ZELF DOEN!
ZELF DOEN!
We waren bijna twee jaar getrouwd en hadden een wolk van een baby van tien maanden, toen mijn man vertelde dat zijn vader ontslag had genomen. De meningsverschillen bij de firma waren zo hoog opgelopen, dat hij plotseling zijn biezen had gepakt. De baas was hem niet achterna gekomen en niemand had ook geprobeerd de relatie te herstellen. Maar hij was al 61 jaar en had geen uitzicht op pensioen. Elke morgen ging hij om zeven uur de deur uit naar het Hollands Spoor, zogenaamd om met de trein naar Rotterdam te gaan en elke avond kwam hij om halfzeven weer keurig op tijd thuis. Zodoende had zijn vrouw niet in de gaten dat er zich een tragedie afspeelde. Mijn schoonvader had zijn hele leven een fietsenzaak gehad, maar had die in de oorlog 'opgegeten': jij een frame en ik een brood. Hij was de uitvinder van het 'houten wiel'. Dat hield in dat er in plaats van een rubberen band een houten band om de velg werd gelegd. Met het einde van de oorlog kwam er ook een einde aan dat 'houten wiel'. Daarna was hij in loondienst gegaan. De laatste jaren bij een groot bedrijf dat handelde in motoren, brommers en fietsen. Het werk had z'n hart, maar de levering van slechte kwaliteit ten koste van verhoging van de kwantiteit niet. 'Toevallig' hoorde mijn man dat in de Zoutmanstraat een fietsenhandelaar zijn zaak wilde verkopen. Dat zou fantastisch zijn, maar... Tienduizend euro voor de overname, dat was niet niks. Precies wat we allemaal hadden: niks! Na een nacht piekeren had ik mijn besluit genomen: ik ging op de bedeltoer. Mijn ouders woonden een verdieping lager en ik vroeg hun om een dagje voor de baby te zorgen, want: pappa had geld nodig en ik kende wel mensen, die - met een beetje geluk - aan pappa wel wat geld zouden willen lenen. Het was in dubbel opzicht voor een goede zaak. Zo pakte ik mijn fiets en toog eropuit. Allervriendelijkst waren de rijke stinkerds, maar 'helaas het geld zat in aandelen en op de beurs was het momenteel, jammer genoeg, ja ontzettend spijtig, niet het geschikte moment om te handelen, dat zou hun nu te veel geld kosten'. Ik kon ze niet van repliek dienen, ik had er geen verstand van. Ze lieten me steeds heel vriendelijk uit met de mededeling dat ze me een andere keer, als het mogelijk was, graag zouden helpen. Aan het einde van de middag plofte ik in een stoel bij mijn ouders en verzuchtte dat gelukkig twee oude tantetjes tweeduizend euro hadden toegezegd, maar dat konden ze in hun zak houden, want ik kwam achtduizend euro te kort! Toen sprak mijn vader, terwijl ik onder het genot van een kopje thee zat bij te komen: 'Ja, nou ben je de hele dag op stap geweest en nou zit je hier uit te puffen, maar waarom heb je het niet eerst aan mij gevraagd?' 'Aan u gevraagd? Hoezo?' zei ik stomverbaasd. 'Hebt u geld?' 'Ja,' zei mijn vader, 'en ik wil aan je schoonvader het restant wel lenen.'
Aan die zin: 'Waarom heb je het niet eerst aan mij gevraagd' heb ik nog vaak terug moeten denken. Ik heb nog zo vaak beslissingen genomen zonder eerst mijn hemelse Vader te raadplegen, terwijl Hij toch had beloofd: 'Ik ben je Raadgever, je Helper, je Herder, je Trooster, je Wijsheid, en Ik geef je Liefde.' En het scheelt zoveel onnodig gezwoeg!


