De verleiding
De verleiding
.
ze kwam met haar zoete rondingen aangezet
ja, van ver, over de grenzen heen van fatsoen
bouwde een horizon van oven naar verlangen
ze had er weet van, wat met de zwakte van een man te doen
.
het was beloofd, ik zou geen honger leiden
en dankbaar knikte ik op haar ondeugend gebaar
maar het is pas klaar als men zich eerst
aan de warme liefde gaat wijden, zei zij,
en wees daarna naar het elektriek
op de aanrecht, ja daar
.
heb je poeder in huis om het te verzoeten
riep zij bij het afscheid nog
bij haar schuivende deuren op benzien
maar ik rende al naar het fantasierijk genot
nooit had ik geleerd te tellen van een tot tien
zo is het leven van een zot
.
zonder blikken en blozen at ik zonder te moeten,
doch door innerlijke zuchten opgejaagd
kwamen lichtelijk geparfumeerd,
alle pannenkoeken aan bod, zonder zoete spijs
.
dus zonder glijmiddel, en zonder water,
ongeremd in het paradijs
alwaar de liefde van de man zijn basis draagt

