Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
In een neigende pose
In een neigende pose
met wijd gespreide knieën
toont zij een strak gestrekt beeld
die een split verbeeldt, maar dan
in een vorm van goed gevormde sterke spieren
vanuit een breed zitvlak, de stuit rakende
zij buigt haar ruggengraat voorwaarts,
om in de pose voorwaarts te neigen
ook wellicht om met haar bovenlijf
een mogelijke schaduw te beschermen
of met hoofd met eigengereide sprieten
haar bestaan te ontkennen
de elle bogen stutten
min of meer het lichter gewicht
opdat de handen elkaar raken,
enkel om haar zijn te sieren
wijl haar hoofd als nederig buigt
ter volmaking van een gedicht;
in gestreepte vlakken,
van waaruit ik ook haar lijf mag vieren,
zeker door ogen van een schepper
voor mij uitgelicht
De verleiding
De verleiding
.
ze kwam met haar zoete rondingen aangezet
ja, van ver, over de grenzen heen van fatsoen
bouwde een horizon van oven naar verlangen
ze had er weet van, wat met de zwakte van een man te doen
.
het was beloofd, ik zou geen honger leiden
en dankbaar knikte ik op haar ondeugend gebaar
maar het is pas klaar als men zich eerst
aan de warme liefde gaat wijden, zei zij,
en wees daarna naar het elektriek
op de aanrecht, ja daar
.
heb je poeder in huis om het te verzoeten
riep zij bij het afscheid nog
bij haar schuivende deuren op benzien
maar ik rende al naar het fantasierijk genot
nooit had ik geleerd te tellen van een tot tien
zo is het leven van een zot
.
zonder blikken en blozen at ik zonder te moeten,
doch door innerlijke zuchten opgejaagd
kwamen lichtelijk geparfumeerd,
alle pannenkoeken aan bod, zonder zoete spijs
.
dus zonder glijmiddel, en zonder water,
ongeremd in het paradijs
alwaar de liefde van de man zijn basis draagt
levend sterven
in geuren en kleuren
in geuren en kleuren
als de dag, stilaan,
haar licht ontvouwt
lijkt zij in mij
anders te willen kleuren
waar het najaar
over een komend afscheid rouwt
ruik ik nu, niet onverwachts,
jouw bevrijdende lentegeuren
Eva
eva
.
langs akkers van schroom
slenter ik of eerder
schuifel ik voorwaarts
.
aarzelend om ongericht
in een verwarrende droom
te zullen trappen
ben ik dan nog mijzelf, respectvol aards
of onderga ik enkel zielenkrampen
.
mijn neerwaarts gerichte ogen
begrenzen als beklemmende bundels
van zwart licht meer en meer
mijn krimpende borst
.
totdat een knechtende geest
de nog resterende
levenszaden heeft gedorst,
.
door angst het meest?
,
lumen maternum
lumen maternum
.
ik heb mijn lucht opgeklaard
niet dat zij nu blauw kleurt
rood zijn nog mijn tranen
immers niet alles is in een dag bedaard
.
ja, ik heb weet van rouw, wie niet
uitgespreid over een gangbare periode
soms in donker zwart, met een modderig lied
of juist opgestapeld
naar een hoogte van een pagode
.
telkens word ik mij er meer van bewust
dat het leven mij niet in slaap sust
wel is het zo, dat mijn geroerde ziel
meer aan zichzelf wordt herinnerd;
.
wijl ik voor haar beeltenis kniel
en overgave haar voeten kust
Lustrum
Lustrum
.
het is stil,
maar niet onaangenaam
de warmte schijnt me toe
.
ben even terug
op de plek van ontmoeting
iets wat ik bij regelmaat doe
.
daar waar ik
mijn verhaal kan doen
of de herinnering vier
bij haar zilveren vlinder
waarmee ik nog steeds
haar steen versier
.
door de jaren heen een plek
waarmee ik ben verbonden
ja, een vertrouwde stek
nadat het -samen- werd ontbonden
.
het is geen treurnis wat ik deel
enkel een tevreden herinnering
dat adem geeft en perspectief
.
