Paasklokken


Paasklokken

Paschen

PASCHEN.
Wat treurt ge bij dit graf en staart bedrukt ten gronde?
Uw Liefde is hier niet meer, uw Liefde is opgestaan!
Van hare schouders wierp zij 't doodskleed van de zonde,
En trok het wit gewaad des levens weder aan.
Hoe heerlijk staat zij daar, hoe rein en ongeschonden,
Nog jonger na den strijd, nog machtiger voortaan!
Hoe glanzend haar gelaat! Hoe wijd haar hartewonde,
Daar nu geen stralen bloeds, maar stralen lichts uit slaan!
Gegroet, o Hemelsche, gegroet, o Wonderbare!
Gij die met godenkracht den dood verwonnen hebt,
En mijnen rouwdag in een feestlijkheid herschept.
Het orgelt om mij heen; 't is of het Paschen ware!
Alleluia mijn ziel, verheerlijk uw heldin,
En zing voor haren troon het hooglied van de Min.
Rene de Clercq
Pasen...

kinderversje... LENTE
maarts weer-weetje...

de lente

(Frederik van Eden 1860-1932)
Reeds is het statig eiber-paar gekomen,
‘t geduldig rijs wringt stil de knoppen los,
de zoele lente luwt door ‘t zonnig bosch
en wiegt mijn geest in weemoeds-zoete droomen.
Violengeur stijgt op uit vochtig mos,
een bronzen gloed veerjongt de dorre boomen,
en primula’s en dotterbloemen zoomen
de groene wei met gouden voorjaarsdos.
Wat heb ik, milde! naar uw komst gesmacht!
wat scheen uw toeven lang! — is ‘t niet mijn leven
dat door uw donzen adem wordt gewekt?
Eens zult ge niet meer keeren, als ge trekt,
des weerziens zaligheid mij niet meer geven
en grimmig grijnst dan d’eindelooze nacht.
lente - weerspreukje

lente weetje...

tulpen...
maart weetje...

lente weetje...

Paashaas is moe
de pashaas heeft het druk (ik ook)

Narcis...

Narcis
(Louis Couperus 1863-1923)
Aan de boord ener beke
Zie ik leliën dromend staan,
Wijl golfjes om haar stengels
Schuimend gaan.
Een rei als van nymfen,
Die zich beuren uit de beek,
Een rei als van sneeuwwitte bruidjes
Zo kuis, zo bleek.
En in heur midden heft zich
Een enkele narcis,
Die kwijnt op zijn stengelke
Van droevenis.
De leliën smachten van minne,
Voor die geluwe narcis;
Zij geuren haar zoetste geuren,
Zo zwoel…zo fris.
En de goudgele bloeme nijgt zich
Steeds verder naar de vliet,
Tot hij in de zilvren spiegel
Zijn beeldtnis ziet.
Zo koud en zo kil is het water…
Zijn zoenen prangt
De bloem op het beeld, waar minnend
Hij over hangt.
En de leliën lispelen droeve,
Dat nog steeds met des jongelings lust
De bloem zijne beeldtnis
Op ‘t water kust…
wijze raad....

maaart zonder blomme....

toverhazelaar.... Hamamelis
pasop voor 10 maart...

maartse buien....

berijpt