Uit de profeet Jesaja
Uit
de profeet Jesaja
42, 1-7
'Hier is mijn dienaar, hem
zal Ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind Ik vreugde, Ik heb hem
met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen.
Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het
openbaar; het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet
doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen.
Ongebroken en vol vuur zal hij het recht op aarde vestigen; de eilanden zien
naar zijn onderricht uit.
Dit zegt God, de Heer, die de hemel heeft geschapen en uitgespannen, die de
aarde heeft uitgehamerd met alles wat zij voortbrengt, die de mensen op aarde
levensadem geeft, en levensgeest aan allen die daar verkeren.
In gerechtigheid heb Ik, de Heer, jou geroepen. Ik zal je bij de hand nemen en
je behoeden, Ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen en maak je
tot een licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen, om gevangenen te
bevrijden uit de kerker, wie in het duister zitten uit de gevangenis.
In vier liederen bezingt Jesaja de 'Dienaar van Jahwe', waarin Jezus de volmaakte verpersoonlijking zal zijn. Het eerste lied spreekt over zijn uitverkiezing. Hij krijgt de opdracht om Israël het heil te brengen. Daartoe werd hij vervuld met de geest. Hij zal in zachtmoedigheid en nederigheid de kracht en het universele licht van de ware God moeten brengen bij de naties.
Vandaag horen we hoe Jesaja profeteert over Jezus: 'Het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven.'
Meer dan
wie ook weet Jezus dat vele mensen geknakt door het leven gaan, als een
kwijnende vlam.
Zijn Liefde zal erin bestaan dit geknakt-zijn niet te breken, of de kwijnende
vlam te doven. Nee, Hij zal de mens optillen, ten diepste genezen, het vuur van
overgave terug aanwakkeren.
Meer dan
wijzelf, weet Hij dat de zonde het vuur in de mens dooft. Toegeven aan het
kwaad verwijdert de mens steeds meer van God, met alle gevolgen van dien voor
hemzelf en de samenleving.
Voor hen, voor ons, zal de Heer de weg gaan van het kruis. Hij zal tot in de
diepste krochten afdalen om ieder die daar huist de mogelijkheid te bieden zich
te laten optillen in het feest van de opstanding








