mieke mantel

mieke mantelWAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT
mieke mantel
mieke mantel
Uit het eerste boek SamuëlUit het eerste boek Samuël
1, 24-28
In die dagen nam Hanna
Samuël mee naar Silo en bracht hem, zo jong als hij was, naar het heiligdom van
de Heer. Ze had ook een driejarige stier bij zich, een efa meel en een zak
wijn. Ze slachtten de stier en brachten de jongen naar Eli.
Daar zei Hanna: ‘Neem me niet kwalijk, heer, zo waar u leeft, ik ben de vrouw
die destijds hier bij u tot de Heer heeft gebeden. Om deze zoon heb ik gebeden,
en de Heer heeft mij gegeven waar ik om heb gevraagd. Nu geef ik hem op mijn
beurt aan de Heer, voor alle dagen die hem gegeven zijn.’
Toen knielde Eli voor de Heer
Hanna had een belofte gedaan: indien haar verlangen naar het moederschap in vervulling zou gaan, was ze bereid haar jongen aan de dienst van de Heer af te staan. Vandaag vernemen we hoe Hanna met haar zoon Samuël haar belofte nakomt.
1 Sam. 2, 1 + 4 + 5 + 6 + 7 + 8abcd
Refr.: De Heer doet mijn hart van vreugde slaan.
Nu juicht mijn hart dankzij de
Heer,
fier heft mijn hoofd zich op, dankzij de Heer.
Mijn mond spreekt vrijmoedig tegen mijn vijanden,
want dankzij uw hulp beleef ik vreugde.
De boog van de helden is gebroken,
en wie wankelen weten zich gesterkt.
Die genoeg hadden, verkopen
zich voor brood,
en wie hongerden zijn verzadigd.
De onvruchtbare baart zeven zonen,
en wie veel kinderen heeft, verwelkt.
De Heer doet sterven en doet leven,
zendt naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog.
De Heer maakt arm en Hij maakt rijk,
vernedert diep en heft hoog op.
De zwakke en de arme helpt Hij overeind,
Hij haalt hen uit het stof en uit het slijk.
Tussen de edelen zet Hij hen neer,
Hij houdt een ereplaats voor hen vrij.
Uit het evangelie volgens LucasUit
het evangelie volgens Lucas
1, 39-45
In die dagen reisde Maria in grote haast naar
het bergland, naar een stad in Juda, waar ze het huis van Zacharias binnenging
en Elisabet begroette.
Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze
werd vervuld met de heilige Geest en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van
alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Wie ben ik dat de moeder
van mijn Heer naar mij toe komt? Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van
vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van
de Heer in vervulling zullen gaan.’
Maria ontmoet haar nicht Elisabet. Vervuld van de heilige Geest begint Maria Elisabet geluk te wensen. Zij geeft een getuigenis van haar geloof in het wonder dat zich voltrekt
Vandaag is het, net als gisteren, een en al opgetogenheid in het evangelie. Het
gaat over de eerstelingen van de Geest, de Geest van de Blijde Boodschap. Maria
reisde met spoed naar het bergland; het kindje sprong op in de schoot van zijn
moeder; Elisabet werd vervuld van de heilige Geest en riep met luider stemme
uit: "gelukkig.” En morgen zullen we horen hoe Maria de Heer
prijst: “Mijn hart prijst hoog de Heer, van vreugde juicht mijn geest
…" (Lc 1,46.47). Vanwaar die opgetogenheid?
Vreugde ontstaat wanneer twee levens elkaar kruisen. Doordat een ander ons leven kruist, ontstaat er een nieuwe vitaliteit, een nieuwe levensvreugde. Je ziet dat bij een ontmoeting. Als twee mensen elkaar gewaar worden, elkaar zien, dan zie je hoe de blik van de een verandert bij het zien van de blik van de ander. Er ontstaat een nieuwe levensvreugde, een gedeeld leven, gedeelde levensvreugde. Zoiets gebeurt altijd wanneer twee mensenlevens elkaar raken en kruisen. En als dat al zo is, wat zal er dan wel niet gebeuren wanneer het leven van God met het leven van de mens in aanraking komt? Of wanneer - zoals in het evangelie van vandaag - twee van God vervulde mensen elkaar ontmoeten?
