*DE MENS THEVENET
Wie was Thevenet? Er zijn slechts weinige bronnen die het over zijn persoon en persoonlijkheid gehad hebben én hem gekend hebben: René Lyr, zijn zoon Claude en ‘adoptiedochter’ Jeanneke. Geen heeft hem echter uitgebreid ontleed. In in hoofdzaak lokale bijdragen probeerden schrijvers hem eerder in het algemeen en te vaak clichématig te typeren. 2 dichters, Ghislain Laureys en ikzelf, hebben ook hun steentje bijgedragen. Brieven aan vader Lyr en foto’s kunnen ook een en ander verduidelijken.
René Lyr die buiten Jeanneke de schilder misschien wel het best gekend heeft en er het meest over geschreven heeft, leerde hem kennen in 1905. Jaren later verloor hij hem uit het oog. Wanneer dat gebeurd is, deelde Lyr nergens mee. Kan het zijn dat dat samenvalt met Thevenet’s verhuis naar Halle in 1916? Hij zag hem terug in 1924. Ze bleven met elkaar contact houden tot zijn dood in 1930.
Lyr noemde hem religieus door zijn moeder en levenslustig door zijn vader. Thevenet had ronde ogen avec un point d’or qui riait, au fond. Hij was ondanks de armoede kinderlijk-speels verwonderd, dromerig, teruggetrokken, eenvoudig en tevreden. Toch legde hij zich niet bij zijn lot neer zoals bleek uit de drang die uiteindelijk werkelijkheid werd, om een eigen en ‘bewoonbaar’ huis te hebben. Frappant is zijn heimwee naar Haïti waar hij tijdens zijn reizen op de wereldzeeën een tijdje verbleven heeft, tu sais, j’ai failli rester. [1].
Hij was net als zijn vader muzikaal aangelegd en beklemtoonde het door vaak muziekinstrumenten af te beelden. Zijn liefde ging uit naar het harmonium dat hij bespeelde. Het enige wat hij zong, was het refrein van een Engels zeemanslied. Talen waren zijn ding niet. Zijn geschreven Frans staat bol van de fouten. Nederlands sprak hij niet. Hij kon de taal zelfs niet lezen: Lyr herinnerde zich dat hij in 1929 een van zijn bijdragen heeft moeten vertalen. Wel doorspekte Thevenet zijn Frans met een aantal dialectwoorden en neologismen: saincibadie (of eten goed was), klochobadol (wat slecht of lelijk was) en totomoknokel (auto) [2].
Veel zou Thevenet niet gelezen hebben. De enige indirecte verwijzing vond ik op een schilderij van zijn vriend George Creten. Op "Portrait de Louis Thevenet" uit 1916 is hij zittend aan tafel, het lichaam in profiel en het gezicht in 3 kwart, terwijl hij de pijp rook en een boek las, afgebeeld. Over wat hij las, heb ik niets gevonden.
Thevenet had 3 grote fouten: snoep, vooral dan suikergoed, het roken van de pijp waarvan hij verschillende exemplaren had, en la bière du pays of duivel, faro, geuze en lambic. Lyr had het over een erfelijke en tragische drankzucht. Thevenet’s vader zou aan de drank gestorven zijn. Toch beweerde Lyr dat Thevenet geen drinker was. Wel heeft hij zijn hele leven herbergen bezocht, Non pas à la façon de l’ivrogne, en solitaire et pour l’affreux besoin de s’enivrer, mais pour le délassement qu’on y trouve, pour la compagnie qui s’y rassemble, après la dure semaine de travail, le samedi soir, et qu’on revoit le dimanche, à la sortie de la messe. En vérité, il était "parti" dès les premières lampées. Soms ging hij zelfs dagen op de boemel zonder Emma te verwittigen. Zijn vrienden beweerden dat hij sinds zijn verblijf in Drogenbos meer en meer op de zwier ging en, c’est l’excuse des "camerades", impossible [3] werd. In Halle zou hij meer en meer gaan drinken.
