klompenkapper

klompenkapper
anemoontjes
Adio Akropolis
hei molentje
Hei molentje
Tekst: J. Prins - Muziek: B. Verhallen
Hei molentje, molentje, hoog in de wind,
Wat sta je weer dapper te draaien.
Je doet of je 't uiterst noodzakelijk vindt
Het licht van de zomer te maaien.
Je kijkt naar de zon en je denkt: wat een schat,
Wat een schat, laat ik daadlijk beginnen.
De zon is van goud, maar het licht is te glad
Je haalt er geen hallem van binnen.
De wieken bewegen en vliegen en vegen.
Hun schaduwen tegen de grond.
De stenen die dreunen en draaien en steunen
En komen al kreunende rond.
Maal verder, maal verder, maal stevig en straf.
Je werken blijft toch onbegonnen.
Het licht van de zomer, dat maai je niet af
Het licht van de zomerse zonne.
windmolen
nog neen oudje...ken j't nog

de sleutel van de bibelebontse berg....
Op de bibelebontse berg
Staat een bibelebonts huis
In dat bibelebonts huis
Wonen bibelebontse mensen
En die bibelebontse mensen
Hebben bibelebontse kinderen
En die bibelebontse kinderen
Eten bibelebontse pap
Met een bibelebontse lepel
Uit een bibelebontse nap.
love songs
het vinkje

Het vinkje
Tekst: Diederik - Muziek: R. Hol
Ik heb een aardig vinkje,
Zit buiten in een kooi.
Fluit allerhande deuntjes,
Oh jongens klinkt zo mooi.
Ik wou dat ik ook zo fluiten kon,
Ik wed dat ik er best de kost mee won.
'k Zal op mijn vinkje passen,
zo goed als ik maar kan.
zijn bakje wil ik vullen,
Met zaad, daar houdt het van.
Met helder water vul ik 't glas,
'k Wou, dat ik ook zo'n vinkje was.
Maar altijd zo gevangen,
Te zitten in een val.
Denk niet dat mij zo'n leven,
Heel goed bevallen zal.
Niets gaat er boven vrij en blij,
Dat zeg ik en daar blijf ik bij.
En daarom, aardig vinkje,
Gaat straks uw kooitje los.
Uw liedje klinkt toch mooier,
Daar ginder in het bos!
Kom in de winter maar eens weer,
Dan strooi ik kruimpjes voor u neer.
lieveheersbeestje
die ken je wel... hoop ik
ken je dit nog.... Kleine Katrijne

Kleine Katrijne.
Kleine Katrijne
zat op het groene gras,
en lepelde uit een schoteltje
waar zoete pap in was.
Toen kwam een dikke spin
en viel er midden in.
Kleine Katrijne
die huilde van verdriet,
en zei: " Die pap, die spinnepap,
die éét Katrijne niet! "
wit geitje
ochtenddauw
zigeunerlied

Zigeunerlied
In het avond'lijk uur
Bij het knappende vuur
Zingt het koor der zigeuners u voor
Een gezamenlijk lied
Verdwijnt de zorg en 't verdriet
Breekt de zon in de harte weer door
Komt zigeuner zingt
Bij het lied gaan de zorgen teloor
Als 'n zigeuner zingt
En de mandolien klinkt
Breekt de zon in de harten weer door
Nergens blijven wij lang
Want de zwerversdrang
In ons bloed drijft ons dagelijks voort
Waar wij ook zijn geweest
Het is overal feest
Onze zang heeft een ieder bekoort
Komt zigeuner zingt
Bij het lied gaan de zorgen teloor
Als 'n zigeuner zingt
En de mandolien klinkt
Breekt de zon in de harten weer door
Een zigeuner is wijs leeft steeds in 't paradijs
Voelt zich een met de mooie natuur
Neem 't leven als hij steeds vrolijk en blij
't leven is 'n mooi avontuur
Komt zigeuner zingt
Bij het lied gaan de zorgen teloor
Als 'n zigeuner zingt
En de mandolien klinkt
Breekt de zon in de harten weer door
gipsy-music
Boerenmarsch

Boerenmarsch
Wij zingen van de boeren en boerinnen,
Wij zingen van de hele boerenstand,
Die het altijd door van elke stand zal winnen,
Die het sieraad en de trots is van ons land.
Ja, de boeren, de boeren en boerinnen
Zijn de glorie en de rijkdom van ons land.
Wij zingen van de boter en de kazen,
Wij zingen van de melk en van de wei,
Die de hele wereld altijd doen verbazen,
Die de glorie zijn van elke boerderij.
Ja, de boeren, de boeren en boerinnen
Zijn de glorie en de rijkdom van ons land.
Wij zingen van de erwten en de bonen,
Wij zingen van de bieten en het graan,
Die de boeren, als de oogst het werk wil lonen,
Met d'r centen naar de spaarbank toe doen gaan.
Ja, de boeren, de boeren en boerinnen
Zijn de glorie en de rijkdom van ons land.
regen

Regendropje
Regendropje hoor eens wat
Was de takjes en het blad
Was de takjes van de bomen
Dat er spoedig kersjes komen
Lekkere kersjes fris en rond
Die me smelten in de mond
Regen dropje hoor eens wat
Maak mijn kopje ook maar nat
'k Wed dat moeder straks zal zeggen
Als ze mij in bed wil leggen
En ik spring haar op de schoot
O wat is dat kind al groot
tranen....regendag

Regendag
Grijs gewelf met grauwe regen
Koepel van ons huis
Waarom stort ge uw tranen tegen
‘t Venster van m’n kluis?
Ziet ge niet in bei m’n ogen
Tranen die ik schrei?
Waarom zonder mededogen
Stort ge er de uwe bij?
Tranen lekken langs m’n wangen
Om m’n eigen wee
Zingen dan uw weemoedzangen
Droppels met me mee?
Tranen lekken langs de ramen
Van m’n kamerkijn
Droppels droef, we schreien samen
Om wat zonneschijn
Alice Nahon 1896-1933
tranen
liedje van de smid

Het liedje van de smid
Een smidje in zijn smisse
Die zong den heelen dag
Zijn stemme klonk zoo helder
Bij ied'ren hamerslag
Hij zong zoo blij: van tokke- tokke- tok
Hij zong zoo vrij: van kloppe- kloppe- klop
Het klonk zoo lustig dan
Het liedje van den zwarten man
Een meisken op haar kamer
Die had dat lied gehoord
Haar hartje ging aan 't jagen
Bij smidjes aardig woord
Het ging zoo snel: van tokke- tokke- tok
Het ging zoo fel: van kloppe- kloppe- klop
Het sloeg zoo teeder dan
Bij 't liedje van den zwarten man
"Och smidje van hierover
Leer mij dat schoone lied"
"Lief meisje, 'k zal 't u leeren
Als gij mij geerne ziet
Kom zing met mij: van tokke- tokke- tok
Kom zing met mij: van kloppe- kloppe- klop
Wij zingen samen dan
Het liedje van den zwarten man"
Het meisje werd zijn vrouwtje
En hij haar beste man
En kleine kleuters kwamen
Die zongen mede dan
Ze zongen blij van tokke, tokke, tok
Ze zongen vrij van Kloppe, kloppe, klop
Het klonk zo lustig dan
Het liedje van de zwarte man
1 reactie op dit bericht
Mooi gemaakt Jos
Lieve groetjes Gerda & Elza