De ontmoeting tussen deze twee mensen is de inleiding, het eerste begin, de inzet van een ontmoeting die zal leiden tot een Verbond, tot een blijvend samenzijn in een nieuw en eeuwig Verbond. Het is niet elkaar even vluchtig zien en dat dan ieder weer zijn eigen weg gaat, nee, "de Heer is met u… “Gij hebt genade gevonden bij God” … “Hij zal in eeuwigheid Koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn heerschappij zal nooit een einde komen." Het is het begin van iets wat nooit meer ophoudt. Jezus is de vrucht van Maria's schoot en alle geslachten zullen in haar worden gezegend. Dat is de diepste vreugde van Maria, de inzet van een leven dat zich ten einde toe helemaal en voor altijd zal geven.
De
mens krijgt dat zomaar cadeau, hij kan er niets aan doen om dat te bewerken,
hij krijgt het om niet, want hij is als een drenkeling. Het enige dat hij kan
doen is zijn hand uitsteken naar zijn Redder en dát moet hij dan ook doen, want
zonder zijn eigen medewerking kan niemand gered worden.
Dat is ons geloof. Je gelooft in de goede bedoelingen van God, je gelooft dat
Hij het beste met je voor heeft en dat je je dus helemaal aan Hem kunt en moet
toevertrouwen, je helemaal kunt overgeven aan zijn leiding en zorg, zodat je
niet hoeft te begrijpen, ja, niet eens moet willen begrijpen, omdat je bent als
een kind die de liefde en de wijsheid voelt van zijn Vader.
Uit het evangelie volgens LucasUit
het evangelie volgens Lucas
1, 26-38
In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret
in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef
heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria.
Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de
Heer is met je.’
Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die
begroeting te betekenen had.
Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst
geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet Hem
Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden
genoemd, en God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Tot in
eeuwigheid zal Hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap
zal geen einde komen.’
Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit
gemeenschap met een man gehad.’
De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de
Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren
wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Luister, ook je familielid
Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al
hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, want
voor God is niets onmogelijk.’
Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’
Daarna liet de engel haar weer alleen
Maria, een eenvoudig meisje uit Nazaret, is verloofd met Jozef, uit het huis van David. Zij heeft zich voorgenomen geheel en al voor de Heer te leven. In haar bereikt de hoop en de verwachting van Israël het hoogtepunt. Haar 'instemming' maakt de vervulling van de oude voorspellingen mogelijk.
Aan het ja-woord van Maria gaat eigenlijk iets
fundamenteels vooraf, namelijk haar beschikbaarheid.
Wie beschikbaar is voor God, geeft zichzelf de ruimte en de vrijheid te doen
wat God vraagt.
Vraag is: zijn wij beschikbaar ?
Het is een heel wezenlijke vraag, een vraag waarvan het goed is ze elke ochtend
opnieuw aan onszelf te stellen. Ben ik beschikbaar voor wat God van mij vandaag
vraagt...
Wie beschikbaar leeft, leeft vrij. Hij is niet gebonden aan allerlei dingen die hem van God wegtrekken. Nee, hij is vrij, bereid te doen wat God vraagt.
Heel concreet betekent dat: hij is vrij om lief te
hebben.
In het liefhebben zal hij God aanwezig weten. Hij zal zich niet enkel gedragen
weten in wat hij doet, maar hij zal ook de bron bij hem aanwezig weten van
waaruit hij dat doet. Hij zal zich geleid voelen door deze bron, er stuwkracht
uit ervaren en er vreugde uit ontvangen.
Of anders gezegd: God leidt degene die 'ja' zegt en begeleidt hem met zijn
vrede
.
Het mooie aan het ja-woord is dat het altijd vruchten
afwerpt. Altijd.
Neem het ja-woord van Maria. Kijk wat voor een gevolg dat kleine ja-woord heeft
gehad in de geschiedenis, tot op vandaag, en zeer zeker nog lang in de
toekomst. Eén ja-woord... zoveel vruchten.
De geschiedenis kan ontelbare voorbeelden geven van mensen die door hun klein maar diep ja-woord grote en schone vruchten hebben afgeleverd.
De televisie zou elk journaal kunnen afsluiten met het belichten van een ja-woord ergens in de wereld. Het zou moedig zijn !
En wat met ons ?
Ook al zullen de vruchten van onze ja-woorden niet van die orde zijn als een Maria,
.Voor God gaat het niet om het aantal vruchten (mensen denken zo en meten
elkaar zo aan elkaar af), maar voor God gaat het om de zuiverheid van het hart,
om de helderheid van het ja-woord.
En met dat zuivere ja-woord, hoe klein en verborgen misschien ook, doet Hij met
het oog op de liefde grote dingen.
