Top-20 Week 7

Top-20 Week 7
Top-20 Week 6
Interview met The Horses"The Horses zijn de toekomst van de rock!"
Normaal gezien heeft een mens op een doordeweekse, winterse dag niets te zoeken in Durmeland tenzij er een interview met The Horses en een bezoek aan het legendarische Heartbreak Hotel aan vasthangt en dat is het geval. Het is van 1971 geleden dat de grootste rockgroep aller tijden nog eens een interview weggaf.
Met enige schroom overschrijdt ik de drempel van het hotel waar zoveel rockgeschiedenis geschreven is. Met uitzondering van de live-platen hebben The Horses hier al hun opnames gemaakt. De eigenaar van het Heartbreak Hotel, Peter Thurston, in hoogsteigen persoon wacht mij op en begeleidt mij naar de catacomben van het hotel waar de vijf heren mij opwachten. Het doet een beetje vreemd aan om de grootste legendes uit de rockgeschiedenis hier zomaar, met een kopje koffie binnen handbereik, te zien zitten als doodgewone stervelingen. Bovendien blijken ze nog sympathiek te zijn ook, niks geen capsones. Dus wat kan een mens beter doen dan de eerste vraag stellen.
Heren, voor het eerst sinds 1971 komen jullie weer als groep naar buiten. Daar moet een reden voor zijn?
Zoef : Ja, in augustus komt er een splinternieuw album uit.
Wiggen : Bovendien zijn we zeer ontevreden met de huidige gang van zaken in de rockmuziek. Het lijkt er op of iedereen is meer bezig met de zakelijke kant van de muziek dan met de eigenlijke muziek.
The Duke : Heb je al eens goed geluisterd naar wat vandaag allemaal doorgaat voor rock? Het lijkt wel erwtensoep.
Kunnen jullie al iets zeggen over het nieuwe album?
Zoef : Alle nummers zijn klaar en opgenomen. Enkel de mixing moet nog gebeuren.
Hij duwt op een knop en de nieuwe nummers knallen uit de boxen. Ik word bijna zowel letterlijk als figuurlijk van mijn stoel geblazen.
Horseface (lacht) : Blijf rustig zitten. Wat je hier hoort bepaalt welke richting rock zal uitgaan de komende twintig jaar.
Wiggen : Ach, het is zo simpel. Wij vinden niks uit.
The Voice : Wij brengen de muziek terug tot zijn essentie. Goeie melodie, goeie beat, goeie teksten en geloof in wat we spelen.
Zoef : Ja, vooral dat laatste lijkt de dag van vandaag ver weg.
Horseface : Eigenlijk hebben we al genoeg gepraat. Over muziek moet niet teveel geluld worden. Er moet vooral naar geluisterd worden.
De heren voegen de daad bij het woord en nodigen mij uit mee te gaan naar hun repetietielokaal. Tot mijn grote verbazing nemen zij hun instrumenten en na een krachtige one, two, three, four van Horseface breekt de hel los. Ze spelen daar zomaar helemaal hun nieuw album. Ze gaan tekeer als jonge veulens. Ieder nummer heeft hitpotentie. Ze doen dingen met hun instrumenten die voorheen nooit gedaan zijn en toch klinkt de muziek meteen vertrouwd in de oren. Dit wordt beslist de sensatie van dit najaar.
The Horses unisono : Voilà, dit wilden wij zeggen en nu gaan we er één drinken.
De heren zijn terug hun beminnelijke zelf en ik, ik ben zwaar van mijn à propos want ik heb 'the past, the present and the future of rock 'n' roll' gezien, gesproken en vooral gehoord.
Een Kroniek (3)
Ieder kind heeft recht op fysieke en morele integriteit of tenminste zo zou het moeten zijn.
Het was één van die weinige zonnige lentedagen en hij had zin om ergens naar toe te trekken. Maar waarheen? Misschien een ritje naar zijn oude dorp want dat was ook alweer jaren geleden? Ach ja, waarom ook niet. Hij parkeerde de auto op het dorpsplein en stelde vast dat café 'De Oude Mol' er nog steeds was. In zijn jeugd was dat ook al de naam van het café maar niemand gebruikte die. We gingen gewoon een pint drinken bij Lamot. Hij stelde vast dat de meeste huizen van vroeger er nog altijd stonden maar dat de bewoners waarschijnlijk al lang niet meer dezelfde waren. Hij wandelde voorbij het oude gemeentehuis dat tegelijkertijd ook dorpsschool geweest was. Het gebouw stond er nu helemaal vervallen bij. Hij wandelde verder en zag in de verte een oude vrouw staan. Toen hij bijna op haar hoogte was herkende hij haar. Het was de moeder van één zijner jeugdvrienden. Ze bekeek hem met een blik van herkenning maar hij zag haar twijfelen. Hij groette haar en toen ze zijn stem hoorde glimlachte ze breed en nodigde hem uit naar binnen voor een kop koffie. De geur die in het huis hing was die van karnemelkpap, zurig dus.
