THEVENET IN DE POËZIE VAN RENÉ LYR
In 1982 verscheen postuum René Lyrs verzamelde L’Oeuvre Poétique. Dit werk is verschenen op mille exemplaires dont neuf cent cinquante sur vélin bouffant et cinquante sur papier de Hollande Van Gelder numérotés de 1 à 50 constituant l’édition oirginale [1]. Het bevat alle gedichten van Lyr, verschenen in dichtbundels, met uitzondering van de eerste 4 dichtbundels, "Chant du Rêve", "Dans le Silence", "Brises" en "Rimes Fanées", waaruit selecties opgenomen zijn. Ook de onuitgegeven dichtbundels "Chansons de l’aube et du soir" (1902-1948), "Voyage au bout de toi" (1949-1951) en "Rosace de mes nuits" (1957) werden opgenomen.
"Rétrospectieve", uit 1954, bevat talrijke verzen waarin ‘Thevenet’ de hoofdrol speelt. "Fleur de mon jardin", uit 1957, bevat een gedicht waarin Thevenet terloops opduikt.
"Rétrospective" -Daarom ook gebruikte ik hierboven het algemene ‘verzen’.- stelt problemen. Gaat het om 1 gedicht waarin weinig om de lay-out gegeven werd? Gaat het om 1 gedicht waarin de onderdelen of ‘hoofdstukken’ door grotere ruimtes wit dan tussen strofes van elkaar gescheiden zijn? Gaat het om verscheidene gedichten die door grotere ruimtes wit dan tussen strofes van elkaar gescheiden zijn, in plaats van de stervorm gebruikt in andere bundels? Ik heb voor het laatste geopteerd.
Hieronder vind je de originele teksten en een vertalingen ervan van mezelf. De ongetitelde gedichten van "Rétrospective" heb ik tussen vierkante haakjes als volgt van en ‘titel’ voorzien: gedicht gevolgd door een volgnummer. Ik heb vorm en interpunctie zoveel mogelijk gerespecteerd. Titels van werken werden, wanneer er een Nederlandse titel bestaat, in het Nederlands én cursief afgedrukt: onder het gedicht geef ik in de mate van het mogelijke informatie over de vermelde of beschreven schilderij. Lyrs foutieve ‘Thévenet’ wordt als Thevenet geschreven.
"RÉTROSPECTIEVE"
[gedicht 1, pagina 181]
Oleffe Auderghem – le jardin
des conciles dans la clairière
Oleffe le Maître le Père
comme le nommaient les dauphins
Louis Thévenet Brusselmans
Philibert Cockx Rik Wouters
les en-allés les mil neuf cents.
Ils ont combattu sous son nom
ceux qu’on dira "Les Brabançons".
Aujourd’hui tout l’oubli l’assiège
mais nos vigiles le protègent
dans la nuit et dans le brouillard
comme jadis L’Homme du Phare.
Oleffe Oudergem – de tuin
de samenkomsten op de open plek in het bos
Oleffe de Meester de Vader
zoals zijn kroonprinsen hem noemden:
Louis Thévenet Brusselmans
Philibert Cockx Rik Wouters,
de gestorvenen die van negentienhonderd.
Onder zijn naam hebben zij die men
"De Brabanders" zal noemen, gevochten.
Vandaag lijdt hij aan algehele vergetelheid
maar onze wakers beschermers hem
tijdens de nacht en in de mist
zoals vroeger L’Homme du Phare.
"L’Homme du Phare" is een werk van Oleffe.
[gedicht 2, pagina’s 186-187]
La grâce habite Solembempt
et chaque matin c’est dimanche
sur la toile Louis se penche
tel Balthasar à Bethléem
gratie woont in het Sollenbeemd
waar het elke dag zondag is
Louis bestudeert het doek
zoals Bathasar Bethlehem
bergers s’en viennent des vallons
rois mages par plaines et monts
chemineau par chemins chemine
le coeur prie la main dessine
herders komen uit dalen
koningen over vlaktes en bergen
een zwerver loopt over wegen
de ziel bidt terwijl de hand tekent
Entre dans la nature écoute le matin
les paroles sont des corolles au jardin
toutes neuves et la fillette en robe blanche
et la lumière essaim d’abeilles dans les branches
Aanschouw de natuur luister naar de morgen
woorden zijn als nieuwe bloemkronen
in de tuin het meisje in het witte kleed
het licht is als een zwerm bijen in de takken
il suffit de tremper le pinceau dans l’air bleu
le chant répond de la bouche des mains des yeux
de tout ce jeune corps pétri de sa clarté
qu’à la basse soutient le noir en pédalier
het volstaat om het penseel in blauwe lucht te doppen
gezang beantwoordt met mond handen ogen
dat jeugdige lichaam gevormd door licht
terwijl de bas het zwart als een voetklavier ondersteunt
un amoureux émoi soulève le corsage
et l’on voit battre doucement dans les barreaux
la fleur du géranium fluidique coeur d’oiseau
pris par la Chaise Rouge ainsi qu’en une cage.
een ontroerde minnaar tilt het lijfje op
men ziet zachtjes tussen tralies de bloem bonken
van de geranium als het vloeibare hart van de vogel
genomen door de Chaise Rouge in een kooi.
Over "Chaise Rouge" heb ik niets kunnen achterhalen.