Misschien ziet niemand de vruchten, maar voor God gaat het ook niet om een
soort zo opvallend mogelijke produktiviteit waar zoveel mogelijk mensen baat
bij moeten hebben.
Bij God gaat het om het geloof, om de hoop, om de liefde. Ja, om de liefde!
Het gaat zowel om de liefde waarmee Maria haar ja-woord uitsprak met haar vele
vruchten, ..
Uit het boek RechtersUit
het boek Rechters
13, 2-7 + 24-25
In
die tijd leefde er in de omgeving van Sora een zekere Manoach, die tot de stam
Dan behoorde. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had nooit kinderen gekregen.
Op een dag verscheen bij haar een engel van de Heer. ‘Tot nu toe was u
onvruchtbaar en hebt u geen kinderen gekregen’, zei hij. ‘Maar nu zult u
zwanger worden en een zoon baren. Onthoud u daarom van wijn en andere drank en
eet geen voedsel dat onrein is. U zult zwanger worden en een zoon krijgen. Zijn
haar mag nooit door een scheermes worden aangeraakt, want hij zal al vanaf de
moederschoot als nazireeër aan God gewijd zijn. Hij zal een begin maken met de
bevrijding van Israël uit de greep van de Filistijnen.’
De vrouw ging naar haar man en vertelde hem dat er een godsman bij haar was
geweest. ‘Hij zag er bijzonder ontzagwekkend uit’, zei ze, ‘het leek wel een
engel van God. Ik heb hem niet gevraagd waar hij vandaan kwam en hij heeft me
zijn naam niet gezegd. Hij zei tegen me dat ik zwanger zou worden en een zoon
zou krijgen. Van nu af aan mag ik geen wijn of andere drank drinken en niets
onreins eten, want onze zoon zal vanaf de moederschoot tot aan de dag van zijn
dood als nazireeër aan God gewijd zijn.’
De vrouw bracht een zoon ter wereld en noemde hem Simson. De jongen genoot de
zegen van de Heer en groeide voorspoedig op.
Tussen Sora en Estaol, waar de Danieten hun tenten hadden opgeslagen, werd hij
voor het eerst door de geest van de Heer tot daden aangezet.
Het verhaal van de geboorte van Simson gelijkt op dat van andere wonderbare geboorten (Isaak, Samuël, e.a.). Menselijk gezien zijn alle kansen voorbij: ouderdom, onvruchtbaarheid van het ouderpaar. Het kind wordt gezien als een gave Gods. Gods kracht breekt door in de mensengeschiedenis, ondanks zwakheid en tekorten.
Uit
het evangelie volgens Lucas
1, 5-25
Toen
Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias heette en
tot de priesterafdeling Abia behoorde. Zijn vrouw, Elisabet, stamde af van
Aäron. Beiden waren vrome en gelovige mensen, die zich strikt aan alle geboden
en wetten van de Heer hielden. Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar,
en beiden waren al op leeftijd.
Toen de afdeling van Zacharias eens aan de beurt was om de priesterdienst te
vervullen, werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd
Zacharias door het lot aangewezen om het reukoffer op te dragen in het
heiligdom van de Heer. De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden
terwijl het offer werd gebracht.
Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die aan de rechterkant van het
reukofferaltaar stond. Zacharias schrok hevig bij het zien van de engel en hij
werd door angst overvallen. Maar de engel zei tegen hem: ‘Wees niet bang,
Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je
moet hem Johannes noemen. Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en
velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. Hij zal groot zijn in de ogen
van de Heer, en wijn en andere gegiste drank zal hij niet drinken. Hij zal
vervuld worden met de heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn
moeder is, en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God,
brengen. Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia
om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te
brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer.’
Zacharias vroeg aan de engel: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik ben immers
een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd.’
De engel antwoordde: ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik
ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen. Maar omdat je geen geloof
hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen
gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat
gebeuren.’
De menigte stond buiten op Zacharias te wachten, en de mensen vroegen zich af
waarom hij zo lang in het heiligdom bleef. Maar toen hij naar buiten kwam, kon
hij niets tegen hen zeggen. Ze begrepen dat hij in het heiligdom een visioen
had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet. Toen zijn
tempeldienst voorbij was, ging hij terug naar huis.
Korte tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Ze leefde vijf maanden lang
in afzondering en zei bij zichzelf: 'De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken.
Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten.'
