LEVEN IN DE OCEAAN - ADEMNOOD 2

- Ademnood : Adem in!
Op het land is zuurstof zelden een probleem, want in de lucht zit zo'n 21%. Maar zeedieren hebben het moeilijk: zelfs onder ideale omstandigheden met waterplanten en zonlicht is het zuurstofgehalte zelden hoger dan een vijfde promille. Zeedieren moeten die zuurstof dus goed benutten - of hun adem inhouden.
- Zeeslangen zijn meesterduikers, ze behoren tot de beste duikers van de oceanen. Zeeslangen zijn reptielen en moeten vaak boven water komen om adem te halen, waarna ze weer de diepte in gaan.


De duiktijd varieert, maar sommige soorten houden wel twee uur hun adem in. Ze verbruiken een minimum aan zuurstof, zoals de meeste reptielen, en ze benutten de zuurstof uit de lucht optimaal. Zelfs via de huid kunnen ze zuurstof uit het water opnemen, dankzij een long die bijna door hun hele lijf loopt.
- Zeenaaktslakken hebben kieuwen, het zijn kwetsbare organen, maar ze dragen ze in grote, bonte toefjes op hun rug. Of ze dekken de kieuwen toe met lange groeisels en nemen dan nog meer zuurstof op





























