers, de luizenpoten, dat Brazilié de vervuiler is, de verwoester, maar ze moeten hun eigen kloten wassen! De gringo's lopen met hun neus in de lucht! Maar wat deert het hun? De zakken van de kapitalisten zijn goed gevuld! Breek me mijn bek niet open senhor Juca! En wat de mensen in bepaalde gebieden aangaat, die... komen wij tegemoet!' Nu had reporter Juca hier op gespeculeerd, gegokt dat Vargas Raposo zich te buiten ging, zichzelf zou blootleggen, maar denkt de eerzuchtige journalist: in het zojuist gestelde had Raposo gelijk. Verdomme! De Braziliaanse regering zou dit gemakzuchtkapitaal van de gringolanden aan banden moeten leggen en controleren. Het imperialisme is als een rotte houtworm voor ons land en niet alleen Brazilié, nee, voor heel zuid-Amerika. En de regering? Maar zo naïef was journalist Juca nu ook weer niet. De importeur dan, neen, er is teveel geld mee bemoeid. Ze zouden moeten luisteren naar de stelling van de indiaan, rubbertapper, mensen met ervaring in het duurzaam beheren van de natuur.

wordt vervolgd....

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Storyteller om 14:20 Reageer op dit bericht

THE BALLAD OF CHICO MENDES

foto: Storyteller in Tanguá, Brazil 1991

 

 

 

In 1992 schreef ik het lied: 'The ballad of Chico Mendes' (The blues for the woods)

Klik op de linkerbalk bij STORYTELLER MUSIC - nieuwe vid Ramblin' Wayn (youtube) zoek naar 'The blues for the  woods' + doorsturen thanks!

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 Reageer op dit bericht

Leitors Brasileiros/Braziliaanse lezers: Padre Thomas e seu 'contos folclóricos' - Pater Tum en zijn 'folklorische verhalen'


Thomas com seu livro - Pater Tum met zijn boek
Foto de Fábio Guimarães






Vez em quando, eu publicar um do seus 'Contos Folclóricos'
Primeiro um artigo (encurtado) de jornal 'O Dia' de 12/1/1997

PADRE HOLANDÉS DEFENDE ENSINO DA BIBLIA DE FORMA BEM POPULAR

Os ensinamentos da biblia podem ser transmitidos de forma bem popular. A teoria é defendida pelo padre holandés Thomas Pieters, 75 anos, vigário paroquial da Igreja nossa Senhora do Amparo, em Tanguá.
Ele vai lancar a segundo ediçâo do livro, editado com mil exemplares há cerca de dois anos. O padre faz questâo de frisar que apenas reconta as histórias populares que escuto desde que chegou há 40 anos de Maastricht, cidade a 200 quilõmetros de Amstardã, na Holanda.
"Os contas folclóricos sâo a Biblia do povo Brasileiro desde o iníncio da colonizaçâo. Como as pessoas nâo tinham acesso é Biblia escrita, as historias eram contados de uma forma teatral, principalmente no Sul do pais - onde morei durante 15 anos - por descendentes de alemães, italianos e portugueses.
Na Europa, esse contos estâo esquecidos há mais de 200 anos, mas aqui essa forma de perpetuar a esséncia do cristianismo - continua passando de pai para filho". explicar Pieters.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Storyteller om 18:10 Reageer op dit bericht