De geboorte van Johannes de Doper is iets uitzonderlijks. Elisabet was onvruchtbaar en haar man Zacharias was ook al oud. Zoals in de oudtestamentische geboorteverhalen komt een engel de geboorte voorspellen samen met de opdracht die het kind zal vervullen in de toekomst. Hij geeft ook een teken: Zacharias zal spraakloos zijn tot op de dag waarop de voorspelling zal vervuld zijn.
Zacharias werd door de engel letterlijk door stomheid geslagen, toen hij hem de
vraag stelde hoe hij kon weten of dit spreken van hem wel waar was.
Misschien vinden we dat Zacharias overdreven behandeld werd. Negen maanden niet
mogen spreken... dat is nogal wat...
En toch...
Deze negen maanden waren voor Zacharias beslist een tijd van diepe genade; een
tijd waar hij in stil gebed kon nadenken over Gods beloften. En uit het
prachtige gebed bij de geboorte van zijn zoon kunnen we opmaken dat dit geen
verloren tijd was geweest.
Wij leven in een tijd waarin veel gepraat wordt, en alles schijnbaar bepraat moet worden. Iedereen is maar aan de praat, alsof het heil voort zal komen uit al dat menselijke gepraat. Natuurlijk kan God ook aanwezig zijn doorheen ons spreken, maar soms is het ook goed een periode te zwijgen als het over de diepere zaken van het leven gaat; over God, zijn beloften, zijn spreken, zijn roepen, enz...
Het zou misschien niet slecht zijn moest de wereld
gedurende negen maanden door stomheid geslagen worden.
Wat zou het stil zijn... heerlijk stil...
Misschien leren we terug luisteren naar Gods stem diep in ons hart, die we over
het algemeen maar dàn kunnen waarnemen waneer het stil is rondom ons, en vooral
ook wanneer we zelf stil zijn, wanneer we zelf zwijgen.
We zouden misschien een geweldige rijkdom in dat zwijgen ontdekken, een
vermogen ontwikkelen dat ons tot écht luisteren aanzet...
Het zal een tijd van genade zijn: een tijd waarin God z'n tijd neemt, en ons de
tijd geeft, om Hem héél diep te ontmoeten, voor Hem te knielen, bij Hem te
vertoeven, naar Hem te luisteren...
Wat we kunnen doen is zelf dagelijks tijd maken om te
zwijgen, om in stilte bij God te verwijlen, gewoon bij zijn woord aanwezig
zijn. Het is niet makkelijk in het gebed onze agenda stil te leggen, onze eigen
interpretaties van wat we lezen en denken stop te zetten, of gewoon de gegeven stilte
niet vol te bidden met allerlei vrome gebeden en teksten...
Stil zijn bij de Heer... het is niet makkelijk, maar zo wezenlijk belangrijk.
Dagelijks hiervoor tijd vrijmaken... misschien maken we wel een hele mooie en
diepe weg door wat betreft ons leven naar en in de Heer
mieke
mieke mantel
Uit de profeet JesajaUit
de profeet Jesaja
56, 1-3a + 6-8
Dit
zegt de Heer:
Handel rechtvaardig, handhaaf het recht; de redding die Ik breng is
nabij, en weldra openbaar Ik mijn gerechtigheid. Gelukkig de mens die zo
handelt, het mensenkind dat hieraan vasthoudt; hij neemt de sabbat in acht en
ontwijdt hem niet, hij weerhoudt zijn hand van het kwaad.
De vreemdeling die zich met de Heer heeft verbonden, laat hij niet zeggen: ‘De
Heer zondert mij zeker af van zijn volk.’ En de vreemdeling die zich met de
Heer heeft verbonden om hem te dienen en zijn Naam lief te hebben, om dienaar
van de Heer te zijn – ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt, ieder
die vasthoudt aan mijn verbond –, hem breng Ik naar mijn heilige berg, hem
schenk Ik vreugde in mijn huis van gebed; zijn offers zijn welkom op mijn
altaar. Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’.
Zo spreekt God, de Heer, die bijeenbrengt wie uit Israël verdreven waren: Ik
breng er nog meer bijeen dan al bijeengebracht zijn.
God houdt niet van ghetto's. Hij ziet zijn volk als één grote natie, als een volk dat niemand afschrijft en buitensluit. Voor al wie rechtvaardig wil leven is er plaats. Deze oproep tot bezinning was bestemd voor de Israëlieten om hen te doen nadenken over hun zending. Hun taak is wereldwijd. De God van Israël is de Heer van allen. Zijn huis is een huis van gebed voor alle volken.
