Naar de inhoud

Kronieken van Leest

bij Mechelen
seniorennet.beseniorennet.be

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – 22 oktober : Centrale fokveedag te Duffel
Er was een massale belangstelling op de centrale fokveedag van de Zuiderkempen, roodbont vee te Duffel. Ruim 200 dieren uit de provincie Antwerpen werden tentoongesteld en hun eigenaars dongen naar een deel van de prijzentafel ter waarde van 50.000 fr.
In de uitslagen vonden we de naam van één Leestenaar terug :
-stieren geboren van 1 januari tot 30 juni 1962, 1 B – Jan Van den Branden uit Leest. (GvM, 25/10)

1963 – Woensdag 30 oktober : Bedrijfsvoorlichtingsdienst voor de tuinbouw
Die dag om 19u30 werd er een “breedvoerige bespreking” gehouden over alle mogelijke technische problemen en moeilijkheden van het groentenbedrijf (spruitkool, bonen, prei, bloemkool, enz.) in het lokaal van Frans Apers, Mechelbaan 5, aan de brug te Leest. (GvM, 26/10)

1963 – November : S.O.S. schooljeugd…
“De Band”, november 1963 : “Al wie zich op straat bevindt op het ogenblik dat de schooltijd des middags en ’s namiddags ten einde is gelopen, hebben meer dan eens gehuiverd bij het zien van de waaghalzerij die vanwege de schooljeugd aan de dag wordt gelegd. Hoe dikwijls is het al niet gebeurd dat automobilisten werkelijk alles in het werk moeten stellen om een aanrijding te vermijden ? Hoe komt dat ? Eenvoudig omdat de schoolkinderen met hun fiets op de grote baan rijden, zelfs in zigzag, of aan mekaar trekken en sleuren, de weg oversteken zonder zich te bekommeren om wat er kan gebeuren. Het is niet uit te leggen hoe het mogelijk is dat totnogtoe geen ongevallen plaats hadden en ja...we moeten hier eerlijkheidshalve aan toevoegen “DE SCHOOLOVERHEID TREFT HIER GEEN SCHULD !” Wij wensen met de meeste nadruk te vragen aan de ouders om hun kinderen, iedere dag op het gevaar te wijzen en steeds te herhalen het velopad te gebruiken.”

1963 – November : Rust Roest bestond 42 jaar
“De Band”, juni 1963 : “Dit jaar in de maand november 1963 zal Rust Roest 42 jaar bestaan ! Het was inderdaad in de Allerheiligenmaand dat deze toneelkring geboren werd, en de stichters ervan maar één doel hadden, te weten : “bij te dragen tot de culturele opvoeding van het volk”. De kern ervan in de beginne, dat mag gezegd, en ook tot nu toe berust o.m. bij de voorzitter, de hr. Victor Selleslagh, de secretaris de hr. Alfons Hellemans die van in 1924 de regie in handen nam. Van 1921 tot 1924 werd de regie waargenomen door de hr. J. Fleerackers. Als ondervoorzitter fungeert de heer Fr. Van Neck en de heer L. Verbruggen als schatbewaarder. Vergeten we niet de duivel-doet-al de heer J. Publie, de man die men de ladder ziet opklimmen, hameren en timmeren aan het decor. Niet alleen werd er opgetreden in eigen gemeente, neen, ook daarbuiten waar men veel belang stelde in Rust Roest, zo was dit het geval te Battel, te Hombeek-Heike, te Laar, te Ramsdonk, te Reet en te St Amands. De gekozen stukken waren zeer verscheiden, alle genres werden opgevoerd, zowel het dramatische als ’t komische ; werden evenmin verwaarloosd kluchten en operetten, evenmin de passie- of legendespelen. Ieder van ons heeft meer dan eens de gelegenheid gehad op één der toneelavonden aanwezig te zijn, en men denkt dan onvermijdelijk terug aan : “En waar de stel bleef stille staan”, “Marieken van Niemegen”, “Leontientje”, “Kinderen van ons Volk”, “De Zonderlinge Gast”, “De Sloep zonder Visser”… en anderen. Allen werken die vele vrije tijdsbeschikking hebben opgeëist, maar toch steeds tot hun recht kwamen omdat regisseur en spelers-sters zich volledig wisten in te zetten ten bate van ons Vlaams volk ! Dat Rust Roest ook daar een zeer grote stap in de goede richting heeft weten te plaatsen, bewijst de belangstelling vanwege het publiek, dat steeds vrij sterk opkomt. Moge deze morele steun een stimulans zijn voor de medewerkers van Rust Roest, om nog verder uit te bouwen, en dat anderzijds de jeugd moge begrijpen dat toneel torenhoog staat boven het geklingel en getrangel, wat men pleegt moderne noodzaak te noemen. Mogen werken aan de opvoeding van een volk is de edelste taak die bestaat, en aan die taak werkt Rust-Roest!!”

1963 – 1 november : Telefoongebied Mechelen bij Hulpcentrale “900”
De Band van december 1963 : “Wij willen er onze leden de aandacht op vestigen dat vanaf 1/11/1963 het telefoongebied van Mechelen aangesloten is bij het Hulpcentrum “900” van Mechelen. Dit centrum is een telefooncentrale waar alle oproepen om dringend hulp samenkomen bij het vormen van het nummer “900”.”

1963 – 1 november – G.v.M. : Feeststemming bij krantenverkoper Fons Nuytkens
“Dhr Alfons Nuytkens en zijn echtgenote Alfonsina Van de Vondel, wonende te Leest, Dorp 33, vierden zopas hun 35-jarig huwelijksjubileum terwijl ook dochter Elza, gehuwd met dhr Antoine Tessuur, haar 10-jarig huwelijksjubileum in het ouderhuis vierde. Op de foto onderaan onze verkoper Alfons Nuytkens en zijn echtgenote aan de feestdis, samen met hun talrijke kroost en hun nakomelingen.”

1963 – 1 november : Herdenking Oudstrijders
“Naar jaarlijkse gewoonte had ook in onze gemeente de optocht plaats naar de rustplaats der oudstrijders gevallen op het veld van eer tijdens de twee wereldoorlogen. Voorafgegaan door de K. Fanfare St.-Cecilia en onder de tonen van treurmuziek ging het naar het gemeentelijke kerkhof, alwaar een korte maar indrukwekkende herdenking plaats had.” (DB,december 1963)

1963 – 2 november – G.v.M. : Aanrijding met Leestse fietser
Op de Bruul te Mechelen deed zich een aanrijding voor tussen de personenauto van de Mechelaar Jan Mertens en de fiets van Victor Blommaert uit Leest.

1963 – Zondag 10 november : Filmavond ten voordele van behoeftige zieken
“Het is kenschetsend hoe onze mensen steeds paraat zijn om te helpen waar er nood te lenigen is. Zulks kwam andermaal tot uiting op zondag 10 november j.l., wanneer door de zorgen van de Mutualiteit “De Volksmacht” een filmavond werd georganiseerd ten voordele van de behoeftige zieken. De Parochiezaal was schitterend bezet door de jeugd, waarvoor deze filmvertoning speciaal gehouden werd. Om het in één woord te zeggen “het was een prachtige vertoning”. “ (“DB”, december 1963)

1963 – Zondag 10 november : Dansavond van de K. Fanfare Ste Cecilia
In de zaal Ste Cecilia bij Weduwe Huybrechts richtte de fanfare uit Leest een dansavond in die muzikaal werd opgeluisterd door het orkest van Pit Storme. (“DB”, december ’63)

1963 – 22 november – G.v.M. : Verkeersongeval
Op de Brusselsesteenweg te Mechelen botsten de auto’s van K. Verschaeren uit Lier en August Verbruggen uit Leest.

1963 – 22 november – G.v.M. : Fietsdiefstal te Hombeek
Aan de gevel van een café aan de steenweg naar Leest werd het rijwiel van L. Van Winghe uit Leest door onbekenden gestolen.

1963 – 23 november – G.v.M. : Aanrijding
In de Lakenmakersstraat te Mechelen had een aanrijding plaats tussen de vrachtauto van Jean Herremans van St-Jans-Molenbeek, de bestelauto van Eduard De Hondt uit Leest en de personenauto van Louis De Bakker uit Mechelen.

Foto’s :
-De kern van “Rust Roest”, v.l.n.r. : Louis Verbruggen, Alfons Hellemans, Victor Selleslagh, Frans Van Neck en Jaak Publie.
-Onduidelijke foto van GvM van het feest van de familie Nuytkens in 1963.



2707709-022af29461b5411107d1db375f827418.jpg

2707709-13a7bb0e6b8629c5c00bc3ea0ffd5119.png

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Vervolg Meester Victor SELLESLAGH

Vader Victor luisterde tijdens die oorlog ook naar een verdoken zender van de witte brigade. Eén van de kinderen moest dan buiten op wacht staan om zeker te zijn dat ‘de muren geen oren hadden’ en steevast eindigden die uitzendingen met de woorden : ‘en zonder er op te boffen, toch krijgen we ze wel die moffen’. Dochter Raf schreef een mooi essay over hun eerste radio. “Hij had een groen oog naast een jute bescherming die de luidsprekers afschermde. Een kaske hooguit 40 op 50 cm. Wanneer het zijn best deed en de lampen gingen gloeien was het spel warmgelopen en werd onherroepelijk de knop omgedraaid. Adieu enige ontspanning in de avondlijke huiskamer. Achter die jutebescherming luisterden we naar het Mariahalfuurtje van pater Leopold, karmeliet. Maar ook naar Wil Ferdy met zijn Peterke en Pepe. In onze radio zat naar het schijnt een bobijn met honderden meters koperen ijzerendraad, dat moest de werking van dat ding garanderen. Hubert Van Herrewegen was de geliefde wielercommentator van ons vader, ook als het ging over Louison Bobet, Jean Robic en Wim Van Est die ooit eens in een ravijn terecht kwam. Zijn hart had even stilgestaan, zijn Pontiacuurwerk niet. Dat was pas reclame. Toen later Stan Ockers verongelukte en hij die boodschap hoorde op onze knappe radio was het niet alleen ons vader die traande maar precies de luidsprekers eveneens !! De begrafenis werd rechtstreeks uitgezonden met de gekende emoties tot gevolg. Wie meent dat enkel duivenberichten, opgehaalde schotbalken of doorlaatkleppen te horen waren had het verkeerd voor. Tijdens de wintermaanden konden wij ook meegenieten van luisterspelen. Als toneelliefhebber plakte het oor van ons vader letterlijk en figuurlijk aan de jute bescherming van ons radioke. Zijn commentaar nadien was treffend, of we het nu geloofden of niet maar krakende sneeuw werd weergegeven door iemand die in de studio heel hard zat te knijpen in een zakje bakmeel. Paarden liet men draven door met een lepel ritmisch op een houten tafel te kloppen. Die vaststelling bracht hij over bij de toneelspelers van zijn geliefde groep ‘Rust Roest’ waar hij voorzitter van was. Als ons moeder in de winter de was te drogen hing was het wel even zoeken om dat ding terug te vinden. Het fameuze groene lichtje verstopt achter de schree van een of andere broek of vrouwenhemd, de kruisgewijze gespannen wasdraad met alles erop en eraan die de ganse keuken doorkruiste, maakte een zoekplaatje van ons radioke. Het was alleszins een hele verovering in de destijds moderne techniek. Later zoals dat gaat werd dat klein ding door een moderner exemplaar vervangen en stierf ons radioke een trieste dood op het stort van Leest. Aan de stenenbeek op de Juniorslaan ging ons bakske ter ziele. Requies cant inpache !!! Amen.”

Een welgekomen bijverdienste in de oorlog was het kooltjesziften. Voorzien van een zeef, schup, jute zakken en hun houten kruiwagen trok de hele familie naar de putten in Battel. Regelmatig werd daar kolenafval, afkomstig van treinen en boten uit Brussel en Antwerpen, gedropt. Men moest dan wel bij de zaak zijn om er het beste uit te halen. Soms lukte dat en kon de familie daarmee wat kolen uitsparen voor de verwarming in de winter. De naoorlogse vliegende bommen maakten drie slachtoffers in Leest en veel stoffelijke schade. Vele bezitters van een tuin in het dorp gingen over tot de bouw van een schuilkelder, liever nog dan op die plek in hun hof aardappelen te planten. Bij de familie Selleslagh was de schuilkelder gegraven achteraan in de tuin tussen de kriekelaars. De takken zouden het zicht benemen, dacht vader Victor. Meestal zagen ze de vliegende bommen over hun hoofd vliegen en vonden ze niet de tijd om naar die schuilkelder te vluchten. ’s Nachts sliepen ze in de kelder onder hun huis, gelukkig was het geen winter, want dan hadden ze af te rekenen met grondwater dat de kelder kwam binnengestroomd. Mensen die de oorlog niet hebben meegemaakt kunnen het zich nauwelijks voorstellen maar de vrees dat zo’n bom elk moment kon neerkomen, beangstigend… Van de familie was niemand zo dapper als moeder Fien, als de moordwapens overvlogen ging zij steevast buiten kijken.

De familie Selleslagh-De Wit was ook zeer devoot. Weer dochter Raf : “Ooit kwam er aan het paternoster bidden een gans onverwacht einde toen we pas gestart waren. ’t Was op een Leestse winterkermisavond. Onze patroonheilige Sint Niklaas werd gevierd op 6 december, hartje winter. Leest kende toen zijn jaarlijkse koude winterkermis. Eens ’s avonds allen thuis moest de kermisvreugde plaats maken voor de dagelijkse rozenkrans. Schorseneren met rosbief was telkens kermiseten. Misschien kan je de gevolgen al raden ? Weer dicht bij mekaar rond de warme leuvense stoof geschaard, maakte ons vader samen met ons allen in alle ernst het kruisteken. Doch die ernst veranderde in een ietwat verdoken lach voor het ganse gezin. De schorseneren deden hun werk !! Ne knal van de scheet die van tussen iemands billen gleed, maar vader bad gewoon verder, 1ste mysterie, patat een tweede schot. Herbeginnen zei onze Va en in alle ernst. In de naam des vaders en des zoons en des heiligengeestes. Iedereen zei amen, en er volgde een derde schot en een vierde en een vijfde ! Het leek wel weer oorlog. Waren de Duitsers weergekeerd ? Diep christelijk als wij waren kon er met het rozenkransje niet gespot worden. Vader stak in een Franse coleire zijn Paternoster in zijn Vlaamse broekzak. De dag nadien stond er rijst op het menu, en moesten er ’s avonds twee Paternosters gebeden worden. En toch hadden we daags voordien aan vaders gezicht gezien dat hij het ons kon vergeven. Ha ja, zoekt dat maar uit in ne nest van zeven.”

Meester Selleslagh was zeer actief in het Leestse verenigingsleven, vooral in de culturele sector. Zo was hij o.a. medestichter van de toneelvereniging Rust Roest bestuurslid van het Davidsfonds en erelid van de Bond van het Heilig Hart en van verscheidene godsvruchtige broederschappen. Hij was ook een goed zanger en acteur en als de buren om een vers verlegen zaten bij één of andere viering wisten ze hem te vinden. Hierna een bloemlezing ons bezorgd door zijn dochter Raf :
“Alle jaren een nieuw ministerie, dat is verduiveld grote mizerie. Maar alle vijfendertig jaar een nieuwe pastoor, dat kan er nog al door. Proficiat Z.E.H. Coosemans, bestuur uw schapen menig jaar zoals den ouden E.H. Beuckelaer.” (deze tekst was geplaatst aan zijn woning ter gelegenheid van de aanstelling van pastoor Coosemans) “Jef van den dries en zijn gezin, Gustje Van Caster en zijn Josefien, wensen den E.H. Coosemans met veel plezier en menig getier, welkom in ons midden hier.” (tekstje voor buur Jozef Fierens) “Fientje, haar zeven schakes en hun chef, begroeten met vreugde E.P. Jef. Hij nog steeds van Gods wegen vergezeld, in het verre toekomstige missieveld.” (Bij de stoet en eremis van de zoon van zijn neef Jozef Selleslagh. ‘Schake’ was de bijnaam van meester Selleslagh, die had hij meegekregen bij zijn huwelijk. Achteraan het geboortehuis van Fien op de Oostdijk stond een enorme schouw, restant van een vlasverwerkingsfabriek…)

Op 20 oktober 1963 overleed, te Leest Ere-Onderwijzer Victor Jozef Selleslagh. “Dierbare vader, omringd van de liefde uwer ontroostbare vrouw en kinderen, van de kinderlijke genegenheid uwer kleinkinderen, van de gehechtheid uwer familieleden , zijt gij de eeuwigheid ingegaan. Later slechts, wanneer de eerste droefheid enigszins zal zijn gelenigd, wanneer de rouwtranen zullen zijn gedroogd, dan zal het verlies worden beseft dat wij bij dit afsterven ondergaan, dan zal de leemte worden aangevoeld, die de onverbiddelijke dood heeft gebracht, dan zullen wij beseffen, welk edelmoedig hart ons is ontnomen. Bij het begin van de rozenkransmaand heeft de H. Missie die gij van op uw ziekbed zo schoon meebeleven mocht, U de zoetste troost geschonken en de weg naar de hemel voor U voorbereid. Moge God u de beloning schenken voor uw vroom geloof en vurige christenliefde. Uw voorbeeld en nagedachtenis zal voor immer in ons voortbestaan.” Beklijvende woorden uit zijn gedachtenisprentje.

Zijn weduwe, Delphine De Wit (°Tisselt 19/8/1894) zou hem bijna 32 jaar overleven, zij overleed een maand voor haar 101ste verjaardag te Leest op 13 juli 1995.

Foto’s :
-Het gezin Selleslagh-De Wit na de oorlog. V.l.n.r.: Raymond, Hubert, moeder Fien, Raf (voor moeder), Maria (voor Raf), Irma, Vader Victor en voor vader Cyriel en voor deze laatste staat Frans.
-Zijn doodsbrief.
-Zijn doodsprentje, hier staat foutief zijn overlijdensdatum vermeld, niet 20 oktober maar 22 oktober was de exacte dag van zijn heengaan.
-De laatste rustplaats van Victor en Fien op het kerkhof van Leest.
-Nog een laatste foto van een mens om fier op te zijn.

Met dank aan dochter Rafke voor de foto’s en teksten.