Hoewel hij een eenzaat was, leefde hij niet in het verleden en zonderde hij zich niet af. Hij kende de mensen uit zijn woonomgeving en vond Halle een Bonne et belle ville. Hij kende leven en werk van Servais en Conscience. Hij vond de Hallenaars Des braves gents. Tout le monde me connaît. On m’estime. On sait que je suis un artiste. (…) J’aime ces gents [3] die zijn werk miskenden en hem een zonderling vonden. Ontbrak het Thevenet aan mensenkennis?
Claude Lyr is de onafscheidelijke pijp bijgebleven. Hij herinnerde zich hem als een geestdriftig en grootmoedig man met wie het onmogelijk was om een gesprek aan te knopen. Het enige contact met die zwaar gebouwde man met een sombere en zorgelijke blik gebeurde vooral via de ogen en met een vriendelijke glimlach. De intuïtieve, instinctieve, impulsieve en obsessieve vriend van zijn vader liep op zaterdag en zondag de herbergen af [4]. Hij was voor Lyr een soort van twee-eenheid: mens én kunstenaar die niet van elkaar konden gescheiden worden.
‘Adoptiedochter’ Jeanneke heeft steeds een bijzondere liefde voor haar vader gehad. Louis noemde haar steeds liefdevol "ma petite mascotte". Die liefde was wederzijds zoals blijkt uit een gesprek met Van Der Eeckt in 1993: Met veel tederheid en liefde kijkt ze terug naar en vertelt ze over die tijd met haar papa Louis. [2].
Toch bleken haar herinneringen eerder schaars zoals uit een ander gesprek uit 1993 blijkt. Of heeft de anonieme journalist te beknopt weergegeven? Jeanneke wist nog dat il me portait sur ses épaules. Ze beaamde ook wat René Lyr over zingen schreef: Il lui arrivait seulement d’entonner des chansons de la marine anglaise. [5].
In het gesprek met Van Der Eeckt verwoordde Jeanneke dat ze het spijtig vond dat "alleman zegt dat Louis ne zatterik was", en ze vraagt met nadruk dat (…) ik dat toch zal tegenspreken en verklaren "dat hij eigenlijk niet kon drinken en al van twee pintjes zat was." [2]. In dat andere gesprek vertelde ze dat C’est vrai qu’il buvait. Je me souviens même de l’avoir vu un jour allongé près de la Senne. [5]. Ze loochende het feit dat hij met schilderijen zijn caféschulden betaalde. Hij gebruikte ze wel om levensnoodzakelijke zaken te kopen. Ze wees voor zijn overdadige drankgebruik beschuldigend naar Emma: C’est elle qui lui a appris à boire. [5]. Kan men hierachter een afrekening met Emma die haar kort na Thevenet’s dood de deur wees, vermoeden? Feit is dat René Lyr het pas voor het eerst over dronkenschap had toen Thevenet Emma al kende. Zijn Jeannekes verklaringen te zeer gekleurd door haar ‘blinde’ liefde voor Thevenet? Zijn Wahrheit und Verdichtung op niet te ontwarren wijze in elkaar verweven geraakt?
2 Halse letterkundigen hebben Thevenet in gedichten vereeuwigd: Ghislain Laureys en ikzelf. Over mijn 2 gedichten heb ik het reeds gehad. Laureys dichtte dat Om u ontvouwde elke dag / zich als de glimlach / om een kindermond, wat bij René Lyr aansluit. Hij die in 1924 geboren is, weet van horen zeggen dat Gij staarde vaak / de verte in. Hij benadrukte 2 elementen uit Thevenet’s leven: natuur waarin hij vaak wandelde, maar slechts uiterst zelden schilderde, en schaduw en (…) licht [6] die zijn werken bewoonden. Laureys verwoordde met kennis van zaken. Hij voegde eraan toe dat hij dé schilder van beminnelijke binnenzichten of interieurs was.
