OZONVERVUILING


Maatregelen coronacrisis doen ozonvervuiling dalen!
Wetenschappers namen een daling in ozonvervuiling van gemiddeld 7% waar op het noordelijke halfrond tijdens de lente en zomer van 2020. Zo een grote afname gedurende enkele maanden is al zeker 20 jaar lang niet meer geobserveerd.
De daling in de gemiddelde hoeveelheid ozonvervuiling werd geobserveerd tijdens een internationale studie waaraan ook het KMI deelnam. De wetenschappers analyseerden hiervoor de gegevens van weerballonnen en teledetectie-instrumenten afkomstig van 45 verschillende locaties. Ook Ukkel maakte hier deel van uit, de daling bedroeg daar 6,6%.
Ozon bestaat uit 3 zuurstofatomen en bevindt zich voornamelijk in de ozonlaag van de stratosfeer, het deel van de atmosfeer op 15 tot 45 km hoogte boven het aardoppervlak. Dit wordt ook wel eens ‘goede’ ozon genoemd omdat die het leven op aarde beschermt tegen schadelijke UV-stralen.
Maar soms vormt het molecuul zich ook in de onderste luchtlagen in de troposfeer. Dan spreekt men van ‘slechte ozon’ of ozonvervuiling. Dit komt bijvoorbeeld voor op warme dagen in de lente en zomer wanneer UV-licht inwerkt op met stikstofoxide en vluchtige organische stoffen verontreinigde lucht.
Dat zo een laag ozongehalte gedurende meerdere maanden en op meerdere plaatsen in het noordelijke halfrond werd waargenomen is zeker spectaculair te noemen. Vooral omdat de veranderingen van jaar tot jaar normaal gezien eerder klein zijn.
Deze plotse wijziging is te wijten aan de sterke afname van stikstofdioxide in 2020 en een uitzonderlijk fenomeen boven de Noordpool. De bijdrage van die laatste was weliswaar amper een kwart.
De verminderde uitstoot door wereldwijde acties om SARS-CoV-2 in te dammen blijkt dus verantwoordelijk voor het overgrote deel van de daling in ozonvervuiling.
Waar is de tijd dat de mens tevreden was met huisje, tuintje, boompje...?







































