Weerspreuken maart
Maart geeft gemiddeld 6 dagen vorst en 16 dagen regen.
De maart geeft doorgaans twaalf zomerse dagen,
april staat er borg voor.
• Als de hoenderen kakelen lang en goed, het zal regenen in overvloed.
• Een spreeuw op het dak maakt de lente niet.
• de dagen lengen met 01h46
• Als ’t op Sint-Blasius regent of waait, zeven weken dat de wintermolen draait.
• Als de noordenwind in de korte maand niet blazen wil, zo blaast hij zeker in april.(28april 2010 storm +/- 120Km/u)
• Als het helder is op Sint Jozefsdag een goed jaar ver¬wachten mag.
• Als Maria Boodschap schoon en helder is voor zonsopgang, komt een vruchtbaar jaar.
• Als Sint-Modest geeft sneeuw en ijs, dan mag je verwachten nog veertig zulke nachten.
• Als vroege krokussen bloeien, zullen ze met koude stoeien
• Bedekt in het voorjaar sneeuw de wegen, dan lacht een goede oogst u tegen.
• Blasius is een koud manneke, apollonia (9/2) een koud vrouwke.
• Cisca, Cisca, schei, toch uit en schud al die brol niet uit.
• Daar is geen maart zo goed of 't sneeuwt op de boer zijn hoed.
• Danst het lammetje in maart, april vat het bij de staart.
• Danst in maart de mug, veel schapen op een dooie rug.
• De eerste donder bromt als Sint Mathildis komt.
• De eerste donder in maart pakt de elf bij de staart (vis die paart in maart).
• De maand maart heeft venijn in de staart.
• De maartse maan brengt het kwaad weer aan.
• De maartse zon en aprilse wind schendt zo menig koningskind.
• Die zichzelve wel bemint wachte zich voor maartse zon en aprilse wind.
• Donder in het groene hout, geeft een zomer nat en koud.
• Een droge maart en natte april dat is de boeren naar hun wil.
• Een droge maart is goud waard, als het in april maar regenen wil.
• Een droge maart is goud waard.
• Een natte maart geeft veel lijnzaad.
• Februari wintert nooit zo fel, of hij geeft zijn drie schone dagen wel. •
• Groeit in februari het gras, met Pasen een dikke jas. •
• Is februari nat en koel, dan is juli dikwijls heet en zwoel.
• Is februari te warm, vele planten worden arm
• Is februari zacht, dan brengt de lente vorst bij nacht.
• Is het op Sint Rupert rein, zo zal het ook in juli zijn. 27/3
• Is het weer op Sint Gregorius dol dan kruipt de vos reeds uit zijn hol. Is het schoon en zonder vlagen, hij schuilt nog veertien dagen. •
• Klaar weer op Sint-Silvijn, het kan nog twee maanden winter zijn.
• Komt de wind uit het noorderland, lang houdt het weer stand. •
• Lichtmis helder en klaar, twee winters in één jaar.
• Maart droog en april nat veel hooi en zaad zat.
• Maart guur betekent een volle schuur.
• Maart heeft venijn ( kuren) in zijn staart.
• Maart koel en nat, veel koren in het vat.
• Maart pakt ze bij de staart, april met de bil.
• Maart roert zijn staart.
• Maart zonder blomme, zonder dauwe, brengen ons op het eind in 't nauwe.
• Maartse buien die beduien dat de zomer aan komt kruien.
• Maartse regen brengt geen zegen.
• Maartse wind en aprilse regen beloven voor mei grote zegen.
• Met zuidenwind op Sint Benooi valt het jaar in een goede plooi.
• Mist in maart, water of vorst in mei. •
• Natte maart, veel gras.
• Nooit is maart zo goed of hij sneeuwt wel een volle hoed. •
• Of als hij komt, of als hij scheidt heeft de oude maart zijn gif bereid.
• Op Sint Adriaan laat de hagel geen gras staan.
• Op Sinte Geertrui komt de warmte uit de grond.
• Regen op Sint Adriaan laat niks meer droog staan.
• Sint Jozef helder en klaar geeft ons zeker een goed jaar.
• Sint Jozef schoon en goed een vruchtbaar jaar verhopen doet.
• Sneeuw en hagel en regen en wind, daarvan is maart een vrind.
• Sneeuw in maart voor vrucht en druiven nadeel baart.
• Sprokkelmaands regen is grasmaands (april) zegen.
• Stof in maart is goud waard.
• 't Is in het begin of aan het end dat ons maart zijn gaven zendt.
• Vochtige maart de boeren smarten baart.
• Voor oude lieden heeft maart kwaad in de staart.
• Wat maart niet en wil haalt zich in april.
• Wie zichzelf wel bemint, wacht zich voor maartse zon en aprilse wind.
• Wil maart reeds donder, sneeuw in mei is dan geen wonder.
• Zo menig vorst in maart, zo menig dauw in april.
• Zoals de wind waait op Sint Jozef, zo waait hij een heel jaar.
• Zoals het weer de 40 martelaren vindt, zo blijft het veertig dagen met zijn vrind.
• Zoveel nevel in maart zoveel regen na Pasen.
• Zoveel nevels zich in maart vertonen met zoveel onweer zal de zomer komen.