*VAN BRUGGE OVER BRUSSEL NAAR HALLE
1874. Op 12 februari werd Louis François Joseph Marie Thevenet te Brugge als zoon van Alphonse, Fransman, en Anne Van Vyve, marchande de dentelles [1], beiden in 1835 te Brugge geboren, geboren. De geboorte-akte was in het Nederlands. Het gezin woonde op Noordzandstraat 45. Het had nog 3 kinderen, eveneens te Brugge geboren: Pierre in 1870, Marie in 1871 en Cécile in 1872.
1876. Omdat Thevenet’s vader organist van de Sint-Jacobskerk-op-de-Koudenberg werd, verhuisde het gezin naar Brussel. Het woonde op de Grote Zavel boven eerst drogisterij “Le Lion” en later “Au Grand Sablon”, café van Abeloos, waar ook Pierre Scoupreman, speelvriend en latere kunstschilder, en zijn ouders woonden. Met hem ging Thevenet à l’école “des chiques” - tenue par les frères de la Doctrine Chrétienne, rue de la Porte Rouge. [2]. Na vaders dood woonde het gezin op een mansarde in de Hôtel des Monnaiestraat.
1892. Hij was loopjongen, leerling-bakker en hulpbanketbakker in “Pâtisserie Couplet” op de Louisalaan. 1892 tot 1895. Hij werd hulpkok op de Engelse pakketboot HMS Victoria waarop hij 3 of 4 wereldreizen maakte. Il prit la mer à Anvers, sous la caution, a-t-on dit, d’Edmond Picard et de Théo Van Rysselberghe [2]. Er is slechts geweten dat hij in Haïti geweest is. Volgens Goyens de Heusch was hij pas in 1896 terug [3]. 1895. Hij was loopjongen of klerk bij muziekuitgeverij Oërtel in het “Maison Beethoven” op de Koningsstraat waar ook zijn broer werkte. Hij leerde er Auguste Oleffe met wie de contacten nog niet intens waren, componist Paul Gilson, toekomstig directeur van het conservatorium van Nankin en schrijver van het volkslied van de Volksrepubliek China Jean Hauston en letterkundige Jules Elslander kennen. Uit een fictief interview met LV dat barst van de details die iemand bijna tot leven brengen, blijkt dat hij Tijdens mijn vrije uurtjes wat tekende (…) op de muren van de kelder, eerst met gewone houtskool, later met gekregen verf [4], vooral marines. Hij ging naar samenkomsten van gelijkgestemden in “Le Giraffe”, niet ver van de Grote Markt.
1896. Op nieuwjaardag besliste hij om schilder te worden. 1896. Hij zegde zijn werk op en vertrok het “Café des Artistes” in Anseremme waar l’hôtelier montrait deux Thévenets naïefs, à côté de toiles et de dessins de Félicien Rops [2]. Terug te Brussel groeiden de contacten met Oleffe. Hij woonde op een zolder op de Handelsstraat. 1897 tot 1903. Hij vertrok met Oleffe naar Nieuwpoort waar hij in de Diksmuidestraat, Kerkstraat en Oostendestraat verbleef of woonde. Oleffe, geboren te Sint-Joost-ten-Node en gestorven te Oudergem, door sh ten onrechte de Nieuwpoortse kunstschilder [5] genoemd, werd zijn leermeester. Thevenet ontwikkelde al snel een eigen stijl zodat hij vormelijk, noch inhoudelijk een epigoon mocht genoemd worden. Reviers beweerde dat hij reeds in 1896 terug naar Brussel zou vertrekken [6]. Een onbekend schrijver beweerde dat hij twaalf jaar lang zou leven te Nieuwpoort. [7].
