Naar de inhoud

Djumbodicht

Doorway to my soul
akke.beakke.be
Werd ontworpen voor een schermresolutie van 1440 x 900
De keuze van gedichten is uiteraard heel persoonlijk. Als kind verzamelde ik al gedichten die ik mooi vond.
Indien door het publiceren de rechten op "je" gedicht geschonden worden, laat het mij even weten, dan verwijder ik het onmiddellijk.
Voor de foto's heb ik zoveel als mogelijk de toelating gevraagd van de fotograaf,
maar hier ook geldt hetzelfde als voor de gedichten.

Archief

48 - Reine De Pelseneer - Waakvlam




Waakvlam

Warrig zucht de vrouw om wat er is:
niet meer de nachten die een man vol vuur
voor haar verzon, maar de lakens
van een witte slaap. Ze leest

een blad in deinend licht, telt af
en toe een schaap en ademt dieper
opdat kalmte om haar dicht.

Maar het duister blijft breed als de borst van de man
die ze mist, en het bed is een boek
waarin de vrouw zich keer op keer
van pagina vergist.

(Reine De Pelseneer - 1982 -     )

47 - Miriam Van hee - reeen




reeen


ik vroeg of je nog van me hield
en je zweeg lange tijd
tot je 'kijk', zei, 'beneden'

daar stonden in langzaam
en laaghangend licht
twee reeën een ogenblik stil,
toen vluchtten zij snel en gewichtloos
het struikgewas in

hier en daar werden bladeren geel
dat was wat je daarna zou zeggen
'september, de herfst komt er aan'

Miriam Van hee (1952 -      )
Foto uit blog "Twin Deer Mother"


46 - Jacques Prevert - Dejeuner du matin

 Dejeuner du matin

Il a mis le café
dans la tasse.
Il a mis le lait
dans la tasse de café.
Il a mis le sucre
dans le café au lait.
Avec la petite cuiller
il a tourné.
Il a bu le café au lait
Et il a reposé la tasse
sans me parler.
Il a allumé
une cigarette.
Il a fait des ronds
avec la fumée.
Il a mis les cendres
dans le cendrier
Sans me parler.
sans me regarder.
Il s'est levé
il a mis
son chapeau sur sa tête
il mis son manteau de pluie
Parcequ'il pleuvait.
Et il est parti
sous la pluie
sans une parole
sans me regarder.
Et moi j'ai pris
ma tête dans ma main
et j'ai pleuré.

(Jacques Prevert 1900 - 1977)

45 - Luc De Mey - Kerstmis



om te smaken van de vrede
ons beloofd door 't kerstmiskind
wil ik doen als velen deden
wil ik luisteren naar de wind

en ik hoor de storm sneeuwen
op de bomen in het veld
op de jaren, op de eeuwen
zo wordt kerstmis ons verteld

om te smaken van de vrede
wil ik worden als een kind
ach, hoelang is het geleden
dat ik werkelijk heb bemind

en terwijl de mensen geeuwen
- niemand kan de wind verstaan -
blijft het buiten steeds maar sneeuwen
tot de winter is gedaan

(Luc De Mey 1943 -      )
(Foto Xmas by M De Mey)


43 - Jeroen Swaan - Bankje


bankje

bankje

iets in mij gelooft
dat ik duizend jaar zal worden
of minstens toch de helft
maar zeker wel een kwart
en dat ik dan nog steeds
geniet van onze liefde
minstens met mijn geest
maar zeker met mijn hart

iets in mij gelooft
dat ook jij zolang zal leven
of minstens toch zo lang
als dat ik leven mag
en dat wij dan nog steeds
hier op dit bankje zitten
minstens hand in had
maar zeker met een lach

(Jeroen Swaan  1955 -         )



42 - Karel van den Oever - Dinska Bronska

Dinska Bronska

Uit een oud dorp
- kameelbruin als de steppe -
uit Plocka
kwam Dinska Bronska.
Haar hoofddoek was pruissisch-blauw
en heur haar vlasgeel;
ook waren haar ogen blauw
als fjord-water.
Zij rook naar knoflook en spar,
zij droeg laarzen
en ging zeer zwaar en gauw.
In het "Hotel Lapland" zat zij
bij een tafel aan het straat-raam
zij schreef 'n brief.
Een haarlok viel laag op haar rode kaak
en zij stak haar tong uit,
want zij schreef moeilijk die brief
en daaronder 'Dinska Bronska', haar naam.
Ze stak ook de penstok in haar mond
en zocht met haar ogen langs het plafond.
Op het papier waren 'n inktvlek
en groot gestrompel van letters:
zij kocht het voor tien centiem
in de kruideniers-zaak
over het hotel.
Er was 'n beetje inkt aan heur kaak.

O, Dinska Bronska;
gij vertrekt naar Canada:
de verroest stoomboot wacht langs de kaai.
Gij laast op een almanach
der 'Red star-Line'
dat Canada groter appels,
o, hoger en geler koren heeft dan Plocka.
Het moet in Canada veel beter zijn!

O, Dinska Bronska,
met je zeer dikke vingers:
je schrijft zo moeilijk die brief.
Je ogen zoeken vliegen op het plafond.
'Moj Boze!'
Er zit 'n tranen-veeg,
o zo verdrietig,
van je blauwe ogen naar je mond.
O, Dinska Bronska!

(Karel van den Oever - 1879 - 1926)

41 - Willem Kloos - "Ik ween om bloemen ..."

Ik ween om bloemen in den knop gebroken
En voor den uchtend van haar bloei vergaan.
Ik ween om liefde, die niet is ontloken,
En om mijn harte dat niet werd verstaan.

Gij kwaamt, en 'k wist - gij zijt weer heengegaan...
Ik heb het nauw gezien, geen woord gesproken;
Ik zat weer roerloos na dien korte waan
In de eeuwge schaduw van mijn smart gedoken:

Zo als een vogel in den stillen nacht
Op eens ontwaakt, omdat de hemel gloeit,
En denkt, 't is dag, en heft het kopje en fluit,

Maar eer 't zijn vaakrige oogjes gans ontsluit,
Is het weer donker, en slechts droevig vloeit
Door 't sluimerend geblaarte een zwakke klacht.

(Willem Kloos - 1904 - 1960)

(foto how sad!! by Thursday )


40 - Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten




Mijn moeder is mijn naam vergeten.
Mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,
Laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten.


(Neeltje Maria Min 1944 -      )

(foto One more by Sappa)


39 - Marijke Hanegraaf - Hoe iemand voor een ander bestaat


Hoe iemand voor een ander bestaat


een vrouw loopt in de stationshal van de ene uitgang
naar de andere, net als iedereen, maar traag.

Je weet nog niet hoe gewaagd haar tempo is
en hoeveel te snel.

Door hun gejaag vervagen de overige passanten
tot strepen in de opname.

Wonderlijk hoe de vrouw door haar traagheid
afzonderlijke reizigers samenvoegt tot haar achtergrond
en hoe er een gebied ontstaat waar je oog op rust.

Net als iedereen loopt de vrouw in een lijn die ongeveer recht is,
tot haar ene voet hapert. Ze zet hem neer

maar iets te laat en er valt een leemte van een seconde
in de zorgvuldig opgebouwde regelmaat.

Haar voeten raken uit de richting, de vrouw
staat bijna stil, praat in zichzelf, doet alsof
haar niets ontschoten is, probeert een uitgang.

Als je even niet kijkt is ze weg.
Merkwaardig hoe ze een leegte beslaat.

(Marijke Hanegraaf 1946 -     )

Meer van Djumbodicht

↑ Terug naar de berichten