COLUMN: GOEDHARTIGE VROUW & HAAR ALCOHOLMAN

Joëlson was een soort zuipbroer :wink: .
Hij sliep of dronk, maar is een o.k mens.
Ik bezocht vaak het huisje waar hij samen met zijn vrouw Zezér woonde.
Een tengere vrouw, wiens voorouders ooit uit Syrië naar Brazilië kwamen, handelsmensen, marskramers en dus reizigers, verwant aan het zigeunerleven.
Zezér was goedhartig, naiëf, geloofde in de heiland en bezocht daarvoor één van de vele evangelische kerkjes, waar zij haar troost vond. En als ze naar het kerkje ging was ze gekleed in haar mooiste rok en poeierde zelfs een beetje haar mager gelaat, zodat kleine roosjes op haar wangen kwamen. 
Ze wonen in het plaatsje Tanguá op 65 kilometer van Rio de janeiro.
Als ik Zezer bezocht en Joelson was op de loop, of lag te maffen, dan bereidde ze eten voor mij.
Daaarom zorgde ik ervoor dat mijn maag leeg was, als ik voor het kleine huisje in mijn handen klapte en hun naam riep.
Ik kreeg dan een enorm bord met rijst, zwarte bonen, farofa met bananen en een flinke portie spiegeleieren.
Er was dus géén ontkomen aan.
Ze had drie honden die verzorgd werden als háár kinderen, die ze met Joelson niet had.
De honden kregen ieder dag een volle pot met maispap (angú) voorgeschoteld, en verder alles wat de pot verschafte, terwijl de kippen voor eieren zorgden en enkele bomen voor de overheerlijke mangas.
Haar tuintje was gesierd met gele bloemen en ze hield van het leven ondanks de niet gemakkelijke omgang met haar man.
Ja, ze waren getrouwd en liet me een album zien. Ik zag een gelukkige jonge vrouw in het wit en Joëlson in een sjiek kostuum met kravat. 
Het ridicule van het huwelijk, ik bedoel dat natuurlijk niet in honende vorm, maar, zo als de mensen nu ken was het toch bizar. Doch misschien was het wel de gelukkigste dag van haar leven en ik gunde het haar, want zij was rechttoe.
Het huisje was de eenvoud, aan de muren hingen enkele schilderijtjes met bijbelse beeltenissen, en de tafel en stoelen stonden te wankelen.
Het was goed zo, alleen Joëlson dronk iets teveel, volgens haar.
'Hij is dronken... ligt te slapen,' zei ze vaak als ik haar opzocht, en dan stak ze haar twee wijsvingers aan de zijkanten van haar zwarte krullen, als zijnde horentjes.
Joëlson had geen werk, ten minste geen vaste baan, hielp zo nu en dan in een winkel of bar en werkte ooit als bouwvakker in Laranjeiros in Rio.

Ik herinner me die dag dat we 'op pad' gingen, daar hij vroeg of Hollanders, het woord ontleen ik van het Portugees 'Holandés', doch voel me meer een wereldmens, en soms noem ik me ook wel 'Flamengo', ook goede drinkers waren. Nou was dit geen provocatie van Joëlson, maar ik nam het aan, en stapten we als twee drinkenbroers de houten keet binnen.
Dit bleek tevens een winkeltje, maar achter de toog stond de fameuze muurplank vol met de cachaças, de 'pinga' het hemelse suikerrietdestillaat van Brazilië.
De drank kan van sterkte variëren en de winkelpinga is zo'n 40%, doch ik dronk eenmaal zelfgestookte, die de 60% wel haalde.
Vuurwater in pure vorm en raadzaam dit niet puur te drinken. Daartegenover is het drinken van een 'caiparinha', (een mix van pinga, lemoen, ijsblokjes en suiker) alsof wijfjes-engeltjes op je tong piesen. Maar echte 'Macho's'? Neen, die drinken dit puur, is de Braziliaanse slagzin.
Het is maar waar men de grenzen legt.
Men zegt dat het uit de 16de eeuw stamt en de slaven het kregen aangeboden (lees opgedwongen) door hun  blanke overheersers, die dachten dat hierdoor de slaven betere prestaties leverden op de suikerrietvelden.
Ik weet dat het oppassen is met de 'witte rum'.
Ik dook dus met Joëlson die keet in.
Het was rond 10 uur in de morgen.
Binnen was het al behoorlijk warm geworden en tegen de 40 graden. De glazen, halve bierglazen, werden gevuld, en weggeslokt. En het eerste vleugje werd gemorst op de vloer, dit om de goden goed te stemmen.
Alle begin is moeilijk, maar het werd een helse rit.
De uitbater van de tent mocht me wel en schonk daardoor de glazen nog wat voller. We dronken het merk '51' of 'Pitú', die de goedkoopste zijn maar niet minder in kwaliteit.
Na vier uur hadden we twee flessen geledigd, terwijl we er tussendoor enkele flessen bier dronken om de dorst te lessen.
De keettemperatuur steeg snel en de zon brandde als een duivel op het dak.
Het zweet liep me van de borst en ik leek wel een ontvlucht steppenpaard dat stond te trappelen.
Joëlson was ook aan het wankelen en zijn taal was nu moeillijker te volgen.
'Mais um!' nog eentje, riep ik, toch met een scepsis in mijn stem.
'Eh... mais um...' wauwelde mijn zuipbroer.
De flessen op de muurplank leken zich te vermenigvuldigen, en we gingen enigzins slingerend naar buiten. Daar stond de bekende man klaar met zijn hamer, het leek meer op een moker of een ijzeren smidshamer, of die van Ogum, de macumba ijzergod.
Nondesju! Verdikkeme! Puta que Pariu!
De zon leek nu te brullen, en de duivels en paljassen hebben in Brazilië allerlij kleurschakeringen en Brazilë was nu als één groot lunapark aan het draaien.
We liepen naar het centrum en nogmaals een bar binnen.
We probeerden nog enkel pinga's, maar de esprit was eruit.
Joelson besloot naar huis te kuieren om te gaan slapen en de genegenheid van Zezer.
Ik ging mijn weg en voelde me moe, wezenloos en gelukkig te gelijk.
Thuis hoorde alleen nog dat mijn vriendin zei dat drinken slecht was voor de potentie en viel in een diepe slaap, de wereld was gemodificeerd, ik verlangde naar een vrouwenkus, een liefkozing, en daarna konden voor mijn part  transcedente wezens me komen halen.
:twisted:    Wayn