Hij sloeg echter de bal volledig mis door de klemtoon te veel op kruis en kand’laar / op de schouw / en bloemen voor het beeld / der Halse Lieve Vrouw [6] te leggen. Daardoor liet hij doorschijnen dat Thevenet een religieus schilder was. Alles is minder waar. Vreemd dat iemand die ten onrechte voor een religieus dichter versleten werd en beweerd heeft dat diegenen die me per se als religieus dichter (…) afschilderen (…), dan ook niets anders dan religieuze poëzie van mij gelezen hebben [a], Thevenet het cachet van gelovig kunstenaar opgeplakt heeft.
Hoe keken andere Hallenaars tegen Thevenet aan? In de meeste publicaties uit de "Gazet van Halle" waartoe ik me beperk, komt de natuur [6] door Laureys vermeld, in een aantal varianten terug.
Iemand beweerde dat hij geene taal, (…) geen woordenschat bezat om uiting te geven aan zijn gemoed :"La Nature. La belle Nature". Deze uitroep kwam gedurig terug in zijn gesprek; hij vond geen andere woorden om zijne bewondering uit te drukken. [6]. Toen hij op een donkere avond een vuur in de velden zag, riep hij: "Oh, regardez! Regardez!" En de oningewijde, die Louis niet begrijpt, draait hem den rug toe en gaat verder, in zichzelf mompelend: is die man zat of zot ? Nog iemand noemde hem "Louis la nature" [8]. sh had het over "Louis la nature" die met luide stem riep "admirez la nature…" Louis bleef dan lange tijd steeds maar naar de gezichtseinder staren [9]. Volgens EH was hij een brok natuur met een gouden hart ! Zijn bijnaam "Louis… natuur" - zoals de Hallenaars hem het liefst noemden - is derhalve juist, is echt verdiend en blijft ook vereeuwigd. [10]. Waarom meende sh dat "Louis… natuur" (…) juist en verdiend [10] is? Waarop slaat zijn derhalve [10] overigens?
In het "Archief voor Hedendaagse Kunst in België" [A] worden brieven van Thevenet aan René Lyr bewaard. Veel deelde hij echter over zichzelf niet mee.
Zijn overlevingsdrang en de eeuwige zoektocht naar geld kwamen meer eens aan bod: veut-tu m’envoyé encore un peu d’argent Cela me feras plaisire [A; brief van 3 november 1924; 24116], N’oublie pas d’apporter les sous [A; brief van 25 september 1925; 24129] en Tu me ferais plaisire de m’envoyé cette somme [A; brief van 3 februari 1930; 24136]. Ook de wens om een eigen huis te hebben liet hem niet los: quand on habitera un jour une petite maison à notre goût [A; brief van 24 juli 1925; 24127] en la petite maison que l’on voudrais avoir enfin [A; brief van 25 december 1925; 24130].
Zijn verslavingen vermeldde hij lichtjes verbloemd: Le vin est excellent J’aime surtout le blanc [A; brief van 29 november 1924; 24118], en dégustant le fin fromage des dieux [A; brief van 22 december 1924; 24119] tijdens een bezoek van een zuster, en le bon vin y ajoute beaucoup [A; brief van 24 juli 1925; 24127].
Er blijkt spontaneïteit en onverholen dankbaarheid uit: C’est Monsieur François Vanhaelen qui s’occupe de tout [A; brief van 21 maart 1929; 24135] naar aanleiding van een tentoonstelling in het "Museum van Schone Kunsten" te Brussel van 20 april tot 1 mei 1929, J’ai été très touché du beau tableau que tu as envoyé en Angleterre [A; brief van 25 mei 1930; 24138] en Nous vous souhaitons une bonne et heureuse année et une grande santé pour l’année 1929 [A; 1928; 24134] op een adreskaartje.
Blijkt uit deze nieuwjaarswensen ijdelheid? Hoewel hij het financieel moeilijk had, had hij een adreskaartje, een uitzondering voor de gewone mens van toen: linksboven Louis THEVENET / ARTISTE PEINTRE en rechtsonder HAL [A; 1928; 24134].