Uit
het evangelie volgens Johannes
5, 33-36
Jezus sprak tot de
Joden:
'U hebt boden naar Johannes gestuurd en hij heeft een betrouwbaar getuigenis
afgelegd. Niet dat Ik het getuigenis van een mens nodig heb, maar Ik zeg dit om
u te redden. Johannes was een lamp die helder brandde, en u hebt zich een tijd
in zijn licht verheugd. Maar Ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes:
het werk dat de Vader mij gegeven heeft om te volbrengen. Wat Ik doe getuigt
ervan dat de Vader mij heeft gezonden.
Eigenlijk heeft Jezus het getuigenis van een mens niet nodig. Toch is Johannes het licht geweest dat de weg wees voor wie wil zien.
Het leven van Jezus,
al zijn doen en laten, getuigt van God. Zijn leven was zuiver, heilig,
volmaakt. Zijn leven was, wat bij ons dikwijls wel het geval is, niet
verkleurd, niet afgezwakt. Hij was en is de zuivere belichaming van de Vader.
En ook al heeft Jezus het getuigenis van een mens niet nodig om de Christus te
zijn, doch heeft God gewild dat de Doper zijn rol speelde.
Laten we de Doper au serieux nemen. Hij was geen randfiguur, maar een belangrijke aanwezigheid daar aan de oevers van de Jordaan. Niet enkel voor de mensen van toen, maar ook voor ons vandaag, bijzonder in deze adventstijd. Hij vermaande (soms heel scherp), in al zijn vurigheid riep hij op tot berouw en bekering, hij doopte en vergaf. Tegelijk was hij de ster die verwees naar de Komende. Om Hem ging het, om Hem gaat het.
Laten we ons hart openen. Het is bijna Kerst.
profeet Jesajaprofeet Jesaja
55, 10-11
Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel
en daarheen niet terugkeert
zonder eerst de aarde te doordrenken,
haar te bevruchten en te laten gedijen,
zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten;
zo geldt dit ook voor het woord
dat voortkomt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar Mij terug,
niet zonder eerst te doen wat Ik wil
en te volbrengen wat Ik gebied.
Uit het evangelie volgens LucasUit
het evangelie volgens Lucas
7, 18b-23
Johannes
riep twee van zijn leerlingen bij zich en stuurde hen naar de Heer, aan wie ze
moesten vragen: ‘Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’
Toen de mannen bij Hem gekomen waren, zeiden ze: ‘Johannes de Doper heeft ons
naar U gezonden om u te vragen: “Bent U degene die komen zou of moeten we een
ander verwachten?”’
Hij genas toen juist veel mensen van ziekten en allerlei aandoeningen en van
boze geesten en hij gaf tal van blinden het gezichtsvermogen terug.
Hij antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie gezien en gehoord hebben:
blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden
gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt, aan armen wordt
het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot
neemt.’
De vraag waarmee Johannes de Doper zijn leerlingen naar Jezus stuurt is ook nog onze vraag: is de zending van Jezus en zijn volgelingen wel revolutionair of spectaculair genoeg? Het antwoord is ontnuchterend, maar ook bemoedigend. De Blijde Boodschap van Jezus wordt zichtbaar in de tekenen die Hij verricht voor blinden, lammen, melaatsen, doden en armen. Wie in staat is Jezus hierin werkzaam te zien, neemt geen aanstoot
Jezus antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie gezien en gehoord hebben: blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt, aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan Mij geen aanstoot neemt.’
Wanneer mensen naar ons gestuurd zouden worden met de vraag: 'Zijn jullie christenen ?', dan zou wij als antwoord moeten kunnen geven: 'Zeg wat jullie zien en horen: mensen die verlamd zijn geraakt door oordeel ervaren weer dat zij bemind worden, mensen die gezondigd hebben groeien op hun weg naar bekering door eerlijk berouw en het krijgen van vergeving, mensen met depressies komen weer langzaam maar zeker tot leven, armen worden in de kring van de gemeenschap geplaatst en weten zich erbij, mensen die ziek waren door verwerping ervaren weer genezing door liefde die hen aangeboden wordt, eenzamen worden opgezocht, bejaarden worden thuis bijgestaan, gevangenen krijgen brieven, her en der zijn er initiatieven ter bevordering van vrede en eenheid, op tal van plaatsen komt men samen om God lof te brengen, om te luisteren naar zijn Woord, om te bidden voor de noden in de samenleving, ...'