Mijn disculpatie voor de benevelde:lol: foto van Joëlson
24119-426db831e1010c044159901be89e0c29.jpg

Storyteller met Zezer in haar huisje   1993
24119-428b6db97786d985e0f24c3ed854fc42.jpg
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Storyteller om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

SURREALISTISCHE DROOM VAN EUCLIDES SLOT

Op het Tiradentesplein ziet hij een prostituee en vraagt haar of ze Gloxinia kent. De zwaar opgemaakte vrouw zegt Isabel te heetten en niet duur te zijn, maar van Gloxinia heeft ze nooit gehoord. Euclides is vertwijfeld, gaat weer drinken en wordt ten slotte lazarus.
Dat is zijn grootste fout.
Thuis zit zijn vrouw, drie kinderen en hij begint te huilen. Zijn vrouw Ana-Carolina had hem nog nooit zo gezien en probeert hem te troosten. Ze vraagt hem zijn probleem en hij stort zijn ziel uit en verteld haar alles open. De vrouw wordt nu een kwade helleveeg en wil niks meer met hem te maken hebben en in een vlaag van woede slaat hij de kinderen en zijn vrouw tot bloedens toe.
De buren, die toesnellen weten hem te overmeesteren en niet veel later zit hij op het politiedistrict van Gloria.
Zijn vrouw wil scheiden.