Hij was zes en zijn ouders zetten hem af in het internaat. In de prachtige ontvangstzaal werden zij allerhartelijkst begroet door Moeder Overste, 'Mère Supérieure' zoals wij moesten zeggen. Er werd mijn ouders op het hart gedrukt dat er goed voor hun zoon zou gezorgd worden. Niet dat dat mijn ouders ook maar iets uitmaakte, het enige dat zij wilden was zo snel mogelijk van mij verlost te zijn want kinderen waren meer een last dan een lust in hun leven. Zo snel als maar kon vertrokken ze en daar stond hij dan. Dit zou voor de zes volgende jaren zijn thuis worden. Alles wat hij bij zich had werd hem door een non afgenomen en ergens opgeborgen, hij heeft nooit geweten waar. Daarna was het al snel tijd voor het avondmaal. In stilte en in rijen van twee moesten zij naar de eetzaal. Die was gevuld met lange tafels en ieder kind werd een plaats gegeven. Er hing een eigenaardige, zurige geur in die zaal. Twee nonnen gingen rond met een grote pot en gaven ieder kind twee grote lepels van een soort pap. Het bleek karnemelkpap te zijn maar dan van het soort waarin nog grote brokken verdikker, 'Maïzena', lagen. Hij proefde een lepel en moest bijna braken. Hij weigerde deze smurrie te eten. De non van dienst maakte er weinig woorden aan vuil. Ze nam zijn bord weg en plaatste het in één van de grote, witte ingebouwde kasten tegen de wand. Na het avondmaal en de nodige gebeden was er nog een heilige mis en daarna naar bed. 's Anderendaags, de eerste echte schooldag was het vroeg dag en die begon alweer met een heilige mis en pas dan het ontbijt. Maar dat ontbijt ging aan hem voorbij net als alle andere maaltijden die dag en de dag erna. Telkens kreeg hij dat bord karnemelkpap voor zijn neus gezet en tot de avond van de tweede dag weigerde hij het op te eten. De toestand van het ellendige brouwsel werd almaar bedenkelijker en toen hij de avond van de tweede dag toch besloot om het van de grote honger maar op te eten was de pap al helemaal bedekt met schimmel en stond er zelfs haar op. Sinds die avond heeft hij gedurende zes lange jaren elke avond dat in het internaat was, en dat waren de meeste avonden, die karnemelkpap gevreten.
Top-20 Week 5
De weg naar een socialistische, vrije wereld (6)Gezondheidszorg.
Hoe armer mensen zijn hoe slechter hun gezondheid is. Dat is algemeen geweten. Ban de armoede en de gezondheid van de wereldbevolking zal vanzelf al heel wat verbeteren.
De eerstelijnsgeneeskunde moet gratis zijn en voor iedereen beschikbaar en toegankelijk. Specialistische zorgen, ziekenhuisopnames...moeten betaalbaar zijn voor iedereen. Dit betekent dat de remgelden afhankelijk moeten zijn van het inkomen van de patiënt.De zorg voor bejaarden, psychiatrisch patiënten, minder-validen e.a. langdurig zieken moet gratis zijn.
Onderzoek en ontwikkeling van medicijnen komt in handen van de gemeenschap, evenals de productie en prijsbepaling.Het kan niet langer zijn dat het winstprincipe beslist of een medicijn al dan niet beschikbaar wordt.
Als overgangsprogramma kan ons sociaal zekerheidssysteem zoals het in oorsprong was, als basis dienen. Ons huidig systeem is al veel te veel uitgehold om nog dienstig te kunnen zijn.
Een Kroniek (2)Ieder kind heeft in zijn jaren van onschuld recht op genegenheid, geborgenheid, tederheid en liefde of tenminste zo zou het moeten zijn.
Over zijn prilste kindsheid wist hij zo goed als niets, toch niet uit eigen herinneringen. Voor hem was het net of hij had zijn eerste zes levensjaren overgeslagen.