2707426-9db4f5ff4bf13aac2d4bf4bc5c6ebfca.jpg

2707426-be5dd1f50d6f59a5225d44c2d0637f87.jpg

2707426-c840ea0f0e19e6fd9d9ae4210595975c.jpg

2707426-1b7f8ed42b699fdf9a1c9993cde3105a.JPG

2707426-6966733d308177049aedf54af0dfe828.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:23 Reageer op dit bericht

Vervolg Meester Victor SELLESLAGH

Oorlog

Op de stralende morgen van 10 mei 1940 bestookten de Duitsers niet enkel militaire doelen, ze vielen ook steden en dorpen aan. De aanval op Brussel om 05u20 leverde al een eerste tragische balans op : 41 doden en 62 gewonden. Meteen was de bevolking bij het conflict betrokken en begon paniek om zich heen te grijpen. De gruwelen van de eerste wereldoorlog waren nog niet vergeten en vele mensen verkozen te vluchten. Niemand wist eigenlijk waar naartoe maar weg van het krijgsgeweld was het eerste gebod. Snel scharrelden Victor en Fien het noodzakelijkste bij elkaar, wat geld en vooral veel kinderen. De fietsen volgeladen met wat schamele bezittingen, een voorbehouden plaatske op het speelkarretje van Jefke Vink en weg waren ze. Langs de Tiendeschuurstraat over de Bist, waar Victor van de Lodde de gouden raad meekreeg terug huiswaarts te keren want ze gingen het gevaar tegemoet. Achteraf zou Victor hem gelijk geven. Via Kapelle-op-den-Bos belandden ze stapvoets in een platgebombardeerd Aalst waar ze letterlijk door de vlammen heen moesten. Huilende duikvluchten van Duitse vliegtuigen maakten de verwarring compleet. In het dorpje Schuiferskapelle, thans een deelgemeente van Tielt, speelden ze dochtertje Raf kwijt. Die was met haar fietsje wat voorop geraakt. Gelukkig kon vader Victor haar gezond en wel terugvinden. Misschien waren het de vele rozenkransen die de kinderen samen met Colette Vink moesten bidden, die hen veilig tot bij boer Van de Walle in Tielt West-Vlaanderen brachten : de terminus van hun vlucht. In de kelder van deze boer konden ze eindelijk wat op adem komen en besloten ze terug huiswaarts te keren. Hun vlucht had tien dagen geduurd.
Thuisgekomen vernamen ze van ‘den Blokmaker’ dat tijdens hun vlucht 20 mannen op de koer van de jongensschool bijeen gebracht waren om geëxecuteerd te worden, wat gelukkig niet is doorgegaan. Nog volgens ‘den Blokmaker’ hadden de Duitsers het plan opgevat om hun woning in brand te steken, maar had hij dat kunnen beletten door te verklaren dat er een groot gezin in dat huis gevestigd was.
Dochter Raf vertelde over die periode : “Een winteravond zoals velen. Als hout, kolen en kinderen binnen waren, zaten we meestal met z’n allen met ons voeten op het onderste van en rond de Leuvense stoof. Ieder met zijn eigen bezigheid. Omdat het onderste van de stoof te klein was om 18 voeten op te parkeren, gebeurde het meermaals dat den ene zijn voeten op die van de andere plaatste. Ons moeder die met vier priemen en dikke breiwol de mooiste warme sokken kon breien, maar af en toe van de stoof schoof, voeten op de grond, steken eveneens, breiwerk in retard, een verwrongen vloek ten gevolg, en een schietgebedje om met ons Heer weer wit te staan. Het deksel van de stoof werd bij valavond even opgelicht, zodat er bij het bidden van het dagelijks rozenhoedje, wat licht scheen in de duisternis. Sfeervol en onze gedachten verdwaalden niet !! Soms moesten we bidden voor een jong gezin dat aan uitbreiding dacht. De manier waarop werd angstvallig verzwegen ! Ons moeder las dan luidop :
‘leer hen een kinneke maken
Niet te grof, niet te fijn,
maar juist zoals het kinneke moet zijn.’
En negen maanden nadien mochten we dan naar dat kinneke gaan zien. Wij kenden geen weelde, wel een gelukkige jeugd. Omwille van de schaarse en dure brandstof en het dure leven voor zo een groot gezin leefden we in een kleine ruimte. In onze keuken moesten 9 mensen van groot tot klein zoeken om hun eigen taak zo goed mogelijk te kunnen vervullen !! En geloof me, dat was zeker niet gemakkelijk !!! Op die luttele oppervlakte moest ieder naar behoren functioneren. Koken, eten, de was drogen, schoenen poetsen, breien, sokken stoppen, studeren, huiswerk maken, verbeteren van schooltaken, plezier beleven en ruzie maken !! Geld om een ganse woning op te warmen was er niet. De kolen waren veel te duur en gerantsoeneerd. In de tweede plaats (nu living genaamd) stond een feu-continue. Als er een beetje geld in kas was, kocht ons moeder 200 kg antraciet. Met het weekend als iedereen thuis was werd daar het vuur aangestoken. Dat was een GROTE LUX, tenminste als de schouw niet vochtig was en deze een goeie werking had !! Zo niet konden wij door het slecht functioneren van de schouw best met gerookte haringen vergeleken worden. Als de wind uit het noorden kwam hadden we meestal prijs ! Deuren en ramen werden dan op elkaar opengezet zodanig dat de rook kon afdrijven. Soms kon ons moeder concurreren met den Ammoniak van Willebroek. Eens de vlam in de pijp was het euvel verholpen. De Leuvense stoof werd door ons moeder gepoetst op vrijdagnamiddag als heel het capittel naar school was. De ronde pot was gauw kapot gestookt. Om de barsten te repareren had ons moeder de oplossing gevonden, waar weet ik niet, maar het lukte ! Ze kletste wat slam (vraag me niet wat het was) tegen de barsten en eens de schooltijd gepasseerd, stond de gerepareerde pot roodgloeiend. Dat mens kon zelfs den duvel doen blozen ! ’s Winters moest de was meestal in de keuken gedroogd worden. Wat nagelen in de muur, kruisgewijze de draden gespannen en klaar was kees ! Gemakkelijk was anders ! Als elk centimeterke draad benut was, moest men op zoek naar de bewoners. Dat was wel een voordeel als men wat mispeuterd had, ofwel haperde men met zijne neus in een manshemdslip of kon je je verstoppen achter een opgehangen vrouwenbroek. We zochten dat zelf wel uit ! We waren niet groot, de broek integendeel wel ! De boterhammekens waren als de kolen : gerantsoeneerd ! Drie, niet meer niet minder lagen er op ons te wachten. In de zomer konden we veel recupereren met groenten uit de moestuin of fruit uit de boomgaard. Hier en daar had vader wel een handje voor. Aan een schappelijk prijske kocht of kreeg hij soms melk, boter en eieren en al eens spek op Goede Vrijdag bij de Lodde of bij Stefanie van Toontjes (kozijn en nicht van hem). Ook bij rosse Colette (uit de Hertstraat) kon hij altijd terecht. Wij zijn hen daar steeds dankbaar om geweest. Men zou voor minder onder den oorlog ! Van rosse Colette kreeg ik voor mijn plechtige communie als geschenk een zelfgebakken taart. Een kunstwerk op zijn eigen, gecamoufleerd met veel crème fraiche, dat laatste hadden we nog nooit gezien. Heel voorzichtig met mijn bijdegronds meisjesveloke was ik met de taart gaaf thuis ‘geland’. Doch wanneer deze op mijn grote dag op de tafel werd gezet stelde ons moeder verontwaardigd vast dat al de crème fraiche er afgelikt was ! En toppunt was, niemand had dat gedaan, waarschijnlijk omdat den ene voor den andere moest zwijgen ! Van solidariteit gesproken ! Je kunt je voorstellen, als er zeven aan dat ding gelikt hadden, dat ’t spel dan wel kaalgeschoren was ! ’t Zal dan toch vermoedelijk voor de communie wel gesmaakt hebben ! Zo spartelden onze ouders met ons door de oorlogsjaren.”

Vervolgt.

Foto’s :
-De kinderen Selleslagh met de fietsjes die de vlucht tijdens de oorlog overleefden. Van links naar rechts : Frans, Irma, Hubert, Raymond, Raf, Maria en Cyriel.
-Meester Selleslagh en meester De Leers in 1941.
-De klas van Meester Selleslagh van 1944 met links het 3de en rechts het 4de leerjaar.
Het 3de v.l.n.r. : Frans Verbruggen, Louis Vloebergh, Frans Fierens, Miel Ceuppens, Edmond Polspoel, Gaston Keulemans, Rik Moons, Antoon Lauwens, Hubert Selleslagh, Jean De Smedt en Marcel Peeters.
Het 4de : Jan Scheers, Julien Piesssens, Frans Keulemans, Louis Nuytkens, Jaak De Cock, Paul Willems, Louis De Decker, Schelfhout (met klompen), Miel Maes, Wellens, Leon Publie, Jef Doms, Louis De Blezer, Staf Schuremans, Georges Verbruggen en Miel Van Steen.

Met dank aan dochter Rafke voor de foto’s en de teksten.



2707303-cf5d9240dbfa2dc321cd3ad6cce48e20.jpg

2707303-02590ae000e77e1a88ec4d08dff932df.jpg

2707303-8a61fc4fdc39faaab25d910907f53bbe.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:26 Reageer op dit bericht

Vervolg Meester Victor SELLESLAGH

Gehuwd

Op 1 september 1925 huwde Victor met Delphine ‘Fien’ De Wit een dochter van de Tisseltse vlashandelaar August De Wit en van Maria Catharina Peeters. Fien’s moeder overleed toen ze 14 was en werd, als oudste van vier, verplicht haar studies stop te zetten. Ze werd verantwoordelijk voor haar drie zussen en haar vader en voor de exploitatie van de kruidenierswinkel, het café en de vlashandel. Zij was 31, hij bijna 30 toen ze huwden. Het huwelijk werd ingezegend door pastoor Cyriel Selleslagh, een broer van de bruidegom. Voor de familie De Wit was het een dubbel huwelijk, zus Jeanne trouwde immers tegelijkertijd. Hier was de gelukkige bruidegom Mon Cortebeeck, een Tisseltenaar. Voor dit dubbel huwelijk diende nog een speciale aanvraag ingediend. Vier koetsen, getrokken door paarden, waren nodig om de bruidsstoet naar de St. Janskerk te brengen. Achteraf hadden ze spijt dat ze het niet met een koets minder gedaan hadden en een auto in de plaats, dit om de 60 genodigden sneller aan tafel te brengen. Receptie en feestmaal gingen door in ‘De Vuurmolen’, de receptie in het café op het gelijkvloers, het feest in de bovenzaal. Fien en Jeanne waren identiek gekleed : een zwart kleed en een ‘veloeren’ hoed met gouden pen. Kostprijs 65 frank. Bruidegom Victor was gekleed in pitteleer en zijn schoonbroer Mon Cortebeeck in zwarte redingote. Zussen Maria en Valentina volgden in de bruidsstoet in een lichtbruin veloeren kleed en een zwarte toppé hoed met een brede zwarte strik. Kostprijs 110 frank.
De ‘Dischkaart’ vermeldde : ‘Voorgerecht, Koninginnesoep, Huwelijksbootjes, Ossentong-Caperssaus, Ossenspier in groentenkrans, Vleeschpastei met kampernoeliën, Hesp – salaad, Brusselse kiekens – fruitmoes, Huwelijksgebak, Ooft – nagerecht.’
Enkele noemenswaardige citaten uit de heilwensen en toespraken :
“Weldra zien we in dit huis pastoors en paters.
En meesters, nonnen, dochters met de macht.
De roem en steun de glorie van hun vaders,
de vreugd der moeders dag en nacht.
Zoo, vader, brengt uw kloeke stam schoon vruchten
Voor huisgezin en kerk en maatschappij.
En moeder ziet, uit d’hemel volg genuchten,
haar nageslacht gelukkig, vroom als zij…”

Hulde opgedragen aan onze gevierde echtelingen Viktor en Delfina. “In naam van onzen Toneelkring ‘Rust Roest’, afdeeling der fanfaren ‘Arbeid Adelt’ is het mij een waar genoegen U op deze plechtigen dag van uw huwelijksinzegening, onze innige, hartelijkste gelukwenschen toe te sturen. Met welk ongeduld hebt Gij het aanbreken van dezen vreugdevollen verbeid. Wanneer Gij dezen morgen aan het altaar nederknieldet, hebt Gij elkander plechtig liefde en trouw gezworen, thans zijt Gij overgelukkig het huwelijksbootje ingetreden, hopende in den echt troost en zalig geluk te vinden. Ja, waarde bruidegom, van af het ontstaan van onzen Toneelkring zijt Gij reeds ervan de spil geweest. Door uw voorbeeld wist Gij uwe medeleden te stichten, door uwe fijne keuze van woorden, door uwe duidelijke uitspraak in uw onverdroten iever hebt Gij wel het meeste bijgedragen tot den groei en den bloei onze maatschappij, tot veredeling onzer taal in de verheffing van ons Vlaamsche volk. Wij leden van ‘Rust Roest’ nemen deel in het zoet geluk dat U op dit ogenblik te beurt valt en de medegevoelens van vreugde en geluk die ons overstelpen drukken wij uit met U een hartelijk proficiat toe te roepen. Moget Gij, in het huwelijksbootje rustig voortdobberen op de wijde levenszee en moge de horizon van uw leven door geen enkel vuiltje besmet worden, opdat Gij nog menigvuldige jaren zoudt kunnen medewerken, tot eer en roem van onzen kring. Gans uwe levensbaan weze een aaneenschakeling van heil en voorspoed, gepaard met ware stonden van rust en vrede, een aangenaam samengaan, omringd van een talrijk kroost. Moge al deze wenschen tot beider geluk vervuld worden ; een blijde inkomst in het huwelijksleven weze U gegund, een lang en gelukkig leven in het eeuwig verbond dat Gij heden hebt gesloten. Dat de geluksengel uw huis binnentrede, en zich aan den haard nederzette om U nooit meer te verlaten. Nogmaals, gevierde Bruid en Bruidegom in naam van ons toneelgezelschap en ‘Rust Roest’ een hartelijk diepgevoeld proficiat.”

Geachte Bruid en Bruidegom “Volgaarne neem ik het voorzitterschap waar, wanneer ik, in naam onzer fanfaren, onze vurigste wenschen mag toesturen aan een lid dat altijd geieverd heeft tot opbeuring onze Maatschappij. Ja, geacht Medelid, de iever en zelfopoffering die u jegens de maatschappij toondet, was groots, daar u zelden een wekelijksche repetitie liet voorbijgaan, ondanks alle moeilijkheden (u soms beletten). Ook uw aan de Maatschappij bewezen diensten zijn talrijk, want deze opsommen ware mij gansch onmogelijk. Ik wil mij enkel beperken uw bereidwilligheid te noemen tegenover onze medeleden, en uw wijze raadgevingen die we ontvingen, wanneer we in moeilijke omstandigheden onbeslissend bleven. Hoe menig keer ook hebt u, met uw trillende stem, hulde of vaarwel gebracht aan dezen die ons reeds zijn voorgegaan. Met één woord, uw dienstvaardigheid voor de Maatschappij kent geen falen. Daarom, geacht Medelid, zeggen we u duizendmaal dank. Dank voor den moed en zelfopoffering die u ons hebt getoond. Dat God U zegene in al Uw ondernemingen ! Dat voorspoed en geluk U thans op Uw levensbaan vergezelle en dat U beiden nog lange jaren onze rangen moogt verheugen tot groei en bloei onzer fanfare ! Lang leve Victor en Josephine !!! De Fanfarenmaatschappij ‘Arbeid Adelt’.” “

"Geachte vriend en medelid, wij hebben veel genoegen te mogen denken u aangenaam te zijn. Aanstaande zondag 6 september dezer rond 5 uur namiddag aan uwe woonplaats u met een serenade te mogen vereren. Namens de fanfare Ons Genoegen van Battel, de Voorzitter Charles Walschaerts.”

Een heilwens van pastoor Cyriel, broer van de bruidegom : “Lang heeft de schouw gerookt, eindelijk is ze aan ’t vlammen gegaan !!”

Fien vertelde later aan haar dochter dat diezelfde schoonbroer echt bekommerd was om haar. Zijn bezorgdheid ging uit naar de nieuwe levenswijze die haar na haar huwelijk in Leest te wachten stond : “Vanaf mijn veertiende tot mijn eenendertigste steeds ten dienste gestaan. De handelszaak onder mijn leiding, de sociale beleving, de omgang met het cliënteel, de trafiek die de vaart met zich meebracht. Het waren stuk voor stuk drukdoende bezigheden die schril afstaken tegen wat Leest me te bieden had. Doch verveling zou geen hoogtij vieren, vader zorgde spoedig voor de gepaste bezigheid. Een kippenkwekerij zou jaren een welgekomen bijverdienste en tijdverdrijf zijn. Doch ook aan gezinsuitbreiding diende gewerkt, want de tijd was beperkt. Gods gebod werd gehuldigd, ga en vermenigvuldigt, en in minder dan tien jaar was de grote bestelling klaar.”

De avond van het bruiloftsfeest werd er een serenade gegeven door de Sussen van Leest (fanfare Arbeid Adelt). In zijn dankwoord tot de fanfare zei Victor onder meer : ‘Wat mij betreft, ik sta liever aan deze kant van de deurdrempel, want jullie spelen buiten en ik speel binnen…’ Langs de openstaande ramen genoten de buren mee van de uitbundige sfeer binnen. Na het feest werden Fien en Victor met de bus van Adolf Masure naar Leest gevoerd. Dolf Masure uit de Statiestraat in Tisselt baatte de eerste lijnbus in de regio uit : ‘Aannemer van Speel- en nachtreizen aan voordeelige prijzen’ stond op zijn annoncekaartje. Het bruidspaar werd afgezet in de gloednieuwe woning in de Dorpstraat. Leest was nog niet aangesloten op het elektriciteitsnet en het koppel diende zich te behelpen met kaarslicht maar dat zal zeker geen domper gezet hebben op de romantiek… Deze woning was pas klaar. Voor ‘ne frank en een chic’ had Victor zijn leerlingen aangesproken om aan de Zenne de bouwstenen te helpen lossen die per schip toekwamen.
Victor en Fien kregen op minder dan één decennium acht kinderen :
-Irma Augusta, geboren op 27 september 1927.
-Johanna-Yvonna, geboren op 14 januari 1929, overleed datzelfde jaar op 12 juli.
-Raymond Cyriel Maria, geboren op 13 februari 1930, overleden op 28/8/1989.
-Cyriel Juliaan Maria, geboren op 28 januari 1932.
-Raphäelle Coleta Joanna, geboren op 13 januari 1933.
-Frans Robert Valentijn, geboren op 30 december 1934.
-Hubert Willem Florent, geboren op 24 maart 1936.
-Maria Johanna Victoria, geboren op 6 juni 1937.

Vervolgt

Foto’s :
-Victor en Fien, zij lieten geen huwelijksfoto na.
-De broer van Victor Pastoor Cyriel Selleslagh toonde zich zeer bezorgd voor de bruid.
-Na het feest werden Fien en Victor met de bus van Adolf Masure naar Leest gevoerd.
-Hun woning in de Dorpstraat.
-Het doodsprentje van Johanna-Yvonna, ze was amper 6 maand toen ze overleed.

Met dank aan dochter Rafke voor de foto’s en de teksten.



2707018-db8bb5ae08b08fc73a9465ce390c7590.jpg

2707018-aad7e29152ea6bb782bef2f1938b4e63.jpg

2707018-91542bd56fc6ad79bf0fbc05f5980510.jpg

2707018-5b49211679d7e043af5751915e92a781.jpg

2707018-c24e45d67bc253a53105b14dbdb2a029.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 09:53 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

Vervolg Meester Victor SELLESLAGH

Meester Selleslagh was altijd te vinden voor een grap. Komisch waren ook sommige briefjes waarmee hij door nauwelijks geletterde ouders bedacht werd om de afwezigheid van hun zoon te verantwoorden : “Meester, onze Francois kan niet naar het school komen want hij heeft een zweer in de voor van zijn gat…”
“Onze Louis sukkelt met rapen op zijne kop, als hij genezen is stuur ik hem op !”
“Onze Jef moet thuis helpen boeren, want ons paard is versleten, en geen werk, geen eten !!” Een vraag van een boerenzoon : “Meester mag ik eens naar ’t gemak, ik heb toch zone grote kak.” Na een tijdje stond de W.C.-deur op een kier en riep de jongen uit volle borst : “Meester, papier, nog papier…” Een leerling schreef zelf een briefje naar de meester : “Meester ik kon mijn huiswerk niet maken, de deur was vast en ons moe stond te lameren in de geburen…”
Maar de meester speelde ook niet mis. Ging het er soms wat luidruchtig aan toe in de klas, dan gebruikte hij wel eens zijn meesterlijke lat of plofte geregeld zijn schoen in ene zijn gat…
Oud-leerlingen kwamen hem soms om een gunst vragen, meermaals is het gebeurd dat soldaten hem verzochten om een liefdesbrief naar hun meisje te schrijven. Niet dat Victor Selleslagh gefaald had als meester maar vele jongens volgden destijds zeer onregelmatig de lessen en anderen verlieten op hun 12de de schoolbanken om te gaan werken en alzo een steentje bij te dragen aan het gezinsbudget. Wat hij in die brieven neerpende heeft hij zijn kinderen nooit verteld maar als hij die taak vervulde was het met heel veel binnenpretjes.