1903. In Brussel werd “Le Labeur” door ondermeer Charles Dehoy, Oleffe, Willem Paerels, Fer(di)nand Schirren en Thevenet opgericht. Thevenet woonde in een pied-à-terre op de Vijverstraat te Elsene. 1903 tot 1907. Hij nam deel aan groepstentoonstellingen van “Le Labeur”. 1904. Hij nam deel aan een groepstentoonstelling van “La Libre Esthétique”. Goyens de Heusch vermeldde dat het het salon van 1906 (en niet 1904, zoals René Lyr veronderstelde) [3] was. In 1904 werden onder meer 16 werken van Manet, 20 van Monet, 7 van Pisarro, 9 van Sisley, 5 van Degas, 11 van Gauguin en 5 van Van Gogh waaronder “De Zonnebloemen”, tentoongesteld. Vanaf 1905 woonde hij te Etterbeek op de Louis Hapstraat, de Wiertzstraat en de Snoekstraat, te Sint-Lambrechts-Woluwe, te Linkebeek op de Brouwerijstraat, te Ukkel op verschillende nummers op de Sint-Jobsesteenweg, te Beersel op de Alsembergsesteenweg en te Drogenbos op de Grote Baan in een huis van de ouders van Félix De Boeck. In 1905 leerde hij letterkundige, kunstcriticus en musicoloog René Lyr die later zijn biograaf zou worden, kennen.
Tot 1906 kreeg hij dank zij Oleffe van zijn zus Cécile die als actrice in de ”Opéra Comique” te Paris werkte, 40 frank per maand om in zijn onderhoud te voorzien. Ze stopte pas met de betaling toen hij van de verkoop van zijn kunst kon leven. 1906. Hij kwam via Dehoy in contact met brouwer, kunstverzamelaar en -maecenas François Van Haelen. 1906. Hij nam deel aan de groepstentoonstelling van “Les Indépendents” te Paris.
1908. Op 8 april huwde hij te Beersel met Marie Emma Tevels, geboren te Vinkt op 16 mei 1872, gemoedelijk Emma genoemd, die était serveuse dans un “caberdouche” - notre petit peuple désigne ainsi son bistrot [2]. Hij had haar in een café aan het Jourdanplein leren kennen. Wanneer dat juist was, is nergens precies te achterhalen. [8]. Ze adopteerden Jeanneke Mommaerts, op 17 april 1912 te Beersel geboren, toen ze nauwelijks enkele dagen oud was. Haar moeder werkte bij Van Haelen en was omgekomen in een brand, ontstaan door een in brand gevlogen frietketel. Jeanneke werd steeds Jeanneke Thevenet genoemd tot bij Thevenet’s overlijden bleek dat ze nooit officieel geadopteerd was. Van 1908 tot 1930 hield Emma de zogenaamde “reekening van Emma” [9] bij, een schriftje waarin ze de verkoop van werken neerpende.
1909. Thevenet nam deel aan de groepstentoonstelling van het “Salon d’Automne” te Paris waar hij een werk verkocht. 1910. Koningin Elisabeth kocht een interieur voor 700 goudfranken. 1912. In “Galerie Giroux”, door het echtpaar Giroux op aanraden van Elslander geopend, in de Koningsstraat te Brussel exposeerde Thevenet samen met Dehoy, Paerels, Schirren die in 1906 kleurrijke aquarellen geschilderd had die als eerste fauvistische werken in wat België genoemd wordt, beschouwd worden, Edgard Tytgat en Rik Wouters, het beste wat de Brabantse fauvisten te bieden hadden. Er was ook werk van de Franse nabi’s en post-impressionisten Pierre Bonnard en Edouard Vuillard, leden van de Parijse kring rond Misia Godebska [a] die via haar grootvader Servais, negentiende-eeuwse componist en cellovirtuoos die heel Europa rondgereisd heeft, Halse banden had. Zou Thevenet Godebska tijdens zijn Parijse reizen ontmoet hebben? In haar memoires [b] vermeldde ze hem niet.
1913. Zijn eerste individuele tentoonstelling met maar liefst 102 schilderijen vond plaats in “Galerie Giroux”. 4 doeken werden voor meer dan 500 frank verkocht. 1913. Thevenet had een bestendige toegangskaart voor de “Wereldtentoonstelling” te Gent. 1914. Hij stelde individueel tentoon in de “Cercle Artistique de Bruxelles”. Hij verkocht volgens René Lyr 17 werken, sommige voor 700 frank. Volgens de “reekening van Emma” [9] zouden het er 9 geweest zijn.
