De Duitschers in Lanaken 1914


Een verslaggever van de Graafschapbode maakte het volgende verslag dat op 1september 1914 verscheen.
De bedoelde zondag viel op 30 augustus toen de feiten zich afspeelden.
De toestand in en om Maastricht.
Zondag (30 augustus) begaven zich zoowel 's morgens als 's middags, een groot aantal wandelaars in de richting van Smeermaes en Lanaeken, een paar grensdorpjes op een half uur afstand van Maastricht, waar sedert Donderdag Duitschers waren ingekwartierd. Door onze grenswacht werd echter niemand doorgelaten, die geen behoorlijke pas kon toonen. Tegen 12 uur werd vanuit de richting Tongeren schieten gehoord en tegen hallf twee waren toen al de aanwezige Duitsche troepen overhaast in die richting afgetrokken. In de boerderij van Kallen tegenover het station was een sterk detachement cavalerie Ingekwartierd, een koe was geslacht en een groot aantal kippen, eenden en konijnen hadden eveneens het leven moeten laten. De binnenplaats lag als bezaaid met afgeslagen kippenkoppen en veeren Ook hadden zij nog een paard meegenomen. De boer had een zoogenaamd bonnetje, een eenvoudig uit een notitieboekje gescheurd blaadje, daarvoor in betaling gekregen. Op de keukendeur was met krijt geschreven :„Wachtstube 3e Komp.' Ook op andere, plaatsen waren nog paarden meegenomen, in 't geheel een 15-tal en allen hadden bonnetjes gekregen. Bij Amedée Martens, een café, kreeg ik er een te zien. Het luidde: „1 Pferd an die 3e Comp. Landw. inf. Rgt 20 afgegeben. Lanaeken 23-8-1914. SÜNGER, Landw. Unterofficler".
De Burgemeester (Edgard de Caritat de Peruzzis toen nog in leven) toonde mij voor een bedrag van 6000 Mark van die bons. Hij had zes paarden moeten afgeven en had op zijn landgoed Peterheim gedurende eenige dagen een aantal Duitsche officieren Ingekwartierd gehad. Zaterdagavond was een soldaat van het 20e landweer regt., geboeid. Op aanwijzing van een burger, bij wien hij 60 francs uit de kast had gehaald, werd hij met een touw vastgebonden, in een kamertje opgesloten en door twee gewapende manschappen bewaakt. Toen de troep vertrok, werd hij of zijn paard vastgebonden meegevoerd. In de Gendarmerie, waar een aantal gehuwde gendarmen woonden, Is op werkelijk vandalistische' wijze huisgehouden. Alies Is daar kort en klein geslagen Met woest geweld zijn de kleederen en beddegoed vernield, kachels en fornuis omvergegooid, spiegels en schilderijen stuk geslagen en de boeken en papieren door elkaar geworpen en vertapt. Op de markt werd de Belgische vlag van het raadhuis gehaald en verbrand en op een in aanbouw zijnd hoekhuis de Duitsche vlag uitgestoken. In den winkel van Delzaine werd alles wat voor het venster stond, de straat opgegooid Van andere molestaties hoorde ik echter niets Op alle plaatsen waar zij in de café's waren geweest, hadden zij ruimschoots betaald. Bij eer boer op de Smeermaes, waar er zes waren geweest, gaven zij aan het dochtertje bij hun verrek ieder 20 pfennig. Er zullen, evenals overal elders in de maatschappij, ook in het Duitsche leger goede en kwade elementen zijn.
De burgemeester van lanaken zal daarna aan het hoofd van een groep vrijwilligers de Duitsers regelmatig bestoken. De groep de Caritat verplaatst zich op motoren. Zo is er een aanval op Duitse soldaten in het dorp Mopertingen bekend
Den 27e september had eene schermutseling plaats in de parochie (Mopertingen), tusschen Belgische vrijwilligers, die te Lanaken verbleven en Duitsche patroeljes: twee Duitsche soldaten werden nog al ernstig gekwetst, Daarop volgden eenige angs(t)volle dagen voor de gemeente, De Duitschers kwamen met versterking terug: De vrijwilligers trokken zich terug in de richting van Lanaken achtervolgd door den vijand, De Duitschers schoten op de vluchtende burgerbevolking: het is als een wonder dat niemand geraakt werd, de Burgemeester, zijn broeder Lambert Jans, zijn schoonbroeder Arthur Meyers, Hendrik Parthoens en andere burgers werden gevangen genomen, Hendrik Parthoens wed mishandeld zoodanig dat hem het bloed langs het aangezicht drupte, Zij werden verantwoordelijk gesteld voor het optreden der Belgische vrijwilligers, Indien er door deze nog geschoten werd op het grondgebied Mopertingen, dan zouden zij allen worden doodgeschoten en de gemeente zou worden afgebrand, Dewijl er gedurende eenige dagen niets meer was voorgevallen werden de hogergenoemden in vrijheid gelaten, doch gedurende vele dagen moesten de leden van de gemeenteraad zich beurtelings als gijzelaar stellen te Bilzen. Enkele dagen later zijn dan de hier onder vermelde feiten voorgevallen.
Edgard zal in oktober van 1914 als enige van die groepvrijwilligers het leven laten te Hamont eveneens bij een gevecht met de Duitse troepen die hen vanaf 4 oktober na een aanval op Lanaken, waarbij de Duitsers heel wat openbare huizen en burgerwoningen in brand staken, doen vluchten richting Hamont. Na de dood van De Caritat werd zijn lichaam naar Maastricht getransporteerd en gaven zijn mannen zich over aan de nederlandse Grenswacht, die hen arresteerden en interneerden.




