mij even weer optilt
als de dag een last meedraagt
.
maar waar ik ook
van groot respect getuig
in een levende waardering
eigenwaarde
Gehavend
Ta solitude
Ta solitude
i
dagen dragen traag
over lege nachten heen
donker verslindt het licht
'k hoor stil geween
achter handen,
ze bedekken je gezicht
i
juist als dagen gaan lengen
en men verhaalt van hoop
zie ik je in jouw stilte zuchten
gevoelens laten zich mengen
kennen geen reinigende doop
i
het zijn die dagen
die traag dragen
en ik je hand wil omsluiten
i
ook om een morgen te vragen
met doorzichtige ruiten
waarin je ogen het wagen
rozen te ontwaren
en je oren luisteren naar
vogels die nog altijd fluiten
Die eensaamheid
Bewegende grenzen
Bewegende grenzen
dualiteit tussen echt en onecht
tussen verstoten en zelfrecht
binnen, buiten
trachten een wereld te omsluiten
leven in de overlevering
die vandaag naar morgen heet
wonen in kastelen van karton
of tussen tochtige muren
zeker ook onder het blauw
een glimlach in de zon
waar men ademt tussen
keuze en leuzen
van verzamelde levensbrokken
de verjaagde mens
of juist de gekozen eigen weg
vertaald in unieke kleuren van bestaan
die in geest en lijf
zweven van wens naar grens
en ogen
gedreven door de ziel
het zoekend pad begaan
’n Rondte om
’n Rondte om
.
loop net saam
’n rondte om
.
deur stil
strate
.
ek is dan stil
as ek saam met jou
by myself kom
.
jy kan dan praat
ek sal jou loslaat
'n Genesende atmosfeer
'n Genesende atmosfeer
.
Die reis huis toe voel steeds ver weg
Nie net 'n paar meter nie
Maar hierdie is 'n pad na 'n brandende ster
Jy weet, die een op weg na ons maan
.
Ek vertrek met my swaar skoene aan
want die weg word as swaar beskou
en dra my lewe saam met my in my sak, my kop en my hart
ook wat ek nie gedoen het nie en wat ek langs die pad berou het
.
Langs die pad sien ek weer almal wat 'n rol gespeel het
in watter fase van die roete ook al gereis is
Baie groet my, daar is ook diegene wat minder groen gras op hul hande het en kyk weg as 'n logiese gebaar
.
Ek nader die punt waar ek nie meer kan omdraai nie
met die vogtigheid van vrees, inspanning en die weer
Al my gedagtes verdwyn langs die pad
en sê hallo vir diegene wat wag
Hulle ontvang my in 'n genesende atmosfeer
showroem
showroem
..
een schrijver is meestal vol lof over de natuur.
en dicht verlicht het gezicht van zijn ziel
bij het eerste licht in de morgenstond
.
achter mijn bord gezeten, waar ik, enkel tuur
bereikt mij het besef dat ik mijn jaarlijkse taken
de afgelopen week heb afgerond,
het afbreken van takken en ruimen van bladeren
waarmee ik mijn binnenste met buiten afbakende
.
oh, het is niet meer dan
mijn aangeslagen ramen
een blik naar buiten scheppen
waarachter, let wel binnen
een pronkende Aziatische dame
met statigheid mij toeknikt en de dieren
let wel buiten hun roest in de lentezon deppen
.
ik heb dit verschijnsel op beeld vastgelegd
en was in goede moed bij het ontwaken
dat heb ik wel vaker
als iets liefs tegen mij wordt gezegd
dan schreeuw ik dit van de bovenste daken
.
enfin, ik kijk nu met genot naar buiten
was toch vergeten dat achter die ruiten
weer geniet van de groeiende kuiten
van voor mij nog jonge moeders
die bij afscheid bij school
(in de straat) nog even hun
kind in de armen sluiten
.
mijn wereld is weer vergroot
net zo als in het voorgaande voorjaar
zoals gezegd nu met een blij hart
net als de vogel op de stoel met een buigend gebaar

