Jantje op stelten

Jantje op stelten
't had zò gesneeuwd. De sneeuw lag dik.
Ze lag zo hoog, zo hoog als ik.
En 'k liep er in, en 'k zonk er in.
Ik zonk erin tot boven de kin.
Maar 'k wilde toch naar schole gaan.
En 'k trok mijn vaders laarzen aan.
En 'k stapte dapper door de snee'
Net of in anders nooit iets dee'
En de sneeuw,- sa maatjes, dat was een jool!-
De sneeuw bleef hangen aan hiel en zool.
En 'k groeide , 'k groeide bij iederen stap.
'k Werd groter dan onze keldertrap.
Ik pakte een kraai op een hoge tak,
Ik keek in de goten en óver elk dak.
Ik groeide misschien een meter of tien
dat hadden de mensen nog nooit gezien.
Ik zag mijn maatjes lijk mieren beneën,
En ik riep hun toe: ' Wat zijt ge toch kleen!
En toen ik voor de schooldeur stond.
Daar kon ik waarachtig niet meer op de grond.
Maar meester haalde een lange leer,-
Zo daalde ik terug op aarde neer.
P. van Moerlande




















1 reactie op dit bericht
Een fijne dinsdagnamiddag
zonder dromen zijn?
Groetjes Nikki