Ongeveer tot zijn veertigste had hij deel uitgemaakt van het clubje genaamd de rooms-katholieke kerk. Vandaag begrijpt hij nog niet hoe hij daar al die tijd bij kon blijven. Immers, in de naam van de rooms-katholieke god, jezus en de heilige geest hebben nonnen en pastoors zijn leven grondig verwoest. Misschien kwam het omdat hij gewoon niet wist dat men zich kon laten ont-dopen. De dag dat hij dat te weten kwam heeft hij daar meteen werk van gemaakt. Hij schreef een briefje naar het bisdom en kreeg snel een briefje terug met de vraag om hen te laten weten waar hij gedoopt was. Niemand had hem dat ooit verteld maar op zijn identiteitskaart stond waar hij geboren was en dus veronderstelde hij dat hij daar, in de materniteit van het ziekenhui, ook wel zou gedoopt zijn. Dat was in de tijd dat hij geboren was vaste prik. Een telefoontje naar het ziekenhuis volstond om de bevestiging van zijn vermoeden te krijgen. Hij maakte plaats en datum over aan het bisdom en al snel liet men hem weten dat hij geschrapt was uit de doopregisters. Voor hem was dat een hele bevrijding en meteen wist hij ook waar en wanneer hij gedoopt was.
Al jaren piekert hij zich suf over wat er in die periode toch wel zou kunnen gebeurd zijn maar een antwoord vindt hij niet, hoe diep hij ook in zijn geheugen wroet. Een buurvrouw vertelde hem ooit het volgende:
“Ja, ik weet nog dat jij een heel rustig ventje was toen je een jaar of drie, vier was. Telkens ik bij jullie aan huis kwam zat jij in je houten schommelpaard en daar kon je uren blijven zonder iets van jou te laten horen. Meestal viel je daat gewoon in slaap.”
Een andere buurvrouw, een café-bazin, vertelde hem iets over zijn grootvader. Die herinnerde hij zich nog al was het maar omdat hij hem op tienjarige leeftijd dood op de vloer gevonden heeft.
“De naam van je grootvader was Gustave. Hij was de vader van je moeder en hij woonde bij jullie in. Het was een zeer flinke man die op hoge leeftijd nog te voet naar zijn geboortedorp ging en dat ligt niet meteen naast de deur. Maar soit, voor zover ik weet was jij zijn lievelingskleinkind. Op zondagvoormiddag kwam hij, gekleed in zijn zondags zwart ribfluwelen pak, zijn 'druppelkes' drinken. Jij was altijd bij hem en voor jou kocht hij een stuk chocolade. Ja, je opa was een heel ander en veel beter mens dan je oma of je moeder.”
William SouffreauVrijdag 7 mei: William Souffreau & Friends in de AB!!!
Al wie de muziek liefheeft en meer bepaald rockmuziek: Neem jullie agenda en noteer in het rood vrijdag 7 mei want dan krijgt WilliamSouffreau, één van de iconen en grondleggers van de vaderlandse rockmuziek een eerbetoon in de AB te Brussel.
50 Jaar, een halve eeuw, is William al actief als muzikant en songschrijver. Hij startte op 14-jarige leeftijd en speelde in een aantal groepjes uit het Aalsterse alvorens met Irish Coffee en het door hem geschreven nummer Masterpiece een hit te scoren. Irish Coffee maakte in het begin van de jaren zeventig één lp en een aantal singles en wordt nog altijd beschouwd als één der beste rockgroepen uit die tijd in Europa. Overigens is die lp nu een felgezocht collectors item.
Na de split van Irish Coffee in 1974 heeft William bepaald niet stilgezeten. Compromisloos en wars van alle hypes heeft hij zich een weg geploegd doorheen het Vlaamse muziekwereldje. Hij speelde in covergroepjes maar evenzeer heeft hij een aantal solo cd's op zijn actief die door de kritiek allemaal gunstig werden ontvangen. Cd's als 'Under A Belgian Moon', 'Time', 'Little Man', 'In My Room' en de uit 2008 stammende 'William Souffreau & The Moonlovers' zijn allemaal meer dan het beluisteren waard.
In 1994 was er ook een reünie van Irish Coffe. Dit leidde tot een fel gesmaakt live-optreden in het nationwide uitgezonden Duitse rockprogramma Rockpalast en een cd van hoog niveau.
Heden ten dage is William Souffreau nog steeds alive and kicking. Hij treedt nog zeer regelmatig op en zijn concerten zijn van een hoog niveau. In het muziek-café Boogie Woogie te Geraardsbergen organiseert hij om de 2 weken The Show op donderdagavond . Naast William zelf, spelen daar ook steeds jonge, beloftevolle artiesten of muzikanten die al een tijdje bezig zijn met muziek van hoge kwaliteit.
En nu staat deze William Souffreau dus op vrijdag 7 mei in de AB in Brussel om zijn 50-jarige carrière te vieren.