Gelukkig is degene die aan het leven van Christus (christenen) geen aanstoot geeft.
vlinder
mieke mantel
boek Deuteronomiumboek Deuteronomium
33, 27
Van oudsher is God een schuilplaats,
zijn armen dragen u voor eeuwig.
brief van Paulus aan de Romeinenbrief van Paulus aan de Romeinen
15, 13
Moge God, die ons hoop geeft,
u in het geloof geheel en al vervullen
met vreugde en vrede,
zodat uw hoop overvloedig zal zijn
door de kracht van de heilige Geest
Uit de profeet JesajaUit
de profeet Jesaja
61, 1-2a + 10-11
De geest van God, de Heer, rust op mij, want de Heer heeft mij
gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om
aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te
maken en aan geketenden hun bevrijding, om een genadejaar van de Heer uit te
roepen.
Ik vind grote vreugde in de Heer, mijn hele wezen jubelt om mijn God. Hij deed
mij het kleed van de bevrijding aan, hulde mij in de mantel van de
gerechtigheid, zoals een bruidegom een kroon opzet, zoals een bruid zich tooit
met haar sieraden.
Want zoals de aarde haar gewassen voortbrengt, zoals een tuin het gezaaide laat
ontkiemen, zo laat God, de Heer, gerechtigheid ontkiemen en glorie voor het oog
van alle volken
Midden de moeilijkheden om na de ballingschap Jeruzalem terug op te bouwen, kondigt een profeet Gods tussenkomst aan. Armen, nederigen en verdrukten zal Hij eerst helpen. Zij zijn er immers het meest ontvankelijk voor. Zo worden zij een volk, verrukt om al wat God hen geeft en vol vreugde als een bruid bij de komst van haar bruidegom.
Uit
het evangelie volgens Johannes
1, 6-8 + 19-28
Er kwam iemand die door God was gezonden; hij
heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat
iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om
te getuigen van het licht. Dit is het getuigenis van Johannes.
De Joden hadden vanuit Jeruzalem priesters en Levieten naar hem toe gestuurd om
hem te vragen: ‘Wie bent u?’
Hij gaf zonder aarzelen antwoord en verklaarde ronduit: ‘Ik ben niet de
messias.’
Toen vroegen ze hem: ‘Wie dan? Bent u Elia?’
Hij zei: ‘Die ben ik ook niet.’
‘Bent u de profeet?’
‘Nee, ‘antwoordde hij.
‘Maar wie bent u dan?’ vroegen ze hem. ‘Wij moeten antwoord kunnen geven aan
degenen die ons gestuurd hebben. Wie zegt u zelf dat u bent?’
Hij zei: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: “Maak recht de weg van de
Heer, ”zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.’
De afgevaardigden die uit de kring van de Farizeeën kwamen, vroegen verder:
‘Waarom doopt u dan, als u niet de messias bent, en ook niet Elia of de
profeet?’
‘Ik doop met water’, antwoordde Johannes. ‘Maar in uw midden is iemand die u
niet kent, Hij die na mij komt–ik ben het niet eens waard om de riemen van zijn
sandalen los te maken.’
Dit gebeurde in Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte.
Al wat het Oude Testament aan vraag en verwachting, hoop en spanning bevatte omtrent de messias, vindt zijn vervulling in Jezus. Dat toont ons Johannes. Hij kan zich nu terugtrekken. Het is nu aan de Wet, de profeten en de mensen van alle tijden om Hem te erkennen, die zich ophoudt midden onder ons.
mieke mantel
mieke mantel
Uit de brief van JokobusUit de brief van Jokobus
5, 7-8
Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt.
Denk eens aan de boer, die geduldig blijft wachten
op de kostbare opbrengst van zijn land, tot de
regens van najaar en voorjaar zijn gevallen.
Wees net zo geduldig en houd moed,
want de Heer zal spoedig komen
mieke mantel
mieke mantel

Uit de profeet Jesaja
40, 31
Wie hoopt op de Heer krijgt nieuwe kracht:
hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar,
hij loopt, maar wordt niet moe,
hij rent, maar raakt niet uitgeput.
mieke mantel
mieke mantel
Uit het boek GenesisUit
het boek Genesis
3, 9-15 + 20
Toen de mens zich tussen de bomen van de tuin
verborgen had, riep de Heer God de mens en vroeg hem: ‘Waar ben je?’
Hij antwoordde: ‘Ik hoorde U in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom
verborg ik me.’
‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom
waarvan Ik je verboden had te eten?’
De mens antwoordde: ‘De vrouw die U hebt gemaakt om mij ter zijde te staan,
heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’
‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de Heer, aan de vrouw.
