9/9 Een verbijsterend visioen en boodschap - Pr James Manjackal
Ezechiël 14:6: Zeg daarom tegen het volk van Israël: “Dit zegt God, de HEER: Kom terug bij mij, keer je afgoden de rug toe en houd op met je gruwelijk gedrag!
Visioen: Plotseling zag ik een grote chaos, een beroering, de wereld op zijn kop, een zware aardbeving. Het was na middernacht in het visioen en ik zag voor mijn geestesoog de aardbeving en de vloed, mensen die luid jammerden, huizen die werden verwoest en vernietigd. Ik zag vuur en dacht bij mezelf: misschien vraagt de Heer mij om als voorspreker te bidden om Gods barmhartigheid, om mijn hart te openen en te bidden, omdat ik een missionaris van barmhartigheid ben. Vervolgens zag ik grote basilieken, grote en vooraanstaande kerken – sommige kende ik, andere niet – die werden meegevoerd door het water, en sommige die in brand stonden. Ik zag veel vervolging, de onthoofding van christenen, bloedvergieten onder christenen, en ik zag de paus, bisschoppen en vele hoogwaardigheidsbekleders die werden meegevoerd door de vloed, terwijl anderen in het vuur verbrandden. Ik was doodsbang.
Ik vroeg de Heer: "Waarom, Heer? Wat laat U zien?" "Men moet terugkeren tot de Heer, zich bekeren van alle afgoden en het leven vernieuwen." Toen zag ik opnieuw een woord dat op een wit vel papier stond geschreven, uit Ezechiël 33:7: Jou, mensenkind, heb ik als wachter aangesteld voor het volk van Israël. Als je mijn woorden hoort moet je hen namens mij waarschuwen.
En toen zag ik een kerk die ik, afgaand op de architectuur, niet kon thuisbrengen. Ik vroeg me af of het een kerk in Spanje was, of in het Vaticaan in Rome, of misschien in Frankrijk. Ik heb wel vaker zulke gigantische kerken gezien, maar ik kon de locatie of de specifieke basiliek – die grote kerk – niet identificeren; binnenin zag ik een donkere eenzaamheid.
Ezechiël 8:3-6 en 9:3-6: In dit goddelijk visioen tilde de geest me op, tussen hemel en aarde, en bracht me naar Jeruzalem, naar de ingang van de noordelijke binnenpoort, waar het afschuwelijke godenbeeld staat dat de woede van de HEER wekt. Daar zag ik de stralende verschijning van de God van Israël, zoals ik die ook in het dal had gezien. Hij zei tegen mij: ‘Mensenkind, kijk nu naar het noorden.’ Ik keek naar het noorden en zag daar buiten de poort een altaar staan; het godenbeeld dat de woede van de HEER wekt stond in de toegang. ‘Mensenkind, zie je wat ze doen? Zie je hoe vreselijk het volk van Israël zich hier misdraagt en mij uit mijn eigen heiligdom verdrijft? En je zult nog meer gruwelijks zien.’ (…)
De stralende verschijning van de God van Israël bewoog zich van de cherubs waarboven hij troonde naar de ingang van de tempel, en hij riep de in linnen geklede man met de schrijverskoker bij zich. De HEER zei tegen hem: ‘Maak een ronde door Jeruzalem, en zet een merkteken op het voorhoofd van iedereen die jammert en klaagt om de gruwelijke dingen die er in de stad gebeuren.’ Tegen de zes anderen hoorde ik hem zeggen: ‘Ga achter hem aan, trek ook door de stad en dood iedereen. Jullie moeten geen medelijden tonen, jullie mogen geen medelijden kennen. Oude mensen, jonge mannen en vrouwen, moeders en kinderen – jullie moeten ze allemaal ombrengen, behalve de mensen die het merkteken dragen. Begin bij mijn heiligdom.’
** De Kerk wordt vernietigd door heidendom. Ik weet dat er tegenwoordig veel compromissen worden gesloten met het heidendom binnen de Kerk. Daarom huilde ik. Ik bad om Gods barmhartigheid voor de Kerk; dat is de reden waarom kerken, hoogwaardigheidsbekleders en geestelijken worden weggevaagd door de vloed of het vuur. Dit alles kwam in me op. Plotseling zag ik een fel licht waarin veel jonge mensen – en natuurlijk ook ouderen – in hun handen klapten, hun handen ophieven en zongen voor de Heer Jezus; mensen uit alle naties en landen. Sommigen riepen: "Japan behoort toe aan Jezus, Duitsland behoort toe aan Jezus, Frankrijk behoort toe aan Jezus, India behoort toe aan Jezus." Mensen die simpelweg riepen, zongen en dansten, en ze waren allemaal in het wit gekleed. Iets wat doet denken aan wat we lezen in het boek Openbaring. Toen kwam de gedachte bij me op dat dit wellicht een vernieuwing zou kunnen zijn.
Zoals u weet, geef ik al 52 jaar retraites over vernieuwing; ik zie mensen zich bekeren en veranderen, zich afkeren van de zonde en verlangen naar een heilig leven volgens Gods wil. Nu ik in Europa preek, zie ik een grote golf van deze verandering, een terugkeer naar de Heer. Toen ik dat zag, was ik blij, maar tegelijkertijd voelde ik me verdrietig door het eerste tafereel dat ik had gezien. Natuurlijk nam ik toen mijn rozenkrans ter hand en bad ik het kroontje van de Goddelijke Barmhartigheid, en ik zag het gezicht van Moeder Maria. In het begin huilde ze, maar in het tweede deel, toen de mensen zich verheugden, danste en zong zij met hen mee, gehuld in haar blauwe mantel. Ik zag een tafereel van Pinksteren, hoe ze bad om de gave van de Heilige Geest.