1916. Hij verhuisde naar het Sollenbeemd 52 te Halle. Meer dan waarschijnlijk kwam hij uit Drogenbos. Hij stelde individueel tentoon in “Galerie Giroux”. 1923. Hij stelde individueel tentoon in de “Cercle Artistique de Bruxelles”. 1924. De verzameling van Van Haelen wordt voor één enkele keer tentoongesteld in het Wolvendaelpark te Ukkel.
1925. In februari stelde hij individueel tentoon in “Galerie Louis Manteau” van de echtgenoot van Angèle Manteau, uitgever van een deel van het oeuvre van Louis Paul Boon, te Brussel. Hij verkocht 7 werken aan prijzen tussen 1.000 en 4.000 frank. Paul Lambotte, directeur-generaal van het Museum voor Schone Kunsten van Brussel, koos voor het museum een werk dat echter door de commissie van de Koninklijke Musea geweigerd werd. Het zou duren tot 1947 vooraleer een eerste Thevenet, “Interieur met kachel” uit 1910, een schenking, verworven werd. Op 12 augustus 1925 kocht Thevenet een bouwgrond in de Hendrik Consciencestraat 41.
1930. Op 2 augustus schreef hij aan René Lyr que j’ai attrapé un froid, mais ça va déjà mieux maintenant. [2]. Het werd echter erger. Op 9 augustus kreeg hij een lichte beroerte en even later een hersenbloeding. [10]. Er wordt ook beweerd dat hij na een zuippartij van 2 dagen een beroerte die enkele dagen later gevolgd werd door een hersenbloeding, kreeg. Op 12 augustus bezochten Van Haelen en Albert, Oleffe en Scoupreman hem aan zijn sterfbed. Op 16 augustus om 11 uur stierf hij. Reviers situeerde de beroerte op een zomermorgen in 1930 en liet hem een dag later [6] sterven. Volgens Claude Lyr stierf hij in april. Op 19 augustus om 10 uur vond in de Sint-Martinuskerk te Halle de begrafenismis plaats, gevolgd door de begrafenis op het stedelijk kerkhof. De doodsbrief was in het Frans. Oleffe sprak de lijkrede uit, wenend als een kind. Albert, George Creten, Scoupreman en Van Haelen waren aanwezig. Volgens Valentijn Thijs was er een massale belangstelling [11]. In werkelijkheid woonden slechts weinige Hallenaars de begrafenis bij. Het dankkaartje vermeldde: Madame Louis THÉVENET, née Tevels / et sa fille adoptive Jeanne MOMMAERTS ; / Les familles THÉVENET en TEVELS. // __ // Très touches des marques de sympathie que / vous leur avez témoignées à l’occasion du / deuil qui les a frappés, vous expriment leurs / plus vifs remerciements. [A]. Op 24 augustus 1930 lazen Hallenaars in het “Parochieblad” dat In de Heer ontslapen was Lodewijk Thevenet, 56 j., Hendrik-Consciencestr. [c].
Op zijn graf dat niet meer bestaat, werd in een ovalen kadertje dezelfde foto aangebracht als die op zijn permanente toegangskaart voor de Wereldtentoonstelling van Gent in 1913.
René Lyr heeft de inventaris van zijn achtergebleven werk waaronder 36 schilderijen, opgemaakt. Het oudste werk was van 1907.