Stan Gobien, zelf hoofdonderwijzer en inspecteur in 1996 in een brochure “Reünie van de Leestse vijftigjarigen” over meester Selleslagh : “...Meester Selleslagh was een speciale figuur. Een rasechte optimist en een filosoof en daarbij een grappenmaker als geen ander. Tijdens de catechismuslessen kon hij uitspraken doen die geen ander kon nadoen. Wanneer iemand zijn catechismusles niet had geleerd en toch probeerde een en ander van het antwoord te geven, kon dat natuurlijk niet letterlijk zoals het in het boekje stond. Was meester Selleslagh in een serieuze bui dan zei hij : “half en half, maar toch niet heel.” Was de meester in een filosofische bui dan werd het een of andere spreuk die voor ons erg aangebrand leek. De hele klas riep dan :
“Heu !!!” Nog geen drie seconden later vloog dan de deur open stond meester De Leers daar en hij riep dan : “Wat is dat hier nu weer !!!” of “Is ’t hier weer kermis ???” Meester Selleslagh trok zich daar niets van aan en koos – toen meester De Leers weg was – een nieuw slachtoffer waarvan hij met zekerheid wist dat die ook zijn catechismusles niet kende. Toen die zijn tekst wat had gebrabbeld en toen het inderdaad kant noch wal raakte, toverde hij een van zijn andere geijkte spreuken uit zijn mond. De hele klas brulde dan nog luider dan voorheen : “Heu!!!Heu !!!” Meester De Leers kwam toen niet meer opdagen. Dat wist de meester en dat wisten wij ook ! Er werd destijds nogal wat kattenkwaad in de klas uitgestoken. Meester Selleslagh vloog dan naar de boosdoener. Deze zag de wervelwind naderen en sprong de bank uit en rende tussen de banken door de klas. De meester zette natuurlijk de achtervolging in. De andere leerlingen supporterden en joelden en de meester probeerde de belhamel uit te schakelen door hem bij de kraag te pakken en een pak voor zijn broek te geven. Sommige leerlingen waren hem echter te vlug af en toen hij moe werd van de achtervolging probeerde hij een andere tactiek : hij zou het opgejaagd wild uitschakelen door een rake trap. Velen ons ons hebben op deze manier een trap onder hun achterste gekregen. Daarna vlogen de stouteriken in de hoek tot aan de speeltijd. Wij zullen echter nooit te weten komen of meester Selleslagh het echt meende of toneel speelde. Vermoedelijk beschouwde hij het als een toneelspel…”
“…Meester Selleslagh had ook een andere methode van straffen : als hij lange tijd met zijn rug naar de klas moest staan om op het bord te schrijven, duidde hij één van de brave jongens als ‘roeper’ aan. De roeper moest de klas in het oog houden en de naam roepen van de klasgenoot die iets mispeuterde. Die jongens moesten naast elkaar op een rij gaan staan. Als de meester alles op het bord had gezet, ging hij naar dat rijtje en gaf elke jongen ‘een schup tegen zijn broek’. Daarna mochten ze terug gaan zitten.
Maar er zijn ook leukere herinneringen aan meester Selleslagh : als hij in de winter moest toezicht houden op de speelplaats, speelde hij mee tikkertje omdat hij anders ook kou had. Bij meester De Leers moest je jezelf een pak rammel geven…” (‘Kindertijd in Leest’, eindwerk Hilde Smets 1997)

Vervolgt.

Foto’s :
-Victor had een innemende persoonlijkheid die hem zeer geliefd maakte.
-Op deze foto geflankeerd door zijn collega’s-leerkrachten uit de jongensschool : Meyers, De Leers en Huysmans.
-Victor Selleslagh was een gelovig man met het hart op de juiste plaats en met een ongelooflijke "sense of humour". 

Met dank aan zijn dochter Rafke voor de foto's en verhalen.



2706749-9d8729043e8387dab0d748c56ab7ee0e.jpg

2706749-bf72ff09550cf3f15d4bcc9f5a6ccb6e.jpg

2706749-5e445ebbeaded427683ca48c8645fce0.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 16:47 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – 22 oktober : Overlijden meester Victor Jozef SELLESLAGH

MEESTER VICTOR SELLESLAGH

Victor Jozef Selleslagh was te Leest geboren op 12 december 1895 als zoon van Jan Frans Selleslagh (°Leest 24/8/1857 , +Mechelen 29/2/1896) en Dominica Van den Brande (°Kapelle-op-den-Bos 6/1/1861, +Leest 19/12/1915). Zijn peter was Viktor De Greef, zijn meter was Josepha Van Camp. Doopvader was onderpastoor Pingnet. Victor Selleslagh was de jongste van tien, waarvan er twee kinderen zeer jong overleden. Hun vader kwam tragisch aan zijn einde. Hij was werkzaam als seingever aan de N.M.B.S en werd op 29 februari 1896 geplet tussen de buffers van twee treinstellen. Zolang hij zich tussen die buffers bevond kon hij praten maar toen die treinstellen uit mekaar werden getrokken overleed hij stante pede. Hij liet een weduwe na met acht kinderen, waarvan de oudste veertien jaar oud was en de jongste, Victor, nog geen drie maanden.
De tegemoetkomingen na het ongeval waren ontoereikend om de zware gezinslast te dragen en moeder kon de touwtjes aan mekaar knopen door de uitbating van een herberg, kruidenierswinkel en feestzaal tegenover de kerk van Leest. Zij runde ‘Feestzaal Eldorado’ tot aan haar plotse dood op 19 december 1915.
“Wij werden streng opgevoed,” vertelde Victor later, “basis voor een formidabele samenhorigheid in ons gezin, en algehele inzet voor mekaar. Ook aan leute ontbrak het zeker niet. Zij die ons genegen waren, en dat waren er zeer velen, keerden na bezoek geamuseerd huiswaarts. Het was bij ons echt de zoete inval. Sommigen suggereerden zelfs de naam ‘Eldorado’ te vervangen door ‘In de Zoete Inval’. Ons moeder was streng maar tevens een graag geziene figuur in onze Leestse leefgemeenschap.”
In zijn jeugdjaren was Victor ook misdienaar bij pastoor Verbist. Een anekdote is hem altijd bijgebleven : eens moest er een parochiaan, een zekere Geets van de Leestse Heide, berecht worden. De man was overleden aan het besmettelijke typhus. De pastoor raadde zijn misdienaar aan tijdens de berechting een snoepje in zijn mond te houden en dat nadien weer uit te spuwen. Dit zou besmetting voorkomen. Victor’s moeder kon daar later niet mee lachen en nam het de pastoor uiterst kwalijk. Voorspoed en tegenslag liggen vaak dicht bij mekaar. Op 14 augustus 1915 had Victor zijn onderwijzersdiploma behaald en op 19 december datzelfde jaar overleed plots en totaal onverwacht zijn moeder. Ze waren nog met z’n drieën thuis en zijn zussen Marie en Colette huwden op dezelfde dag. Victor ging bij zijn broer Ivo en schoonzus Hortans in Hombeek wonen. Toen bij dat echtpaar een derde kindje geboren werd verhuisden ze naar de Battelsesteenweg. Victor verhuisde mee en is daar uitgetrouwd.
Onderwijzer Victor Selleslagh doorliep alle klassen in de lagere school van Leest en haalde zijn diploma van onderwijzer in de Katholieke Normaalschool van Mechelen. Op 1 februari 1917 kwam hij, na 2 jaar in Tisselt les te hebben gegeven als tijdelijk dienstdoende onderwijzer, in dienst als hulponderwijzer te Leest, dit in de plaats van zijn leermeester Dumont. In de gemeenteraadszitting van 25 januari 1917 was hij met unanimiteit van stemmen (negen op negen) verkozen. Zijn jaarwedde : 1.200 fr plus 150 fr verblijfsvergoeding. Hij zou ononderbroken les geven aan het derde en vierde studiejaar.
Meester Jan Dumont was gehuwd met Anne Jepherina Matterne. Tijdens de schoolstrijd in 1879, onder burgemeester Livinus De Laet, was hij naar Leest gekomen en werd hier schoolhoofd. Voordien was hij onderwijzer te Zemst-Laar. Hij woonde in het schoolhuis en had drie kinderen : Stefanie, Albert en Raymond en zoals hun vader stapten ze allemaal in het onderwijs. Victor Selleslagh vertelde later dat zijn voorganger zijn eigen methode had : ‘wie niet horen wil, moest voelen !’, maar hij was een buitengewoon flinke leerkracht : ge moest het leren en het ging er
in ! Voor hem was De Keersmaeker onderwijzer en hij werd door de gemeente betaald. Rijkelijk was die betaling van de schoolmeesters echter niet : ‘La misère an redingote’, zo werden ze toen bestempeld. (Ze droegen gelijk de burgemeester en de dokter de ‘redingote’ of lange jas, maar voor de rest was ’t miserie. Voor 14-18 kregen ze 900 tot 1100 frank per jaar en daarbij moesten ze soms lang op hun centen wachten). Hoofdonderwijzer Jan Dumont verliet Leest voorgoed om zich te Evere te gaan vestigen. Hij vertrok uit het dorp met 300 kg aardappelen, waarvan 100 kg plantaardappelen en 8 kg boter, door hemzelf ingezouten. Niet vergeten het was oorlog. Van die dag af werd Constant Moons hoofdonderwijzer. Remi Kets verving de overleden meester Moons in augustus 1918 maar in 1920 was er opnieuw een vacature voor hoofdonderwijzer. Meester Kets was immers veroordeeld tot 15 maand gevang wegens aanslag op de goede zeden. Victor Selleslagh weigerde zijn kandidatuur te stellen, hij vond zich te jong voor deze functie en zo werd Jan-Baptist De Leers hoofdonderwijzer en schoolhoofd.
Meester Meyers, het latere schoolhoofd, leerde bij meester Selleslagh het sentimentele gedicht : ‘hij trok het schuifke open’ en voegde er aan toe : ‘ik heb bij deze meester veel plezante uren beleefd.’
Boer Wannes Spruyt uit de Winkelstraat cumuleerde zijn beroep met agent van de ABB maar vond dat laatste werk te zwaar om dat te delen met het boerderijleven. Op aandringen van Spruyt en met bijzondere goedkeuring van het ABB bestuur uit Leuven, startte Victor op Kerstmis 1925 als agent ABB, echter op naam van zijn echtgenote.

Vervolgt.

Foto’s :
-Victor Selleslagh zoals de meeste mensen hem gekend hebben.
-Bovenaan als 2de van links meester Selleslagh in 1915 met zijn afgestudeerde collega’s.
-Victor met zijn onderwijzers diploma.
-Zijn klas in 1918. Bovenste rij v.l.n.r. : Frans Spoelders, Edward Selleslagh, Jan Nuytkens, Frans Van Rompaey, Felix Verbeeck, Fons Huysmans, Jan De Muyer, Gust Geerts, Frans Hermans.
Tweede rij : Albert Beullens, Theofiel Spruyt, Edward Siebens, Louis Fierens, Handrik Lauwens, Louis Diddens, Fred De Muyer, Alfons Keulemans, Siebens, Frans Van Winghe, Emiel Keuleers. Derde rij : Louis Van den Broeck, Victor Boey, Jan Beullenss, Jan De Quint, Jef Peeters, Remi Fierens, Ferdinand De Prins, Constant Fierens, Spruyt, Jaak Van Herp, vluchteling naam onbekend.
Vierde rij : Rik De Bruyn, Constant Huysmans, Fred De Rooster, August De Win (boven), Louis Van Roey, Hendrik Spoelders, Juul Peeters, Marcel Spoelders, Victor Selleslagh, Florent Van Praet, Jef Beullens, Frans Van der Taelen, Albert Janssens (boven), Guillaume Diddens (boven), Constant Van Hoof, Jan Selleslagh.
Onderste rij : Gust Nuytkens, Edward Vloeberghen, Jaak Voet, Constant Van den Branden, Karel Verbeeck, Spruyt, Keulemans, Frans Leemans (“Luppe”). (“LG”, blz. 145)
-Meester Victor verving meester Jan Dumont die zich te Evere ging vestigen.
-De jongensschool bezat in de tijd van meester Selleslagh nog een overdekte koer die aan de Scheerstraat grensde.

Met dank aan Rafke Selleslagh voor de foto’s en verslagen.



2706304-695ec5228237d963f8212bdca59b9d30.jpg

2706304-ecb2dc8ee3e4656d8b9b9c1345344c04.jpg

2706304-aa94a03072d7090f30a421c79e216fd3.jpg

2706304-79f7924e6e167d4f18c1bbaeff12e5ee.jpg

2706304-8560c087e8ede65b6eab8cc6253558ab.jpg

2706304-4b1afb50c784c855eb51a1759b3c80d0.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 09:00 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – 23 september : Beraadslagingen van de Gemeenteraad : opslag voor de veldwachter
De gemeenteraad in zitting van 23/9/1963 en vertegenwoordigd door : Frans De Prins, waarnemend voorzitter, Ferdinand De Prins, schepen, P. Verbeeck, Henri Van den Heuvel, Hendrik De Bruyn, raadsleden en Egied Bradt secretaris.
Dagorde : bijslag voor het bezit van Diploma aan de veldwachter. ”Gezien de veldwachter in het bezit is van een bijzonder getuigschrift van bevoegdheid tot het ambt van veldwachter, afgeleverd door de Politieschool van het Nationaal verbond der Veldwachters van België, in datum van 11 september 1962. Gezien het bezit van dit diploma een bijkomende akte uitmaakt ten aanzien van die welke in het algemeen van de kandidaten vereist wordt voor hun functies. Gezien dit diploma dienstig is voor de uitoefening van zijn beroepsopleiding. Gezien de omzendbrief van 25.6.1963, houdende de algemene instructies inzake de geldelijke herwaardering van het gemeentepersoneel, besluit : 1. Aan de heer Van Hoof Victor, veldwachter, een jaarlijkse vergoeding te verlenen van 3600 frank per jaar en dit met ingang van het jaar 1963. 2. Deze beraadslaging voor goedkeuring over te maken aan de hogere overheid.”(GA)

1963 – 27 september : Leestenaar licht gewond na aanrijding
Op de Battelsesteenweg te Mechelen deed zich een aanrijding voor tussen de fietser uit Leest Leon Daelemans en de fietser uit Mechelen Paul Van de Vondel. De Leestenaar werd licht gewond. (GvM, 27/9)

1963 – Van 29 september tot 8 oktober : Heilige Missie in de parochie Leest
Met de medewerking van de Redemtoristen de paters J. Schotsmans en A. Penninck.

1963 – 12 oktober : Dansavond K. Fanf. St.-Cecilia
“Een nacht in Venetië” met een “buitengewoon” orkest. (DB)

1963 – 14 oktober – G.v.M. : Bromfietser uit Leest gewond
Op de Gentsesteenweg te Mechelen werd de bromfietser uit Leest Alfons Huys aangereden door een personenauto die bestuurd werd door R. Meuleman uit Ukkel. Eerstgenoemde liep hierbij wonden op en diende ter verpleging naar het O.L. Vrouwgasthuis te Mechelen te worden overgebracht.

1963 – 15 oktober – G.v.M. : Aanrijding te Leest
Op de Kallebaan ter hoogte van de Bist had er een aanrijding plaats tussen een personenauto bestuurd door Paul Beeck uit Mechelen en de wielrijder J.B. Clerbaut. Deze laatste werd licht gewond.

1963 – Maandag 21 oktober : Koffiefeest van de Kristelijke Bond voor Gepensioneerden
Die dag, vanaf 15 uur, vond in de parochiezaal van Leest het koffiefeest plaats van de Christelijke Bond voor Gepensioneerden van Leest. Te dezer gelegenheid kwam de Willebroekenaar Stan De Clercq spreken over de nieuwe wet van de zelfstandigen en vrijverzekerden. Ter gelegenheid van deze eerste vergadering van de bond had het voorlopig bestuur niets nagelaten om dit feestelijk te vieren. De parochiezaal was dan ook flink gevuld met de deelnemende gepensioneerden aan een schitterende feesttafel. Voorgerecht, soep, aardappelen, groenten en vlees, ijskreem en daarbij een flinke pint bier stonden op de spijskaart, zo fijn verzorgd als in een restaurant. Tussen de gerechten in verleende de voorzitter Stan Buelens het woord aan de arrondissementssecretaris Stan De Clercq, die vooreerst de plaatselijke bond geluk wenste met de zeer actieve werking. Hij stipte ook aan dat het bestuur slechts voorlopig werd aangesteld en thans diende verkozen te worden. De aanwezigen betuigden hun instemming met de bevestiging van het uitredend bestuur zodat het bestuur als volgt is samengesteld :

-Voorzitter : Buelens Constant, Tiendeschuurstraat 25.
-Ondervoorzitter : Wed. Verbruggen-Van Boxem Pelagie, Tinneschuurstraat 8.
-Secretaris : Leemans J., Dorpplaats 13.

Leden :
-Wed. Beullens-Geerts A., Alemstraat 5.
-De Schoenmaecker Florentine, Blaasveldstraat 28.
-V. Diddens, Warandestraat.
-Celine Van Winghe, Alemstraat.

Ten slotte sprak Stan De Clercq zijn waardering uit voor het onbaatzuchtig werk van de bestuursleden in de kristelijke sociale beweging voor de bejaarden en gepensioneerden en deed een oproep om verder door te zetten. Vervolgens werden de lekkere spijzen geproefd en tussenin kreeg men dan nog passende gezelschapsliederen en ontspanningsnummers. Ten slotte kwam de reuzetombola met niet minder dan 60 prijzen aan de beurt. (GvM, 17 en 24/10)

Foto’s :
-De garde kreeg opslag. Vic Van Hoof naast zijn echtgenote Leonore Mees en zijn hond Mirra, daaronder enkele van zijn memorabilia.
-Herinnering aan de “Heilige Missie” van 1963.
-Voorzitter van de gepensioneerdenbond Constant Buelens met echtgenote Virginia Moons.
-Secretaris Jef Leemans.
-Leden Florentine De Schoenmaecker tijdens een bezoek aan Scherpenheuvel en Celine Van Winghe als slachtoffer van de windhoos in 1983.



2705775-589b5ffce9ca0c272ffc4b2baeb4a8de.jpg

2705775-19ee4de6f74fd1d0fc5e175121016767.JPG

2705775-cbeba728ae7fd6dca605b8ffd348ab13.jpg

2705775-dfca1131e95ee090becf01fabbfcc34e.jpg

2705775-3d0b7a028e689c60184d1899a43209e4.png

2705775-750853570faad9cce4216514d368556b.jpg

2705775-b5828620e03fc357acb24333e1a4b79c.jpg

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:09 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – Septembernummer “De Band” : De B.J.B.-meisjes richtten sportclub op
“Door de zorgen van het bestuur der B.J.B.-meisjes werd overgegaan tot het oprichten van een sportclub, met als doel aan ieder een buitenkansje te gunnen tot het beoefenen van volleyball, dans en atletiek. Om de 14 dagen zal er geoefend worden. Meerdere inlichtingen zullen per omzendbrief aan alle belangstellenden ter hand gesteld worden.”

1963 – Zondag 1 september : Tweede Milac-Avond
Reuze Show-Avond met het Trio Bartholet, met de Music Makers, de goochelaar Mister Magic en de zangeressen Gina Bartley en Jo Nell. Locatie : de parochiezaal. Folder onderaan.

1963 – Dinsdag 3 september : Autobestuurder gedood aan onbewaakte overweg te Leest 
G.v.M., 4/9 : “Dinsdagnamiddag om 16u50 deed zich een vreselijk verkeersongeval voor aan de onbewaakte spooroverweg op de grensscheiding van de gemeenten Leest-Hombeek, toen een bestelwagen van bakker Louis Andries, rijdend in de richting van Kapellen-op-den-Bos, gegrepen werd door de trein van de lijn Sint-Niklaas – Mechelen. De bestelwagen werd tweehonderd meter meegesleept en de bestuurder bleek op slag gedood. Dokter Marinus, uit Hombeek, kwam enkele minuten na het vreselijk voorval ter plaatse maar kon slechts de dood van het slachtoffer vaststellen. E.H. Peeters, onderpastoor van Hombeek, diende de ongelukkige in extremis de H. Olie toe. Louis Andries, die met zijn alleenwonende vader een bakkerij uitbaatte op de Hombeeksesteenweg 282 te Mechelen, was zelf woonachtig op de Brusselsesteenweg, 40 jaar oud, gehuwd zonder kinderen. De brandweer van Mechelen had veel moeite om het lijk uit de totaal verhakkelde bestelwagen vrij te maken en het spoor te vrijwaren. Gezien de richting waarin het slachtoffer reed, was het onmogelijk de aankomende trein te zien daar bomen het uitzicht belemmeren. Het is trouwens niet de eerste maal dat zich aan deze onbewaakte overweg een aanrijding tussen trein en auto voordoet. Later op de avond kwam het parket van Mechelen ter plaatse.”