Blijkt uit Veut tu avoir l’obligeance quand tu vient à Hal de m’apporter la toile choux fleur et parrapluie car mon client est venu pour le chercher et je lui aie dit que cette toile était en voyage [A; brief van 22 september 1924; 24115] humor? Die vinden Hallenaars terug in "En attendant la procession" uit 1924 waar Thevenet het opschrift op de gevel van la "Maison du Peuple" vervangen heeft door chrétien.
In het "Archief voor Hedendaagse Kunst in België" worden foto’s van Thevenet bewaard.
Op die foto’s [A; 8006-8017, 8100, 8016 en 8661] en op andere die ik in bijdragen over Thevenet gezien heb, valt een zwaar-gebouwde, vaak pijp-rokende man met dikke handen op. Verwijzen ze naar zijn zin in lekker eten? Duiden ze op overdadig drankgebruik?
Vooral zijn gezicht met het eerder dikke hoofdhaar en soms een fijne snor en sik raken me. Thevenet was steeds verzorgd: kostuum, hemd en das. Niet zelden droeg hij een hoed waarvan hij er verschillende had. Één enkele keer bespeelde hij het harmonium.
Wat mij het meest bijgebleven is, zijn de guitige, haast kinderlijke ogen die vrank en ongegeneerd in de lens kijken.
[a] WOUTERS Rik. Interview met Ghislain Laureys door Rik Wouters. In: ’t Kofschip, jg. 12, nr. 5/1, november-december 1984, p. 29-32.
[1] DE LAERE, Robert. Louis Thévenet, de meester van Halle, een Bruggeling. In: Heemkundige bijdragen [van de Heemkundige Kring "Maurits Van Coppenolle" te Brugge], april 1998.
[2] VAN DER EECKT, Gabriëlla. Louis Thevenet: 1894-1930 Schilderij: "De Vierbunder". Eindwerk tot het bekomen van het diploma van antiekhandelaar. I.M.O.V. Gent, Gent. 1994 [Promotor: Lieve Compernolle].
[3] LYR, René. Mon ami Louis Thévenet. Editions Nationales, Uccle. 1945.
[4] LYR, Claude. Het mysterie Thévenet. In: DDAA. Retrospectieve Louis Thévenet. Brugge 1874 - Halle 1930. Gemeentekrediet, Brussel, p. 45-53. 1990 [n.a.v. de tentoonstelling "Louis Thévenet", georganiseerd door de Stad Halle m.m.v. het Gemeentekrediet in het Oud- Jezuïetencollege van Halle van 6 oktober tot 30 november 1990]. 45-53.
[5] NN. Louis Thévenet aimait Drogenbos. Fille adoptive du peintre disparu en 1930, Jeanne Mommaert (80) se souvient de son enfance passée entre Drogenbos, Calevoet en Hal… In: La Lanterne, 8 januari 1993, p. 2.
[6] LAUREYS, Ghislain. Aan Louis Thévenet [gedicht]. In: LAUREYS, Ghislain. Het hart van mijn stad. Eigen beheer, Halle. 1972.
[7] NN. Louis Thevenet U. In: Gazet van Halle, jg. 33, nr. 52, 1932, p. 2.
[8] NN. Nadere kennisneming met de onbekende Thevenet. In: Gazet van Halle, jg. 62, nr. 18, 1960, p. 1 en 5.
[9] sh. Kunstschilder Thevenet herdacht te Halle. Retrospektieve tentoonstelling van een betreurd kunstenaar. In: Gazet van Halle, jg. 62, nr. 23, 4 juni 1960, p. 2.
[10] E.H. Louis Thevenet tentoonstelling. Opent op 2 december om 19 u. in de raadszaal. In: Gazet van Halle, jg. 72, nr. 51, 1970. p. 1 en 11.
[A] Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België - Archief voor Hedendaagse Kunst in België. Museumstraat 9 te 1000 Brussel.



