Uit de eerste brief van Johannes
Uit
de eerste brief van Johannes
3, 11-21
Dit is wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar
moeten liefhebben en niet moeten doen zoals Kaïn, die voortkwam uit hem die het
kwaad zelf is, en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat
zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.
Wees niet verbaasd, broeders en zusters, als de wereld u haat. Wij weten dat we
van de dood zijn overgegaan naar het leven omdat we elkaar liefhebben. Wie niet
liefheeft blijft in de dood.
Iedereen die zijn broeder of zuster haat, is een moordenaar, en u weet dat een
moordenaar het eeuwige leven niet blijvend in zich heeft.
Wat liefde is, hebben we geleerd van Hem die zijn leven voor ons gegeven heeft.
Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.
Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te
bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet
lijden?
Kinderen, we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig,
met daden. Dan weten we dat we voortkomen uit de waarheid en kunnen we met een
gerust hart voor God staan.
En zelfs als ons hart ons aanklaagt: God is groter dan ons hart, Hij weet
alles.
Geliefde broeders en zusters, als ons hart ons niet aanklaagt, kunnen we ons
vol vertrouwen tot God wenden.
Liefde is echt goddelijk leven, dat zich uit in concrete menselijke goedheid en genegenheid. Voor de christen is liefde een levensprogramma. Zij doet mensen naar God en naar elkaar toegroeien
. 'Iedereen die zijn broeder of zuster haat, is een moordenaar.'
Straffe uitspraak. En toch...
We kennen de tien geboden. Het zesde gebod luidt: 'Gij zult niet doden'. Dat mogen we gerust letterlijk verstaan. Niemand heeft het recht het leven van een ander zomaar te beëindigen. Een mens doden mag niet, punt.
Maar 'gij zult niet doden' mogen we ook in een meer geestelijke
betekenis verstaan.
Wanneer God de mogelijkheid schenkt om lief te hebben en we slaan die
mogelijkheid in de wind, dan doden we eigenlijk de kans om lief te hebben,
zowel voor onszelf als voor de ander. We ontnemen onszelf en die ander niet
enkel de mogelijkheid om lief te hebben, maar we ontnemen ons en de ander ook
een groei in het beminnen, want wie liefheeft (of dit tracht te doen) groeit.
We ontnemen ons en de ander in zekere zin ook het 'leven', want wie bemint
geeft leven, en ontvangt zelfs eeuwig leven.
Dus de woorden uit de brief van Johannes van vandaag 'Iedereen die zijn broeder of zuster haat, is een moordenaar.', mogen we in zekere zin heel letterlijk verstaan. Wie haat ontneemt zichzelf en de ander de mogelijkheid om te beminnen. In zekere zin is hij een moordenaar, want hij ontneemt het leven.




