hdc


het hangt er maar van af hoe je het ziet:
wij staan net zo dicht bij elkaar,
of net zo veraf, als twee bergtoppen
(jij de jungfrau)
mooi weer, zeg ik
woorden naar jou
als een téléphérique
over de wolken
hdc

het hangt er maar van af hoe je het ziet:
wij staan net zo dicht bij elkaar,
of net zo veraf, als twee bergtoppen
(jij de jungfrau)
mooi weer, zeg ik
woorden naar jou
als een téléphérique
over de wolken
naar ingmar heytzede dingen die ik doe
opdat ik straks weer beter ben
driemaal daags op handen
als een fruitschaal door de gang
kuren in wachtkamers en woestijnen
uren baden in onverdacht water
kwijnen in een kloostercel
op een rantsoen van melk en gras
alsof ik van mezelf genas
met toeters, bellen en tamboerijnen.
edith oeyenik zal je
missen in het zuiden
daar zal ik dagen slijten
me voelen als jericho
in zwijgzaamheid verwacht ik
de nacht
droom een gedicht
waarin je leeft
ik zal je
vinden na het zuiden
pinkstermaandagde ruimte werd toen één en al licht
de horizon verdween
de grens
tussen hemel en aarde
de tijd werd uitgewist
en leegte werd volheid
of was het groter leegte
- openbaring?
sybren poletverknipte harmonie, overal
verspreid. druppelseconden
het regent triolen
ik hoor mezelf
tikkend leven
alle leven
voorgeboorte, alle geboorte
nageboorte
levenslang
mensen van ondertonen
in een wereld
van boventonen
en wij, een
wandelend interval.
ge-bed daniel hugo

my engel wat hemels hier in my arm lè
laat jou wil geskied, ek sal doen wat jy sê
en lief gee my vrywillig jou daaglikse soen
lei my in versoeking dat ons die bose doen
want aan jou behoort die liggaam en sy mag
so lank as jy lewe, maar veral vannag
laat jou naam 'n geheim bly, laat niemand jou ken
want jy laat my koninklik kom - amen
naar Gustavo Bécquerik ben een onmogelijke droom
een hersenschim van nevel en van licht
ik heb geen lichaam, ik heb geen gezicht
ik kan je niet beminnen - kom, o kom
meiklokjemijn mond gaat voorzichtig open
woorden ontsnappen lucht
geluidsmuur weerkaatst
mijn letters slik ik terug in
gedempt geluid
net als een meiklokje
dat zijn geurige kelkjes ziet
verdwijnen tussen het hoge gras
zo is het vele groen rondom mij te hoog
ik verzuip tussen de wiebelende stengels
schreeuw om hulp
helaas, niemand breekt door mijn bescherming heen.
miriam van heeals ik mij kon beveiligen
maar om de zoveel tijd
komt alles terug, glijd ik uit
op de trap, snijd ik mijn vingers
aan glas, lig ik 's ochtends
in bed als tegen een heuvelrug
hou mij vast roep ik dan
zo is de werkelijkheid
er is niemand gekomen
en ik ben opgestaan
een nieuwe lente

vol geluiden
de lentelucht
waaruit de wereld
geboren werd
alles is liefde
en harmonie
en al wat
vleugels heeft
huwt in lentetijd
de buien
bevruchten kruinen
als een bruid
bindt het woud
de haren los
en venus die liefdesbanden knoopt
vlecht morgen met mirtetwijgen in het lommer
van bomen
pril-groene priëlen
ja, morgen zetelt weer zij hoog op haar troon
haar woord zal wet zijn
morgen moet de liefde komen
bij wie nooit heeft liefgehad
bij wie ooit heeft liefgehad
moet de liefde morgen komen!
moederdag
louis tiessente snel vaart hij weg
de boot
die ik gemaakt heb
mijn zoon, waar ben je?
toon tellegende jaloezie was jong
ze dampte nog
en de liefde schuifelde onwennig langs het eerste koren
prikte zich aan de eerste doornen
wist nog niet wat schrikken was
en bloeden
in de verte lag het woord: groot, rimpelig en leeg
de natuurwetten kraakten, knarsten
kwamen een voor een op gang
appels vielen, bladeren, sterren,
rivieren stroomden van de eerste bergen
kaïn hief zijn arm omhoog
alles begon, alles was nieuw
alles was onontkoombaar.
maria vasalis
Zoveel soorten van verdriet,
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo'n pijn,
maar het afgesneden zijn.
Nog is het mooi, 't geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid,
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.
Arm en beschaamd zo arm te zijn.
lente - naar vasalis

gedicht over de zwangerschap van de poes

moet je zo nodig
in de lente
de straat op?
dat krijg je er nou van
daar lig je nu op je plekje
en denkt en denkt
over je zonden
gwij mandelincker zit een dreiging in de wallen onder onze ogen
en op de bedrand hebben wij onszelf
met moeheid zo belogen dat er onverwacht
wat aarzeling ontstaat, een nacht die liefde overslaat
we leggen ons - ontmaskerd als een paar - de afstand op,
die egels met hun stekels prikken voor elkaar
zo wennen wij aan een verlies dat lijkt
op wat ons bij het bukken uit de zakken glijdt.
adrian henri

kijk niet in mijn ogen, kijk eerder
naar de waterjuffers
hoe ze glanzen kijk naar de rivier
luister niet naar mijn woorden
luister naar de krekels,
luid in het hooiveld luister naar het water
raak me niet aan
voel mijn lippen niet mijn lichaam
voel de aarde vol van zegge
klaver valeriaan voel de zon
lief
dit alles breng ik jou
kijk niet weet alleen
een landschap in je lichaam
in mijn ogen een rivier
jitchok imberkom, mijn lief, wij gaan op zoek in
langvergane wouden, in weiden waar
het gras ontsproot - daar,
bij opdoemende luchtkastelen
komen onze spiegelbeelden
ons voor eeuwig tegen,
drukken hun lippen op bedorven winden
zwervend van een stilstaand heden
naar een niet-toekomende tijd
vlij je met mij samen
bij moerassen, uitgedroogde -
bij een beekje, lang ontwaterd,
tussen bosschages, omgekapte,
tussen dag die was, en nacht die niet zal komen
in dichtheid van verdorde doornen
duiken wij weg in het woest en ledig
roep nog niet:'verloren!'
het verliezen is pas bezig.
sandor weöres

vrouwen bestaan niet,
alleen hun rug in de volle tram,
alleen hun rok en hun schoenen bij 't uitstappen
mannen bestaan ook niet,
want die zitten weer boordevol vrouwen
en vrouwen, dat weten we nu, bestaan niet
ik besta ook niet
alleen m'n uitgestoken tong in de spiegel
en al bestond ik - waartoe?
1 reactie op dit bericht
Stilaan rustig