
Klinkklare nonsens dat ik treurig leef
En uitgehold word door herinneringen .
‘k Zoek zelden het geheugen op , het dreef
Toch steeds de spot met mij en alle dingen .-
Ik neem een lamp , de keldertrap is smal,
Een dof gedreun – weer lijkt het op de val
Van steenblokken die door het trapgat springen .
Ik kan niet meer terug , de lichtvlam roet ,
Ik weet – daarheen ! de vijand tegemoet .
En ik vraag als een milde gunst…maar daar
Heerst stilte , duisternis . Geen feest meer heden !
De dames zijn naar huis al dertig jaar ,
Die schelm werd oud , dus is hij overleden…
Ik ben te laat . Wat een ellende nou !
Geen mens die mij nu nog ontvangen zou .
Maar ik beroer de schilderswand , ik warm
Mij bij de schoorsteenmantel .Wat een wonder !
Er flitsen twee groene smaragden onder
Die schimmelgroei , prikken door rot en kwalm
Een poes miauwt . Kom naar huis!-Naar welke kant ?
Waar is mijn huis en waar is mijn verstand ?











1 reactie op dit bericht
Fijn dat je even tijd had, ik ben bij jou komen onthaasten.
Het is hier ook goed vertoeven. Dank je wel voor je bezoekje aan mijn bundel Dag na dag.
Herman.
http://blog.seniorennet.be/uit_de_bundel .