[gedicht 3, pagina 188]
Interrogé le vide énorme de la chambre
un poème raconte et la vie et l’amour
il est ce livre sur la table où se rassemblent
les objets les reflets les musiques du jour.
Een dichter die de enorme stilte ondervraagd
heeft, vertelt over leven én liefde
hij is dat boek op tafel waar voorwerpen
muzieken van de dag weerkaatsen.
L’Harmonium absents les doigts ses touches noires
comme des barres sur le blanc d’ivoire pur.
Le violon au bois tendre suspend au mur
les frémissants répons de la muette histoire
Het Harmonium afwezig de vingers de zwarte toetsen
zoals muziekstrepen op het maagdelijk-witte ivoor.
De viool van zacht hout hangt op aan de muur
sidderende responsaria van de zwijgende geschiedenis
et dans le cadre d’or aux cercles enchantés
le vieux portrait pâlit au colloque profane
du couple en ces atours d’Orient inventé
masques trop ressemblants de l’estampe persane.
in de gouden kader vol betoverde cirkels
verbleekt het oude portret de wereldlijke samenspraak
van het koppel verzonnen in een oosterse omgeving
verbergt het te gelijkend op een Perzische plaat.
"Het Harmonium" verwijst naar het gelijknamige schilderij uit 1924 waarop verzen 3-4 van strofe 3 onmiskenbaar alluderen.
[gedicht 4, pagina 188]
Toutes les portes sont ouvertes
les murs ne sont plus que des trous
de lumière nette par où
les Pespectives sont ouvertes
Alle deuren zijn open
muren zijn niets meer
dan heldere lichtgaten
langswaar Pespectives open zijn.
les plans chevauchant l’accord
des angles des carrés des lignes
au prisonnier des gris des ors
et des blues d’Oleffe font signe.
de harmonie van hoeken vierkanten
lijnen die tekeningen overlappen
grijzen goudgelen en blauwen
van Oleffe geven aan de gevangene teken
Trois cadences les tons posés
comme des notes musicales
et pour combler les intervalles
les silences accumulés.
Drie maten van aangebrachte kleuren
als muzikale tonen
vullen intervallen
verzamelde stiltes.
La route et le bourdon sont prêts
Louis s’évade dans l’abstrait.
Weg en pelgrimsstaf zijn klaar
Louis vlucht weg in het abstracte.
Over "Pespectives" heb ik niets kunnen achterhalen. Het gedicht is alleszins gebaseerd op "Mijnheer gaat uit" uit 1916 en "Le violoncelle" uit 1923.
[gedicht 5, pagina 189]
Plus d’ombre
le point détaché le jeu clair
des lumières et des matières
dans l’ordre muet et le nombre
Geen schaduw meer
afgesplitst ogenblik helder spel
van kennis en aanleidingen
in sprakeloze orde en harmonie
un style d’espace et de rythme
en contrepoint de son thème banal
libre l’esprit un élan cathédral
au moindre accent de som hymne.
een stijl van ruimte en ritme
in het contrapunt van zijn alledaagse thema
vrije geest opwelling kathedraal
in het minste accent van zijn lofzang.
Peinture pure heure biblique
au balancier entre les poids
mesure orphique l’on perçoit
l’exactitude des répliques.
Zuivere schilderkunst bijbels uur
op de slinger tussen de gewichten
orfeïsche maat men neemt
de nauwkeurigheid van weerwoorden waar.
Triangle timbre de la nappe
chaise avec ses trois pieds valseurs
sonnantes monnaies du Pape
et cloche de Chapeau à fleurs.
Driehoek kleurklank van het tafellaken
stoel met haar drie walsende poten
slaande Judaspenningen
en de klok van de Hoed met bloemen.
"Hoed met bloemen" verwijst naar het gelijknamige schilderij uit 1928.
Vers 1 van strofe 1 kan het tweede deel van Thevenet’s carrière waar closionisme meer en meer naar de achtergrond verdween, aanduiden.
"FLEURS DE MON JARDIN"
ANCOLIE [pagina 222]
AKELEI
Soeur de la tristesse, ancolie,
en ton humilité tapie
à l’ombre des glaïeuls vainqueurs…
et pourtant tu ris, tendre fleur
Akelei, zuster van droefheid,
in jouw nederigheid berust de schaduw
van overwinnende zwaardlelies.
En toch lach je, gevoelige bloem
tu ris d’un ton frais, sans mélange
ainsi que l’éclat d’ocre clair,
si simple, si vive, si franche,
dont Thévenet chantait son air.
Et se prolonge la cadence
au pli de ta corolle d’or
avec la chère résonance
de ses mots, par-delà la mort.
je lacht met een frisse kracht, zonder mengsel,
als een uitbarsting van helder oker,
zo gewoon, zo hevig, zo openhartig,
die Thevenet zangerig verheerlijkte.
En het tempo verlengt zich
in de vouw van je gouden bloemkroon
met de kostbare weerklank
van haar woorden, verder dan de dood.
Tu les rappelles à ma peine
en notre jardin de printemps
si bien que c’est sa joie sereine
à te regarder, que j’entends.
Je herinnert hen aan mijn werk,
in onze tuin in de lente
zo goed dat het haar rustige genot
is om je te bekijken dat ik hoor.

