SERGE GOYENS DE HEUSCH, CLAUDE LYR EN "RETROSPECTIEVE LOUIS THÉVENET" (+ illustratie)

In 1990 verscheen "Retrospectieve Louis Thévenet" dat werd uitgegeven naar aanleiding van de retrospectieve tentoonstelling Louis Thévenet, georganiseerd door de Stad Halle met de medewerking van het Gemeentekrediet, in het Oud-Jezuïetencollege van 6 oktober tot 30 november 1999. [1].
Het boek bevat 7 teksten:
-een "Woord vooraf" van François Narmon, toen voorzitter van het directiecomité van het Gemeentekrediet;
-een "Ten geleide" van Tom Severs, toen schepen van cultuur van de stad Halle;
-niet-ondertekende "Biografische gegevens";
-een Nederlandstalige vertaling van een tekst van Serge Goyens de Heusch;
-een Nederlandstalige vertaling van een tekst van Claude Lyr, zoon van René Lyr, Thevenet’s biograaf;
-een niet-ondertekende "Catalogus";
-het Franse origineel van hierboven vermelde tekst van Goyens de Heusch;
-het Franse origineel van hierboven vermelde tekst van Lyr;
"een niet-ondertekende en erg selectieve "Bibliografie" die dan ook onvolledig en, wat erger is, niet representatief is.
Het boek bevat ook en vooral een rijke schat aan iconografisch materiaal:
-"Mijnheer gaat uit" van 65 cm bij 55 cm uit 1916 in kleur en de ondertekening van één van zijn werken, L
-6 zwart-wit-foto’s van Thevenet en 1 zwart-wit-foto van Thevenet met vriend-schilder Crétin-Georges [1];
-16 kleurenafbeeldingen van tentoonstelde schilderijen waarvan 10 uit zijn Halse periode dateren;
-Frans-Nederlandse toegangskaart tot de Wereldtentoonstelling te Gent in 1913 met daarop de foto die jaren later op zijn zerk op de begraafplaats van Halle zal prijken;
-postkaart aan René Lyr, geschreven op 7 juli 1925;
-zwart-wit-afbeeldingen van 87 van de 88 tentoonstelde schilderijen waarvan 61 uit zijn Halse periode dateren;
-Thevenet’s Franstalige doodsbrief waarop Thévenet [1] staat;
-een foto van het borstbeeld van Thevenet door G. Van Goolen.
Kortom, een gedenkwaardige en verzorgd-uitgegeven catalogus naar aanleiding van een memorabele tentoonstelling.
Als tekstschrijvers van de kritische bijdragen werd gekozen voor Goyens de Heusch en zoon Lyr. Goyens de Heusch is schrijver van één van dé magistrale, verhelderende en verrijkende naslagwerken over "L’Impressionisme et le Fauvisme en Belgique" [2] dat overvloedig van illustratieve schilderijen voorzien is, en van "De Brabantse fauvisten" [3]. Zoon Lyr is opgegroeid tussen de vele Thevenet’s die deel uitmaakten van zijn vaders kunstverzameling. De keuze aanvechten zou onrechtvaardig zijn.
Toch komen een aantal zaken vreemd over.
Waren er geen andere kunstkenners die evengoed, misschien zelfs beter zouden gedaan hebben? Goyens de Heusch heeft Thevenet immers niet gekend en heeft het in zijn publicaties slechts met mondjesmaat over Thevenet sinds hij in Halle is komen wonen. Op die manier laat hij meer dan de helft van Thevenet’s oeuvre grotendeels buiten beschouwing. Zoon Lyr heeft Thevenet in zijn jeugd enkele keren ontmoet en gekend tussen 1925 en 1930 [4] zodat zijn kennis grotendeels komt van wat hij zijn vader heeft horen vertellen en uit de al dan niet uitgegeven geschriften van zijn vader.
Waarom werd gekozen voor Franstaligen? Er zijn toch genoeg Nederlandstalige kunstkenners die evengoed, misschien zelfs beter zouden gedaan hebben. Ik heb a priori niets tegen Franstaligen. Ik zou echter geopteerd hebben voor een vertaling van René Lyrs "Mon ami Louis Thévenet" [5] uit 1945 omdat het het enige ‘volledige’ verslag van Thevenet’s leven, waarop de meeste latere schrijvers zich gebaseerd hebben, bevat. Het zou wel een vertaling moeten geweest zijn met tal van voetnoten die verduidelijkten, aanpasten of verbeterden.