[a] Misia Godebska was de dochter van Sophie, Servais’ dochter, en de Fransman Cyprien Godebski. Ze was gehuwd met Thadée Natanson, stichter en uitgever van het post-impressionistische “Revue Blanche”, en hield zich in de hoogste Parijse kunstkringen op. Ze scheidde en hertrouwde eerst met de Britse krantenmagnaat Alfred Edwards, oprichter van “Le Matin”, en daarna met de Catalaanse schilder José Maria Sert i Badia, vriend van Salvador Dalí i Doménech. Tot haar kennissen- en vriendenkring behoorden onder meer de letterkundigen Claude Anet, Guillaume Apollinaire, Jean Cocteau, Henrik Ibsen, Max Jacob, Alfred Jarry, Maurice Maeterlinck, Stéphane Mallarmé, Marcel Proust die haar als model voor 2 personages uit “La recherche du temps perdu” gebruikte, Pierre Reverdy, Paul Valéry, Paul Verlaine die gedichten voor haar geschreven heeft, en Emile Zola, de musici Enrico Caruso, Claude Debussy, Sergei Diaghilev, Edvard Grieg, Sacha Guitry, Maurice Ravel die net als zij les gevolgd had bij Gabriël Fauré, en Igor Stravinsky, de schilders Pierre Bonnard, Henri de Toulouse-Lautrec, Auguste Renoir, Theodore Roussel, en Edouard Vuillard die haar meer dan eens geportretteerd hebben, Pablo Picasso en Ambroise Vollard en Coco Chanel.
[b] SERT, Misia. Misia. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam en Antwerpen. 1994.
[c] NN. [Overlijdensberichten]. In: Parochieblad [Halle], jg. 23, nr. 34, 24 augustus 1930.
[1] DE LAERE, Robert. Louis Thévenet, de meester van Halle, een Bruggeling. In: Heemkundige bijdragen [van de Heemkundige Kring “Maurits Van Coppenolle” te Brugge], april 1998.
[2] LYR, René. Mon ami Louis Thévenet. Editions Nationales, Uccle. 1945.
[3] GOYENS de HEUSCH, Serge. Louis Thévenet. In: DDAA. Retrospectieve Louis Thévenet. Brugge 1874 - Halle 1930. Gemeentekrediet, Brussel, p. 11-41. 1990 [n.a.v. de tentoonstelling “Louis Thévenet”, georganiseerd door de Stad Halle m.m.v. het Gemeentekrediet in het Oud- Jezuïetencollege van Halle van 6 oktober tot 30 november 1990].
[4] L.V. Op bezoek bij… Louis Thevenet. Kunstschilder. In: Gazet van Halle, jg. 76, nr. 7, 1974, p. 10.
[5] sh. Kunstschilder Thevenet herdacht te Halle. Retrospektieve tentoonstelling van een betreurd kunstenaar. In: Gazet van Halle, jg. 62, nr. 23, 4 juni 1960, p. 2.
[6] REVIERS, Kurt. Louis Thévenet. Het onbehagen van een naïeve volksschilder. In: Brabant, juni 1985, p. 34-41.
[7] NN. Nadere kennisneming met de onbekende Thevenet. In: Gazet van Halle, jg. 62, nr. 18, 1960, p. 1 en 5.
[8] VAN DER EECKT, Gabriëlla. Louis Thevenet: 1894-1930 Schilderij: “De Vierbunder”. Eindwerk tot het bekomen van het diploma van antiekhandelaar. I.M.O.V. Gent, Gent. 1994 [Promotor: Lieve Compernolle].
[9] WALSCHOT, L. De “reekening van Emma” [met een transscriptie van de "reekening" en een alfabetische en chronologische lijst van gekende werken]. In: Hallensia, jg. 12, nr. 4, oktober-december 1990, p. 13-74.
[10] DE BECKER, Urbaan. François Van Haelen (1872-1939). Brouwer en mecenas. In: DDAA. Het Brabants Fauvisme. De verzameling François Van Haelen. Gemeentekrediet, Brussel, p. 11-57. 1994 [n.a.v. de tentoonstellingen in het Herman Teirlinckhuis te Beersel van 11 juni tot 10 juli 1994 en de Galerie van het Gemeentekrediet te Brussel van 9 september tot 6 november 1994].
[11] THIJS, Valentijn. Interieur met het kooitje. Louis Thévenet 1874|1930. In: DDAA. Art @ Belgium. Dexia Bank, Brussel, p. 76-77. 2000 [n.a.v. de tentoonstelling “Art @ Belgium” van Dexia in Passage 44 te Brussel van 21 september 2000 tot 14 januari 2001].
[A] Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België - Archief voor Hedendaagse Kunst in België. Museumstraat 9 te 1000 Brussel.