En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’
God, de Heer, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan,
het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je
kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang. Vijandschap sticht Ik tussen
jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop,
jij bijt hen in de hiel.’
De mens noemde zijn vrouw Eva; zij is de moeder van alle levenden geworden.
'Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare'.
Uit
het evangelie volgens Lucas
1, 26-38
In de zesde
maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een
meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling
van David. Het meisje heette Maria.
Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de
Heer is met je.’
Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die
begroeting te betekenen had.
Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst
geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet Hem
Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden
genoemd, en God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Tot in
eeuwigheid zal Hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap
zal geen einde komen.’
Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit
gemeenschap met een man gehad.’
De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de
Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren
wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Luister, ook je familielid
Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al
hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, want
voor God is niets onmogelijk.’
Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’
Daarna liet de engel haar weer alleen
'Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken'.
In het evangelie van vandaag hebben we gehoord hoe er een ontmoeting plaatsvindt tussen hemel en aarde, tussen God en mens. Een ontmoeting tussen een vertegenwoordiger van God: de engel Gabriël, van Godswege gezonden en een vertegenwoordiger van de aarde: Maria.
Maar wat gebeurt er nu in zo'n ontmoeting? Wat wordt er gezegd, en wat wordt er niet gezegd? Wat gebeurt er wanneer wij in gebed zijn, in een inwendig, persoonlijk gebed? Want wat ons hier in het evangelie wordt voorgehouden, is eigenlijk zoveel als een gebedservaring, een Godservaring, een Godsontmoeting. In dit gebeuren van de Blijde Boodschap van de engel aan Maria is de engel aan het woord, hij spreekt en Maria zwijgt, of beter gezegd: Maria luistert. Eén keer, aan het begin, vertoont ze iets van een reactie, maar niet door iets te zeggen. Die reactie was op het woord van de engel: "Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je." Dat roept niet een zekere ongerustheid, maar een zekere verbazing, verwondering in haar op. De engel stelt haar echter gerust en effent zodoende het pad naar haar hart, waar hij met die boodschap wil terecht komen.
In het hart wil de engel bij Maria binnengaan, en in het gebed wil God met zijn Woord in ons hart binnengaan, want God wil niet alleen ons verstand verlichten, ons iets doen begrijpen, een waarheid aan het licht brengen, Hij wil ook en bovenal met zijn Woord ons hart raken, Hij wil ons zijn heilige Geest meedelen, zijn liefde. God wil ons niet alleen een leer of een inzicht geven, maar de waarheid zelf, de waarheid in eigen Persoon, of de goedheid in eigen Persoon. Daar hoort bij, omdat het God zelf is, dat er ontzag wordt opgewekt in ons hart, eerbied, heilige vrees. 'Maria schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had.' Als dat ontzag voor God er eenmaal is, dan kan God verder gaan, Hij stelt gerust, geeft vrede, en maakt zo het hart ontvankelijk voor vertrouwelijkheid en intimiteit: "Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken."
Maar hoe zal dat gebeuren? Langs welke weg komt de
genade van het gebed ons leven binnen? Langs welke weg kan God opnieuw geboren
worden met Kerstmis. Maria vraagt: "Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers
nog nooit gemeenschap met een man gehad." En wij vragen met haar mee: Hoe
zal dat geschieden? Hoe zal er een grotere vertrouwelijkheid ontstaan met God,
hoe krijg ik een hart dat méér aan God is toegewijd, dat helemaal ontvankelijk
en vrij is voor Hem. Ik, die zo vast zit aan mijzelf, zo door eigenliefde word
beheerst, mijzelf van alles heb toegeëigend en dat ook graag zo houden wil. Hoe
zal dit geschieden, dat ik, die méér ben van mezelf dan van Hem, méér van Hem
word?
De engel geeft aan Maria als antwoord: "De heilige Geest zal over je komen
en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken." De
heilige Geest, de kracht van de Allerhoogste, niet de kracht van een man, maar
van God. Het is geen uitwendige macht, maar een inwendige, zachte kracht. Het
is enkel liefde, die alleen op te nemen is in het hart. Het is een zoete,
zachte kracht die bezit neemt van het hart.
In het gebed gaat het nog steeds zo met de woorden van God. Deze worden opgenomen in het hart, zoals er van Maria ook staat: "Maria bewaarde al deze woorden - woorden van de engel door de herders overgebracht - in haar hart en overwoog ze bij zichzelf" (Lc 2,19). Als God eenmaal met zijn Geest tot die diepte van ons wezen is doorgedrongen, dat zijn liefde bezit heeft genomen van ons hart, dan geschiedt het woord vanzelf.
