
Ze kwamen uit het oosten
de koningen van ver,
en volgden het schijnsel
van ene gouden ster.
Met mirre, goud en wierook
zo waren zij belaan,
en zij kwamen te samen
de lange weg gegaan.
Zij zochten de verlosser
en vonden het kindje teer,
uit een maagdekijn geboren
en Zoon van God de Heer.
En knielend, diepe neder,
hebben zij 't kind vereerd,
en zijn met vree beladen
naar 't oosten weergekeerd.
Zo laten wij dan mensen
de weg der wijzen gaan,
nimmer de moed verliezen
nooit stille blijven staan,
doch volgen 't licht der sterre
dat ons in 't leven leidt,
dat vrede schenkt de mensen
nu en in eeuwigheid.
Wilfried Vervisch