Hij vertrekt uit de buurt Gloria en huurt een kamertje in een zijstraat van het Tiradentes-plein. Hij zoekt contact met Salonki, een verre vriend die hij ooit ontmoette toen hij als liftmonteur werkte, en zo goed was geweest om hem en zijn vrouw uit een klemmende lift op de 33ste verdieping aan de avenida Rio Branco te bevrijden.
Zo nu en dan ontmoet hij hem nog en dan hebben ze gesprekken over het menselijke denken.
Filosofie, of in hoeverre de mens kon gaan in zijn weergaloze uitlatingen over het leven.
De volgende dag zit hij in de spreekkamer van zijn verre vriend, de paragnost.
Salonki luistert aandachtig naar zijn verhaal en knikt bedenkelijk.
Zijn eerste vraag is natuurlijk of Euclides er wel zeker van was. Dat het geen droom is geweest, een visioen?
Euclides wordt een weinig verward.
Een droom?
Is zijn verre vriend geen zielenkenner, iemand die de mens toch beter zou moeten kennen en inschatten?
Zeker hem.
Ja, hij had al vaker zijn twijfels geopperd aan de zekerheid van dit soort mensen. Zijn ze niet gewoon hun eigen mening toegedaan?
Want een mens is ten slotte een mens en ieder heeft zijn kijk op een ander mens, een opinie.
'Dus je denkt dat ik fantaseer Salonki? vraagt hij bitter.
'Neen... maar logisch gezien is het moeilijk te aanvaarden dat...'
'Dat wat?
Dat ik geesten zie?
Ik héb verdomme die vrouw gezien, ontmoet, het was klaarlichte dag. Ik was niet aan het slapen... Nondesju! Merda! Puta que pariu! Ik ben niet gek!'
Enkele uren later zit hij in een gesloten afdeleing van een psychiatrische inrichting om tot rust te komen, nadat hij in een woede aanval alle ruiten van zijn profeterende vriend aan diggelen had geslagen.
Na zijn vrijlating gaat hij nog meer drinken.
Hij heeft geen adres meer en is zijn baan kwijt.
Dus slaapt meestal in het 'Campo de Santana' park tussen de vele katten, terwijl zijn toestand snel verslechterd.
En zo wordt hij een bekende clochard in Rio's centrum.

Ik had hem ontmoet op het Tiradentes-plein waar hij eenzaam en droevig op een bank zat, kijkend naar de duiven boven op het schitterend beeldwerk van Indianen en de vier grote rivieren.
Hij vertelde me zijn verhaal.
Een man die mijn leeftijd had, zelfs geboren in dezelfde maand, op dezelfde dag. Een mulat met een mager gelaat, zware baard, sjofele keren en diepliggende donkere ogen.
Wel... ik kon twee dingen denken: hij was geestesziek of vertelde de waarheid.
Zo simpel ligt dat.
Ik gaf hem wat geld, maar het kon hem niet troosten. Een afgedwaald iemand, en er was niemand meer die hem aanvaarde, niemand die zijn verhaal geloofde, dat meer beruste op een waanvoorstelling dan op een gebeurtenis die vatbaar was voor de doorsnee denkende menselijke geest.
Toch.
Ik weet dat mensen dingen kunnen meemaken, die een ander nooit zou begrijpen, zoals het ontmoetten van personen. Misschien uit het vorig leven?
Een teken?
Zou Euclides zijn Gloxinia ooit teruvinden?
Hij had echt gedroomd.
Of... had hij haar metterdaad ontmoet is de Carioca-straat?
Was zij een schim geweest, een geest, die iets met zijn verleden te maken had?
Om zijn hals hangt een medallion met een klein portret van zijn vrouw en kinderen, een herinnering aan zijn vorig leven.

In de bus op weg naar huis bleef het voorval mij intrigeren. Des te meer daar de naam Gloxinia een zeldzame was in Brazilië.
Ik ging zoeken in boeken en vond de naam: een bloem, een tropische sierplant met grote velvetachtige kleurvolle kelkbloemen, maar haar blaren verleppen na loop van tijd, worden geel en vallen af.
Een verwijzing?
Maar hoe moest dat dan geplaatst worden, in welke context?
Ik dacht: de naam kon géén fantasie zijn. Want hoe zou Euclides aan haar naam gekomen zijn, als de vrouw niet bestond?
Of was het toch een droom geweest?
Zou hij de oude vrouw met de bloemnnaam ooit ontmoet hebben, lang geleden, in en andere ambiance, die zijn weg bepaald had?
Zoals de levensweg van een ieder van ons bepaald zou worden?
Een lot, een bestemming?
Ik bezocht nadien nog vaak het Tiradentes-plein, maar zag Euclides nooit meer terug.

Fim
:cry:


Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Storyteller om 22:08 Reageer op dit bericht

Meer van BRASIL / impressies / reisverhalen

↑ Terug naar de berichten