1963 – 12 september : Muziekonderricht door Kon.Fanfare St.-Cecilia
DB van november 1963 : “Het mag wel een prachtig initiatief genoemd worden, genomen door de Kon. Fanfare Sint Cecilia, een begin te hebben gemaakt met het geven van muziekonderricht. In een tijd dat niet zoveel meer rekening gehouden wordt met de bevordering van de cultuur, komt het zeker op tijd de jeugd in te schakelen in dat raderwerk. De ontwerper(s) zullen ten volle moeten onderschrijven, dat de gedane oproep goed beantwoord is geworden, immers een 20-tal jongeren waren aanwezig op zaterdag 12 dezer in de gemeentelijke jongensschool, om de eerste les te volgen. De heer Theofiel Fierens is zeker een borg voor de juiste methode die moet aangewend worden, en er mag hem veel geluk toegewenst worden voor het volbrengen van deze schone taak.” (Foto van Theo Fierens onderaan)

1963 – Zondag 15 september : Startdag van de BJB-meisjes te Mechelen
Die dag startten de BJB-meisjes van het Gewest Mechelen met hun nieuw werkjaar. Honderden bestuursleden, BJB-sters en Jong-BJB-sters uit verschillende parochies rond Mechelen kwamen naar het instituut van de zusters Loretten in de Drabstraat om moed en inzichten op te doen. Deze startdag begon om 09u30 en bij aankomst kreeg ieder lid het zangboekje van het nieuwe werkjaar en werden ze verwelkomd door hun gewestleidster uit Leest Godelieve Lamberts. Er werden verschillende lessen gegeven, gezangen herhaald en het middagmaal werd genuttigd in het Groot-Seminarie. Nadien volgde wat ontspanning om vervolgens weer in secties verder te werken en o.a. het jaarprogramma te bespreken… (Beknopte samenvatting uit GvM van 12/9)

1963 – 17 september – G.v.M. : Verkeersongeval
Een aanrijding deed zich te Mechelen voor op de Koning Albertplaats tussen de lichte vrachtwagen bestuurd door Jozef Van Horenbeeck uit O.L.Vr. Waver en de stationwagen bestuurd door Elza De Rooster uit Leest.

1963 – Zondag 22 september : Geslaagd optreden van de K.F. Ste Cecilia te Hombeek
“Op zondag 22 september verleende deze fanfare haar medewerking met het geven van een concert in de zaal “De Vlaamse Leeuw” te Hombeek, en dit op verzoek van de Hombeekse Sportvrienden. De deelneming was zeer bemoedigend en het concert buitengewoon. Anderzijds hield zij de jaarlijkse reis naar de Ardennen en wel meer naar Durbuy alwaar een concert gegeven werd.” (“DB”, september ’63)

Foto’s :

-De poster van de “Reuze Show-Avond”.

-Foto GvA : “De zoveelste dode aan een onbewaakte overweg.”

-Theo Fierens gaf muziekonderricht.



2705723-dc926b4eccdcf545604951b0dbf4b136.jpg

2705723-57d711a7db34474c9bb6da7b07c73484.png

2705723-995fe28127cef121d799d91509c2067a.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:43 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – Septembernummer “De Band” : Soldaat F. Polspoel
-Soest : “Hier dan eindelijk een briefje uit het zonnige Soest. Ik ben hier nu een goede twee maand aangeland, en ik moet zeggen het is me nogal goed meegevallen. Na drie maand in Turnhout te hebben gewerkt slaap ik nu in Soest. Inderdaad de eerste maand in Turnhout was niet vet, de tweede en derde maand waren voor het opleiden als chauffeur. Hier heb ik dan nog een paar dagen scholing gevolgd voor het rijden met GMC en halftrack. Nu moet ik regelmatig bollen om de soldaten naar de oefeningen te voeren, ’t is dan dat ge het verschil ziet tussen chauffeur en infanterist, terwijl zij schieten en kruipen zit ik in de camion op afstand te kijken naar het gebeuren. Ik beklaag dan ook de gewone infanterist die de 10 frank daags niet gratis zal gekregen hebben. Er komen beslist nog wel slechtere dagen wanneer zij voor een paar weken op maneuvers gaan. Alhoewel in het 5de Linie voor de 80% uit de streek van Antwerpen is, heb ik hier nog geen enkele Leestenaar ontmoet, wel zijn er verschillende uit Mechelen en Willebroek die ik ken. Ik hoop wel eens een Leestenaar te ontmoeten, hij zal het hier zeker niet slecht hebben. Nu ga ik sluiten. Ik bedank meteen Milac voor hetgeen ze me al gestuurd hebben. Nog het beste aan alle Leestenaren en soldaten.”

-F. Polspoel uit Soest (decembernummer van 1963 “De Band”) : “Hier dan nog een briefje van een soldaat van uit een pas uit feest zijnde kazerne. Inderdaad de bataljonfeesten zijn pas achter de rug. Vele ouders en kennissen kwamen hier eens een kijkje nemen en ze waren getuige hoe goed en plezant het hier is in het 5de Linie. Maar ja, eens het bezoekend volk weg was deden ze met onze soldaten weer wat ze wilden. Waren de bataljonfeesten geslaagd, de kolonel mag er ons gerust een paar dagen verlof voor geven. Vooral de défilé, een vliegend vertrek met half-trucks dat in waaiervorm uiteen stoof was al een verplaatsing naar hier waard. Spijtig dat zo’n feest maar éénmaal in een gewoon soldatenleven voorkomt en maar drie dagen duurt. We hadden een kamp in zennelagen moeten doorworstelen. Ik overdrijf niet maar meer dan de helft hadden de laatste week rapport dokter gevraagd. Het was ginder koud en vochtig, ook in de tenten waar we sliepen op de grond op een stroozak. Daarbij hadden we weinig slapen want de oefeningen waren gewoonlijk ’s nachts met daarbij de nodige regen. Ik mag wel niet klagen want ik hield mij altijd droogjes in de cabien. Wel moest ik dikwijls aardige maneuvers doen met mijn camion, want bergjes en slijkerige putten waren ginder in overvloed. De drie weken gingen voor mij toch snel voorbij ; ondertussen is het in de kazerne toch een heel stukje beter, de chauffeurs moeten niet te veel doen, zijn doorgaans vrij van wacht, piket en karweien. We slaan hier zowat een apart rustig leventje. Voor mij is het hier altijd hetzelfde, de fuseliers naar hun oefeningen brengen. Maandag vertrek ik weer naar België met de camion voor een week waar de schutters de “Schaal Albert” zullen betwisten in Leopoldsburg. Daarmee ga ik sluiten. Nog de groeten aan alle Leestenaren, soldaten en De Band.”

1963 – Septembernummer “De Band” : Soldaat Frans VAN DEN HEUVEL
 -Leopoldsburg, 1963 : “Als rekruut werd ik naar Leopoldsburg gestuurd. Aan het station werden we afgehaald en onder geleide van MP’s naar het kamp van Beverlo overgebracht. Een kamp waar men in den beginne zou verloren lopen. Eerst en vooral kregen we de traditionele indeling in eskadrons, pelotons, kamers, enz. Ik werd hier ingelijfd in het 4de peloton bestuurders van de Pattontank M 47. De tweede dag hier op ons buitenverblijf op de heide kregen we onze volledige uitrusting. Daarna volgden drill, tactiek, radio en bewapeningslessen elkaar af. Onze eerste spuitjes zullen we pas eerst de 9de augustus krijgen, we krijgen dan ook 48 uren vrij van dienst. Wat het eten betreft, hierover wordt hier niet geklaagd alhoewel we hier met een 1000-tal rekruten zijn binnengekomen. We liggen hier met 22 op de kamer, een 10-tal Westvlamingen en een 10-tal Antwerpenaars. Over het weer hebben we hier evenmin te klagen gehad, niet te warm. Alleen vandaag heeft het hier geregend. Hiermee ga ik mijn eerste briefje sluiten en doe nog de beste groeten aan alle leden van Milac en alle soldaten van Leest.”

-Leopoldsburg, 1963 : “Eerst en vooral hartelijk dank voor De Band en het Parochieblad. De Band wordt hier op de kamer door eenieder gelezen, wat de mannen het meest interessant vonden, waren de militaire raadgevingen. Milac dient hiervoor gefeliciteerd en het weze tevens een steun om haar werk in de goede richting voort te zetten. Nu wat kazerneleven : de opleiding is hier achter de rug en nog een maand en half en het is hier afgelopen. Nu de specialisatie bezig is gaat de tijd veel vlugger vooruit. Dagelijks gaan we hier rijden met de tank en voor de rest krijgen we nog wat bewapening, tactiek, wegcode en militaire opvoeding. Het weder is hier zoals in Leest denk ik, regenen, regenen en om te veranderen nog eens regenen. De wacht en de piketdiensten volgen elkaar regelmatig op. Ik ga nu mijn briefje sluiten want mijn rust is bijna om en seffens moet ik terug de wacht op. De beste groeten aan alle Milac-leden en de soldaten van Leest.”

-Leopoldsburg, 1963 (“De Band”, december ’63) : “Eerstens, vooral hartelijk dank voor de “Zondagsvriend” en het “Parochieblad” die ik hier regelmatig krijg toegestuurd. Deze week is hier bijzonder druk geweest, afleggen van eindtesten en daarbij nog in alarmtoestand zijn. Gene vette hoor als ze u ’s nachts uit uw bed komen halen om u een paar uren te laten rondrijden in een camion. Toekomende week trekken we nog enkele dagen de heide in, want we moeten nog gaan schieten met de MI 30 en granaat werpen, en daarmee zal het hier afgelopen zijn. Ik denk dat dit mijn laatste briefje zal zijn uit Leopoldsburg want den 30 oktober vertrekken we naar Duitsland. De beste groeten aan Milac en alle soldaten.”

-Euskirchen, (“De Band” van december 1963) : Sedert 31 oktober werd ik overgeplaatst naar Euskirchen om er mijn verdere diensttijd te volbrengen. De omgevende natuur is hier heel wat schoner dan in Leopoldsburg. De kazerne is hier ook tiptop in orde, zuivere kamertjes en slechts 6 man per kamer in plaats van 22. Ik werd hier ingedeeld bij de 2de Lanciers, het is een der oudste regimenten van het Belgisch leger daar het reeds gesticht werd in 1830. Het maakte meerdere oorlogen mee. In 1948 werd het 2de Lanciers terug opgericht te Leopoldsburg en sinds april 1949 verblijft het in het garnizoen te Euskirchen. Euskirchen op zichzelf is maar een klein stadje met amper 20.000 inwoners en het ligt aan de M.O. rand van het Eifelgebergte, de voortzetting van onze Ardennen. Het is gelegen op plus minus 30 km van Keulen, Bonn en Düren. De afstand tot de Belgische grens bedraagt eveneens een 30 km. Het stadje is ontstaan rond de jaren 750 na Christus. Als bezienswaardigheid heeft men hier : -De St Martinuskerk uit de 12de eeuw. -De oude stadswallen met typerende torens. -Een station met sporthallen sportpleinen en een prachtige zwemkom. -Een zeer mooi park en bossen in de omgeving. Na al deze toeristische wenken ga ik sluiten, de beste groeten aan Milac en de Leestse soldaten.”

-Euskirchen, 1964 : “Hier dan nog een briefje uit Euskirchen met wat kazernenieuws dat eerder schaars is na een verlof van 12 dagen en voor een wachtperiode van anderhalve maand, daarna volgt dan nog een hele reeks van kampen en oefeningen. Voor ik naar hier kwam zei men me “Euskirchen heeft een mooie kazerne, maar ge ziet er weinig langs binnen”, en dit moet ik nu wel gaan geloven. Tijdens mijn verlof werd er me gevraagd naar de mogelijkheden van een tank, hier volgen er dan enkele van die mogelijkheden : PATTON M 47 : vermogen 810 PK. Gewicht:plus minus 45 ton. Hoogte : (met Mi 50 AA) 3.30 m. Lengte : kanon naar voor 8,5 m, kanon naar achter 7,10 m. Breedte : 3,5 m. Overschrijdingsmogelijkheden : breed 2,60 m, hoog 0,90 m, doorwading 1,2 m, helling 60%, kruissnelheid plus minus 50 km/u op de weg. Verbruik : inhoud benzinebakken 880 liter. Autonomie 7 tot 8 uur of 100 tot 120 km. Benzineverbruik plus minus 7,5 liter per km in ideale omstandigheden (80 MT Gas) plus minus 110 l per uur. Olieverbruik : max toegelaten : 5 l per uur. Ook nog eens dank voor de post : Zondagsvriend, Parochieblad en De Band. Een hartelijke dank ook in naam van alle Leestse soldaten, ook diegene die de grote show-avond niet hebben kunnen bijwonen, het bestuur van Milac en de Leestse bevolking ; het was werkelijk een knalavond en de bomvol gelopen zaal bewees eens te meer dat de Leestenaren meer dan een beetje over hebben voor hun soldaten. Voor Milac weze het tevens een morele steun om haar schoon werk in de goede weg voort te zetten, nogmaals hartelijk dank aan allen. Beste groeten aan alle Leestenaren en in ’t bijzonder de soldaten.”

-Euskirchen, 1964 : “Hier dan nog een briefje uit Euskirchen waar het oudejaar eveneens is gepasseerd. Zalig Kerstfeest en gelukkig Nieuwjaar wens ik aan alle sympathisanten van Milac en De Band. Hartelijk dank voor de post die ik krijg toegestuurd en die hier op de lange en harde winteravonden goed van pas komt. Wat het kazerneleven aangaat is het hier eerder kalm. Kalmte of stilte voor de storm zoals men zegt is het vooruitzicht van de kampen in Vogelzang en Höne. Wekelijks krijgen we hier natuurlijk ons rantsoen van dropping of nacht oefening. Vermeldenswaard is ook dat wij miliciens vanaf 1 januari aan een vaste maandwedde werken, dit dan terloops gezegd om het humeur van de toekomstige Leestse rekruten wat op te vrolijken. Ga ik eindigen met de beste wensen aan alle soldaten en Leestenaren.”

-Euskirchen : (“DB”, april 1964) “Hier dan nog een briefje met wat kazernenieuws. Voor het ogenblik hebben we het hier bijzonder druk, ons eskadron is hier gedurende 14 dagen van grote dienst en d.w.z. de ene dag wacht, de volgende piket, enz…, daarbij komt dan nog het in orde brengen van de tanks om op 14-daagse oefening te gaan naar Vogelsang, en dit is nog niet alles, dagelijks krijgen we hier een uur drill zoals in onze opleidingsperiode en dit dan in het vooruitzicht van de wacht die we zullen moeten doen aan het Koninklijk Paleis van 18 tot 31 mei. Het weder is hier ook al niet te fameus maar dat zal wel beteren naargelang de zomer komt en einde goed alles goed. Ook nog hartelijk dank voor de post, Zondagsvriend, Parochieblad en De Band die ik hier regelmatig krijg toegestuurd. Beste groeten aan alle soldaten, Milac-leden en lezers van De Band.”

-Vogelsang : “Eindelijk nog een briefje van een rekruut die nog enkele maanden moet doen. Na een kamp in Hölme, 14 dagen wacht aan het paleis te Brussel, die uitstekend is meegevallen, ben ik dan hier voor mijn laatste kamp in Vogelsang beland. Het weder is hier uitstekend, alleen ’s nachts is het een beetje koud in de tenten. De natuur is hier werkelijk wonderbaar, en wanneer men hier aan het meer ligt te luieren zou men zelfs gaan denken aan… Ook nogmaals hartelijk dank voor het parochieblad, De Band en de Zondagsvriend en dan in het bijzonder voor de Gazet van Antwerpen die ik hier momenteel dagelijks krijg. Nog een goeden dag aan alle Leestenaren en in het bijzonder aan de soldaten en aan allen een welverdiend en aangenaam verlof.”

-Euskirchen : “Men zegt wel eens, er is een tijd van komen en van gaan : wel voor mij is de tijd van gaan gekomen, nog een 2-tal dagen en de 12 maanden zijn achter de rug. Wat die 12 nutteloze maanden betekenen in het leven van een jong mens kan men onmogelijk onder woorden brengen in een brief, men zou er een gans boek kunnen over schrijven; ik ga er dan ook niet verder over uitweiden en de kwaadste en minder mooie dagen, wachten en piketten zo vlug mogelijk vergeten. Hetgeen voor mij wel betekenis heeft en dit zullen de andere Leestse soldaten moeten toegeven is het werk dat Milac presteert voor zijn soldaten. Ik durf u verzekeren beste lezers dat ik nooit heb moeten blozen voor hetgeen ik hier kreeg toegestuurd, want steden als Antwerpen, Mechelen en Lier konden zulks nooit ten beste brengen voor hun soldaten. Dit werd me meermaals openlijk door hen zelf toegegeven, wanneer ze er om lachten dat Leest nog niet eens op de landkaart te vinden was. Wat er ook van zij, bekende radio- en T.V.-vedetten vinden er toch hun weg wanneer er door Milac iets wordt ingericht. Ik hoop dan ook dat Milac nog lang op de steun van de bevolking mag rekenen alsmede op die van het gemeentebestuur. Tot slot moet ik Milac nog danken voor al de post die ik hier kreeg toegestuurd en in ’t bijzonder dan de gazet, welgekomen gazet tijdens de Ronde van Frankrijk.”

Frans Van den Heuvel was te Leest geboren op 9 mei 1944. Hij was leraar en gaf o.a. les aan het Stedelijk Instituut voor Technisch Onderwijs, de Middelbare Technische Normaalschool, de school voor Technisch Ingenieurs, het Stedelijk Instituut voor Sociale Promotie, het Koninklijk Atheneum Lyceum en het Centrum voor Volwassenonderwijs, telkens te Mechelen. Hij was gehuwd met Anny Heylen en overleed in het U.Z. te Edegem op 27 oktober 2006. Frans was vereerd met het bronzen-, zilveren- en gouden ereteken van het Rode Kruis. De erkentelijkheidsmedaille van het Rode Kruis met zilveren palmen en de Burgerlijke medaille 1e klas. Hij was lid van de Koninklijke Oud-Leerlingenbond S.I.T.O; & C.V.O. Mechelen. Lid van het Koninklijk Geschied- en Oudheidkundig genootschap van Vlaams-Brabant. Lid van de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde. Lid van de Heemkundekring “Hoembeka”. Lid van de Heemkundekring “De Semse”. De plechtige uitvaart vond plaats in de parochiekerk Sint Martinus te Hombeek op zaterdag 4 november 2006 om 11.15 uur gevolgd door de asverstrooiing op de begraafplaats van Hombeek.

Foto’s :
-De kazerne van Euskirchen.
-Een Patton M 47.
-Frans Van den Heuvel, jaren na zijn soldatentijd.



2705617-b14731faf756f6b21d7c09234c2bbe45.jpg

2705617-62638641dc2369c937d07c69dfbb8413.jpg

2705617-10a4dcce32e6fdc0b5d60b16f314588f.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 15:32 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – 17 augustus : Huwelijk Willem Lauwens met Anny De Prins
Ter gelegenheid van het huwelijk van een bestuurslid of muzikant van de Kon. Fanfare Sint-Cecilia, eventueel van een zoon of dochter van een bestuurslid, werd een serenade gegeven. Een dergelijk optreden diende van oudsher te worden aangevraagd bij het bestuur. Meestal op de huwelijksdag zelf trok de fanfare dan met muziek naar de plaats waar het huwelijksfeest werd gegeven. Tot de vijftiger jaren werden feesten meestal thuis bij de bruid gevierd. Vanaf ongeveer 1960 werd er meer en meer gebruikgemaakt van feestzalen. Doorgaans werd er in de vooravond opgetreden. Voor de woning van de bruid stond het jonge paar in de deuropening te luisteren naar de serenade. Op dergelijke gelegenheden werden korte stukjes gespeeld en aan het eind van de plechtigheid mocht de bruidegom nog vragen zijn lievelingsstuk te spelen. De woordvoerder van de fanfare hield tussen de muziekstukjes door een gelegenheidstoespraak met de nadruk op het verdere levensgeluk van het jonge paar, maar ook op hun trouw aan de muziekvereniging… (“Leest in Feest” Stan Gobien)

Onderaan een foto van de optocht naar de feestzaal voor de serenade van het huwelijk van muzikant Willem Lauwens met Anny De Prins te Tisselt op 17 augustus 1963 en Willem en Anny jaren later.

