ijsberen
Mensen vinden beren lief en om te knuffelen. Maar beren zijn niet dol op mensen. Als die verschijnen, gaan ze meestal snel weg. Je vindt ze daarom alleen in ruige natuurgebieden. Beren lopen plat op hun voeten. Daarom kunnen ze (net als mensen) goed op hun achterpoten lopen. Dat is een grappig gezicht.
Een ijsbeertje van een half jaar is 25 keer zo zwaar als bij zijn geboorte. Als een mensenbaby dat zou flikken, woog een kind van een half jaar honderd kilo.
Als ergens veel voedsel is - zoals een dode walvis of walrus - kunnen daar soms wel honderd ijsberen bij elkaar te vinden zijn. Ruzies zijn zeldzaam.
Volle melk bevat ongeveer 3% vet. IJsbeermelk tien keer zoveel. Ongeveer even romig als melk van een zeehond en een walvis.
IJsbeertanden worden elk jaar iets dikker. Als je de tand van een ijsbeer doorzaagt kun je de jaarringen tellen.
De Inuït (officiële naam van de Eskimo's) kennen de ijsbeer als Nanouk. Niet verwarren met de zangeres.
Poolreizigers van vroeger aten ijsbeervlees. Maar de lever lieten ze liggen. Die is dodelijk giftig.
Een slanke ijsberin in Canada liet de weegschaal uitslaan tot 92 kilo. Nog geen jaar later woog dezelfde dame meer dan vijf keer zo veel: 505 kilo.
Als er iemand zuinig is met energie, is het de ijsbeer . Hij heeft de beste isolatie die je je kunt voorstellen. Een prachtige dichte vacht. Een perfect duikpak van vet. Zo kan onze 'pool-ster' overleven in de wereld van sneeuw, ijs en duisternis.
Een ijsbeer is zwart. Tenminste, als je hem zou scheren. Aan zijn neus kun je dat nog zien. Door die zwarte huid wordt de ijsbeer iets warmer. Dat klinkt gek, maar toch is het logisch. Elke haar van een ijsbeer werkt als een glasvezel: het licht wordt naar de huid vervoerd. En net als in de zon een zwarte auto heter wordt dan een witte, zo warmt een 'zwarte' ijsbeer onder die vacht meer op dan een bleke ijsbeer .
Feiten
De meeste ijsberen maken voor de winter een sneeuwhol. Als het erg bar weer is, brengen ze daar soms een paar weken of nog langer half duttend door. Binnen in een sneeuwhol schommelt de temperatuur rond het vriespunt. Bovendien is het er windstil.
Eind jaren zestig leek het erop dat de ijsbeer zou uitsterven, omdat de mensen voor hun plezier ijsberen afschoten. Onder andere op aandringen van het Wereld Natuur Fonds werd de ijsbeer gelukkig in de jaren zeventig beschermd. Nu zijn er weer vijf keer zoveel ijsberen als dertig jaar geleden.
Toch is de ijsbeer niet buiten gevaar. Want de mensen verontreinigen het milieu en lozen giftige afvalstoffen in zee. Die stoffen komen in het vet van kleine beestjes terecht, dan van vissen, dan van zeehonden. Uiteindelijk komen die giftige stoffen dus in de ijsbeer terecht. Daar wordt hij ziek van. Een andere bedreiging is de verandering van het klimaat. Doordat we teveel energie gebruiken, wordt het steeds warmer op aarde. Daardoor raakt het weer in de war en gaat het ijs smelten. Als dat gebeurt, komt de ijsbeer nog meer in de problemen.
Er leven in totaal ongeveer 25.000 ijsberen. Het poolijs smelt in de zomer af en groeit als de winter komt weer aan. De ijsbeer reist met het ijs mee. Soms zelfs letterlijk: dan laten ze zich met ijsschotsen meedrijven.


















