De beulen rouwen


José Antonio Sáenz de Santamaría
+25 augustus 2003
In Madrid overleed in zijn bed op 25 augustus 2003, de 84-jarige leeftijd, José Antonio Sáenz de Santamaría. Hij werd het slachtoffer van een hartinfarct. Sáenz de Santamaría begon zijn militaire carrière 2 dagen na het uitbreken van de burgeroorlog in 1936, toen hij zich als vrijwilliger aanbood. Toch had hij architectuur gestudeerd! Hij klom op tot brigadegeneraal van de Guardia Civil in 1975 om in 1980 tot “Speciaal Afgevaardigde van de Spaanse Regering in Baskenland” benoemd te worden. Hij hield zich bezig met de “anti-terroristenstrijd”. In 1986 werd hij adviseur van de Minister van Binnenlandse Zaken, José Barrionuevo. De aandachtige lezer zal gemerkt hebben dat de “Socialistische” Regering González intussen aan de macht was!
Sáenz de Santamaría maakte er nooit een geheim van dat “in de strijd tegen de Baskische onafhankelijkheid middelen gebruikt werden die verder gingen dan de legaliteit”. Hij verdedigde dan ook allen die deelnamen aan en beschuldigd werden van acties van GAL (Grupo Antiterrorista de Liberación). Als getuige in de ontvoeringszaak van Segundo Marey bekende hij dat er “Vuile Oorlog” was tijdens alle regeringen. In het “Onderzoek Oñederra”, waarbij de eerste GAL-aanslagen in de periode 1983-1984 werden onderzocht, werd hij dan ook zelf aangeklaagd.
Sáenz de Santamaría durfde zichzelf “democraat” noemen hoewel hij een Franco-militair en een volgeling van Machiavelli. Hij maakte tijdens de 40 jaren durende dictatuur carrière én fortuin, vooral in de Vuile Oorlog tegen de Basken die hijzelf “Ongeregelde Oorlog” noemde! “De Rechtstaat kan niet tot in zijn uiterste consequenties toegepast worden. Met enkel de wet toe te passen krijg je geen verklaringen van arrestanten los”, zei hij in een interview in 2001! Op de vraag of er gedurende de Regering Aznar ook nog Vuile Oorlog was gaf hij een eenvoudig antwoord: “Ik vermoed van wel. De (ETA-) commando’s geven zich niet vanzelf over. Er werd een dode gevonden met een met geweld uitgetrokken tand!” (Hierbij doelend op de ETA-militant, Joselu Geresta, die in 1999 in Errenteria dood werd aangetroffen.)
De operatie tegen ETA in het meubelfabriek Sokoa noemde hijzelf een voorbeeld van “het illegale gebruik van overheidsgelden”, en op ironische toon beschuldigde hij zichzelf ervan in deze Zaak (Sokoa) “vijf delicten” gepleegd te hebben. De voormalige Staatssecretaris van Veiligheid, Rafael Vera, die tot vele jaren veroordeeld werd voor de ontvoering van de Bask Segundo Marey, noemde hem “een grote verdediger van de democratie”!
Bij de veroordeling van Vera en Minister Barrionuevo sprak hij over “hypocrisie”. “Als ze hogerop verantwoordelijken willen zoeken dan moeten ze Adolfo Suárez, Leopoldo Calvo Sotelo en Felipe González in dezelfde zak stoppen. Bij het einde van het staakt het vuren door ETA, in 1999, verklaarde hij dat de Spaanse regering de gelegenheid om tot een proces van onderhandelingen te komen niet te baat had genomen, omdat het heel lang zou duren. “Ik zal het einde niet meemaken.”
De betaalzender, Canal Plus, zond op 27 augustus 2003 een interview uit met de overleden militair. (Eerder opgenomen!) Volgens Sáenz de Santamaría begaf de eerste regering na de dictatuur zich vaak op de rand van de legaliteit. En om zijn bewering kracht bij te zetten beweerde hij dat in de UCD-periode 48 ETA-doden vielen. “Toen begon de ‘Vuile Oorlog’, niet onder González.”
Een paar van zijn uitspraken:
“Regeringspresident Aznar heeft tics die aan Franco en aan andere dictators doen denken. Franco zat vol complexen en op een dag dacht hij superieur te zijn aan de rest. Aznar meent ook héél groot te zijn. Dat was te merken toen hij zich een gabardine kocht die vele maten te groot was en ik vermoed dat hij die betaalde met Staatsfondsen. Manuel Fraga (huidig regeringspresident van Galicië) kocht, met Staatsfondsen, het buitenverblijf, dat ETA drie keer in de lucht liet vliegen. Het ‘Groene GAL’ (lees aanslagen door Guardia Civil) heeft nooit bestaan. Dat was een uitvinding van de superrechter (lees: Garzón). Er is ook nooit een ‘señor X’ (Lees: Felipe González) geweest. Die verscheen enkel in een organigram dat die Klotegarzón tekende. ETA verslaan via politionele weg is ‘een absurde stelling.’ Jaime Mayor Oreja, een lid van Opus Dei, hanteert eveneens die absurde theorie. Felipe González is een politiek dier, erg nuttig om verder voor Spanje te werken. Minister Barrionuevo was een goede persoon, niet erg intelligent.”




