1963 – 25 augustus : Uitstap St.-Cecilia
De Koninklijke Fanfare St.-Cecilia organiseerde een rondrit in de Ardennen met als einddoel Durbuy, het kleinste stadje van België. Daar werd ook een concert gegeven.

1963 – 26 augustus : Zuster Maria Dominika (Melanie De Wit) vertrok naar haar missie
Een tijdje nadien schreef ze, vanuit Coquihatstad (of Coquihatville, thans Mbandaka) volgende brief naar “De Band “ : “Van uit Kongo kom ik U nogmaals danken voor Uw liefdevolle bezorgdheid en goedheid. Ook al de parochianen dank ik eveneens voor hun milde steun en hun blijken van genegenheid voor de missie en de missionarissen. Op 26 augustus, om 9 u ’s avonds vertrok ik weer naar mijn geliefde missie. In de vroege morgen kregen we een geweldig onweer zodat iedereen verzocht werd de veiligheidsgordels vast te maken. De Boeing die meer dan 12.000 m hoog vloog kwam er doorheen en na een goed half uur was het ergste voorbij. Om 5 u in de morgen zijn we veilig in Leopoldstad geland. Na de nodige formaliteiten stapten we in een kleiner vliegtuig en om 7 uur vertrok de ‘vier motor’ die ons naar Coquihatstad zou brengen. Na een uur vliegen werd ons gezegd weer de veiligheidsgordel dicht te maken want weer moesten we door een zwaar onweer. Nu heeft de piloot een klein toerke gemaakt en zo het ergste van het onweer kunnen vermijden. Te 9 uur kwamen we te Coquihatstad aan in een plassende regen. Het slechte weer en de regen van België waren ons dus gevolgd naar Kongo. Gelukkig maar voor één dag want vandaag schijnt weer de Evenaarszon en wijst de thermometer weer meer dan 30 graden in de schaduw. Op het vliegveld werden we verwelkomd door onze medezusters. Een uur later stapten we weer ons huis binnen, blij dat die reis achter de rug was en gelukkig weer in onze geliefde missiepost te zijn aangekomen. Bij onze aankomst vernamen we dat de klassen waarschijnlijk een paar weken later zullen beginnen. De minister van onderwijs schijnt die maatregel te nemen om te voorkomen dat het inlands onderwijzend personeel in staking zou gaan. Hij hoopt dat de achterstallige en onregelmatige betalingen tegen begin oktober zullen in orde komen. Moest dat waar zijn dat zou veel ontevredenheid bij de mensen wegnemen en het onderwijs zou er veel bij winnen. Bid met ons voor de bloei en de groei van het katholiek onderwijs en dat we door onze scholen, die de toekomst van Kongo zijn, mogen meewerken om dan dat schone en zonnige land de plaats te mogen gunnen die het in de samenleving verdient. Eerwaarde Heer Pastoor, Eerwaarde Heer Onderpastoor en al Uw parochianen, aanvaardt nogmaals mijn besten dank en mag ik u vragen ons te blijven steunen door een vurig gebed.                      Eerbiedig en dankbaar, Z.M. Dominika.”

1963 – 30 augustus – G.v.M. : Canadaboompjes gestolen te Leest

“Uit een bosje gelegen aan de Bist werden door onbekenden 8 canadaboompjes gestolen ten nadele van Prion-Pansius Armand uit Waver.”

1963 – September : Ongevallen
“De eerste dag van het nieuwe schooljaar werd de genaamde Martin Mollemans, die in gezelschap was van zijn moeder, aan de Hoogbrug te Mechelen zijdelings aangereden door een bromfietser. Beiden vielen ten gronde. De jongeling had echter, na vaststelling door een dokter, een vingerbreuk opgelopen.” (DB,augustus 1963)

-Onze dorpsgenoot Alfons Huys werd op de steenweg naar Gent te Mechelen, rijdende op zijn bromfiets, aangereden door een auto bestuurd door R. Meuleman uit Ukkel. Hij werd gewond aan het voorhoofd en liep een vingerbreuk op.” (DB, oktober 1963)

Foto’s :

-De optocht naar de feestzaal voor een serenade van de trouw van Willem Lauwens met Anny De Prins. (Foto “Leest in Feest”)

-Willem en Anny op oudere leeftijd.

-Twee afbeeldingen van Melanie De Wit (Zuster Maria Dominika).

-Martin Mollemans als volwassene.



2705285-005c3eb7eb2a4577d5c4781e2e42c759.jpg

2705285-862e08f35e7b8eae642f5a7351cdfef6.jpg

2705285-a207aef5443fcfeafc7f6882b9e4a221.JPG

2705285-402f83824669ffb041a5ab9c95d9e741.jpg

2705285-278174a1fdc038d61b718b80fd47e5d5.jpg

2705285-9d81f5aa6b031f8da91a1d12ad67d2ee.jpg

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 09:04 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – 20 op 21 juli : Vreselijk ongeval
In de nacht van 20 op 21 juli 1963 werden Willy Lauwers en Alb. Nuytkens het slachtoffer van een vreselijk ongeval. “Het deed zich voor te O.L.Vrouw Waver op de wijk “Stalen Muur”. Alles was in een handomdraai voorbij, auto over kop geslagen, via een beek tegen een boom geslingerd. De inzittenden werden door het autodak geslingerd en bleven als dood ten gronde liggen. De gevolgen waren verschrikkelijk, beiden werden in zorgwekkende toestand naar klinieken overgebracht. Ook de auto werd zeer zwaar beschadigd.” (De Band, augustus 1963)

1963 – 29 juli : Verzet tegen de schoolbus van Kapelle-op-den-Bos
Afschrift van een brief tot de inwoners, gepubliceerd in De Band, augustus 1963 : Beste Dorpsgenoten, De Heer Burgemeester en Schepenen van de gemeente Leest verbieden ten strengste de halten die voorzien zijn, alsmede al de andere halten die zouden kunnen gemaakt worden op ons grondgebied, met de schoolbus van Kapelle-o-d-Bos. Wij zelf hebben onze schoolbus die regelmatig zal blijven fungeren, we zouden niet graag zien dat er een schoolstrijd zou ontstaan. De geestelijke en wereldlijke overheid verzetten zich met kracht tegen de schoolbus van Kapelle op het grondgebied van Leest. Mocht het bestuur van de school van Kapelle toch handelen, moeten wij verdere maatregelen treffen.
          De Burgemeester (get.) E. Verschueren.”

1963 – 30 juli – G.v.M. : Kind gewond
 “Op de Kleine Nieuwendijk gebeurde een aanrijding tussen een tractor met opligger bestuurd door J. Teck uit Willebroek en een landbouwtractor met aanhangwagen gevoerd door Verbruggen uit Leest en een gestationeerde personenwagen van Ser. Schelfaut uit Peutie. Het kind Prischard uit Prentbeach dat in de auto had plaats genomen werd gewond.”

1963 – 6 augustus – G.v.M. : Fietser tegen auto
Op de Mechelsesteenweg te Blaasveld deed er zich een aanrijding voor tussen de wielrijder Leo Van Dam uit Blaasveld en de vrachtwagen bestuurd door Alfons Van Linden uit Leest. Eerstgenoemde werd gewond en diende geneeskundige zorgen te krijgen.

1963 – 9 augustus – G.v.M. : Advertentie
“Volle gast broodbakker gevraagd. Hoog loon, vijfdagenweek, dinsdag en zaterdagnacht vrij. Zich wenden : bakkerij Hellemans, Dorpstraat 42, Leest.”
In 1960 hadden Fons Hellemans en Amelie Portael de bakkerij van Albert Piessens overgenomen. (Meer hierover in deze Kronieken : 13/9/1966)

1963 – 9 augustus – G.v.M. : Het grote probleem voor Leest : woningbouw om krotten te vervangen
“Leest is nog een typische buitengemeente. Een zeer groot procent landbouwbedrijven, veelal nog geschoeid op de oude leest. Groentenkweek vervangt veel te langzaam de landbouw. Van expansie en moderne woningbouw nog niet veel te merken. Kortom, een dorp waar het misschien rustig is om te wonen maar waar men eerder aarzelend schijnt mee te gaan met de tijd.

                                             Meer dan 50% ongezonde woningen
Leest telt 1862 inwoners, getal dat de laatste jaren omzeggens niet wijzigde tenzij met een paar eenheden. Er is wel jaarlijks een geboorteoverschot maar de uitwijkelingen slorpen dit ruimschoots op. Er zijn 447 woningen in Leest, maar hiervan zijn er heel wat die als krotten mogen worden bestempeld. Volgens ons onderzoek moeten de woningen als volgt worden ingedeeld : gezonde : 153; weinig comfortabele : 37; ongezonde maar verbeterbare : 153, waarvan 59 zeer slecht. Op een totaal van 447 een indrukwekkend getal ongezonde woningen dus. Nu moet volledigheidshalve onderstreept dat het gemeentebestuur ter zake niet onverschillig is, en naar verluidt plannen heeft om een hele serie huizen te bouwen langsheen de Kouter, waar grond ter beschikking ligt. Plans werden opgemaakt, maar werden afgekeurd. Men kreeg dan plans opgemaakt door officiële instanties maar daar zijn dan weer de liefhebbers niet voor te vinden. En zo blijft de toestand al te lang voortduren. Ook op stuk van hygiëne zijn er aan de bestaande woningen heel wat tekorten of geven de bewoners blijk van verregaande onverschilligheid tegenover de moderne opvattingen inzake hygiëne. Om dit te bewijzen citeren we dat slechts weinig woningen een Engelse wc met spoeling hebben en dat er slechts 9 woningen zijn met goed water. Zelfs nieuwgebouwde woningen worden in sommige gevallen niet voldoende hygiënisch uitgerust. Hopelijk komt hierin verbetering wanneer de waterleiding zal zijn aangelegd.

                                                    Landbouw nog hoofdzaak
Leest heeft nog 141 landbouwexploitaties waaronder slechts een paar tientallen die ook aan groentenkweek doen. Enkelen passen reeds serrencultuur toe. Voornamelijk kweken de hoveniers : bloemkolen, spruiten, spinazie, asperges, witloof. De mentaliteit is er evenwel nog niet bij de landbouwers om over te schakelen naar specifieke groentenkweek, naar het voorbeeld van St-Katelijne-Waver. Daar ligt nochtans de toekomst voor de landbouwerszonen, die toch open oog hebben voor de huidige evolutie. Tal van studies en publicaties hebben toch reeds voldoende onderstreept dat de landbouwers in onze gewesten in hun eigen belang moeten overschakelen naar tuinbouw en groentenkweek. Het grootste gedeelte van de actieve mannelijke bevolking is, zoals in de andere randgemeenten in het Mechelse, loontrekkende. Hiervan zijn een aanzienlijk aantal tewerk gesteld in de Eternitfabrieken te Kapelle-op-den-Bos en in het Arsenaal te Mechelen. De verbindingen met Mechelen laten echter -en dit reeds zeer vele jaren- te wensen over. Er zijn nochtans drie uitwegen naar Mechelen, de Kouter over Hombeek, de steenweg op Heffen en de baan langs de Battelse bergen. Geen van deze drie banen is ooit in goede staat geweest. Gelukkig voor de weggebruikers komt er schot in de zaak van de verbindingswegen. De Kouterbaan is in herstelling en zal, eens afgewerkt, een goede verbinding vormen met het industriepark van Schonenberg. De baan naar Heffen wordt kortelings in aanbesteding gesteld, zodat over Battel een goede verbinding met de grote baan zal tot stand komen. Naar verluidt zou een Mechelse constructiefirma wachten op deze nieuwe baan om er zich met een nieuwe fabriek te komen vestigen.

                                                     De Battelse Bergen   
De slechtse baan maar ook de kortste naar Mechelen is de steenweg die langs de zogenaamde Battelse Bergen loopt en steeds archieslecht is geweest. Maar dat kan de gemeente Leest niet worden ten laste gelegd, daar deze baan Mechels grondgebied is. Er werd door Leest en door de organisaties van deze gemeente al heel wat geschreven en geprotesteerd op de slechte en gevaarlijke toestand van die Battelse Bergen. Als resultaat werd het smalle fietspad met een laag cutback belegd. Er zijn ter zake ook al heel wat beloften gedaan tijdens verkiezingsmeetings en kortelings zal dat weeral gebeuren, maar intussen blijven de Battelse Bergen een kruis voor de vele weggebruikers per fiets, bromfiets of auto.”

Foto’s :

-Burgemeester Miel Verschueren verzette zich tegen de schoolbus uit Kapelle-op-den-Bos.

-Fons en Amelie Hellemans-Portael zochten een vaste broodbakker via een advertentie in Gazet van Mechelen.

-De bedevaarders van Scherpenheuvel in de jaren ’60 passeren het fabriekse te Battel via de erbarmelijke Battelse Bergen.



2704904-23d03c9b4bb342870d8033aedd719972.jpg

2704904-06a930c892daaaf535ee90eeaac9bbfc.png

2704904-e3f4aeb8969e07df5758fb05f915e2ff.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 17:23 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – Zondag 14 juli : Liefhebberskoers te Leest
34 vertrekkers. De uitslag : 1. Battle Eddy (Willebroek) 117 km in 3 uur 2 min. 2. Staldeur Emiel. 3. Verbruggen Willy. 4. Cartuyvels Louis. 5. Van Huynder Hugo. 6. Van Epperzeel Frans. 7. Kerremans Frans. 8. Van Buggenhout Emiel. 9. Badts August. 10. Blommaert Petrus. 11. Baetens Louis. 12. Selleslagh Frans. (Foto onderaan) 13. Adriaenssens Gustaaf. 14. Schaerlaecken Karel. 15. Van Dijck André. (GvM, 15/7)

1963 – Van 15 op 16 juli : Auto tegen omheining
In de nacht van 15 op 16 juli kwam de auto bestuurd door Doms van Leest tegen de omheining terecht van het huis van Lemmens in de Scheerstraat. (DB)

1963 – Dinsdag 16 juli : Noodlanding te Leest
“Op maandag 15 juli stelden inwoners vast dat een zweefvliegtuig in moeilijkheden was geraakt en een noodlanding maakte in het bloemkolenveld van A. Emmerechts. De bestuurder was een 18-jarige Franse piloot uit Parijs die aldaar was opgestegen om een vlucht van 300 km te volbrengen met als doel Holland. Noch piloot, noch toestel liep schade op. Er was een enorme belangstelling vanwege het publiek. Lang duurde het echter niet, want met de hulp van bereidwillige dorpsbewoners werd het toestel gedemonteerd en kon het weggebracht worden.”(DB,1963)

G.v.m. van 17 juli daarover : Zweefvliegtuig maakt noodlanding te Leest. Jonge Franse piloot ongedeerd. “Rond 03u30 is een zweefvliegtuig van de Rijselse Avialsa, kenletters A. GO nr. 8, te Leest op het bloemkoolveld van landbouwer August Emmerechts op de Leestse Kouter geland. Het zweefvliegtuig was bestuurd door de 18-jarige Franse piloot René Laflechelle uit Rijsel. Dezelfde dag opgestegen te Rijsel rond 1 uur, had de jonge piloot een vlucht voor de boeg van 300 km naar Holland. Boven Mechelen moest de piloot evenwel een noodlanding maken bij gebrek aan geschikte en voordelige luchtlagen. De jonge piloot liep niet het minste letsel op bij deze noodlanding, die in de beste voorwaarden geschiedde. Ook aan het zweefvliegtuig was geen averij aangebracht en zelfs de landbouwgewassen waren niet beschadigd. Vanzelfsprekend was er veel belangstelling en bereidwillige dorpelingen hielpen de jonge piloot zijn machine demonteren en wegbrengen.” (Foto onderaan)

1963 – Van 20 tot 30 juli : Bivak Chiro-Jongens Veertig jongens brachten hun bivak door te Wezemaal
“Al wie de gelegenheid had de voorbereiding tot het Bivak gade te slaan, moet er wel van overtuigd worden wat moet gedaan om alles in orde te brengen. Van te voren, omzendbrieven met inlichtingen en oproepen rondhalen van alles wat dienen kan, alles ingepakt tot wanneer de dag van het vertrek dan toch eindelijk was aangebroken. En dan ? Kamion laden, al het gepak, potten en allerhande gerief, iedereen in ’t harnas, een handje toegestoken en dan, ja dan kwam er beslist schot in, want de kamion ging aan ’t rollen, de Kouter uit, richting Mechelen en dan naar de bivakplaats. De kerels waren reeds weg, de knapen waren verzameld aan de kerk, en wanneer leider Karel aangereden kwam, sprong meteen iedereen op zijn fiets om dezelfde richting te nemen, einddoel Wezemaal ! De burchtknapen in groepjes (de wagens stonden klaar) en samen met de bivakmoeders op hun beurt naar betere oorden. Reeds een paar dagen nadien werd er bezoek gebracht te Wezemaal; (Noot : bezoek van ouders en familie) de knapen werden bedacht met een appelsien en een appel, de bivakmoeders werden zeker niet vergeten. Van de jongens waren er velen weg, knapen per fiets, de burchtknapen met een autobus naar Aarschot om te…zwemmen. Iedere dagindeling werd stipt gevolgd en er werd ons gezegd dat die schare jongens, bij bedtijd, o zo rap in de armen van Morpheus lagen…hoe kon het anders ?? Andere bezoekers hadden meer geluk ! Zij vonden iedereen op de kampplaats en konden zien hoe die rakkers eruit zagen en zich vermaakten. Hoe prachtig die bivakplaats, boven op een berg, een mooi zicht op het omliggende, schoon onder een stralende zon ! Niet te verwonderen dat er goed gegeten werd, en welke spijzen op wat een puike wijze klaar gemaakt werden door de bivakmoeders ! Ook zij zijn gelukkig het zware labeur te kunnen doen ter wille van de jeugd. Wie kan zich het werk voorstellen dat er moet gedaan worden ? Van de vroege morgen tot de late avond steeds in de bres, onafgebroken zorgen voor die jongens die hun werden toevertrouwd ! Het spreekt voor zichzelf dat de dagen slonken, dagen gevuld door allerhande variërende dingen zoals spelen, wandelingen, berg op en berg af, zwemmen, enz. Omzeggens was er regelmatig bezoek, wat weer eens onderlijnd dat de Chiro zeer sympathiek aangeschreven staat, nog meer onderschreven door de talrijke giften die zijn rondgehaald. Ja, en zo was het dan toch dinsdag 30 juli 1963, de dag dat moest afscheid genomen worden van Wezemaal en wederom het klaarmaken van valies en rugzak, wederom het laden en tassen van alles wat terug mee moest en dan een laatste groet aan de bivakplaats waar zovele aangename uren zijn doorgebracht in een geest van echte kameraadschap. En daar rolde de vrachtwagen met het ganse bezit, de anderen volgden dezelfde richting, naar het stille Leest waar iedereen zich weer graag zal thuisvoelen, want al was het bivak een welgekomen gelegenheid om van de vrije natuur te genieten en los te zijn van alles, toch bleef in ieders hart het Oost-West, thuis best, kloppen. En nu weer tot volgend jaar ! Thans met 40 jongens, volgende maal met 50 verzekert ons Karel, en we wensen het toe, hoe meer zielen, hoe meer vreugde, hoe meer Chirojongens onder hetzelfde banier. Maar waar naartoe…? Dat zijn zorgen voor later !!” (DB)

De Jongenschiro 1963-1964
Proost : onderpastoor Jan Verbist. Hoofdleider : Karel De Borger. Leiders : Hendrik Verbeeck, Roger Silverans, Wilfried Hellemans.
In 1963 telde de Chiro 4 leiders, 22 Burchtknapen, 20 Knapen, 11 Kerels en 1 Aspirant en betaalden de Chirojongens 330 Belgische frank lidgeld aan Chiro Nationaal.
De Chiro had een muziekkapel met 5 trompetten, 5 trommen en 3 landsknechten. In 1964 gingen de jongens 8 dagen op bivak naar Lichtaart, Heideheem, Regina Pacis. (“Het ontstaan van de Chiro van Leest.” Hugo Lauwens)

Foto’s :

-Leestenaar Frans Selleslagh eindigde 12de in de liefhebberskoers van 14 juli.