Dus : Put your rock 'n' roll shoes on and have a good time!! Tickets via de website van de AB.
Een Kroniek (1)Leven is voor later.
Voor ieder mens betekent de dood het einde der tijden en de geboorte het begin van het leven of tenminste zo zou het moeten zijn
De nonnen beleefden duidelijk veel pret aan het spelen met een jongetje van zes jaar. Dat jongetje zag er wel een beetje raar uit. Hij bestond alleen maar uit een hoofd met 2 ogen en dat was het. Het
regende maar daar schenen de nonnen geen last van te hebben. Ze dolden met het hoofd dat het een lieve lust was.
“Heb je pijn op je borst” vroeg de verpleegster van de spoeddienst.
“Neen” antwoordde hij.
“Wat voel je dan?” vroeg zij.
“Angst” antwoordde hij.
Ze gooiden het hoofd tegen de muur, ze gooiden het naar elkaar, het kwam in de plassen terecht, ze trapten er op en ze lachten een wrede lach, een lach zoals nog niemand ooit gehoord had.
“Angst? Welke angst? Angst waarvoor?” vroeg de verpleegster.
“Dat weet ik niet. Ik heb het zo koud.” zei hij.
“Bloeddruk is in orde. Het hart is ok. Niks aan de hand.” sprak ze.
Hij zei niets en staarde in het ijle.
“Ik zal de neurologe oproepen” zei ze.
Het kind was machteloos, volledig overgeleverd aan deze dienaressen van god. Hij was letterlijk en figuurlijk hun speelbal. Het stond doodsangsten uit.
“We hebben niets gevonden, meneer, alles lijkt in orde maar laat voor alle zekerheid maar eens een foto van je hersenen nemen” zei de neurologe.
“Ach ja,” dacht hij, “dat kan er ook nog wel bij” maar hij zei niets.
“Dan mag je nu naar huis” zei ze.
Af en toe kwam iemand kijken wat al dat kabaal op de speelplaats te betekenen had. Toen zij de nonnen bezig zagen haalden zij de schouders op en verdwenen weer, terug naar waar ze mee bezig waren voor ze door het lawaai afgeleid werden. 1
Niemand kwam het kind ter hulp.
Daarna werd de patiënt aan zijn lot overgelaten. De oorzaak hiervan was waarschijnlijk het feit dat hij al voor de vierde keer op spoed belandde met dezelfde verschijnselen. Zijn geloofwaardigheid was volledig weg. Het was er weer zo eentje die dacht dat hij van hyperventilatie zou sterven.
Zonder enige overgang stapte hij op een kasseiweg die schijnbaar zonder einde was. Hij was volwassen. Hij had de handen diep in zijn zakken en het hoofd diep tussen de schouders. Een twintigtal meters achter hem aan liep een hele meute mensen die hem bekogelden met kluiten aarde en stenen. Ze scholden hem uit voor nietsnut, mislukkeling, arrogante klootzaak en nog veel meer van dat fraais. Hij probeerde er geen aandacht aan te schenken maar iedere aardkluit, iedere steen, elk scheldwoord raakte hem tot in het diepste van zijn wezen. De hele lange mars probeerde hij zich te verzetten door er flink de pas in te zetten. Uiteindelijk moest hij dat verzet opgeven en hij liet zich vallen langs de kant van de weg. Nu zag hij de wrede, van haat en woede verwrongen gezichten van zijn achtervolgers. Een non, die hij zich nog herinnerde van het spelletje, maakte zich los uit de menigte. Ze had een groot stenen kruis in de hand. Hij zag haar op zich afkomen en berustte in zijn lot. Ze hief het kruis de hoogte in en krijste: “Moge god u genadig zijn”. Met een harde klap liet zij het kruis op hem neerkomen.
Met een schok kwam hij weer tot zichzelf en stelde vast dat hij in de auto zat. Zijn vriendin zat achter het stuur en bekeek hem zorgelijk. Hij probeerde zich te herinneren wat er gebeurd was. Was het een droom? Een hallucinatie?
Hij keek zijn vriendin aan en vroeg: “Heb ik geantwoord op de vragen die ze mij op spoed geseld hebben?”
Ze knikte van ja en hij vroeg vervolgens of hij de juiste antwoorden gegeven had en weer knikte hij van ja. Vervolgens vertelde hij haar wat hij gezien had. Ze reageerde niet maar keek hem veelbetekenend aan. Hij begreep waar deze blik op sloeg en besefte dat het de hoogste tijd was om zijn demonen te verdrijven.
Top-20 Week 4