Bij de keuze van zoon Lyr plaats ik een groot vraagteken. Kan iemand die bewust aan vervalsing meegewerkt heeft en ze zelfs in stand gehouden heeft door zijn vaders ongepaste ingreep in de kunstgeschiedenis zelf te gebruiken, ‘objectief’ zijn? Vader en zoon Lyr hebben het steeds over Thévenet gehad omdat dat Franser en welluidender klonk -Kan Franstalige arrogantie in wat België genoemd wordt, echt zó ver gaan?!-, zo vond René. Dit laatste heeft Claude Lyr van der Eeckt persoonlijk bevestigd toen ik hem die vraag stelde tijdens het gesprek dat ik bij hem thuis met hem had. [6]. Zoon Lyr heeft de ‘uitvinding’ van zijn vader gebruikt en de ingreep van die vader nooit veroordeeld. Hij heeft, net als zijn vader, zonder toestemming van Thevenet en, wat erger is, zonder scrupules ingegrepen in Thevenet’s leven en het op een arrogante, denigrerende en hautaine wijze gedeeltelijk vervalst.
Waarom werden Franstalige teksten opgenomen? Halle maakt immers deel uit van het Vlaams Gewest waar Nederlands de enige erkende en officiële taal is. Je zou natuurlijk kunnen stellen dat het Gemeentekrediet als uitgever doet en laat wat het wil en als Belgische bank de officiële talen van wat België genoemd wordt, gebruikt. Waar is het Duits dan echter gebleven?!
Probleem is wel dat de stad Halle nauw, erg nauw bij de publicatie betrokken was. De tentoonstelling werd georganiseerd door de Stad Halle, weliswaar met de medewerking van het Gemeentekrediet [1]. Overdrijf ik door te stellen dat de stad Halle hoofdorganisator en het Gemeentekrediet nevenorganisator was? Overdrijf ik door te stellen dat de stad Halle het Gemeentekrediet de toestemming gegeven heeft om de uitgave van de catalogus van een door de stad Halle georganiseerde tentoonstelling op zich te nemen? Dat de stad Halle actief meegewerkt heeft aan de catalogus, blijkt meer dan duidelijk uit het voorwoord van Tom Severs, toen schepen van cultuur van de stad Halle.
Is het de taak van de Vlaamse stad Halle om een andere dan de enige gewesttaal te promoten?! Heeft de stad Halle überhaupt het recht om publicaties in een andere taal dan de enige gewesttaal te steunen en zelfs mee uit te geven?! Mijn antwoord dat niet korter kan: NEEN!
Ondanks hierboven vermelde negatieve punten kan er op de teksten van Goyens de Heusch en Lyr op het zuivere inhoudelijke vlak weinig opgemerkt worden.
Het "VVV-Toerisme Halle" op de Grote Markt van Halle heeft nog enkele exemplaren van "Retrospectieve Louis Thévenet". Het boek kost 7 € en kan er afgehaald worden. Het kan ook besteld worden en wordt na betaling opgezonden; de prijs wordt verhoogd met 3 € voor de verzendingskosten. Meer informatie: toerisme@halle.be.
[1] DDAA. Retrospectieve Louis Thévenet. Brugge 1874 - Halle 1930. Gemeentekrediet, Brussel. 1990 [n.a.v. de tentoonstelling "Louis Thévenet", georganiseerd door de Stad Halle met de medewerking van het Gemeentekrediet in het Oud-Jezuïetencollege te Halle van 6 oktober tot 30 november 1990].
[2] GOYENS DE HEUSCH, Serge. L’Impressionisme et le Fauvisme en Belgique. Fonds Mercator, Anvers. 1988.
[3] GOYENS de HEUSCH, Serge. De Brabantse fauvisten. In: DDAA. De Brabantse fauvisten. Gemeentekrediet van België, Brussel, p. 11-99. 1979 [n.a.v. de tentoonstelling "De Brabantse fauvisten", georganiseerd door het Gemeentekrediet van Belgïë in de Passage 44 te Brussel].
[4] LYR, Claude. Het mysterie Thévenet. In: DDAA. Retrospectieve Louis Thévenet. Brugge 1874 - Halle 1930. Gemeentekrediet, Brussel, p. 45-53. 1990 [n.a.v. de tentoonstelling "Louis Thévenet", georganiseerd door de Stad Halle m.m.v. het Gemeentekrediet in het Oud- Jezuïetencollege van Halle van 6 oktober tot 30 november 1990].
[5] LYR, René. Mon ami Louis Thévenet. Editions Nationales, Uccle. 1945.
[6] VAN DER EECKT, Gabriëlla. Louis Thevenet: 1894-1930 Schilderij: "De Vierbunder". Eindwerk tot het bekomen van het diploma van antiekhandelaar. I.M.O.V. Gent, Gent. 1994 [Promotor: Lieve Compernolle].

