tellen tot twintig


Er was een keer één
en ze waren getweeën.
Ze vochten alle drie
als vier levende duivels.
Daar de vijfde kwam
durfde de zesde
aan de zevende niet roeren.
Zo dacht de achtste,
en ook de negende
had zich over de tiende vergist.
Want er kamen elf dienders
die de twaalf kerels
alle dertien hebben opgesloten.
Zo is het met die veertien afgelopen.
Alleen de vijftiende bleef vrij,
hij had de zestiende niets misdaan.
Dat getuigde de zeventiende,
hoewel de achtiende dit tegensprak.
Maar de negentiende vroeg:
is twintig dan niet genoeg?



















