uitbreidende populaties Nijlganzen zijn exoten in onze streken
U hebt ze vast al eens gezien, die mooi gevederde ganzen. Bruin zwart en wit zijn de hoofdtinten. We hebben het dan over de Nijlgans, een exoot in onze streken.
In feite horen ze thuis in Afrika en komen ze veel voor in de Jordaan- en Nijlvallei, maar ook in woestijnen en dichte bossen komen ze daar voor.
Net zoals andere niet inheemsen, zijn de Nijlganzen -ook wel Egyptische gans genoemd- in onze gewesten terecht gekomen na ontsnappingen eind jaren 60 bij kwekers voor siervogels en eend-achtigen. Sindsdien hebben ze zich razendsnel vermenigvuldigd bij gebrek aan natuurlijke vijanden.
De Nijlgans is een agressieve territoriumbeschermer en valt alle water- en andere vogels aan om hen te verjagen. Ze pikken zelfs de nesten in van andere vogels, zoals de nesten van: Grauwe ganzen, eenden, roofvogels, kraaien etc. en gaan zelfs over tot verdrinking van de jongen van andere eend-achtigen.
Het is bekend dat ze heel wat nesten van roofdieren innemen omdat deze later beginnen aan het broedseizoen wiens nest tot op 50 meter boven de grond is.
De jongen van de Nijlganzen, die nestvlieders zijn, laten zich gewoon uit het hoge nest naar beneden vallen zonder daarbij kwetsuren op te lopen, door hun geringe gewicht en buigzame beenderen.
Hun aantal neemt -door gebrek aan natuurlijke vijanden- zelfs zo toe dat er op sommige plaatsen gesproken wordt van een plaag.
De Nijlgans leeft voornamelijk op land en voedt zich met het eten van zaden, bladeren, grassen en stengels. Af en toe eet dit dier sprinkhanen, wormen en andere kleine dieren.