-Foto G.v.M. 18/7/63 : “Op onze foto van 18 juli in GvA ziet men hoe het zweeftoestel, nadat de vleugels waren gedemonteerd, door bereidwillige handen werd weggedragen. Vooraan herkennen we Jan Spoelders en als derde drager vermoedelijk Jan Casteels, Leestenaars die een handje kwamen toesteken.

-Chirofoto’s uit die periode. Herman Van de Poel met bal, onder Theo Huysmans en Karel De Borger.

-Op de volgende foto vooraan van links naar rechts : Roger Silverans, Sylvain Van den Avond en Herman Van de Poel. (Chirofoto’s van Hugo Lauwens)



2704297-1fd40fe9dda3676c793517764effa0d3.jpg

2704297-0947f1c058c68589d91d5ce0557fed20.png

2704297-5110014483a04ada3e6e956272a1bb40.jpg

2704297-b7fe949c6cca67e64330b5303de936e2.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:37 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – Woensdag 10 juli : De Parochiale Vrouwengilde bezocht Nederland
 “Wij reizen om te leren ! Dat is de titel en het aanvangsvers van een reeds tamelijk oud lied, dat zeker nog nooit zo echt beleefd is geweest als op onze dagen. Het reizen en het trekken zit de moderne mens in het bloed. Hoe kan dat ook anders als zelfs de moeders zo af en toe door de reiskoorts aangetast worden ! Wij, vrouwen van Leest, maken daarop geen uitzondering, Goddank en zo schudden wij ieder jaar eens al het werk en de zorgen van onze schouders en we gaan “op reis”. Om te leren ? Ja zeker, want reizen is inderdaad zeer leerrijk. Maar wij knopen aan dat reizen nog wat anders vast, wij gaan ook om te genieten, om er eens uit te zijn, om er deugd aan te beleven. Dit jaar was Nederland ons doel en Amsterdam ons einddoel. We zouden eens heerlijk gaan kennis maken met onze noorderburen en…ook wat smokkelen. Ho, niet te veel, enkel maar een onnozel sigaartje, kwestie van “liefde voor de halve trouwboek…” Woensdag 10 juli ll., zag men ons dan te 6 uur pront en kersvers klaar staan voor de grote trip. Met een half uur vertraging schudden we ’t Leestse stof van onze voeten en onze bus en wij maar bollen recht naar ’t Noorden toe en aan een serieus tempo, zodanig dat we op de gestelde tijd in Wuustwezel waren, waar we stopten voor het ontbijt en het aanschaffen van guldens en kwartjes en centen. Te 08u30 werden we met open armen en een brede glimlach begroet door de Hollandse douanen die reeds dachten aan de leuke centjes die wij in hun vaderland zouden achterlaten. Wij keken met open ogen naar de huizen en hoeven die er uitzagen zoals bij ons maar veel dichter behangen met kraakheldere gordijnen. Vooral viel ons op het onnoemlijk aantal T.V.-antennes. BREDA kreeg even het tipje van onze neus te zien, zo vlug waren we er doorheen. Toch merkten we er, met een tikje verbazing, dat de jeugd er nog volop school liep. Dus nog geen groot verlof voor de “meissies en de knechtejongens” van onze noorderburen. Onze bus gleed zacht en snel verder over de extra goede wegen. Het was een weelde en een genot zo breeduit te kunnen kijken over het wijde Hollandse landschap met zijn malse weiden en stevig vee en vooral met het vele, vele water dat vloeit langs stromen en rivieren, langs kanalen en beken, langs grachten en greppels : “Hollands waterland” zo leerden we op de schoolbanken, maar we begrepen niet hoezeer dit waar was. Nu hebben we het met eigen ogen geconstateerd en we vergeten het nooit meer. Jammer was de lucht maar grijs ! We misten de zon die de lichtende toets moet leggen over mensen, dier en landschap. Zo bereikten we het Hollands diep met de twee machtige Moerdijkbruggen, technische wonderen van menselijk vernuft, gebouwd met het doel zuid en noord in Nederland gemakkelijk te verbinden. Eens de Moerdijk over krijgt het land weer een heel ander gelaat. De grote steden breiden zich uit aan de buitenkanten evenals bij ons. Kerktorens tekenen zich overal donker af tegen de blauwe horizon. Zij vormen de machtige kruinen van Roomse of Hervormde kerken. Monumentale wolkenkrabbers rijzen op. Van verre schijnen zij opgetrokken louter uit glas. Fabrieken en industriecomplexen in overgroot aantal doen er ons ernstig aan twijfelen of we hier nog wel in een hoofdzakelijk landbouwland zijn. In de oude stadsgedeelten daar is het echter heel anders dan bij ons. In al die straten met éénzelfde huizentype, zelfde gevelstijl, zelfde schildering, zelfde vensterbekleding, in een woord alles éénvormig en toch niet mis, daar bekennen wij ons niet. Dat is voor ons het vreemd aantrekkelijke van de Hollandse steden die aangepast zijn aan de kleurrijke natuur daar omheen. Iets wat ons, vrouwen, in die steden opviel en bepaald niet meeviel was het gebrek aan mooie, luxueuze etalages voor kleding in ’t algemeen en voor dameskleding in ’t bijzonder. Neen, Nederlandse zusters, in uw winkelstraten vinden wij onze gading niet. Het is er allemaal te streng en te donker omlijst, diepe uitstalramen vol licht en kleur en met een beetje romantiek. Een andere verrassing wachtte ons boven de Moerdijk ! Daar begroette ons zuster zon, met haar gouden glimlach. Ze zou onze geliefde begeleidster blijven heel de dag, om ons dan weer adieu te zeggen aan die zelfde Moerdijk op de terugtocht. Toen hulde zij zich weer onverbiddelijk in een grijs wolkendek en liet ons achter, met de blijde herinnering aan een zonovergoten Nederland. Eén na één gleden nu dorpen en steden aan onze ogen voorbij, allen getekend met het eigen Hollandse karakter en daarenboven met het, voor een Belg, nooit te vergeten beeld van fietsend Nederland dat in de steden en centra het hele brede wegendek voor zich opeist en onbetwistbaar, overal voorrang heeft. Wat een paradijs voor de cyclist, maar wat een vagevuur voor de chauffeur !!! DORDRECHT was het eerste belangrijk centrum op onze verdere tocht. Het gaf ons een beeld van een wazige, luchtige stad met veel binnenwatertjes en bruggetjes en niet al te brede straten en pleinen. De havenstad ROTTERDAM deed zich zwieriger en moderner voor. Dat heeft zij te danken aan de verwoesting in 1940 aangericht door een zwaar luchtbombardement, dat een groot deel van de stad platlegde. Zij herrijst nu gedeeltelijk, groots en nieuw aan haar buitenkanten. Naast een zeer moderne haveninstallatie en zeer veel ander schoon bezit Rotterdam nog een lange machtige tunnel onder de Maas door. Een tochtje langs die onder-water-corridor is een niet te versmaden toemaatje. Over DELFT, het aantrekkelijk stadje, bakermat van het alom gekende “Delfts blauw” ging het nu naar de residentiestad DEN HAAG, zetel van de Nederlandse regering. De statige parlementsgebouwen en het machtige Vredespaleis geven aan deze stad een eigen cachet van ernst en waardigheid. MADURODAM, de kleinste stad ter wereld -1/25ste van de natuurlijke grootte- was het volgende programmapunt. Zeer interessant, had men ons gezegd. Maar na een veel te kort bezoek van 1u30 zeggen wij unaniem en volmondig : “Super-extra-interessant !” Minstens een halve dag is er nodig om dit “Lilliput-stedeke” te doorkruisen en vooral om de fijne mechaniek te bewonderen die er alles automatisch in beweging houdt, zowel het orgelspel in de kerken, als de vliegtuigen op Schiphol, de schepen in de haven en de boormachines die de aardolie ophalen. Overgoten met het licht van 44.000 lampjes moet Madurodam bij avond een miniatuur-sprookje uit “Duizend en één nacht” zijn. Daar hebben we echter niet kunnen van genieten, want niemand van ons had nachtpermissie gekregen, dus dan maar vooruit naar het strand te : SCHEVENINGEN. Die naam ligt ons nog een beetje zuur op de maag ! Het strand viel de meesten niet mee. “Leve onze eigen kust!” was de mening van velen. Was dat chauvinisme ? Ik denk het niet. Onze kuststrook is maar kort, maar ze is zeer gecultiveerd en wij zijn daaraan gewend. Daarbij heeft Scheveningen ons ontgoocheld voor wat het eten betreft. We hebben er te lang moeten wachten op inwendige versterking. Niets abnormaals natuurlijk, wanneer men met een groep van 50 eters onverwacht binnenvalt. De fout ligt bij ons. Een volgende maal nemen we onze knapzak mee en “klaar is Kees !” Nu maar full-speed naar AMSTERDAM want we wilden mordicus op zijn grachten spelevaren! Rond 16 uur reden we plechtstadig Hollands hoofdstad binnen in de zoete hoop spoedig op en in het water te kunnen spelemeien. Maar met een bus aan het been geraakt men zo maar niet overal door en heen. Dat zeer lastig meubel konden we maar heel lastig kwijt spelen. Eindelijk lukte het en na wat palaberen en wisselen en bijpassen geraakten we te water in een zeer mooie comfortabele boot. Toen ging het gedurende anderhalf uur over de Amsterdamse grachten langs de mooie gevels van de oude heren- en koopmanshuizen van de oude, rijke stad. Een werkstudent was onze knappe gids bij deze rondvaart. We dachten heel even aan Venetië en zijn kanalen. De gelijkenis is er, maar de Italiaanse zuiderzon ontbreekt en de Amsterdamse gevels missen de Venetiaanse kleuren. Een tocht door de haven liet ons kennismaken met een roezemoezende bedrijvigheid en met enkele oceaanreuzen die in het droogdok geduldig lagen te wachten op een min of meer ernstige herstellings-operatie. Wat niet veel toeristen in Amsterdam zullen mogen ervaren, daarvan hebben wij gelukkig genoten. Wij zijn daar met heel ons hebben en houden gedurende ettelijke minuten toevertrouwd geweest aan de stuurmanszin van een 13-jarige Leestse matroos in de dop. Fons zal zeker nog dikwijls met fierheid terugdenken aan die memorabele namiddag toen hij met ons zo aandachtig over die brede plas stevende. Met de zanger van het gekende wijsje zingen wij na die rondvaart, “Geef mij maar Amsterdam !” Te 18u30, eigenlijk tamelijk laat, keerden wij onze wagen opnieuw naar huis toe. Weer ging het over prima wegen langs dorpen en steden naar het zuiden, naar TILBURG, waar we een laatste oponthoud zouden hebben.’t Was 20u10 toen we daar aankwamen. De meeste winkels waren gesloten en onze eigen mondvoorraad was uitgeput. Met een lege maag maar met nog heel wat guldens en kwartjes en centjes in onze zak, stonden we daar toch maar sip te kijken. Met een beetje zoeken, een dosis goeie wil en een portie geduld, geraakte ieder van ons toch van een gewisse hongerdood gered. Het overblijvend Hollands geld werd ingeruild tegen geurig rookgerief en voort ging het dan naar de heimat. Onze eigen douanen waren al half ingedut toen we de grenspost passeerden. Ze hadden volle vertrouwen in de Leestse moeders, die ze niet eens wilden of durfden verontrusten. Geen vervelend oponthoud dus ! Maar goed ook ! De klok wees 22u45 toen we de Dorpplaats opreden. Een behouden aankomst dus na een rijkgevulde dag ! We zegden een gemeend “Deo Gratias” aan O.L. Heer om deze deugddoende ontspanning en om Zijn Vaderlijke bescherming langs de drukke wegen. Wij zeggen ook hartgrondig dank aan onze chauffeur die een zware tocht gehad heeft ! Nog heel dikwijls zullen onze gedachten teruggaan naar Holland !! Het mooie landje aan de Zuiderzee !” (“DB”, nr. 7, juli 1963)

Foto’s :

-Madurodam was het vierde programmapunt van de Vrouwengilde.
-Het bestuur van de Leestse Vrouwengilde anno 1960.



2703972-6495947d2f3961d7eb1f9ec2dbf88151.png

2703972-160b21d8ec3c15f12d3042e9a366de5a.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:50 Reageer op dit bericht

Vervolg : de Levenslijn en geschiedenis van Eduard Coeckelbergh in 40-45

Onderstaande achtergrondinformatie verduidelijkt de context van de verplichte tewerkstelling waar onze vader mee te maken kreeg.

Verplichte tewerkstelling Bron: Mysteries van Vlaanderen: 310.000 Belgen verplicht tewerkgesteld in WO II | VRT NWS Nieuws
De verplichte tewerkstelling tijdens de Tweede Wereldoorlog blijft vaak onderbelicht en toch gaat het over heel wat mensen. Uit België alleen al zijn er 310.000 mensen door de Duitsers naar Duitsland gestuurd om daar te werken. Dat was het hoogste aantal en deed zich voor in 1943, schrijft Dirk Luyten, onderzoeker bij het Rijksarchief Cegesoma . Ze werden tewerkgesteld in de Duitse oorlogsindustrie. Het gaat vooral om mannen tussen 18 en 50 jaar en ongehuwde vrouwen tussen 21 en 35 jaar. Natuurlijk waren er uitzonderingen : wie in sectoren werkte in België, die voor de Duitse oorlogseconomie van groot belang waren, zoals steenkoolmijnen, ontsnapte aan de deportatie. Ook vrouwen werden in principe vanaf 1943 niet meer naar Duitsland gestuurd. Dit kwam omdat er veel protest was vanuit de katholieke kringen omwille van de bedreiging van de morele integriteit.

Wat is verplichte tewerkstelling? De eerste verplichte tewerkstelling kwam er in maart 1942. Eerst werden de mensen verplicht tewerkgesteld in België en Noord-Frankrijk. Vanaf oktober 1942 kwam Duitsland erbij. "Ze hadden meer soldaten nodig om op de verschillende fronten te gaan vechten waardoor er een tekort aan arbeidskrachten kwam" zegt Dirk Luyten van het Rijksarchief Cegesoma." Je werd gekozen door een soort jaarklassenactie. Wie in een bepaald jaar was geboren, werd opgeroepen. Dit werd gedaan om grote groepen te kunnen bereiken. Het valt te vergelijken met de vroegere verplichte legerdienst."

Soorten tewerkstelling  : Er waren twee situaties, zegt Luyten. "Je had tewerkgestelden die in een wapenfabriek werkten en in barakken woonden. Je kon dit vergelijken met een soort kazerneregime." Aan de andere kant kon je werken in een landbouwbedrijf en dan logeerde je bij een familie. Die mensen hadden geluk, zegt Luyten. Volgens Luyten was het bij de wapenfabriek in de barakken een half vrij regime. Men kon op stap gaan, maar het was niet zonder risico, want de geallieerden wilden vooral de wapenfabriek bombarderen. De barakken lagen niet ver van de fabriek waardoor er een groot risico was om gewond te raken of om te komen. Jo Peeters van het Huis van het Belgisch-Franse verzet voegt eraan toe dat in 1944 de fabrieken de opdracht kregen hun arbeiders als levend schild te gebruiken tegen de bombardementen.

Mishandelingen? Luyten gaat er niet van uit dat de arbeiders mishandeld werden. Verplichte tewerkgestelden werden normaal betaald en ze waren onderworpen aan de toenmalige Duitse sociale zekerheid. Maar toch was het oppassen geblazen: “We mogen niet vergeten dat je in nazi-Duitsland zit. Men probeerde zoveel mogelijk te produceren. Wie zich niet aan de regels hield, werd gesanctioneerd en naar een strafcompagnie gestuurd. Daar werd je zeker niet goed behandeld.”

Soms ook vrijwillig : Verplicht tewerkgestelden mochten aanspraak maken op een statuut en een tegemoetkoming van de Belgische Staat. Maar er waren ook mensen die vrijwillig voor de Duitsers gingen werken. "De mensen die vrijwillig zijn gaan werken in Duitsland voor de invoering van de verplichte tewerkstelling waren dus theoretisch strafbaar. Deze mensen kunnen dan ook geen aanspraak maken op een tegemoetkoming. Verplichte tewerkstelling wordt niet gezien als collaboratie", zegt Luyten.

