Otsoportillo: plaats van onheil


Ze dachten dat
met het liquideren van enkele vogels
ook het lied zou verdwijnen.
Op 2 september 2006 kwamen opnieuw tientallen mensen samen om bij de diepe put (meer een kleine onderaardse grot) van Otsoportillo (op de bergketen Urbasa in Navarra) hun doden te herdenken. De Franquisten probeerden hun schandalen onder de grond te laten verdwijnen. Ze dachten dat met het liquideren van enkele vogels ook hun lied zou verdwijnen. Een massagraf méér, in Navarra. Zeventig jaar later staat er een klein monument en in twee stenen staat het schandaal in het Baskische en in het Spaans gegrift. Het gat werd met tralies dicht gemaakt. Symbolisch. De plechtigheid die werd georganiseerd door het gemeentebestuur van Etxarri-Aranatz, begon rond het middaguur met een eucharistieviering. Wie zich hierbij niet “thuis” voelde, stond op een respectabele afstand wat te praten en te wachten. Het roosterwerk over de “toegang” tot de grot was met bloemen bedekt. Een bertsolari zong enkele strofen waarna Juan Kruz Aldasoro (Batasuna) het woord nam en herinnerde aan het feit dat “70 jaar geleden vele burgers die zich inzetten voor hun Volk, voor betere arbeidsvoorwaarden, voor de taal, de cultuur en de identiteit van Euskal Herria, genadeloos werden geëxecuteerd. Hun ideeën blijven levend want op dit ogenblik werkt het hele Volk verder aan dezelfde ideeën waarvoor anderen zoveel leden en dit met hun leven betaalden. Om dit te gedenken zijn we naar Otsoportillo gekomen. Op dit ogenblik beleven we een hoopvol politiek moment. We staan voor de mogelijkheid om voor een conflict dat al generaties lang aansleept een definitieve oplossing te bereiken, gebaseerd op de erkenning van de rechten.” Aldasoro waagde zich op glad ijs door niet enkel de doden van toen te eren maar ook zij die “later hun leven gaven”: Martintxo de la Vega, Oeio Mariñelarena, Josu Zabala, Juan Ignacio Erdoizia, Mikel Arregi, Roberto Martínez en Angel Gurmindo, “Stein” (enkelen werden het slachtoffers van de Vuile Oorlos tegen het Baskische Volk, omdat ze in de terroristische organisatie ETA actief waren.) Ook de jongeren die gevangen zitten (of zaten) of die op de vlucht waren werden herdacht. Zes dantzaris dansten de eredans (Aurresku) op de tonen van de oeroude Baskische fluit, de Txistu.
Dan kwam Patxi Urrutia, lid van het hoofdbestuur van Batasuna aan het woord en die wond er evenmin doekjes om: “In 1936 veranderden ze Navarra in een hel en ze liquideerden méér dan 3.500 personen terwijl hun familieleden de meest onbeschaafde dingen moesten ondergaan. Nooit kwamen de verantwoordelijken van deze criminele daden voor het gerecht. Integendeel, het meest perverse is dat ze nog steeds in handen hebben wat ze bij de staatsgreep vast kregen! Het waren geen “dingen-die-tijdens-een-oorlog-gebeuren”, zoals sommigen blijven beweren. In Navarra was er nooit een oorlogsfront en diegenen die vermoord werden droegen geen wapens. Het was een wraakneming op nationalisten, werkmensen, socialisten, communisten, anarchisten en republikeinen. De verantwoordelijken bleven ongestraft terwijl de slachtoffers nooit erkenning of steun kregen. “Na de dood van Franco werd alles onder de mat geschoven en wilden ze ons tevreden stellen met enkele karamellen. Met de nieuwe “Wet van Historisch Besef” willen ze er nóg eens een mantel over heen leggen. Maar dit zal hen niet lukken. Dat ze nog even bloeddorstig zijn, blijkt uit hun gevangenispolitiek. Denk maar aan Iñaki de Juana Chaos en Bautista Barandalla” (die niet wordt vrijgelaten hoewel hij ernstig ziek is.) “We moeten de doden niet vergeten, maar evenmin hun idealen.
Er waren ook twee ongenode gasten in Otsoportillo aanwezig en wel in het uniform van Guardia Civil! Sommigen leren het nooit!
Naast Otsorportillo waren er nog andere “plaatsen van onheil”, met identieke gebeurtenissen: Basanziturri en Ordoz, Balcón de Ubaba, beter bekend als Balcón de Pilatos.



















