hij schaatst
vliegt over ijs als een lichte racewagen
maakt pirouettes als een draaikolk
in een onderstroom van gretige gratie
de droom van wervelingen voor het oog
de vogel die opzien baart op de baan
de ster die de adem beneemt
bij een verbaasd publiek in de ijsarena
plots gaat hij onderuit ligt languit geveld
een fractie en de ster breekt bij dom toeval
aan diggelen de roem van kristallijne verwachting.
het noodlot is een wraakgodin.
Ingrrid Lenaerts

