
Het is voortreffelijk weer, met uitzonderlijk hoge temperatuurwaarden voor de maand november. Op de kerkhoven staan de bloemen van Allerheiligen er nog bij alsof ze pas geplaatst zijn. Vroeger waren er jaren dat deze bloemen al in dezelfde dag het loodje legden bij vriestemperaturen.
Vanaf de overzijde van de Maas stijgen vliegtuigen op en vliegen richting zuiden. Vliegtuigen zullen ook een rol spelen bij de man waarmee ik een gesprek zal voeren op deze prachtige herfstdag in Smeermaas aan de Maas.
Langs de Maas komt mij een man op een scoot-mobiel tegemoet gereden. Als ik de man aanspreek over het goede weer ontstaat er een gesprek over van alles en nog wat.
De man in het elektrisch vervoermiddel is Bernard Crolla uit Malperthuis een wijk in Maastricht. Hij is na enkele operaties gekluisterd aan dit vervoermiddel en als het weer het toelaat maakt hij dagritten in de omgeving van Lanaken, met zijn uitstekende fietsroutenetwerk.
Twintig km heen en twintig km terug kan hij met zijn mobiel rijden zonder zijn accu op te laden. Nu is hij onderweg naar ‘de Hochterbampd’. “Ik ben er bijna 80 maar nu pas ga ik mijn eigen omgeving ontdekken’ zegt hij , “het is hier fijn vertoeven”.
Bernard was tijdens zijn loopbaan machineconstructeur. Op vele fabrieken rond Maastricht heeft hij gewerkt en heel wat van die fabrieken heeft hij zien ten onder gaan, zoals de Ceramique, de Sphinx en de Walram.
Bernard is ook een man waar thuis vaders wil wet was. Pa was een gelovig mens en wilde ons, 6 jongens en drie meisjes, de gevaren van het uitgangsleven besparen. Wij werden geen lid van jeugdbewegingen en het café was voor ons taboe.
Op een gegeven moment komt ook de oorlog ter sprake. “We woonden al van voor de oorlog in de omgeving van de Walram (later Radium en reeds lang gesloten rubberfabriek in Maastricht). Pa, die kleermaker was, had daar een huis gehuurd met een grote wei achter. We hielden daar geiten, kippen en konijnen. In de oorlog mocht er niet geslacht worden en toch gebeurde dat wel bij ons. Er werd dan aan ons verteld dat we een geit slecht hadden aangebonden en dat die weggelopen was. Zo konden wij ons niet verraden als er naar gevraagd werd door de bezetter. Intussen was slachter Jaak Paulussen thuis geweest om de geit te slachten en hadden wij weer vlees op de plank”.
Een ding zal Bernard nooit vergeten. Tijdens de eindfase van de oorlog moest mijn broer met het ‘gezeumerde graan’ -dat bij ons gedroogd was en ontdaan van het kaf- naar de molen in Amby, om het te laten malen. Renee had op de bagagedrager van zijn fiets de zak met het gedroogde graan vastgebonden. Toen hij reeds vertrokken was riep pa hem terug omdat hij had gezien dat er een gaatje in de zak zat en dat het wel eens kon gebeuren dat als hij in Amby aankwam de helft kwijt zou zijn. De zak werd van de fiets gehaald en hersteld door pa.
Op het moment dat de zak gerepareerd was en pa en Renee deze weer aan het vullen was met het graan, klonken er luide knallen en beefde de aarde.
Op dat moment vlogen Amerikaanse vliegtuigen over Maastricht die hun bommen lieten vallen op de spoorbrug over de Maas. Althans dat was de bedoeling. Maar in plaats van de brug werden de twee maaswijken ‘t roeddörrep en ’t Kreijedörrep’ getroffen met de nodige slachtoffers tot gevolg.
Als de zak niet stuk was geweest zou onze Renee zich met zekerheid in de nabijheid van de brug hebben bevonden en was hij waarschijnlijk een van de slachtoffers van deze tragedie geweest.
`Dit gebeuren werd heel vaak aangehaald bij ons thuis, dan zei Pa weet je nog die zak met dat gaatje in`......
18 augustus 1944
Een ware ramp had zich destijds nu 65 jaar geleden afgespeeld bij een bombardement door 12 Anglo/Amerikaanse vliegtuigen die in twee aanvallen een groot aantal bommen liet vallen om daarmee de terugtocht van de Duitsers te blokkeren. De bommen brachten aan de brug nauwelijks schade aan maar de twee maaswijken ’t Roeie dörrep en het Kreije dörrep kregen de volle laag.
Het aantal doden bedroeg uiteindelijk 120 (103 Maastrichtse burgers en 17 Duitse militairen). 65 zwaar gewonden werden in het ziekenhuis opgenomen. 325 percelen waren getroffen, waarvan er 29 totaal vernield en 26 onherstelbaar beschadigd waren. De overige 270 waren min of meer te herstellen. Het "Krejje Dorrep" was geheel verwoest en moest worden afgebroken. 1550 mensen waren dakloos. Het onder het puin vandaan halen van de slachtoffers kostte twee volle dagen, waarna de stoffelijke resten in de Dominicanenkerk werden opgebaard. Het ruimen van het puin nam meer dan een week in beslag.
Nog geen maand later op 14 september werd Maastricht bevrijd.