Het was wonderbaarlijk; telkens als ik in mijn visioen Moeder Maria zie, voel ik me zo gelukkig en ervaar ik haar Moederlijke liefde in mijn ziel. Plotseling zag ik een woord geschreven in zilverachtige kleur. Het stond op bruin papier: "Het Koninkrijk van God zal van u worden weggenomen en worden gegeven aan een volk dat vruchten voortbrengt."
Matteüs 21:31-32: Daarop zei Jezus: ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zijn u voor bij het binnengaan van het koninkrijk van God. Want Johannes koos de weg van de gerechtigheid toen hij naar u toe kwam. U geloofde hem niet, de tollenaars en de hoeren wel. En ook al zag u dat, u hebt u niet willen bedenken en hem alsnog willen geloven.
Matteüs 21:42: Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.” Daarom zeg ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.
We zien veel mensen die we misschien bestempelen als niet-christelijk of niet-katholiek, of we oordelen over hen: het zijn prostituees, zondaars, alcoholisten of slechte mensen. Ik moest denken aan de tollenaars – zoals Matteüs, de tollenaar en discipel van Jezus – en aan de prostituee tegen wie Jezus zei: zondig niet meer. Ja. Wanneer er een nieuw besluit wordt genomen voor een nieuw leven, worden alle zonden niet alleen vergeven, maar ook vergeten. "Ik zal niet meer aan uw zonden denken," en "Ik vergeef uw zonden." Dit is Gods woord. En vandaag de dag zie ik mensen tot bekering komen en hun verleden achter zich laten, nu ze vergeving van God hebben ontvangen. Ik zie overal een grote verandering.
Dit is het moment, mijn geliefde broeders en zusters in Christus Jezus – u die naar deze korte boodschap luistert – om de hand op uw hart te leggen en uzelf af te vragen: bent u een wijnstok, een vijgenboom of een olijfboom die vrucht draagt? We kennen de vruchten van de Heilige Geest: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vrijgevigheid, zachtmoedigheid, trouw, bescheidenheid, zelfbeheersing en kuisheid. Misschien zijn al deze zaken vandaag de dag verloren gegaan in het christelijk leven. Ik zeg dit met pijn in mijn hart. We zijn onze getuigenis in de wereld verloren – het getuigenis van het licht der wereld of het zout der aarde zijn.
En toch zijn we geroepen om een 'ander Christus' te zijn, om ons te vormen naar het beeld van Christus, zoals we lezen in Romeinen 8:29. Misschien ziet de wereld dat niet; en als ik zeg 'de wereld', dan bedoel ik ook God: God ziet dat niet terug. Misschien neemt de Heer zelf, door alles wat er nu gebeurt, de huidige vorm van de kerk – die een masker draagt – weg. Ja, een Kerk die haar zoutkracht, haar licht en haar smaak verliest. En Hij bouwt een nieuwe Kerk.
Openbaring 21:1-5: Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’ Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’
De oude orde is voorbijgegaan. Ja, Jezus werd daartoe door de Vader gezonden. De mensheid verloor in de Hof van Eden die vriendschap met God. Daar ervoer de mens Gods aanwezigheid, maar die ging verloren. Door Jezus is die hersteld, en wij ontvangen haar opnieuw in de Kerk via ons gebedsleven en ons sacramentele leven. Een leven waarin we sterven aan ons egoïsme, onze zondigheid en onze zondige natuur, en een nieuw leven leiden. Zoals Paulus zelf zei in Galaten2:19-20: Met Christus ben ik gekruisigd: ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Dat is de roeping van een christen. Ik sluit af met Openbaring 21:22-27: Maar een tempel zag ik niet in de stad, want God, de Heer, de Almachtige, is haar tempel, met het lam. De stad heeft het licht van de zon en de maan niet nodig: over haar schijnt Gods luister, en het lam is haar licht. De volken zullen in haar licht leven en de koningen op aarde betuigen daar hun lof.
De poorten zullen overdag nooit gesloten worden, en nacht zal het er niet meer zijn. De volken zullen in haar hun lof en eer komen betuigen. Maar alles wat verwerpelijk is en iedereen die zich met gruwelijke dingen en leugens inlaat, komt de stad niet binnen, alleen zij die in het boek van het leven staan, het boek van het lam. Herinner u dat we in Johannes 2:19-22 lazen: Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ ‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd,’ zeiden de Joden, ‘en u wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’ Maar hij sprak over de tempel van zijn lichaam. Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had. Hier wordt de tempel getoond: de Heer zelf, het Lam van God dat de zonden van de wereld heeft weggenomen. Prijs de Heer. Halleluja.
Ik geef de boodschap door die de Heer heeft gesproken. Ja, wij moeten de tempel heilig houden. Wij zijn de tempel. Jezus is de tempel. Wanneer de heilige tempel – Jezus – in ons woont, worden wij tempels. En dat is de tempel. Dat is de Kerk. De Heer kijkt vooruit. Niet naar iets uiterlijks, zoals we dat vandaag de dag zien met allerlei maskers, kwaadaardigheid en gruwelijkheden. Als er al sprake is van een uiterlijke vorm, laat die vorm dan bevrijd zijn van alle gruwelijkheden. Anders verlaat de heerlijkheid van de Heer ons; ze verlaat de gemeenten en ze verlaat de kerk. Moge God u allen zegenen.