Maschinenfabrik Buckau R. Wolf (Wikipedia) In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werden er wapens geproduceerd in de fabriek. Al in 1937 steeg de verkoop van wapenbestellingen aanzienlijk. Aanvankelijk lag de focus op de Otto Gruson-fabriek in Buckau. Voor de Kriegsmarine werden hier ankers, tandwielkoppelingen, tandwielen en wielstellen geproduceerd. Tussen 1936 en 1944 werd het 7,5 cm Mountain Gun 36 (foto) geproduceerd. Veldkeukens, onderdelen voor torpedo's en onderzeeërs werden gebouwd. Na het begin van de oorlog werden veldhouwitsers en het 8,8 cm kanon gebouwd voor de Tiger-tank. (foto) Van 1944 tot 1945 werd de 8 cm antitanklanceerder 600 geproduceerd voor de Wehrmacht, maar slechts in kleine aantallen vanwege het naderende einde van de oorlog. De behoefte aan mankracht was sterk toegenomen door de bewapeningsorders, maar tegelijkertijd werden veel werknemers opgeroepen voor militaire dienst. Daartoe behoorde Eugen Keidel, die in 1944 werd opgeroepen en later burgemeester van Freiburg im Breisgau werd, die sinds 1938 in de fabriek werkte en destijds een leidende positie bekleedde. In de beginjaren was het nog mogelijk om gekwalificeerde vakbekwame arbeiders uit andere delen van Duitsland en het gedwongen geannexeerde Oostenrijk te werven. Daarna werden vakbekwame arbeiders uit de door Duitsland tijdens de oorlog bezette landen in West- en Zuidoost-Europa gedwongen dienstplichtig te worden. Zij werden primitief ondergebracht in accommodaties aan de Fermersleber Mertensstraße 16, in de zaal van het Gesellschaftshaus Stiller in Alt Fermersleben 32, Blumenstraße in Salbke en Feldstraße in Buckau. Het kamp aan de Mertensstraße 16 was bedoeld voor 400 mensen. Bouwmaterialen voor dit kamp werden geleverd op 20 december 1943. Sommige kampen werden gerund door kampleiders. De nationaalsocialistische Blei is benoemd tot kampinspecteur voor Buckau . In 1940 en 1941 kwamen de meeste van deze arbeiders uit Frankrijk en de zogenaamde protectoraten. Later moesten krijgsgevangenen en dwangarbeiders werken in Buckau-Wolf, waaronder mensen uit het dwangarbeiderskamp Diana in Westerhüsen. Op het adres Am Hopfengarten 8, het huidige Friedrich-List-Straße, was er een werkkamp voor Russische krijgsgevangenen. Veel van de dwangarbeiders stierven door de slechte arbeids- en leefomstandigheden. Het United Nations Field Memorial in Westerhüsen herdenkt hun lot. De werktijd van de buitenlandse, maar ook van de Duitse arbeiders bedroeg 60 werkuren per week. Er werd een catalogus van straffen uitgegeven voor de zogenaamde volgelingen, waarin straffen voor overtredingen van de arbeidsdiscipline werden vastgelegd. In juli 1944 werkten er 5827 mensen bij de moederbedrijven van het bedrijf. Hiervan waren er 1442 krijgsgevangenen en 967 buitenlandse dwangarbeiders. De daadwerkelijke vaste beroepsbevolking bestond uit slechts 2329 mannen. 597 Duitse vrouwen, 295 Duitse dienstplichtigen en 197 leerlingen werden in dienst genomen. Het bedrijf gaf aanklachten uit waarin vermeende of daadwerkelijke overtredingen van de nazi-staatsregels werden veroordeeld. Zo werden van januari tot april 1943 14 arbeiders gemeld. In 1944 werden zij veroordeeld tot enkele jaren gevangenisstraf, Acht van hen zouden in de gevangenis overlijden. Na het einde van de nationaalsocialistische tirannie werden twee mannen beschuldigd door informanten. Tussen 1947 en 1949 werd een van de verdachten veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf in rechtszaken bij de Magdeburg Landrechtbank en de Hogere Landrechtbank Halle. De andere verdachte werd vrijgesproken. Er waren speciale luchtafweermaatregelen voor de fabriek. Zo stond ten westen van de Alt-Fermersleben-weg, ongeveer tegenover de kruising met de Sophienstraße, op het bedrijfsterrein, minstens vanaf 1941 en waarschijnlijk alleen tot 1943, het IV lichte luchtafweerpeloton 5/124. Desondanks liep de fabriek zware schade op door luchtaanvallen. In 1944/1945 werd er een grote overkapping gebouwd. Het bedrijf kon de schade veroorzaakt door de luchtaanvallen laten compenseren door het War Property Damage Office . Een laatste betaling van 3 miljoen Reichsmark werd gedaan op 21 februari 1945. In totaal had Buckau-Wolf betalingen van 8 miljoen Reichsmark ontvangen. Er ontstond uitgebreide schade tijdens de zware luchtaanval op Magdeburg op 16 januari 1945. De grote draai-afdeling in Buckau moest haar werk staken. Ter voorbereiding op de opmars van Amerikaanse troepen op Magdeburg werd er een antitankbarrière geplaatst voor de fabriek in Buckau van omgevallen trams en prikkeldraad . Voor de toenmalige Salzstraße en het tramdepot had de Reichsarbeidsdienst twee stuks 8,8 mm luchtafweergeschut opgesteld . Op 12 april 1945 bereikten Amerikaanse troepen uit het westen Salbke en bezetten de fabriek aldaar. De krijgsgevangenen werden bevrijd, hun bewakers, als ze nog niet waren ontsnapt, werden gevangen genomen. De medewerkers die nog in de fabriek waren, werden naar huis gestuurd. Tijdens de gevechten veroorzaakte Amerikaans artillerievuur grote schade aan de faciliteiten van de fabrieken. In de vroege ochtend van 14 april vond een bombardementsaanval door de Duitse Luftwaffe plaats. De aanval trof de Otto Gruson-fabriek in Buckau en vooral de Salbker-fabriek en veroorzaakte ernstige schade. Op de avond van diezelfde dag bliezen Duitse troepen een munitietrein op met 17 wagens die bij het rangeerterrein stonden. Er waren hevige explosies, die ook schade veroorzaakten. Ongeveer 70% van de fabriek in Salbke werd vernietigd. Het gevecht ging door. Aan Duitse zijde werden ook tanks ingezet. De Amerikaanse tanks moesten Salbke op 17 april evacueren en trokken zich terug naar station Magdeburg Südost in Westerhüsen. Van 10:30 tot 17:00 uur werden zware luchtaanvallen op Magdeburg uitgevoerd en artillerievuur uitgevoerd. Een bom trof de ingang van de luchtschuilkelder van de fabriek in Buckau, waarbij drie medewerkers van de fabriek omkwamen. Op de avond van 17 april rukten de Amerikaanse troepen opnieuw op en bereikten de fabriek in Buckau. De mensen die nog in de bunker van de fabriek in Buckau waren, mochten deze vervolgens op 18 april verlaten.

Na zijn thuiskomst in mei 1945 heeft onze vader over de oorlogsjaren vrijwel nooit gesproken. Pas veel later begreep ik dat dit zwijgen geen vergetelheid was, maar een manier om verder te kunnen leven. De oorlog had diepe sporen nagelaten, die zich soms alleen ’s nachts toonden, in nachtmerries die hem tot op hoge leeftijd zijn blijven achtervolgen. Wat hij zelf niet heeft verteld, heb ik zoveel mogelijk proberen te reconstrueren aan de hand van archiefstukken en officiële documenten. Niet om het verleden te herbeleven, maar om het vast te leggen zolang het nog kan. Deze tekst is dan ook geen volledig verhaal, maar een tijdslijn van feiten, aangevuld met wat binnen de familie is overgeleverd. Voor ons is dit een manier om zijn ervaringen een plaats te geven en ze niet verloren te laten gaan. Voor volgende generaties hoop ik dat dit document helpt om te begrijpen hoe ingrijpend deze jaren zijn geweest voor wie ze heeft moeten meemaken, vaak in stilte en zonder erkenning.
                  Opgesteld door mij en mijn zus, ter herinnering, Maria en Jos.

Foto’s :

-Indrukwekkend de terugkeer van Amerikaanse Martin B-26 Marauders bommenwerpers, op 1 mei 1944, naar Engeland nadat ze een missie beëindigd hadden. Voor andere missies boven Duitsland werden nog zwaardere RAF-Lancasters en Amerikaanse B-17 en B-24 gebruikt. Rechts onderaan een blik op Leest en de Zenne.
-In Buckau werd o.a. de 7,5 Mountain Gun 36 geproduceerd.
-Een Tiger tank met een 8,8 cm kanon.
-Eduard en Melanie met hun kinderen Jos en Maria.



2703582-74cf741a82063d27d528f94c35003ff3.jpg

2703582-d17c169056c9c7d9592ad5ec154f0a67.jpg

2703582-1873f57a62bb1dbab7c3756681096a16.jpg

2703582-c78a8d422b12dfefb2a9a909703918bd.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:51 Reageer op dit bericht

Aanvulling

1940 – Aanvulling na Boonen Juul, de oorlogservaringen van Eduard Coeckelbergh genoteerd door zijn zoon Jos Coeckelbergh

Leestenaars en de Tweede Wereldoorlog

Enkele Leestenaars hebben hun oorlogservaringen, soms uitvoerig, soms beknopt, neergeschreven of doorverteld. Van anderen hebben we enkele noemenswaardige, niet exact gedateerde, weetjes opgevangen. Vooraleer de chronologie van 1940 aan te vatten komen hierna hun ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog aan beurt.
Achtereenvolgens komen aan bod :

-Beullens Pieter Jozef “Jef”, de pachter van het Hof ten Broecke.
-Boonen Florent, melkhandelaar.
-Boonen Juul, diens broer, uit de Kouter.
-Coeckelbergh Eduard, zie hierna.
-De Bruyn “Bruinke” Frans.
-De Laet Georges uit de Scheerstraat.
-De Prins Ferdinand “Nante den beenhouwer”.
-Fierens Jan uit de Winkelstraat.
-Huysmans Jacob Albert “Bert” (“Anselms Jedrie”).
-Lauwens Hendrik “Rik” uit de Kouter.
-Polspoel Frans uit de Vinkstraat.
-Selleslagh Raphäelle “Raf” (°13/1/1933) uit de Dorpstraat.
-Strykowski Jacques uit de Larestraat.
-Teughels Frans “Susse”, van de gelijknamige schrijnwerkerij uit het dorp.
-Van den Broeck Constant, “Stanne” de eeuweling uit de Scheerstraat. (Hof ten Moortele)
-Van Hoof Victor, de laatste “garde” van het autonome Leest.
-Veiller Georges “Jos”, de waard van café “De Zwaan” (Later “Vivelamour”).
-Verbruggen Willy van de Warande.

Jos Coeckelbergh :

De Levenslijn en geschiedenis van Eduard Coeckelbergh in 40-45

Dankzij het Algemeen Rijksarchief, Dienst Archief Oorlogsslachtoffers en het Algemeen Rijksarchief 2 in Brussel, heb ik de tijdslijn grotendeels kunnen samenstellen van hoe en wanneer onze vader de oorlogsjaren heeft meegemaakt.
Hij heeft over die periode tegen mij of mijn zus nooit iets verteld, hoewel die traumatische gebeurtenissen hem regelmatig nachtmerries hebben bezorgd voor de rest van zijn leven.
Onze vader is geboren op 27 februari 1921 in de Winkelstraat te Leest, als tweede zoon van Frans Coeckelbergh en Sofia Solie. Mijn grootvader Frans was toen nog geen 3 jaar met onbepaald verlof teruggekeerd uit WOI.
(De ervaringen van Frans zijn terug te vinden in deze Kronieken van juli 1956)
Als 15-jarige is Eduard beginnen werken op 10 augustus 1936 in Vilvoorde bij de firma Les Fonderies J.B. Andriessens als ébarbeur (ontbramer).
Als jonge gast leerde hij ons moeder, Melanie Daelemans, beter kennen die ook in de Winkelstraat woonde.
Als 19-jarige werd hij in 1940, kort vóór de Duitse inval, als jongste van Leest opgeroepen bij het Belgische leger en als soldaat milicien met het stamboeknummer 149/1705 kwam hij terecht bij het 5de Linie-Regiment, 13de Compagnie.
Van 10 mei tot 28 mei 1940 heeft hij deelgenomen aan de Achttiendaagse Veldtocht.
Na de capitulatie van het Belgische leger is hij op 9 juni naar huis mogen gaan en is dan 2 weken later begonnen met werken in de Caoutchouc-Regupéré fabriek S.A., Geerdegemvaart te Mechelen tot juni 1941. Daarna is hij weer voor zijn eerste werkgever Fonderies Andriessens in Vilvoorde gaan werken.
Op 18 oktober 1942 is hij opgeroepen door de Werbestelle (wervingskantoor) om zich aan te melden om verplicht te gaan werken in Duitsland, op 29 oktober is hij per trein ‘weggevoerd’ vanuit het Noordstation in Brussel naar Maagdenburg om te werken bij de firma R. Wolf als Bohrer. Zijn adres was daar: Gemeinschaftslage, Feldstrasse 9-I3 Buckau-Maagdeburg B-Mittel. Dit waren barakken in de buurt van de fabriek.
Zijn loon was 0,75 RM (ReichsMark) per uur. Voor huisvesting en onderhoud werd er gemiddeld 16,10 RM per week van zijn loon afgetrokken. Hij heeft daar gewerkt in een 60-uren regime (6 dagen van 10 werkuren).
In 1943 is hij 2 weken op verlof kunnen komen naar de Winkelstraat in Leest.
De laatste oorlogsmaanden werd Maagdenburg omwille van de oorlogsindustrie heel zwaar gebombardeerd. Vooral het bombardement op 16 januari 1945 richtte grote verwoestingen aan en kostte veel inwoners van Maagdenburg het leven. De arbeiders moesten dan als een levend schild telkens blijven doorwerken.
Ik heb van mijn moeder gehoord dat hij zo tweemaal veel geluk heeft gehad, de laatste keer was tijdens de laatste weken voor de bevrijding en heeft hij zich tijdens zo’n bombardement kunnen redden door zichzelf onder een ijzeren trap, die gekneld zat tussen de vernielde muren, te werpen bij enkele voltreffers op en in de werkhal.

Maagdeburg kende meer dan 620 luchtalarmen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Na de bevrijding van de fabrieksterreinen door de geallieerden op 18 april 1945, is hij op 4 mei 1945 voorgoed thuisgekomen in Leest, hij had toen 125 RM op zak (= duizend Belgische frank; ongeveer € 25 in huidige koopkracht).
Vele andere arbeiders keerden terug met veel schulden, gelukkig was hij een plantrekker, hij bespaarde onder andere op eten door dikwijls zelf soep te maken.
Hij heeft aanspraak kunnen maken op het statuut der weggevoerden en op een tegemoetkoming van de Belgische staat.
In 1949 zijn mijn ouders getrouwd, ingetrokken in de Molenstraat nr 2 bij nonkel Staan (Constantinus Diddens) en tant Wis (Aloïsia Vloeberghen).
Mijn zus Maria is geboren in 1951, ikzelf 10 jaar later in 1961.

Voor zover wij weten heeft onze vader na de oorlog in totaal een 10-tal werkgevers gekend, waaronder Mculloch, Inofer en Pauwels Trafo waar hij als 60-jarige in 1981 met brugpensioen is gegaan.
In 1997 zijn onze ouders op 10 weken tijd beiden overleden.
Eduard was te Leest geboren op 27 februari 1921 en hij overleed te Mechelen op 20 september 1997. Zijn echtgenote Melanie Daelemans was eveneens te Leest geboren op 3 december 1922 en ze overleed te Mechelen op 29 november 1997.

Vervolgt

Foto’s :

-Jos Coeckelbergh en zijn zus Maria.
-Hun vader Eduard Coeckelbergh.
-Hun moeder Melanie Daelemans.



2703433-d5ae90b757b1beaac2cbc402eb0c971d.JPG

2703433-da7773d577895692eea1b4713fefb00c.JPG

2703433-c5481091e8fb3e174f2065252b9edc01.jpg

2703433-c4380292e68f963b3ffd2cc1e2e9d254.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 07:26 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – Zaterdag 29 juni : Prijsuitreiking Sint Theresiacollege Kapelle-op-den-Bos
In aanwezigheid van verscheidene personaliteiten, onder wie burgemeester Frans Meuldermans, overste pater Joris en andere paters en leraren, had bij de paters Assumpionisten in het Sint-Theresiacollege te Kapelle-op-den-Bos de prijsuitdeling plaats.
In de lijst met laureaten de naam van één Leestenaar : Freddy Walschaers. Hij eindigde als eerste in de zesde moderne B met grootste onderscheiding.
(Foto’s van Freddy onderaan)

1963 – Juli : Ongevallen
-Te Blaasveld botste Alfons Van Linden met zijn vrachtwagen tegen een fietser. De fietser, de Blaasveldtenaar Leo Van Dam werd hierbij licht gewond.

-Op de Koning Albertplaats te Mechelen deed zich een aanrijding voor tussen de auto bestuurd door Elza De Rooster uit Leest en een lichte vrachtauto. Enkel stoffelijke schade”. (DB,juli 1963)

1963 – Juli – De Band : Huizenbouw te Leest
“Het is niet de eerste maal dat kritiek werd uitgebracht op het lang uitblijven van het bouwen van woningen te Leest. Kritiek is vanzelfsprekend gemakkelijk ; wie echter weet wat al administratieve en andere moeilijkheden kunnen te voorschijn komen, zullen zich wel onthouden van kritiek. Het mag gezegd : de huizen komen er. Wie belang stelt in een huis kan zich wenden tot de heer schepene F. De Prins, Dorpplaats te Leest, die bereidwillig alle gewenste inlichtingen zal geven. Men wendt zich dus niet tot om het even wie buiten bovenvermelde schepene die daartoe gemachtigd is.”
(Foto van schepene Ferdinand “Nante” De Prins onderaan)

1963 – 1 juli : Eerste reis van de Leestse Gepensioneerden
Bestemming : de Belgische kust met een bezoek aan Oostakker op de terugweg. (DB)

1963 – 4 op 5 juli : Vrachtwagen in gracht
“Tussen 4 en 5 juli 1963 kwam een Diesel met aanhangwagen, waarop een grote vergaarbak, gevuld met een gevaarlijk goedje, aan het kuispunt van Vink- en Scheerstraat, door de aldaar te nemen bocht in de gracht terecht. Het was slechts in de namiddag dat men erin gelukte alles kant en klaar te brengen.” (DB)

1963 – 5 juli : Aanrijding
Een aanrijding deed zich voor op de Brusselsesteenweg te Mechelen tussen de personenauto bestuurd door Jacques Lahar uit Mechelen en de bromfietser uit Leest Jan Geerts met op de duozitting Jeannine Maes uit Mechelen. De laatste twee raakten gewond. (GvM, 5/7)

1963 – 9 juli – G.v.M. : Aanrijding tussen twee bromfietsers te Leest
Op de Juniorslaan kwam het tot een aanrijding tussen twee bromfietsers. Het betrof hier Pieter Beuckelaers uit Ramsdonk en Jan Neutjens uit Leest. Beide bromfietsers werden licht gekwetst.

Foto's:

-Drie foto’s van Freddy Walschaers tijdens verschillende stadia van zijn leven.

-Schepen Ferdinand “Nante” De Prins.



2703216-26e6acf194a5e7dbbd6a8f6d609eb82b.png

2703216-19ca9e317ce84b20ea9ec25ebeecd632.jpg

2703216-95e8efe6c4e95ee03ed6c918f62944c3.jpg

2703216-a69199cc593533e806302a55da49d743.png
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Marcel Van Hoof om 15:00 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – 28 juni – G.v.M. : Eduard Rottiers viel in de prijzen
Het St.-Romboutscollege publiceerde enkele “eervolle resultaten in algemene wedstrijden”. ‘In de algemene wedstrijden die in de loop van het schooljaar 1962-1963 onder de verschillende collega’s van het aartsbisdom Mechelen-Brussel en het bisdom Antwerpen werden uitgeschreven, behaalden de leerlingen van het St-Romboutscollege schitterende resultaten.
Behalve vier eervolle vermeldingen werden drie (op de veertien) prijzen door leerlingen van het college behaald, namelijk door Eduard Rottiers van Leest (tweede prijs natuurkunde) en Alfons Verbeeck van Heindonk (vijfde prijs natuurkunde), beiden leerlingen van de eerste wetenschappelijke, en Wilfried Herterijck van Muizen (tweede prijs Latijnse tema) leerling van de tweede Latijn-Grieks.
In de drie klassen die aan de wedstrijden deelnamen, bekwamen 81% van de deelnemers van het Sint-Romboutscollege de vereiste 3/5 van de punten, waar dat percent voor al de colleges samen slechts 62 bedraagt.”

 Eduard studeerde in de Melaan af als technisch ingenieur elektromechanica. Hij startte zijn carrière bij Ford Genk om later over te stappen naar Baltimore Heist op den Berg. Nog later begon hij een eigen bedrijf : BAC (Baltimore Air Conditioning) met nog een aantal onderbedrijven. In deze Kronieken vind je ook zijn soldatenbrieven terug in november 1967.

Eduard, geboren te Leest op 11 december 1943 overleed op 6 april 2022. De begrafenis vond plaats op 13 april 2022 in de Sint-Martinuskerk te Hombeek.

“Kopman en meesterknecht
Uitblinken alleen met oog voor alle schakels
Tegen de wind fietsend zonder opgeven
Hard werken loont, doe wel en kijk niet om
Billijke onderhandelaar met respect voor iedereen
Ver weg van uiterlijk vertoon en wars van achterklap
Cultuur ademend en oprecht geïnteresseerd in anderen
Door de ogen van Robbe en Roos een nieuwe wereld ontdekt
Zijn bewegingsradius verkleinde, zijn horizon bleef breed
Onvoorwaardelijk vertrouwen in zijn geliefden en open geest
voor hun nieuwe initiatieven
Trouwe vriend”

Fraaie en veelzeggende woorden uit zijn gedachtenisprentje.

Bijgevoegd :

-Eduard Rottiers met zijn zusje Viviane.

-Tijdens een bezoek aan de Sint.

-Eduard gedurende zijn legertijd.

-Zijn gedachtenisprentje en rouwbrief.

(Met dank aan Viviane Rottiers voor de foto’s)



2702596-3900c1a3eeb7babf01f2e176c769806a.jpg

2702596-e225ae12695a4f8d3f52f12caed14733.jpg

2702596-85a5625709d73732495e93136d624da0.jpg

2702596-a9d575e6c10f4f3cf81da5dd110350f6.jpg

2702596-40250466eb00fd9aa59b5233c4b7ed31.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 08:21 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – Juni – De Band : Ongevallen
-Op de steenweg op Battel deed zich een aanrijding voor tussen Jan De Borger met zijn bestelwagen en de fietser Francis Claes uit Mechelen, waarbij deze laatste licht gewond werd. Of hier van een aanrijding mag gesproken worden ? Naar bekomen inlichtingen zou de fietser door te remmen over zijn stuur gestuikt zijn, wat begrijpelijk de lichte verwonding uitlegt, zonder in aanraking te zijn geweest met de bestelwagen. Het lijkt wel een louter toeval te zijn.

