Vroeger ouderwets hoor je dan.


Is er verschil met vroeger?
De eerste meidagen zorgen voor veel vrije dagen dit jaar. Een van onze kleinkinderen logeert bij ons. Het is mooi weer en ik besluit met hem naar de kinderboerderij te gaan.
Het wilde zo zijn, dat mijn kleinzoontje een ‘vrouwtje’ aantrof in de kinderboerderij. Ze zitten beiden op de kleuterschool het ‘Willertje’ in Waltwilder.
De ‘opa van het vrouwje’ wordt mijn gesprekspartner. Hij woont op het Molenweideplein en ik in de Brugstraat. Wat wij, buiten bet oppassend grootvaderschap, gemeen hebben is, dat wij beiden lang geleden, vóór onze legerdienst, werkzaam waren bij de Sphinx-Cheramique in Maastricht. Hij moest daar een héél groot aantal oortjes aanzetten aan de kopjes en ik maakte daar 27 closets per dag. Al pratende over vroeger kwam ook de dorpse samenhang van vroeger ter sprake.
Onze kinderen, die nu ook ouder zijn, hebben een veel gejaagder leven. Beiden gaan uitwerken en hebben daardoor een anders gestructureerd gezinsleven.
Beide ouders moeten nu zorgen voor het inkomen, daar waar vroeger het loon van de man, toereikend moest zijn voor de kost en woonst. Men spreekt nu van onthaalmoeders en naschoolse opvang. De moeders waren vroeger thuis bij hun kroost.
Het sociale leven in de wijk was anders als nu.
Vroeger zag je meer buren bij elkaar staan praten. Op stoepen zaten mannen bij elkaar die er een kaartje aan het leggen waren, terwijl iets verder jonge mannen aan het ‘litsen’ waren (met centen gooien, om ter kortst bij een getrokken lijn, waarbij de winnaar alles opstreek en bij gelijkheid een extra beurt voor de winst). Jongens en meisjes zijn aan het ‘kokerelle’ (met een touwtje aan een stokje een tol laten draaien), terwijl er ergens bij een kuiltje, in het wegdek of pleintje, enkele kinderen aan het ‘sjare’ waren (knikkers in een putje mikken, waarbij iedereen een worp doet en de kortst bijzijnde, zólang de andere niet geputte met de vinger mag putten, totdat hij er een mist, waarop de volgende mag proberen, winnaar is hij die de laatste knikker put voor hem is de pot, ). Ook waren er kinderen die spelen met een ‘reip’ ‘deij zien aon't reipe’. ( ’n reip is een fietswiel ontdaan van spaken, deze werd dan met een stokje voortbewogen waarbij men dan langs de ‘reip’ bleef volgen,). Twee literblikken waarin geconserveerde groente (meestal appelmoes) had gezeten, werden voorzien van twee touwtjes in aangebrachte gaatjes, een speeltuig om te ‘blikke’. Op de ‘weij’ werd een gat gegraven waar overheen takken en een oude mat of karton gelegd werd, waren de roofriddersholen van de jongens, het hield hen een hele dag bezig. ‘Bökske springen en’ kobboj en indiaantsje’ spelen met houten geweer en zelfgemaakte pijl en boog, dat was pas een spel. Geen zwembad aan huis maar een grote zinken wasbak met water gevuld gaf al veel waterpret.('in de besing' die ook gebruikt werd voor de wekelijkse wasbeurt er hadden maar weinig mensen een douche of bad) Meisjes gingen met drie en zelfs vier ballen tegen de muur ‘kaotsele’ en jongens op straat en plein voetballen.
Hebben de kinderen nu meer vrij dan vroeger? Wij gingen zaterdagmorgen ook nog naar school. En gingen we naar de kerk waar de juffrouwen en meesters van school mee vooraan in de rij zaten, om respect af te dwingen tijdens de mis.
'n Centje verdienen op de kegelbaan door de kegels weer recht te zetten en de bollen terug laten rollen.
19.00 uur ging de TV aan en om 23.00 was de laatste uitzending gedaan en gingen de mensen naar hun slaapvertrekken, overal zag je het licht uitgaan rond die tijd.
Meisjes liepen rond in jurken en rokken, jongens in korte- of flodderbroek. Er was geen merkkleding, toen had men nog zondagse kleren en eens per jaar ‘Paasbest’. De kleren werden tot aan de draad afgedragen en doorgegeven van de grotere naar de kleineren.
Die niet vuil was van het spelen die was ziek.
Er waren natuurlijk nog meer spellen en spelen, eigenlijk teveel om op te noemen.
Nu dreigen de kinderen buiten de boot te vallen als ze geen merkkleren dragen. Ze worden wel gevraagd, ze schoon te houden. Vuil maken hoort er niet meer bij.
Er waren toen geen hangjongeren en hangjongerenplekken. Neen, toen hing iederéén rond en men had er geen last van.
Het is nu zelfs zo dat omwonenden naar de rechter stappen als kinderen geluid produceren als ze aan het spelen zijn, dat noemt men nu lawaaioverlast.
Druk drukker drukst, gejaagd gejaagder gejaagdst.









