Er woont een clowntje in mijn hart


Het ik heel klein, maar heel apart
Het kan dansen, lachen en zingen
Heb je verdriet en moet je wenen.
Dan mag je het altijd lenen
Er woont een clowntje in mijn hart

Het ik heel klein, maar heel apart
Het kan dansen, lachen en zingen
Heb je verdriet en moet je wenen.
Dan mag je het altijd lenen
sterk om lief te hebbenSterk om lief te hebben Hans Lodeizen
Neen ik heb niet veel
Plezier gekend alleen maar
Veel ellende
In de nacht van de wereld
Ben ik een droom geweest
Niet licht niet blij lachend
Maar donker en angstig als een tunnel
In de ochtend van het leven
Zal ik een droom worden
Van bloemen en meteoren
In de ochtend van de dag
Zal ik een hand hebben
Klaar om te handelen
Sterk om lief te hebben .
Huiswerk
*
Huiswerk
Die nare sommen ,wat verdriet !
Ik kan ze niet en ‘k maak ze niet !
Ze denken maar dat je alles weet
En nooit een snars vergeet .
Je hebt tienduizend kapitaal …
Dat lees ik nu al twintig maal .
Tienduizend gulden ik ?...dat is lak
Ik heb geen duit op zak .
Laat A. maar zoeken zijn procent ,
Scheelt jou het , als je platzak bent ?
’t Zijn goocheltoeren met een breuk ,
Nooit vind je eens : die is leuk .
Die nare sommen wat verdriet !
Ik kan ze niet en ‘k maak ze niet !
En buiten schijnt de zon zo blij …
Is dat geen plagerij ?

Dichten
Soms gaat het zo : mijn leden worden loom ,
Aanhoudend klokgelui galm in mijn oren .
Een ver onweer verstilt . Alsof een droom
De weeklacht en het gekreun laat horen
Van krijgsgevangen stemmen , niet herkend ,
Een kring die geheimzinnig zich verengt ;
Maar dan rijst in triomf één klank op uit
Die afgrond vol gefluister en geluid .
Het is zo onherstelbaar stil rondom
Dat je het gras hoort groeien in het bos ,
Het kwaad hoort gaan , het gordt zijn knapzak om
Daar maken zich al eerste woorden los ,
Met lichte rijmen als geluidsignalen
Waarvan ik nu de zin zal achterhalen –
En verzen worden simpel voorgezegd
En in het witte schriftje neergelegd
Anna Achmatova
***Wil het ooit weer iets worden Rudger Kopland
Niets bleef over van het oude
Buiten , van tuinen , van gras
Waar ooit iets gebeurd moet zijn .
Wil het ooit weer iets worden
Dan zal ik het zo moeten opschrijven
Dat ik niet meer hoef te zoeken ,
Maar kan huilen .
Een pilsje ...

*
Allemaal kerstbomen ,dan heb je het
Gehad en verdomd weinig te lachen .
Maar in de ruisende zomernacht staat
De rozerode tent van Van der Belgen .
De Parel der Kempen , maantje er boven ,
Beetje glim glim op het grint , geweldig .
Pilsje , praatje , van het een komt het ander ,
Leven en dood ,tijd en eeuwigheid , de
Liefde ,de definitie van kunst , van jij
Ziet het zus en een ander ziet het anders ,
Dus .Maar je kunt niet altijd alles
Relatief zien , er zijn ook de grote ,
Regelrechte gevoelens waar het om gaat .
Dan valt er xeinig te lachen , al uit het
Kerkorgel-chroom van de jukebox het lied
Klinkt van de blinde soldaat . Ik zie hem
Voor mij , de arme kerel , in ieder blind
Oog blinkt een traan als hij eindelijk
Terugkeert in zijn geliefde Kempen
En tast naar zijn pilsje
De Vlam
*
Iederen dag wordt de wereld kleiner ,
Kleiner het eiland waar wij ons bevinden ,
Kleiner het aantal van de beminden ,
Iederen dag .
Dieper wordt iederen dag de klove ,
Dieper de afkeer , de trieste gedachte
Hoe weinig van mensen valt te verwachten .
De een na de ander vermindert , wordt dof .
Ik denk aan mezelf , ik wil weten of
Het verval al iets van de kracht ontnam
Waarmee ik mij voornam dat ik een vlam
Zou blijven , iederen dag .
***
*
Vriendschap
Dat is voor iedereen
heel belangrijk in je leven.
Zonder vriendschap kun je niet leven.
Als je pijn hebt kan niemand je troosten.
Je durft het aan niemand te vertellen.
Ik kan je troosten ook zonder dat ik je ken.
Vertrouw mij!!!!!


Klinkklare nonsens dat ik treurig leef
En uitgehold word door herinneringen .
‘k Zoek zelden het geheugen op , het dreef
Toch steeds de spot met mij en alle dingen .-
Ik neem een lamp , de keldertrap is smal,
Een dof gedreun – weer lijkt het op de val
Van steenblokken die door het trapgat springen .
Ik kan niet meer terug , de lichtvlam roet ,
Ik weet – daarheen ! de vijand tegemoet .
En ik vraag als een milde gunst…maar daar
Heerst stilte , duisternis . Geen feest meer heden !
De dames zijn naar huis al dertig jaar ,
Die schelm werd oud , dus is hij overleden…
Ik ben te laat . Wat een ellende nou !
Geen mens die mij nu nog ontvangen zou .
Maar ik beroer de schilderswand , ik warm
Mij bij de schoorsteenmantel .Wat een wonder !
Er flitsen twee groene smaragden onder
Die schimmelgroei , prikken door rot en kwalm
Een poes miauwt . Kom naar huis!-Naar welke kant ?
Waar is mijn huis en waar is mijn verstand ?
Luister naar wat zij zegt

Hoe lieflijk is de russische dame
En luister naar wat ze zegt :
Ik ben maar een gewone dame
Geen dame van het russisch hof
Ik heb lang aan slapeloosheid geleden
Maar gelukkig dat is nu voorbij
Mijn geliefkoosde voedsel dat is slakken
Mijn geliefkoosde man een matroos
's Nachts kijk ik graag naar de sterren
En gelukkig gaan we nog dood
Als de wereld één enkel bed was
Dan bleef ik er altijd in
Hoe lieflijk is de russische dame
En luister naar wat ze zegt .
Hans Lodeizen