Na het antwoord van de engel vernomen te hebben,
zei Maria: "De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt
gezegd." In een oudere vertaling lezen we : "Zie de dienstmaagd des
Heren, mij geschiede naar uw Woord". De dienstmaagd des Heren... daarmee
begon toch heel die ontmoeting? De vreze Gods, die heilige vrees, dat diep
ontzag, die eerbied, dat respect voor de verhoudingen. En dat wordt uitgedrukt
in niet zo maar een gevoel, nee, in dat bén ik, ik bén de dienstmaagd des
Heren.
Met "Mij geschiede naar uw woord" schept God zelf het jawoord in
Maria's hart. God zelf neemt bezit van ons hart en van binnenuit, vanuit ons
hart, zeggen wij 'ja' tot het Woord dat God tot ons gesproken heeft. Wij zijn
het Woord van God, doordat dat Woord op ons 'ja' vanuit ons hart gezegd,
opnieuw vlees aanneemt.
Maar wat is er een stilte nodig om God met zijn Woord tot in die diepte van ons te laten doordringen; wat is er een ingetogenheid nodig, een inkeer, een zelfvergetelheid, dat is niet van deze wereld. Het is wél de genade van de Advent, die stille tijd, als de wereld rondom ons donker wordt en daardoor onze eigen wereld klein. Een tijd die ons niet moet doen vluchten naar knusheid of gezelligheid, of onderlinge menselijke verbondenheid, maar ons moet doen vluchten naar ons hart, naar inkeer. Een tijd waarin wij afdalen in ons hart, in die stille vertrouwelijkheid met Hem, om het verlangen groter en groter te laten worden, zodat wij Hem met Kerstmis echt opnieuw kunnen laten geboren worden.
Uit het evangelie volgens MatteüsUit
het evangelie volgens Matteüs
11, 28-30
Jezus nam het
woord en zei:
'Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal Ik
jullie rust geven.
Neem mijn juk op je en leer van mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van
hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn
last is licht.
Onze voorbereidingen voor kerst zijn misschien al in volle gang. Is
het niet vreemd dat die voorbereidingen als een loden last op ons kunnen gaan
drukken? We moeten zoveel doen en hebben, er is zoveel om aan te denken, dat we
het gevoel kunnen hebben dat we een soort marathon lopen. In deze tijd van het
jaar kan het gebeuren dat het geven van cadeaus meer als een plicht ervaren
wordt dan als een daad van liefde. Als we krap bij kas zitten kan het ook een
bron van spanning en zorg zijn. Ook zijn er familieverplichtingen die we na
moeten komen, en de nodige extra taken op het werk. Geen wonder dat we onszelf
kunnen betrappen op de gedachte: “Ik zal blij zijn als het voorbij is!”
Voorstel: Laten we ons dit jaar eens, meer dan andere jaren, concentreren op de liefde die Jezus ons en de hele wereld wil schenken, in plaats van voortdurend na te denken hoeveel wij moeten (uit)geven en hoeveel we te doen hebben. Misschien is dat niet onmiddellijk onze gewoonte om zo naar Kerstmis te kijken, maar de Advent is wel bedoeld als een tijd waarin God ons een voorproefje geeft van de vreugde en de vrede die met Kerstmis naar ons toekomt.
God zal onze rekening niet spijzigen, maar Hij wil ons wel de rust van zijn Geest schenken. Hij wil onze zorgen verlichten zodat we zijn stem kunnen horen en zijn leiding ontvangen. Hij hoeft niet al onze problemen weg te nemen, maar Hij zal ons wel de verwondering geven die de herders ondervonden toen ze de engelen Gods lof hoorden zingen.
Willen we dit jaar
met Kerst grote cadeaus geven ?
Laten we dan beginnen met Jezus te ontvangen. Steeds wanneer we het juk van
zijn vrede en liefde op ons nemen, krijgen we de vrijheid om de grootste van
alle cadeaus te geven: onze tijd, onze aandacht, onze liefde. Jezus ontvangen
en ontmoeten maakt ons vrij om aanwezig te zijn voor andere mensen, naar hun
zorgen te luisteren, deze mee te dragen, vrede te schenken die wij van de Heer
hebben ontvangen.
Laten we nederige ontvangers worden van Gods genade, en we zullen de royaalste
gevers van geschenken worden die de wereld ooit heeft gekend