-Geets Jan met op de duozitting van zijn bromfiets de genaamde Jeanne Maes uit Mechelen, kwam op de steenweg naar Brussel in botsing met de personenwagen bestuurd door de Mechelaar Jacques Labar. De twee eersten werden gewond.

-De wagen bestuurd door mevrouw Cauwenbergh uit Leest, werd bij het indraaien van een aardeweg op de Dorpstraat door een andere wagen aangereden. De eerste werd tot tegen een hoekhuis verplaatst, zonder evenwel schade te berokkenen. Beide autobestuursters kwamen er ongedeerd van af en de stoffelijke schade schijnt zeer gering te zijn. (DB,juni 1963)

1963 – Juninummer “De Band” : Soldaat Herman VAN DE POEL vanuit Westhoven :-Westhoven, 1963 : “Hier krijgt u dan een briefje van een Leestenaar die over ongeveer 3 maanden opgeroepen werd om het vaderland te dienen en verplaatst werd naar Westhoven om daar mijn brevet te halen om het zwaar vervoer te kunnen doen voor de Genie. Ik ben opgeroepen in Turnhout om daar mijn opleiding te krijgen voor chauffeur van 3,5 ton. Het was daar niet slecht maar ge moet u af en toe aanpassen naar de goesting van de oversten. We zijn met 11 man naar Westhoven gekomen van Turnhout en met de autobus, en we hebben daar ongeveer 5 uren op gereden, spijtigste ervan was dat er nog al veel mist hing en we niets van de streek konden zien. Nu moet ik Milac nog hartelijk bedanken voor al hetgeen ze naar mij al verstuurd hebben. Hartelijke dank daarvoor. Verder doe ik nog de groeten aan alle vrienden en kennissen en vooral alle Leestenaren. Tot wederziens.”

-Westhoven, 1963 : “Hier is dan eindelijk nog wat nieuws van een Leestenaar die het vaderland verdedigd bij de “Belgische strijdkrachten in Duitsland” en daar al ongeveer vijf maanden verblijft. Eerst en vooral moet ik Milac bedanken voor al hetgeen ik ontvangen heb, nogmaals hartelijk dank daarvoor. Nu nog wat nieuws van ons leven hier in de kazerne en tussen de vier eenzame muren. Onze opleiding is nu al een hele tijd achter de rug en zijn we nu volop aan ’t werk met onze camions en van de ene dag op de andere wacht ons werk hier in de bossen en moerassen droog leggen om er daarna een weg door te trekken, in geen beton maar wel in zand en keien en als het ene werk voleind is dan staat er een ander te wachten : u ziet dus dat we niet veel tijd hebben om de leegganger uit te hangen. Over een goede maand moet ik met een kameraad met onze kipwagen vervoer doen voor de maneuvers van het 4de Genie en dit was niet zo plezierig dan ons ander werk want we moesten ’s avonds hier vertrekken met het 4de Genie naar Kassel en zo hebben we de ganse nacht moeten bollen zonder slapen en eten langs die smalle en steile wegen dat men moet oppassen dat ge niet naar beneden reed en eindelijk na die lange reis kwamen we dan toch op onze eindbestemming aan. Ik mag wel niet klagen want ik hield mij altijd droogjes in de cabien. Wel moest ik dikwijls aan lange maneuvers doen, amaai mijn camion, want bergjes en slijkerige putten waren ginder in overvloed. Die drie weken gingen voor mij toch snel voorbij. Ondertussen is het in de kazerne toch een heel stukje beter, de chauffeurs moeten niet te veel doen, zijn doorgaans vrij van wacht, piket en karweien. We slagen hier zowat een apart rustig leventje. Voor mij is het hier altijd hetzelfde, de fuseliers naar hun oefeningen brengen. Maandag vertrek ik weer naar België met de camion voor een week waar de schutters de “Schaal A (onleesbaar)” zullen betwisten in Leopoldsburg. Daarmee ga ik sluiten. Nog de groeten aan alle Leestenaren, soldaten en De Band.”

Herman Van de Poel was te Leest geboren op 2 april 1944. Hij was gehuwd met Maria Diddens en het echtpaar vestigde zich na hun huwelijk in de Larockstraat te Kapelle-op-den-Bos. Ze kregen twee zonen : Stefan en Koen. Herman was een populaire figuur in Leest : in de chiro en bij Vevoc waar hij meestal instond voor de elektriciteitsinstallaties bij evenementen zoals de cross, TD’s e.a. Hij overleed in het U.Z. Gasthuisberg te Leuven op 17 december 2015. Zijn uitvaartviering, rond zijn asurne, vond plaats in de parochiekerk Sint-Niklaas te Kapelle-op-den-Bos op zaterdag 26 december 2015 om 10.30 uur. Aansluitend volgde de begraving in de urnentuin op het kerkhof aldaar.

“Bescheiden en van weinig woorden
Herkenbaar voor diegene die bij je hoorde
Als mens kon je op je bouwen
Jouw woord was er één van vertrouwen.”
(Uit zijn gedachtenisprentje) (Foto’s van Herman onderaan)

1963 – 8 juni – G.v.M. : Ongeval met fietsster uit Leest
“Op de Battelbrug te Mechelen gebeurde een ongeval tussen de fietsster uit Leest Maria De Wit en de motorrijder Raphaël Van de Kerkhof uit Duffel. Beiden werden hierbij licht gewond.”

1963 – 13 juni – G.v.M. : Vlaamse burgemeesters achter actiecomité
Het Vlaams Actiecomité deelde mee dat er reeds 134 Vlaamse burgemeesters zich achter de oproep tegen de aanhechting van zes Vlaamse gemeenten bij de hoofdstad en voor Brussel Rijksgebied. Voor de provincie Antwerpen waren dat : Borsbeek, Broechem, Bonheiden, Booischot, Bornem, Leest, Mariekerke, O.L.Vrouw Waver, Putte, Puurs, Weert, Baarle-Hertog, Beerse, Geel, Hulshout, Lille, Meerhout, Rijkevorsel, Tongerlo, Turnhout, Veerle en Wortel.

1963 – Dinsdag 19 juni : Buitengewone vergadering NCMV Tisselt-Leest
In zaal Molensteen te Tisselt. (G.v.M., 24/6)

1963 – Zondag 23 juni : Tentoonstelling in de “Zusterkensschool “
...iedereen zal kunnen zien wat er zoal gedaan wordt in de zusterkensschool. Waarmee hun kleintjes zich zoal bezighouden. Tussen 8 en 12 uur en tussen 14 en 21 uur. Drank hoef je niet mee te nemen, er wordt voor gezorgd ,ook voor ijsjes en frisco’s...”
(DB, mei 1963) (Foto van de leerkrachten van de “Zusterkensschool” onderaan)

Foto’s :

-Herman Van de Poel met vaandel tijdens een voetbedevaart naar Scherpenheuvel en Herman op oudere leeftijd.

-De leerkrachten van de meisjessschool in 1962.
Bovenaan v.l.n.r : Anny Kinnart, Paula Bradt, een interimaris, Francine Miroux.
Onder : zuster Annonciata, Maria De Boeck, schoolhoofd zuster Michelina.



2702460-41f6fd12af7d23f186d2c5969ec9ed46.jpg

2702460-498d6b1a1643b6e2ecc5c79abe9ab58d.jpg

2702460-56d82b68f897af415fc9ef2a3dbbc9a8.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 11:30 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – Mei : Ongevallen
-Aan de brug te Battel kwam het tot een aanrijding tussen de bromfietser Raphael Van de Kerkhof uit Duffel en onze dorpsgenote Maria De Wit. Allebei werden ze licht gewond.

-Op de steenweg naar Hombeek kwam Jan Van den Heuvel al fietsende in aanrijding met de personenwagen van Albert Aerts uit Kapelle-o-d-bos. De fietser werd licht gewond. (Zijn foto onderaan)

-In de Adegemstraat te Mechelen botste Leestenaar Eduard D’Hondt met zijn bestelwagen tegen de personenwagen van Anderlechtenaar Albert Mus.

-Toen mevrouw Lauwers-Geerts van op een ladder een werkje aan ’t opknappen was, deed zij tengevolge van een verkeerdelijke beweging een val, met het gevolg dat zij een breuk aan de voorarm opliep.” (Foto’s van Jeanne Geerts onderaan) (DB,juni 1963)

1963 – 1 mei – G.v.M. : Gauwdief aan het werk
“Tijdens de drukte van de markt werd een vrouw met name Solie Josephine uit Leest, van haar geldbeugel die ruim 1200 frank inhield, beroofd.”

1963 – 7 mei – G.V.M. : LEEST – Autobus in gracht
“Op de baan Tisselt-Leest moest een autobus, bestuurd door Karel Hoofd uit Hingene, uitwijken voor een tegenligger. Door dit maneuver kwam de autobus op de graskant van de baan terecht en zakte in de gracht. Van de 45 passagiers werden 3 personen licht gekwetst. Het betreft hier Rosa Aerts en Armand De Cré uit Puurs en Jeanine De Decker uit Oppuurs.”

1963 – Zondag 12 mei : De Chiro bezocht de Meivaart in Rijmenam
“Zondag 12 mei zijn we met gans de groep naar de Meivaart gereden : knapen en kerels per fiets, burchtknapen met de bus. De Mariahulde had plaats in Rijmenam. Ongeveer een 900 jongens waren er aanwezig. In de voormiddag waren er activiteiten per afdeling; zo hadden de knapen een groot sluipspel per vendel; het werd gewonnen door een vendel van ons, nl. de zwaardwacht voor een 40-tal knapenvendels. In de namiddag was er een groot groepsspel “Verovering van de ruimte”. Deze schone dag werd besloten met een plechtige slotformatie te 17 uur. L.K.”

1963 – Woensdag 15 mei : Bejaarde vrouw door auto gevat te Mechelen
“Bij het oversteken van de Hombeeksesteenweg te Mechelen, ter hoogte van de Pareipoelstraat, omstreeks 8 uur woensdagmorgen, werd de 74-jarige Clotildis Heyvaerts, echtgenote Lauwers, woonachtig genoemde steenweg nr 128 gevat door een auto bestuurd door Frans Van Beneden uit Leest. De vrouw werd ten gronde gesmakt en zwaar gewond. Zij werd in allerijl ter verpleging naar het O.L. Vrouwgasthuis overgebracht waar zij nadien overleed.” (GvM, 16/5)

1963 – 17 mei : Aanhouding van landloper
De garde van Leest werd er van verwittigd dat er al verscheidene dagen een persoon doelloos rondzwierf in de omgeving van de Alemstraat. Hij bracht al verscheidene nachten door in een schuur aldaar buiten het medeweten van de eigenaar. Het betrof Emiel Schaerlaecken, geboren te Zemst 18/6/1903, een hoeveknecht en wonende te Wolvertem. De man vertelde dat hij sinds 22 april ontslagen was uit de Rijksweldadigheidskolonie van Wortel en vandaar naar de gevangenis van Mechelen was overgebracht. Na vier dagen had hij zich tot de Zusterkens der Armen gericht en werk gevonden bij een hovenier uit St. Katelijne Waver waar hij in een serre had moeten slapen. De nacht voordien had hij doorgebracht in een konijnenhok te Kapellen-op-den-Bos. (DVV) (Foto van de garde onderaan)

1963 – 22 en 26 mei : Inentingen tegen Kinderverlamming
Door de zorgen van het gemeentebestuur en onder bescherming van het Ministerie van Volksgezondheid en Gezin werd ook aan de Leestenaars de gelegenheid geboden zich te laten inenten tegen de “Polio”. Deze oproep werd zeer gunstig onthaald en opgevolgd. Ondertussen hadden er al twee inentingen plaatsgehad. De laatsten gingen door op woensdag 22 en zondag 26 mei in de gemeentelijke jongensschool. (DB)

1963 – 26 mei : Lichte grondverzakking op de Juniorslaan
Die dag sukkelde een autobus van de lijn Londerzeel-Mechelen op de Juniorslaan met haar wielen even over de buitenkant van de rijbaan wat resulteerde in een lichte grondverzakking. Nadat alle reizigers waren uitgestapt kon de bus zich vrijmaken. (DB)

1963 – Zondag 26 mei : De Auto- en Fietsenrally St.-Gommarus passeerde in Leest
41 auto’s en 42 fietsers waren die zondag aan de start gekomen van deze Mechelse rally. Voor de wagens ging de tocht over Vilvoorde naar Grimbergen over Cherlesroy naar de Poddegemhoeve… De rally voor de fietsers startte in de richting van de Dendermondsesteenweg tot aan de sluizen van Battel en verder over Heffen, Leest en Hombeek, naar het Vrijbroekpark. Het werd een gezellig zondag vooral omdat de weermaker van de partij was. (GvM, 28/5)

Foto’s :

-Jan Van den Heuvel in Chiro-outfit.
-Twee maal Jeanne Geerts met haar echtgenoot burgemeester Gust Lauwers.
-Veldwachter Victor Van Hoof onderschepte een landloper in Leest.



2701417-b92f62d1b5b0adbece54190cdb4d8feb.png

2701417-ff16c1ebc5ceb7abb5eea8b68880bdc8.jpg

2701417-89396071dd11aefd3ad3a84a0ce821ec.jpg

2701417-746b4f86c715d8ba683247a7f6937c42.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 10:25 Reageer op dit bericht

Wijzigingen - Aanvullingen

1963 – 28 april : Jubelfeest van de Kon. Fanf. St.-Cecilia
Louis Alewaters werd gevierd voor zijn 50-jarige trouwe dienst als muzikant en Rik De Bruyn voor zijn 25-jarig muziekbestuurschap. Verder werden volgende personen vereremerkt:
-45 jaar muzikant : G. Potums en E. Vloeberghen.
-35 jaar muzikant : G. De Bruyn, L. Van den Heuvel, L.Verschuren en R. De Bruyn.
-25 jaar muzikant : A. Robijns, H. Van den Heuvel, J. De Borger, A. Mollemans, J. Van der Auwera, J. Baeten en A. De Schouwer.

Volgende zusterverenigingen verleenden hun medewerking : de fanfare “Willen is Kunnen” uit Zemst-Laar, de harmonie “Concardia” uit Kalfort, de K.F. “De Vrolijke Vrienden”uit Hombeek-Heike en de fanfare “Ons Genoegen” uit Battel.
De autobus met de leden van “Concordia” uit Kalfort kwam op de Juniorslaan in een gracht terecht. Twee personen werden licht gewond maar konden toch deelnemen aan de opluistering van de jubelviering. (GvM,12/10/79 en DB mei 1963) (Foto van de jubilarissen onderaan)

In de Gazet van Mechelen van 2 mei werd er een artikeltje gewijd aan de vereremerking : “Zondagnamiddag was er in het Leestse dorp en nog meer bij de koninklijke fanfare “St.-Cecilia” beter bekend als de “Blekken” een echte feeststemming, dit naar aanleiding en viering van een 14-tal muzikanten. Deze echte muziekliefhebbers hebben samen met hun andere vrienden altijd hun maatschappij met hart en ziel weten te dienen. Sinds het ontstaan in 1898 heeft hun fanfare met hun jaren toewijding een voortdurende bloei gekend en is thans uitgegroeid tot een 100-tal aangesloten leden, waaronder 45 spelende. Daarbij staat een flink bestuur aan het hoofd zoals erevoorzitter Emiel Verschueren (burgemeester), voorzitter Leopold Piessens, ondervoorzitter Viktor Verschueren, secretaris August Lauwers de man die paardenwerk verricht, verslaggever Frans Verwerft, Ferdinand De Prins, Juul Geens, G. Briat, Albert Robijns. Al deze mensen hadden dan ook niets aan het toeval overgelaten om de gevierden een passende hulde te brengen. In de zaal “St.-Cecilia” bij Frans Huybrechts werd ter hunner ere een groot jubelfeest ingericht. Het was de Koninklijke Fanfare “De Vrienden van het Recht” uit Blaasveld onder de leiding van dirigent Karel Doms die het feest opende met de uitvoering van een 6-tal muziekstukken. Hierna waren het de mannen van Leest die onder de leiding van Rik De Bruyn vervolgden, met ‘Telefunken” een mars van Jow-Evert.
Hierna wou secretaris August Lauwers de gevierden niet langer op de proef stellen en hij heette de aanwezigen onder wie we bemerkten dhr. Couvents, algemeen secretaris van het muziekverbond van België en de heer August Soli, ondervoorzitter van “Fedekam” hartelijk welkom. De heer Couvents was zeer verheugd in naam van de Belgische muziekverbond de tolk op deze viering te mogen zijn. Hij bracht hulde aan de heer Louis Alewaters, de gouden muziekjubilaris. In dezelfde hulde betrok hij dirigent Rik De Bruyn. Ook vergat spreker de 12 anderen in zijn hulde niet en hij besloot met de woorden, ik wens deze bloeiende fanfare nog vele jaren en een schone toekomst. Hierna ging hij zelf over tot de uitreiking van de 14 eretekens. Het was Louis Alewaters die de eer had eerst op het podium te verschijnen, vervolgens Rik De Bruyn, de heren Gustaaf Potoms en Eugene Vloeberghen 45 jaar, Guillaume De Bruyn, Louis Van den Heuvel, Louis Verschueren en Rik De Bruyn 35 jaar, Albert Robijns, Henri Van den Heuvel, Jan De Borger, August Mollemans, Francois Van der Auwera, Jan Baetens en Alfons De Schouwer 25 jaar.
Na de uitreiking van de verschillende eretekens en het overhandigen van bloemenruikers werd het feest verder gezet met het optreden van de fanfare “Willen is Kunnen” uit Zemst-Laar, de Harmonie “Concordia” uit Kalfort, de Kon. Fanfare “De Vrolijke Vrienden” uit Hombeek en de fanfare “Ons Genoegen” uit Battel. Alles verliep er in de beste stemming en het werd een overgetelijke dag voor de mannen van “St.-Cecilia”.”

1963 – Mei : Wegeniswerken Kouter

“Met voldoening kan vastgesteld worden dat sedert een drietal weken de wegeniswerken in de Kouter aangevangen zijn. Iedereen weet natuurlijk dat de gure winter oorzaak is van de opgelopen vertraging. Zo komt Leest binnen onafzienbare tijd gans met macadamwegen, behalve de fameuze Battelse Bergen, die beslist aan verkeer zullen inboeten. Anderzijds mag het wel gezegd dat ook de Kouter een nieuwe verlichting zal krijgen, net zoals voorzien voor andere straten.” (De Band, juni 1963)

Foto’s :

-In 1963 werd dirigent Rik De Bruyn gehuldigd voor zijn dirigentenjubileum samen met de muzikanten met de meeste dienstanciënniteit.
V.l.n.r.: Rik De Bruyn, Bert Robijns, Henri Van den Heuvel, Guillaume “Jomme” De Bruyn, Eugene Vloeberghen, Louis Van den Heuvel, Gustaaf Potoms en Louis Alewaters.
Onder : Jan Baetens, Fons De Schouwer (“Schavak”), Gust Mollemans, Francois Van der Auwera, Jan De Borger en Louis Verschuren (“de Witte van den Do”). (Foto :Leest in Feest)

-Enkelen van de gevierden die op het podium werden geroepen : gouden jubilaris Louis Alewaters, Rik De Bruyn, Gustaaf Potums, Eugeen Vloeberghen, Albert Robijns en Henri Van den Heuvel.



2700306-1f4a870b941bf9e3a1d7634325e0bd90.jpg

2700306-89e08189db571a803dd43e75572f7a82.jpg

2700306-b8831671fe50959917f642b1ef03501b.jpg

2700306-0595bedc755cfd09c8de56626f839cb5.jpg

2700306-a5ddcf261d4edd7f649fcfee4ba60651.jpg

2700306-54a536ed19f808fafde4a7f7ff06564f.jpg

2700306-75e67ef90a3eb215e7bc9de0700e10d7.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Marcel Van Hoof om 14:21 Reageer op dit bericht

Meer van Kronieken van Leest

↑ Terug naar de berichten